Het Mysterie van Madoc

Ko Lankester; 230 pag; prijs Ä 17,95
Uitgeverij Free Musketeers, 2014
ISBN 978 90 484 32646)

ZoŽ en Varda beschikken over magische krachten, waarmee ze er zelfs in slagen in de onderwereld door te dringen. Serena, het wezen dat over de onderwereld heerst, kan de vrouwen gebruiken om Sarkas, haar partner, in bedwang te houden, maar uiteindelijk is ze bereid de vrouwen weer te laten gaan. Daarbij blijken tijd en ruimte hun eigen wetten te volgen. De vrouwen komen zowel in de 9e als in de 19e eeuw terecht, waar ze als elkaars dubbelgangers, los van elkaar, bestaan.

De roman Het mysterie van Madoc is een vervolg op Het mysterie van Wereldstad (uitgegeven door Free Musketeers), maar heeft een eigen thematiek en kan los van dit boek gelezen worden. Het mysterie van Wereldstad is gesitueerd in de 19e eeuw. Het mysterie van Madoc speelt zich deels af in de periode 841-855 en deels in 1842-1847. Elk hoofdstuk begint in de 9e eeuw en pakt dan de verhaallijn van de 19e eeuw op. Geleidelijk aan worden de twee verhaallijnen met elkaar verweven als de hoofdpersonen zich, in trance of met gedachtekracht, door de tijd verplaatsen.

De gebeurtenissen in de 9e eeuw spelen zich af in het Frankische rijk, tegen de achtergrond van de machtsstrijd tussen de broers van keizer Lotharius. ZoŽ en Varda ontmoeten graaf Elfried van Madoc. ZoŽ trouwt met Elfried en krijgt twee kinderen van hem, maar Varda botst met Elfried en kiest de kant van Serena als deze zich tegen ZoŽ en Elfried keert. Met hulp van de magische kunsten van ZoŽ ommuurt en versterkt Elfried het dorp bij Madoc, dat ze de naam Wereldstad geven. Tijdens de strijd die ontstaat als Serena de kinderen van ZoŽ ontvoert, ziet ZoŽ zich genoodzaakt Varda te doden. Tegen Serena en Sarkas is ze niet opgewassen, maar een mysterieuze stormwind geeft haar en Elfried de gelegenheid met de kinderen te ontsnappen.

De gebeurtenissen in de 19e eeuw volgen chronologisch op die in Het mysterie van Wereldstad. ZoŽ en Varda hebben, samen met een aantal andere bekenden, onder wie Louise en de spoken Jan en Minette, die ze uit de onderwereld hadden bevrijd, hun intrek genomen in het landhuis van Delia. ZoŽ brengt daar een dochter ter wereld en Louise een tweeling. Varda brengt na vijf jaar een bezoek aan haar huis in het schemergebied tussen de gewone wereld en het dodenrijk. Ze treft daar de dichter-schilder Willem Blake die in trance regelmatig naar de 9e eeuw reist om meer te weten te komen over Serena, Sarkas en de onderwereld over wie hij een geÔllustreerd gedicht aan het maken is. Zijn visioenen komen verrassend overeen met wat ZoŽ en Varda in de onderwereld hebben meegemaakt.. Hij neemt Varda mee op een nieuwe trancereis en daarin zien ze ZoŽ en Elfried van Madoc op een cruciaal moment dat hun kinderen zijn ontvoerd door Serena.

Delia heeft een ontmoeting met Willem Wordsworth die haar vertelt dat ze een personage is in een verhaal dat hij aan het schrijven is. Ze verslijt hem voor gek, maar Wordsworth behoort, net als Blake, tot het schemergebied waarin dichters hun mystieke visioenen plaatsen. Mijn roman is gesitueerd in datzelfde schemergebied waarin niets is wat het lijkt te zijn.

Niet ver van haar huis komt Delia (in 1847) de muzikanten Jan Keats en Percy Shelley tegen met een dertienjarig meisje, Elfrida. Keats en Shelley waren erbij aanwezig toen kasteel Madoc op 12 april 855 werd aangevallen door Serena en verschillende roverbendes. Elfrida is de dochter van ZoŽ en Elfried van Madoc. Keats en Shelley probeerden te verhinderen dat Serena het meisje zou meenemen. Ze weten niet hoe ze in een andere tijd terechtgekomen zijn. Pas tegen het eind van het boek zal dat duidelijk worden.

De roman kan op verschillende niveaus gelezen worden. Van het eerste tot de laatste hoofdstuk worden de gebeurtenissen in de 9e eeuw en die in de 19e eeuw strikt chronologisch beschreven. Elke paragraaf is gedateerd en de lezer kan dus het tijdsverloop in beide eeuwen op de voet volgen. De roman kan worden gelezen als een spannend verhaal waarin de gebeurtenissen door het spelen met tijd en ruimte vaak een verrassende wending nemen. Zo neemt Willem Wordsworth op 15 juli 1847 Delia in trance mee naar een gebeurtenis op 21 maart 848 die in de verhaallijn van de 9e eeuw nog niet aan de orde is en later in het boek daar pas opgepakt wordt. Tegelijk zijn de gebeurtenissen een dichterlijke weergave van de werkelijkheid. Zo is Serena een van de hoofdpersonen in het boek en tegelijk een personage in een boek dat Willem Blake aan het schrijven is. En Willem Wordsworth vertelt Delia, zoals gezegd, dat ze een personage is in zijn boek. Het wegvallen van de grens tussen werkelijkheid en fictie schept een eigen realiteit, die tegelijk een mysterie is, het mysterie van Madoc.

Op de cover is afgebeeld de Glyconslang, een Slangengod die in de eerste eeuw v. Chr. werd vereerd in MacedoniŽ en Griekenland. In de eerste eeuwen van onze jaartelling verspreidde de cultus zich over delen van het Romeinse rijk. De door Joke Lankester gemaakte foto toont de Glyconslang in het Archeologisch Museum van Constantza, RoemeniŽ. Het beeld dateert uit de tweede eeuw na Chr. en is gevonden bij opgravingen in de Grieks-Romeinse stad Tomis. De Glyconslang werd verbonden met vruchtbaarheid en voortplanting.

Je kunt het boek bestellen door hier te klikken.