De Groene Man en de Groene Vrouw

Joke en Ko Lankester, 240 pag. Ä 34,50
A3 boeken, 2011
Met honderden kleurenfoto's, gemaakt door Joke.

In 1895 restaureerde Pierre Cuypers de Pandhof die de Utrechtse universiteit verbond met de Domkerk en ontwierp daarvoor een portaal in neogotische stijl tussen de Pandhof en het Domplein. Cuypers was een toonaangevende architect die rond de honderd kerken in neogotische stijl heeft ontworpen of gerestaureerd en ook het Rijksmuseum en het Centraal Station van Amsterdam heeft gebouwd.

In het portaal van de Pandhof beeldde Cuypers een Groene Man en een Groene Vrouw af die elkaar aankijken. De man heeft een baard. Van onder zijn keel komen bladeren die de zijkanten van zijn hoofd bedekken.

De linnenachtige hoofdbedekking van de vrouw laat alleen haar gezicht vrij. Ook onder haar kin ontspruiten bladeren die de zijkanten van haar hoofd bedekken.

De Groene Man en de Groene Vrouw zijn op de omslag van ons boek afgebeeld zoals ze ook in het portaal te zien zijn: elkaar liefdevol aankijkend, maar hier hebben we ze ook frontaal afgebeeld.

Cuypers heeft vaker Groene Mannen en Groene Vrouwen afgebeeld. Hij was zich goed bewust van hun plaats in de gotische architectuur en hun uiteenlopende verschijningsvormen. Iets hoger in hetzelfde portaal zijn twee Groene Mannen te zien met stengels die uit hun mond groeien. Hierboven zie je er een. Deze vorm van de Groene Man is het meest bekend bij het grote publiek.

Zo'n 25 jaar geleden begon de Groene Man ons op te vallen. We kwamen hem soms tegen tijdens tripjes en vakanties in binnen- en buitenland. Boeken over dit onderwerp waren niet te vinden en Google moest nog worden geboren. De Groene Man intrigeerde ons en we waren dan ook aangenaam verrast toen William Anderson in 1990 zijn boek Green Man- the Archetype of our oneness with the Earth publiceerde. Hij herleidde de Groene Man tot de Vegetatiegod uit de oudheid en onderbouwde zijn betoog met vele foto's, meestal gemaakt door Clive Hicks.

Het boek van Anderson maakte ons duidelijk dat de Groene Man niet zo uitzonderlijk was als we hadden gedacht. Gedurende tweeduizend jaar was de Groene Man over heel Europa verspreid geen onbekende. Tijdens een vakantie in Engeland in 1991 keken we onze ogen uit naar de Groene Mannen die overal te zien waren.

Wat we ons destijds niet realiseerden, was dat het boek van Anderson zich op een vreemde manier beperkte tot Groene Mannen door de eeuwen heen. Groene Vrouwen werden door Anderson zijdelings genoemd, maar hij besteedde geen aandacht aan ze en nam ze ook niet op het register, dat alleen talloze varianten van Groene Mannen aangeeft. Ook richtte Anderson zich vooral op het hoofd van de Groene Man. Afbeeldingen van de rest van hun lijf werden door hem als uitzonderlijk afgedaan.

De beperking tot het hoofd van de Groene Man vond zijn oorsprong in het artikel The Green Man in church architecture dat Lady Raglan in 1939 publiceerde in het blad Folklore. Latere auteurs, zoals Kathleen Basford in het boek The Green Man (1978), hebben deze gewoonte overgenomen. Ze zochten en vonden de hoofden van Groene Mannen. Ook wij waren geconditioneerd. We hadden het portaal van de Pandhof jaren geleden gefotografeerd en de vier hoofden daarin gezien als Groene Mannen. Pas veel later, toen we het portaal weer bekeken, ontdekten we dat de afbeelding linksonder geen man was, maar een Groene Vrouw.

We gingen erop letten en ontdekten overal Groene Vrouwen die we eerder over het hoofd hadden gezien. Soms hadden we de vrouw als Groene Man bestempeld, maar vaak hadden we haar gewoon over het hoofd gezien omdat we niet waren voorbereid op een ontmoeting met een Groene Vrouw.

Vaak vormen de Groene Man en de Groene Vrouw een paar. Pierre Cuypers was uiteraard niet gehinderd door het door Lady Raglan geschapen vooroordeel en hij beeldde vaak een Groene vrouw af als tegenhanger van de Groene Man daar vlak naast. Zo zijn er verschillende Groene Vrouwen te zien op de door Cuypers tussen 1889 en 1918 gerestaureerde gotische Walburgiskerk in Zutphen. De Hervormde Gemeente, eigenaar van de kerk, protesteerde tegen de overdaad aan "paapse" afbeeldingen, maar Cuypers beriep zich op de subsidie van de Rijkscommissie voor de Monumentendienst en voerde zijn plannen uit.

In ons boek herleiden we de Groene man en de Groene Vrouw tot afbeeldingen die rond het begin van onze jaartelling in het Romeinse rijk ontstonden. De Romeinen grepen weer terug op oudere afbeeldingen die waren ontwikkeld in de gebieden die later onderdeel van het Romeinse rijk gingen uitmaken. Oceanus is een van de prototypen, die oorspronkelijk de Zeegod voorstelde, maar in de eerste eeuwen van onze jaartelling steeds meer als Groene Man werd afgebeeld. Hierboven is een mozaiek te zien in El Jem, een Romeinse stad in het huidige TunesiŽ. Acanthusranken komen uit zijn baard te voorschijn. In het midden van het mozaiek bevindt zich Annus, de God die als Groene Man de vruchtbaarheid van het jaar voorstelt. Die afbeelding is in ons boek te zien. De swastika's rond het mozaiek vertegenwoordigen de beweging door de gang van het jaar.

We beginnen ons boek met een beschrijving van het Nabije Oosten (hoofdstuk 2), Egypte (hoofdstuk 3), de Helleense beschaving (hoofdstuk 4) en het Romeinse rijk (hoofdstuk 5). Hier ontstonden de prototypen waaruit later de Groene Man en de Groene Vrouw voortkwamen. De Wijngod Dionysos, die als Bacchus over het hele Romeinse rijk vereerd werd, is een belangrijk voorbeeld voor de Groene Man geweest.

Andere inspiratiebronnen waren talloze Groene Wezens die vaak zijn samengesteld uit mythologische, menselijke, dierlijke en vegetatieve elementen. Een voorbeeld hiervan is de gevleugelde sfinx, afgebeeld met het bovenlichaam van een vrouw en het achterlichaam van een leeuw. In AnatoliŽ begeleidde en beschermde de sfinx de overledenen op hun reis naar het dodenrijk. In de Griekse mythen werd de sfinx tot een monster dat haar slachtoffers verscheurde en van een rots gooide. Vanaf de Romeinse tijd tot de 19e eeuw is de sfinx een belangrijke inspiratiebron geweest voor de Groene Vrouw.

Nike was in AnatoliŽ een ander wezen dat de overledenen begeleidde. Ze werd afgebeeld met een lauwerkrans in haar ene hand en een veer in de andere. De afbeelding linksboven bevond zich in de toegangspoort tot de stad Ephese in AnatoliŽ. Op de sarcofaag rechts, uit de stad Perge in AnatoliŽ, zijn sfinxen op de vier hoeken afgebeeld. Boven elke sfinx staat een nike. De Romeinen namen de nike's over als victoria's, die niet alleen de overledenen begeleidden, maar ook keizers en overwinnaars in de strijd eerden.

In de 11e tot de 13e eeuw ontstond de romaanse bouwstijl. In hoofdstuk 7 van ons boek besteden we aandacht aan de Groene Mannen, Groene Vrouwen en andere Groene wezens die in deze periode werden afgebeeld. De hierboven afgebeelde Groene Mannen uit 1180 zijn te zien in de abdijkerk Saint George in Saint Martin de Bosscherville in NormandiŽ. Vaak is de Groene Man een hoofd met dierlijke trekken, terwijl stengels en bladeren uit zijn mond komen. Maar er zijn veel meer varianten te vinden, zoals de foto's in ons boek laten zien.

Van de 12e tot de 15e eeuw werden gotische afbeeldingen een meer natuurgetrouwe weergave van vegetatie, mensen en dieren. De Groene Man en de Groene Vrouw pasten zich aan deze stijl aan. In hoofdstuk 8 belichten we de gotische Groene Man en Groene Vrouw. De foto rechtsboven toont drie Groene Mannen als draagsteen in het zuidelijke portaal van de kathedraal van Chartres, gemaakt in 1200-1225. Op het gezicht van de middelste man groeien acanthusbladeren. Uit de mond van de man links groeien eikentakjes en eikels, terwijl wijnranken en druiven uit de mond van de rechter man komen.

De afbeelding linksboven toont een Groene Man met acanthusranken die overal op zijn gezicht groeien en het aan alle kanten omringen. Deze Groene Man, gemaakt eind 13e eeuw, bevond zich in een driepas aan de gevel van de later gesloopte abdij van Saint Denis.

We laten zien op welke plaatsen de gotische Groene Man en Groene Vrouw gewoonlijk werden afgebeeld: op sluitstenen, draagstenen, koorbanken, koorhekken, maar ook op fonteinen en grafstenen. Tenslotte geven we aan wat de betekenis van de Groene Man en de Groene Vrouw was in de middeleeuwse samenleving.

In de renaissance, het onderwerp van ons negende hoofdstuk, werden uiteenlopende mengvormen tussen mens en dier uit het Romeinse rijk herontdekt en aangeduid als grotesken. Als regel overschrijden grotesken de grenzen die in de "gewone wereld" strikt zijn afgebakend. Bij de Groene Man en de Groene Vrouw is dat ook zo. De scheidslijn tussen mens en vegetatie is vervaagd of weggevallen. Er kan vegetatie komen uit de mond, neusgaten of oren van de Groene Man. Bladeren en stengels kunnen groeien op het gezicht of het lijf van de Groene Man of de Groene Vrouw.

Romeinse afbeeldingen gingen nog verder in het doorbreken van grenzen tussen mens, dier en vegetatie. In de Domus Aurea, het paleis dat keizer Nero voor zichzelf had laten bouwen, zijn talloze Groene Wezens afgebeeld. Vaak hebben ze zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken. Of ze zijn deels menselijk en deels dierlijk. Of ze hebben lichaamsdelen die aan verschillende dieren toebehoren. Hun onderlichaam of andere lichaamsdelen bestaan vaak uit vegetatie. In veel gevallen hurken Groene Wezens met gespreide benen op ranke stellages die kandelabers werden genoemd.

Na de dood van Nero in 68 na Chr. werd zijn paleis deels gesloopt en deels bedekt met een badhuis en andere gebouwen. Het paleis werd vergeten tot de ruÔnes rond 1480 werden herontdekt. De fresco's met grotesken en Groene Wezens werden toegeschreven aan het badhuis van Titus en al snel werden deze afbeeldingen een rage die tot in de hoogste kringen werd nagevolgd. Pinturicchio, Raphael en andere kunstenaars schilderden in opdracht van verschillende pausen de Groene Wezens zoals ze in de Domus Aurea waren aangetroffen.

Al snel verspreidde de renaissance zich over grote delen van Europa. Jehan de Beauce decoreerde tussen 1514 en 1529 het koorhek van de kathedraal van Chartres. Hoewel het hek in een vrij slechte staat verkeert, zijn de afbeeldingen nog wel te zien. Op de foto linksboven hurkt een naakte man met een baard en katachtige poten op een kist of altaar waarop twee Groene Mannen zijn afgebeeld. De bladeren die voor de schoot van de man op het altaar hangen, laten zien dat hij een Groene Man is. Het is een deel van een kandelaber die naar onderen en naar boven verder gaat.

Een andere kandelaber (afbeelding rechtsboven) toont een naakte vrouw die met gespreide katachtige poten hurkt op de stengels onder haar. Het is ook mogelijk dat ze de vegetatie zojuist heeft gebaard. Haar armen veranderen in de koppen van dolfijnen. Ook haar hoofddeksel lijkt op de kop van een dolfijn. De voorstelling onder en boven haar is een fascinerend schouwspel dat veel verschillende interpretaties toestaat.

Veel renaissance-afbeeldingen zijn op verschillende manieren te duiden. Elk detail suggereert een interpretatie die door andere delen van de voorstelling lijkt te worden tegengesproken. In hoofdstuk 9 geven we hier vele voorbeelden van. De bedoeling van de afbeeldingen lijkt te zijn ons denken op een dwaalspoor te brengen door ons te confronteren met een overdaad aan feiten die elkaar tegenspreken. Waar ons denken wordt uitgeschakeld, opent zich een nieuwe werkelijkheid, een wereld waarin we oog in oog kunnen staan met het heilige. Het is een wereld waarin de Groene Man en de Groene Vrouw thuis zijn.

Renaissance-afbeeldingen die verband houden met de Groene Man en de Groene Vrouw hebben veel facetten die in ons boek besproken worden. We zullen hier volstaan met enkele voorbeelden.

Terwijl hij aan het koorhek van Chartres werkte, maakte Jehan de Beauce in 1520 een klok die nog steeds op de gevel van de kathedraal te zien is. Voor de fascinerende symboliek van de klok verwijzen we naar ons boek. We wijzen hier slechts op de vrouw op de linkerfoto die naast de wijzerplaat te zien is. Ze heeft vleugels, maar ze is naakt en is dus geen engel, want die werden altijd gekleed afgebeeld. Cupido's werden naakt en meestal met vleugels neergezet, maar een cupido is een jongetje of jongeman en dit wezen heeft borsten. Het is dus een gevleugelde vrouw. Maar ze heeft ook een lange staart en kan dus een draak of demon zijn. Maar op de staart zijn bladeren te zien en de staart eindigt in bladeren en een vrucht of bloem. Dat geeft haar identiteit als Groene Vrouw aan. In haar rechterhand houdt ze een brandende fakkel. Vuur is een transformerend element dat vruchtbaarheid brengt. Die vruchtbaarheid blijkt ook uit de met een slinger omwonden stengels rond de wijzerplaat waarvan op de foto nog een stukje te zien is.

De foto rechtsboven toont een klein gedeelte van het plafond in de Prinsenkapel in de Grote Kerk van Breda. In ons boek gaan we uitgebreid op deze unieke kapel in. Thomas Vincidor da Bologna schilderde in 1530-1533 een reeks fascinerende voorstellingen op het plafond. Het fragment dat we hier zien toont een vurige Groene Man. In elke hand houdt hij een beker waaruit vuur komt. op zijn hoofd draagt hij een schaal met vuur. Zijn onderlichaam bestaat geheel uit stengels en bladeren. Naar links en rechts komt uit deze vegetatie het hoofd van een Groene Man te voorschijn. Naar onderen toe vormt het lijf van de Groene Man een kandelaber. Op het plafond nemen Groene Vrouwen een belangrijke plaats in. Op het aangrenzende paneel zijn twee gevleugelde, vurige Groene Vrouwen afgebeeld als tegenhanger van de twee vurige Groene Mannen op het hier gegeven paneel en het tegenoverliggende paneel. Rechtsboven op de foto is een stukje van een vurige Groene Vrouw te zien. Jazeker, de rest deze fascinerende vrouw is in het boek te zien.

Hiermee zijn de talloze Groene Mannen en Groene Vrouwen uit de renaissance niet meer dan aangestipt. In ons boek vind je hier meer over. Hier volstaan we met het grafmonument voor Guillin Lucas Chanoux in de kathedraal van Amiens, 1605. Een centrale plaats in dit praalgraf neemt bovenstaande Groene Man in.

De renaissance was een glorieuze tijd voor de Groene Man en de Groene Vrouw. In het daarop volgende baroktijdperk hebben ze die positie weten te behouden. Het tiende hoofdstuk van ons boek is aan dit fenomeen gewijd. Barok weet door schrille tegenstellingen te prikkelen tot een innerlijke bewogenheid, waardoor de toeschouwer uit het lood geslagen wordt en gedwongen is zijn of haar eigen plaats in het geheel te bepalen.

De twee foto's hierboven zijn genomen in de kathedraal van Barcelona. De linkerfoto toont een pilaar in een altaarstuk dat in 1688 is gemaakt door de beeldhouwer Joan Roig ter herinnering aan de stichting van de Orde van de MercedariŽrs in Barcelona in 1218. De gedraaide pilaar is typerend voor de barok. Langs de pilaar slingeren zich wijnranken. Over de wijnranken klauteren blote, gevleugelde cupido's. Oorspronkelijk was Cupido het zoontje van de Godin Venus, geŽnt op Eros, de zoon van Aphrodite. Bij de Romeinen vertegenwoordigden cupido's vruchtbaarheid en levenskracht. Ze waren vaak afgebeeld met Bacchus. In de renaissance en barok waren cupido's in feite een heidens element dat in de kerken werd getolereerd als symbool voor vruchtbaarheid. De cupido's op de rechterfoto, afgebeeld in dezelfde kerk, in de kapel van Sint Antonius Abt, lijken uit de vegetatie voort te komen. Vaak gaat het lijf van cupido's in de renaissance en barok over in vegetatie, zodat ze als Groene Cupido's beschouwd kunnen worden.

In Dresden kreeg de barok gestalte onder de bezielende leiding van de Saksische keurvorst August de Sterke (1670-1733) die tevens koning van Polen werd. De beeldhouwer Balthasar Permoser stelde een team van meesterbeeldhouwers samen waarmee hij de Zwinger, de oranjerie van August, herschiep in een barokpaleis waarin vruchtbaarheid en vegetatie de basis vormden van het geordende universum. Groene Mannen en Groene Vrouwen namen een belangrijke plaats in dit universum in, naast saters, de deels als bok afgebeelde volgelingen van Bacchus. De saters werden afgebeeld als herm, met het bovenlichaam van een mens en een onderlijf dat overgaat in een pilaar.

Groene Vrouwen werden in de renaissance en barok vaak afgebeeld met een lijf dat overgaat in vegetatie of voortkomt uit vegetatie. Soms moet worden afgewogen of sprake is van een Groene Vrouw of alleen van een vrouw met bloemen in haar haren en andere vegetatie om haar heen. Er staan nooit bordjes bij dat dit Groene Vrouwen zijn, dus je moet je ogen de kost geven en de afbeeldingen in hun context bekijken.

De drie foto's hierboven tonen jonge vrouwen, afgebeeld door meesterbeeldhouwers die met Permoser samenwerkten. De linkervrouw, in 1717 gemaakt door Paul Egell, is aan alle kanten omringd door bloemen en bladeren. dit is opvallend genoeg, met name in de Zwinger, om haar als Groene Vrouw te zien. Voor de middelste vrouw, eveneens van Egell, geldt hetzelfde. Haar haren gaan over in bloemen. Waar haar schouders en armen zouden moeten zitten, bevinden zich hoorns van overvloed waaruit bloemen komen. Op de plaats van haar lijf zien we een bord waarop bloemen zijn afgebeeld.

De vrouw rechts, in 1718 gemaakt door Christian Kirchner, heeft een extatische blik in de ogen. Haar haren lijken over te gaan in bloemen. Haar schouders gaan over in voor haar borst hangende bladeren. Ook zij is een Groene Vrouw.

Tussen 1745 en 1748 liet Frederik de Grote, de koning van Pruisen, een paleis bouwen bij Potsdam, Sanssouci genaamd. De architect Georg Wenzeslaus von Knobelsdorff maakte ook de afbeeldingen die het paleis moesten verfraaien. Hij liet zich inspireren door de hermen die Permoser dertig jaar eerder had gemaakt voor de Zwinger. Maar Von Knobelsdorff beperkte zich niet tot saters. Hij beeldde ook bacchanten uit, de vrouwen die, net als de saters, het gevolg van Bacchus vormden. Er is veel voor te zeggen om ze als Groene Vrouwen en Groene Mannen te beschouwen. Hun haren gaan over in stengels en bloemen. De pilaar die hun onderlijf vormt, is bedekt met bloemen. Op de pilaar van de linkersater zijn wijnranken en een wijnbeter te zien. Op de pilaar van de linkerbaccante zien we een Groene Man, met stengels en bloemen die uit zijn mond komen. Wijnranken bedekken de pilaar van de rechterbacchante. Op de schoot van de rechtersater is een ramskop met horens te zien. Het is een herinnering aan de dierlijke oorsprong van de sater zelf: half mens en half bok.

Er wordt vaak gezegd dat de Groene Man alleen werd afgebeeld door roomskatholieken en dat protestanten zich hiervan hebben afgekeerd. In het hoofdstuk over de renaissance laten we zien dat vanaf 1520 veel boeken van protestanten, onder wie Maarten Luther, zijn gepubliceerd met Groene Mannen en Groene Vrouwen op de omslag. Ook in de 17e eeuw werden Groene Mannen nog wel afgebeeld door protestanten. In 1690 werd in de Grote Kerk in Zwolle een nieuwe consistorie gebouwd in barokstijl. Op de eikenhouten trap naar de consistorie werden vier Groene Mannen uitgesneden. Hiervan vind je er twee op deze site, onderaan de pagina Onze Boeken. Twee andere Groene Mannen werden in 1691 in de consistorie afgebeeld onder een schilderij van Hendrick ten Oever met vijf Zwolse predikanten. Klik op de foto hierboven om het schilderij erbij te zien.

Groene Mannen en Groene Vrouwen kunnen worden gezien op vele gevels van huizen in barokstijl. Als voorbeeld laten we hierboven twee Groene Vrouwen zien die te vinden zijn aan de Herengracht in Amsterdam.

Barok is niet altijd een overladen en verguld spektakel. Barok kan vele uitingsvormen aannemen. De Groene Man en de Groene Vrouw hebben zich in deze periode van hun beste kant laten zien. Soms kan de Groene Man er wat woest uitzien, zoals op bovenstaande foto van een stoel in de Officina di Santa Maria Novella in Florence, maar demonische trekken heeft hij vrijwel nooit. De Officina (apotheek) is in 1612 gebouwd. De stoel dateert waarschijnlijk uit 1650-1680. De kleine vleugels aan weerskanten van het hoofd zijn typerend voor de Groene Man in de barokperiode.

Er wordt vaak gezegd dat de kunststromingen van de 19e eeuw niets anders zijn dan een nabootsing van oudere stijlen. In zekere zin is dat waar, maar dat betekent niet dat de Groene Man en de Groene Vrouw hun vitaliteit verloren of van het toneel verdwenen. Ze deden wat ze vanaf de Romeinse tijd hadden gedaan: ze pasten zich aan bij de nieuwe omstandigheden. De opleving van de gotische stijl in de neogotiek bracht ook een wedergeboorte van de gotische Groene Man en Groene Vrouw met zich mee. Bovenaan deze pagina hebben we laten zien hoe Pierre Cuypers de gotische stijl gebruikte om zijn Groene Mannen en Groene Vrouwen vorm te geven.

In hoofdstuk 11 van ons boek beschrijven we welke rol de verschillende neostijlen hebben vervuld in de 19e eeuw en hoe de Groene Man en de Groene Vrouw hierin pasten.

Naast de neogotiek heeft de neorenaissance vorm gegeven aan het uiterlijk van de Groene man en de Groene Vrouw. Hierbij werd teruggegrepen op de renaissance, maar soms ook op de oudheid zelf. De foto linksboven toont de Godin Minerva in de zuilenrij van Tiberias in Aphrodisias in AnatoliŽ, gemaakt in 14-37 na chr. In de zuilenrij werden de hoofden van verschillende godheden met elkaar verbonden door festoenen met vruchten. Daarmee werd in dit geval Minerva door de Romeinen geŽerd als Groene Vrouw. In hoofdstuk 5 van ons boek beschrijven we deze zuilenrij.

In 1891 ontwierp Eugen Heinrich Gugel, hoogleraar in de bouwkunde in Delft, een nieuw gebouw op het Domplein voor de Utrechtse universiteit. Op de twee pilaren bij de ingang van het gebouw beeldde Gugel Minerva op vrijwel identieke manier uit als Groene Vrouw. Op de gevel van het gebouw zijn verschillende Groene Mannen en Groene Vrouwen te vinden

Neogotiek en neorenaissance zijn de twee belangrijkste pijlers waarop de Groene Man en de Groene Vrouw in de 19e eeuw konden rusten. Een derde pijler was neobarok. In hoofdstuk 11 geven we hier vele voorbeelden van.

Soms werden verschillende stijlen vermengd en dan spreken we van eclectisme. Vaak komt eclecticisme slordig of ongefundeerd over, maar soms kun je er juweeltjes tussen vinden. Een voorbeeld hiervan is de Groene Vrouw op een kapiteel in de Kunsthal (MŁcsarnok)die Albert Schickedanz in 1895 ontwierp in Boedapest. Wat een jurk lijkt, is in feite het in vegetatie overgaande onderlijf van de vrouw.

Het eind van de 19e eeuw bracht als kunststroming de art nouveau (jugendstil). Het is de laatste keer dat de Groene Man en de Groene Vrouw zich hebben aangepast aan een nieuwe stijl. De Groene Man linksonder is te vinden op een jugendstilhuis uit 1904 in Hamelen.

In Barcelona werd de art nouveau aangeduid als Modernista. Met name de Groene Vrouw is hierin vaak te vinden, zoals in de foto rechtsonder.

In de stijlen en kunststromingen die na de Eerste Wereldoorlog zijn uitgewerkt, was voor de Groene Man en Groene Vrouw geen plaats. Of ze zullen terugkeren? De tijd zal het leren.

Dit boek is het resultaat van ruim twintig jaar onderzoek naar de Groene Man en de Groene vrouw in literatuur, musea, talloze opgravingen, heiligdommen, kerken en openbare gebouwen in heel Europa en het Nabije Oosten. We beschrijven hun verschijningsvormen vanaf de steentijd tot de 21e eeuw. We geven ook een interpretatie van dit verschijnsel, dat door de eeuwen heen door kerkelijke en wereldlijke leiders is getolereerd en zelfs gestimuleerd. Het boek is rijk geÔllustreerd met relevante afbeeldingen, andere foto's dan hierboven zijn gegeven. Deze pagina is niet meer dan een tipje van de sluier. De rest onthullen we in het boek.

Als aanvulling op het boek hebben we een groot artikel gemaakt waarin de plaats van de Groene Man, de Groene Vrouw en andere Groene Wezens in het Vaticaan uit de doeken wordt gedaan. Hoewel de afbeeldingen voor iedereen te zien zijn in de Vaticaanse Musea, is er, voorzover wij weten, nooit eerder aandacht besteed aan dit onderwerp. We bezochten de Vaticaanse Musea in maart 2011, toen ons boek al zo goed als voltooid was. De honderden foto's die Joke bij die gelegenheid heeft gemaakt, zijn daarom niet in het boek verwerkt. Om het stuk te bekijken, kun je hier klikken.

Je kunt het boek bestellen door hier te klikken.