Ge´llustreerde Encyclopedie van Westerse Goden en Godinnen

Joke en Ko Lankester; 1350 pagina's; prijs Ç 19,95
1e druk, 2017, met 1500 eigen foto's, alleen via onze site in pdf te koop.

In 2004 hebben we via Uitgeverij De Kern onze Encyclopedie van Westerse goden en Godinnen gepubliceerd. Dat was 269 pagina's met 41 zwart-wit foto's. Nadat deze Encyclopedie was uitverkocht, besloten we een geheel herziene Ge´llustreerde Encyclopedie te gaan schrijven. Grondig onderzoek naar de goden en godinnen van de verschillende culturen leverde een schat aan informatie op, gegevens die vaak het beeld dat we van een bepaalde god of godin hadden ingrijpend veranderde.

Door de jaren heen heeft Joke foto's gemaakt van goden en godinnen tijdens vakanties, bezoeken aan musea in binnen- en buitenland en bezichtigingen van opgravingen, tempels, paleizen, kerken, e.d. Ook dit leverde een overvloed aan informatie op, verspreid over duizenden foto's. De foto's illustreren de plaats die een god of godin door de jaren heen heeft gehad in de verschillende culturen. Vanaf de renaissance hebben veel Grieks-Romeinse goden en godinnen een plaats gekregen in de moderne samenleving. Foto's en tekst geven aan op welke wijze heidense godheden in de christelijke samenleving functioneerden. Soms waren ze alleen een ornament of symbool, maar vaak brachten beeldende kunstenaars de oude kracht en glorie van de godheid opnieuw tot leven.

We besloten niet naar een uitgever te zoeken en de Encyclopedie als pdf te verkopen. Al snel werd duidelijk dat het boek te groot werd voor een pdf, dus we hebben dit verdeeld over drie pdf's, die gezamenlijk in een cd-rom zijn ondergebracht. De pdf's kunnen ook via WeTransfer beschikbaar worden gesteld. In dat geval worden er geen portikosten berekend.

Het eerste deel (314 pagina's met 363 eigen foto's) behandelt de prehistorie, het Nabije Oosten en Egypte. De nieuwe steentijd is een belangrijke periode geweest voor de vormgeving van goden en godinnen in de latere religies.

AnatoliŰ (West-Turkije) is een belangrijke inspiratiebron geweest voor de Grieken, die veel van hun Goden en Godinnen aan deze beschaving hebben ontleend. In MesopotamiŰ bloeiden de beschavingen van de SoemeriŰrs en BabyloniŰrs, die hun stempel drukten op de heidense religies van het Nabije Oosten, Egypte en het Middellandse Zeegebied.

In de steentijd werd de godin op drie manieren weergegeven: als abstract symbool, als dier en als dikke vrouw. In AnatoliŰ bloeide de verering van deze godinnen tussen 7000 en 5000 v.Chr. in steden als ăatalh÷yŘk en Hacilar. De god werd in de steentijd eveneens vereerd, als jachtgod en als vegetatiegod, maar lijkt minder belangrijk te zijn geweest dan de godin.

Vanaf het begin van de 20e eeuw zijn wetenschappers het oneens geweest over de vraag of religie te herleiden is tot een verering van "de godin" in de steentijd. Feministen gingen vaak uit van een matriarchaat, waarbij de belangrijke positie van godinnen overeenkwam met een toonaangevende rol van vrouwen in de samenleving. Wetenschappers hebben halverwege de 20e eeuw de theorie van het matriarchaat verworpen en trokken in twijfel of "de godin" ooit wel bestaan had.

Ons uitgangspunt is dat het idee van het matriarchaat terecht is verworpen, maar dat godinnen in de steentijd wel degelijk belangrijker waren dan goden. Daarbij ging het om plaatselijk vereerde godinnen, die sterk konden afwijken van godinnen elders. Met woord en beeld laten we de verering van de godin op Malta en op de Cycladen zien.

In hoofdstuk 3 richten we ons op de culturen die vanaf de steentijd in het Nabije Oosten een rol hebben gespeeld, met name de SoemeriŰrs, AkkadiŰrs, BabyloniŰrs en AssyriŰrs. In Palestina werden goden en godinnen uit het Kanańnitische pantheon vereerd voordat het Jodendom zijn intrede deed.

Hoofdstuk 4 is gewijd aan Egypte en de rol van Egyptische goden en godinnen in de samenleving. Aanvankelijk heeft de Egyptische religie zich door haar ge´soleerde ligging in de woestijn tamelijk autonoom ontwikkeld, maar nadat Alexander de Grote in 331 v.Chr. de Perzen had verslagen, werd Egypte onderdeel van de hellenistische cultuur en later van het Romeinse rijk.

Deel 2, 544 pagina's met 738 eigen foto's, is geheel gewijd aan De Griekse beschaving. We beschrijven de opkomst, bloei en ondergang van deze beschaving, vanaf de steentijd tot de opkomst van het Romeinse rijk. De Archa´sche Periode (660-480 v.Chr.) laat de eerste vormen van de Griekse cultuur zien. De Klassieke Periode (480-330 v.Chr.) laat het unieke karakter van de Griekse cultuur tot volle bloei komen. In de Hellenistische Periode (vanaf 330 v.Chr.) werd de Griekse beschaving verspreid over alle gebieden die ooit onderdeel hadden uitgemaakt van het rijk van Alexander de Grote. In de 1e eeuw v.Chr. trad het verval in en werd Griekenland opgenomen in het Romeinse rijk.

De Grieken waren geboren vertellers en de mythen over goden en godinnen werden gebundeld door met name Homeros en Hesiodos. Deze mythen hebben tot de dag van vandaag het beeld van de Griekse beschaving be´nvloed. Veel moderne wetenschappers en schrijvers van populair-wetenschappelijke boeken baseren hun beschrijvingen van goden en godinnen vrijwel uitsluitend op deze oude mythen. Vaak blijkt de cultus van een god of godin echter totaal anders te zijn geweest dan de mythen zouden doen vermoeden. Zo suggereren de mythen over Zeus dat hij een hitsige, overspelige wellusteling was die vrouwen, nimfen en godinnen verleidde of verkrachtte en zich in alle bochten wrong om met leugens en bedrog zijn wangedrag voor zijn echtgenote Hera te verbergen. In de cultus was Zeus de belangrijkste van de Griekse goden, de beschermer van de cultuur en een integere persoonlijkheid, op wie men zich beriep bij het afleggen van een eed.

Medusa is een duidelijk voorbeeld van het slaafs volgen van Griekse mythen. Vrijwel alle wetenschappers beschrijven Medusa nog steeds als een monster dat haar tegenstanders versteende door ze aan te kijken en gaan voorbij aan de cultus voor deze godin, die als beschermvrouw van overledenen, tempels en openbare gebouwen vereerd werd.

In het alfabetische overzicht beschrijven we de cultus en de mythen van elke god of godin en geven vaak een beeld dat sterk afwijkt van de gangbare, op mythen gebaseerde visie op deze godheid.

In Deel 3 (490 pagina's met 400 eigen foto's) beschrijven we de Romeinen (hoofdstuk 6), de Kelten (hoofdstuk 7) en de Germanen (hoofdstuk 8)

Veel Griekse goden en godinnen zijn door de Romeinen gelijkgesteld aan hun eigen goden en godinnen. In de renaissance zijn de Romeinse goden en godinnen herontdekt en vaak afgebeeld. Romeinse dichters als Ovidius en Vergilius vertelden de Griekse mythen na over de Romeinse goden en godinnen die hieraan gelijkgesteld waren. Zo waren de mythen rond Jupiter geheel gebaseerd op de mythen over Zeus.

Voor het afbeelden van hun goden en godinnen baseerden de Romeinen zich op Griekse afbeeldingen van de overeenkomstige godheid. Zo werd Jupiter afgebeeld als de Griekse Zeus. Dit heeft ten onrechte de indruk gewekt, ook bij moderne wetenschappers, dat de Romeinse religie weinig van zichzelf had en vrijwel volledig was gebaseerd op Griekse voorbeelden.

In werkelijkheid had de Romeinse religie een eigen vorm, die tot de kerstening van het Romeinse rijk in de 4e eeuw is blijven bestaan. Romeinse goden en godinnen waren oorspronkelijk eerder abstracte krachten dan personen die getrouwd waren, kinderen kregen, etc. Door bepaalde handelingen kon deze kracht, numen genaamd, worden geactiveerd. Zo was Jupiter Lapis het numen in een steen, dat geactiveerd kon worden door bepaalde handelingen met de steen te verrichten. In dit hoofdstuk besteden we uitgebreid aandacht aan de essentie van de Romeinse religie, de Romeinse priesterklassen en de feesten en rituelen ter ere van een god of godin.

Van elke god of godin geven we aan of en op welke wijze deze godheid vanaf de renaissance vorm gekregen heeft.

Hoofdstuk 7 beschrijft de Kelten. Over hun religie is veel minder bekend dan over de Grieken of Romeinen. De Kelten schreven niet en Keltische mythen zijn meestal pas in of na de middeleeuwen opgetekend.

Ook over de Germanen (hoofdstuk 8) is weinig bekend. De bekendste mythen, de Edda's, zijn pas opgetekend in IJsland, na de kerstening rond het jaar duizend. Met name Jacob Grimm en Wilhelm Mannhardt hebben zich ervoor ingezet de oudere religie van de zuidelijke Germanen in kaart te brengen.

Een uitgebreid wetenschappelijk register is opgenomen achterin elk deel en vergemakkelijkt het zoeken naar bepaalde onderwerpen. De literatuurlijst achterin deel 3 geeft een overzicht van de belangrijkste geraadpleegde boeken en artikelen.

Het pdf-formaat is op iedere computer te gebruiken. Als je geen cd-speler op je computer, notebook of ander apparaat hebt, kun je in het bestelformulier vragen om verzending via WeTransfer.

Je kunt het boek bestellen door hier te klikken.