De Groene Man en de Groene Vrouw in Villa d'Este

In 2006 bezochten we tijdens een rondreis door Italië Villa d'Este in Tivoli. Omdat we destijds veel te weinig tijd hadden om de vele honderden Groene Mannen, Groene Vrouwen en andere Groene Wezens goed te bekijken en te fotograferen, wilden we graag de Villa nog een keer bezichtigen en dat hebben we in oktober 2013 gedaan. Ditmaal heeft Joke veel prachtige foto's gemaakt, genoeg om er een apart artikel aan te wijden en dat doe ik bij deze. Klik op de foto's voor een vergroting.

Ippolito d'Este was de tweede zoon van Alfonso I, de hertog van Ferrara, en Lucretia Borgia, een dochter van paus Alexander VI. In 1536 werd Ippolito naar het Franse hof uitgezonden en de bescherming van de Franse koning Francois I gaf hem al snel een vooraanstaande positie. In 1539 werd hij tot kardinaal benoemd en in 1550 tot gouverneur van Tivoli. Het huis van de gouverneur was het klooster naast de kerk Santa Maria Maggiore. Ippolito liet het klooster verbouwen tot villa en liet ook een prachtige tuin met vele fonteinen en waterwerken aanleggen tegen de helling vóór de villa. De villa en de tuin zijn terecht opgenomen in de lijst van Werelderfgoederen van de Unesco.

Ippolito was er stellig van overtuigd dat hij tot paus zou worden benoemd, maar hij werd vijf keer gepasseerd en bleef tot zijn dood kardinaal. Het heeft hem er niet van weerhouden om zijn hele vermogen op te offeren om van de villa en de tuin een weergaloos renaissancemonument te maken. De bescherming van de Franse koning gaf hem veel privileges en inkomsten van in totaal 120.00 scudi per jaar, een enorm bedrag, maar in 1569 had had al bijna twee miljoen scudi uitgegeven en schulden gemaakt die hij niet kon aflossen.

In 1565 werd begonnen de villa op de benedenverdieping met fresco's te verfraaien. Talloze schilders werkten hieraan onder leiding van Federico Zuccari (1540-1609), Girolamo Muziano (1532-1592), Cesare Nebbia (1536-1614) en Durante Alberti (1538-1613). Toen paus Gregorius XIII in 1572 te villa bezocht, was het werk zo goed als voltooid.

Na de dood van Ippolito op 2 december 1572 werden veel van zijn bezittingen verkocht om zijn schulden te betalen. In 1751 werden de laatste beelden en ornamenten weggehaald en naar elders gebracht. In 1796 hebben Franse troepen de villa uitgewoond en meegenomen wat niet vast zat. Sinds 1918 zijn de villa en de tuin verschillende malen gerestaureerd, maar de losse bezittingen zijn nooit teruggekomen. In de hele villa is nog steeds geen enkel meubelstuk of beeld aanwezig, maar dat geeft de bezoeker wel de vrijheid de fresco's op de muren en de plafonds goed te bekijken. Ik zal me tijdens mijn rondleiding door de villa vooral richten op de Groene Mannen, Groene Vrouwen en andere Groene Wezens die in vrijwel alle kamers en zalen te bewonderen zijn, maar dat doet geen afbreuk aan de kwaliteit van de andere fresco's met bijbelse of mythologische voorstellingen.

De Zaal van Kunsten en Ambachten

De fresco's in de 'Sala delle Arti e dei Mestieri' zijn tijdens een restauratie in 1924 gemaakt omdat de oorspronkelijke beschildering niet meer te zien was. In de nis bij het raam zijn echter de 16e eeuwse fresco's bewaard gebleven. De foto linksboven geeft een gevleugelde Groene Vrouw. Haar onderlijf bestaat uit vegetatie die ze met beide handen vasthoudt. Op haar hoofd steken stengels omhoog. Het lijkt een ornament dat met een strik in haar haren is bevestigd. De vrouw maakt een zelfverzekerde indruk. Ze kijkt de toeschouwer recht in de ogen. Haar vleugels zijn gespreid. Houdt ze zich hiermee in de lucht in evenwicht? Of staat ze op het punt weg te vliegen?

Boven de vrouw is in een lunet het hoofd van een man te zien. Zijn grote snor en baard en zijn tulbandachtige, met veren versierde hoofddeksel geven hem het uiterlijk van een Turk. Zijn opengesperde ogen suggereren doodsangst terwijl hij zijn mond wijd opent om te schreeuwen. Is hij zelf bang? Of wil hij angst aanjagen met zijn geschreeuw? En wie wil hij dan de stuipen op het lijf jagen? De Groene Vrouw onder hem? Of de persoon die tegenover hem staat, de bezoeker van de kamer? Symboliseert de man de bedreiging die de Turken in de 16e eeuw vormden? Maar waarom staat er dan eveneens een gevleugelde Groene Vrouw tegenover de bezoeker? De vrouw bevindt zich in het schemergebied tussen deze wereld en een andere realiteit. Bevindt de Turk zich ook in dat schemergebied? Of is hij een realiteit? De afbeelding dwingt de toeschouwer het hier en nu los te laten en op te gaan in het schemergebied waar alles mogelijk is.

In dezelfde nis, aan de andere kant van het raam, bevindt zich een tweede fresco. Zie de foto rechtsboven. Ook hier vinden we een gevleugelde Groene Vrouw die de vegetatie van haar onderlichaam vasthoudt en ook zij kijkt de toeschouwer recht aan en maakt een zelfverzekerde indruk. Haar bruine haren wapperen door de windvlagen die haar opgeheven vleugels maken. Ook boven deze vrouw vinden we een lunet met het hoofd van een man met een snor en een baard. Hij heeft een doek om zijn hoofd geknoopt waarvan de punten onder zijn oren neerhangen. Zijn mond is gesloten en hij kijkt de toeschouwer doordringend aan. Zijn blik zegt: ‘Wie ben je en wat heb je hier te maken?’ Laten we ons door hem afschrikken? Maar om zijn hoofd zien we een krans van twijgen en bladeren. Is hij een Groene Man? Is de gevleugelde vrouw zijn partner? Is hij jaloers op onze aandacht voor haar?

Je kunt niet neutraal blijven als je de tweede fresco bekijkt. Je laat je afschrikken en maakt dat je wegkomt, of je probeert het vertrouwen van de Groene Man en de Groene Vrouw te winnen. Maar dan moet je het hier en nu loslaten en ze ontmoeten in het schemergebied, waar ze thuishoren.

De rustieke fonteinen

Er zijn 3 fonteinen in de ruimte die 'Gang van de Lange Mouw' wordt genoemd. Twee van de fonteinen zijn in 1569 gemaakt door Ludovico de Negri en Andrea Fontanière. Alleen de derde, gemaakt in 1571, heeft twee Groene Vrouwen. Zie de foto links.

De linker vrouw (als je ervoor staat) heeft borsten. De andere niet. Groene Vrouwen werden in de renaissance afgebeeld met benen of zonder benen en dan met een onderlijf dat uit vegetatie bestaat. Een derde vorm is het bovenlichaam van een vrouw, maar een onderlichaam dat bestaat uit een naar beneden smal toelopende pilaar. In dat geval is de vrouw een herm. In de rustieke fontein hebben beide vrouwen alle drie de vormen: een onderlichaam dat uit vegetatie bestaat, daaronder een pilaar die ze als herm kenmerkt. De lijst boven hun hoofd suggereert dat ze als kariatide de constructie dragen. Maar onder de pilaar steken hun voeten uit, wat suggereert dat ze benen hebben.

De vrouwen hebben vleugels en hun armen bestaan uit vegetatie. Een festoen met bladeren en vruchten hangt vóór de pilaar en benadrukt hun band met de vegetatie. Tussen de vrouwen is een nis. De bovenkant van de nis wordt gevormd door een grote schelp, die gewoonlijk met Venus wordt geassocieerd. In de boog boven de nis is het familiewapen van d'Este afgebeeld: twee vakken met elk een witte adelaar, het embleem van de familie, en twee vakken met elk drie Franse lelies, eveneens een embleem van d'Este en van vele andere adelijke families in Europa.

De Zaal van Noach

De fresco's in deze zaal zijn in 1570 en 1571 ontworpen door Girolamo Muziano en uitgevoerd door een groep kunstenaars onder leiding van Durante Alberti. Het middendeel van het plafond (hier niet afgebeeld) is geschilderd door Federico Zuccari. Die fresco stelt voor dat Noach na de zondvloed een verbond sluit met God, die belooft dat er geen nieuwe zondvloed zal komen. Aan deze fresco is de naam van de zaal ontleend, maar het is de enige christelijke voorstelling.

De Winter

De fresco's om het middenpaneel heen vertegenwoordigen de vier jaargetijden. Op bovenstaande foto is de Winter afgebeeld.

In het midden (zie de foto links) zit een oude man met een lange baard, gehuld in een mantel, een kap over zijn hoofd. Hij warmt zijn handen aan een vuur dat in een soort rond altaar brandt.

Aan weerskanten van de oude man is een Groene Vrouw afgebeeld. Een detail met de linker van de twee is bovenaan deze pagina te zien. Een close-up van de tweede is op de foto rechts te zien. De vrouwen hebben een knap gezicht, mooi opgemaakt haar en een kroon. Dit geeft ze een waardige en koninklijke uitstraling, maar ze hebben een lange nek, als een vogel, en onder hun borsten gaat hun lichaam over in acanthusranken die een sierlijke krul maken. Uit de bloem aan het eind van de acanthusranken komt een kleine Groene Draak. Hun achterlijf komt uit de vegetatie. Met hun opengesperde bek maken ze een waakzame en agressieve indruk, maar de Groene Vrouwen kijken onbewogen voor zich uit en lijken niet onder de indruk.

Tussen de linker Groene Vrouw en het brandende altaar komt het hoofd van een Groene Man uit de vegetatie. Zijn ronde hoofddeksel toont zijn verbondenheid met de gewone wereld, maar uit het hoofddeksel groeit een twijg met bladeren, wat aangeeft dat hij toch tot de schemerwereld van de Groene Wezens behoort.

Tussen de rechter Groene Vrouw en de rug van de oude man komt het hoofd van een Groene Vrouw uit de vegetatie te voorschijn. Haar haren zijn met een muts bedekt, maar ook uit haar hoofd komt een stengel met bladeren te voorschijn.

Een z-vormige paarse balk begrenst de linker- en rechterbovenhoek van de voorstelling van de oude man. Dergelijke balken met rechte hoeken komen niet in de natuur voor. Terwijl Groene Wezens de grens tussen mens, dier en vegetatie overschrijden, wordt hier de grens tussen natuur en cultuur getrokken. De wezens zouden we in de natuur kunnen tegenkomen, maar de balken zijn door mensenhanden gemaakt. In de binnenhoek van elke balk is een gevleugelde Groene Vrouw te zien. Hun hoofd en hun bovenlichaam is menselijk, maar hun onderlichaam bestaat uit vegetatie. Op hun hoofd hebben ze een kandelaber waarop Groene Mannen met een maansikkelvormig hoofd te zien zijn. Uit de vegetatie die het onderlichaam van de linker Groene Vrouw vormt, komt het hoofd van een Groene Man met een baard te voorschijn. Uit het onderlichaam van de rechter vrouw groeit het hoofd van een Groene Vrouw, de haren bedekt door een muts. In het midden van de voorstelling, recht boven de oude man, is het hoofd van een Groene Vrouw afgebeeld.

Aan weerskanten van deze middenvoorstelling zijn andere taferelen tegen een witte achtergrond te zien. Op de grond is links zowel als rechts een Groene Man in actie afgebeeld. Zie de foto links voor het rechtertafereel.

Het onderlichaam van de Groene Mannen bestaat uit acanthus en ook op hun hoofd groeien stengels en bladeren. Ze maken een krijgshaftige indruk. In hun ene hand houden ze een schild en in de andere een speer, waarmee ze een grote vogel bedreigen die uit een kandelaber tegenover ze voortkomt. De kandelabers zijn onderdeel van dezelfde vegetatie die ook de krijgers heeft voortgebracht. In feite vechten ze dus met een deel van zichzelf.

Achter elke krijger rijst een kandelaber op met bladachtige vormen. Tegen het lichtbruine gedeelte van beide kandelabers bevindt zich een Groene Vrouw met gespreide vleugels. Ze hebben een lange, vogelachtige nek. Hun naakte bovenlichaam gaat onder de navel over in vegetatie.

Verder naar buiten (zie de overzichtsfoto) gaat de witte achtergrond aan beide zijden over in een vak met een auberginekleurige achtergrond. Onderin elk vak zien we een gevleugelde Groene Vrouw met een lange nek. Onder hun borsten gaat hun lichaam over in vegetatie. Een diadeem of kroon staat op hun hoofd. De rechtervrouw is uitgelicht in de foto rechts.

Boven elke vrouw staat een naakt jongetje of cupido met één voet op een knop. Komt hij uit de knop? Of rust zijn voet er alleen op?

Nog verder naar buiten (zie de overzichtsfoto) begrenzen groene banden een wit vlak. In het midden is een opening tussen de twee helften van elke band. Als een soort wachter is het hoofd van een Groene Man in de opening geplaatst. Hun haren zijn bladeren.

De twee witte vlakken zijn elkaars tegenhanger. In het linker vlak staat een gevleugelde vrouw op een knop. Haar bovenlichaam is naakt. Een groene rok hangt losjes om haar benen. Is ze een Groene Vrouw die helemaal uit de vegetatie te voorschijn is gekomen? In haar rechterhand houdt ze een lange twijg. De knop waarop ze staat, is onderdeel van de vegetatie waaruit rechtsboven een Groene Vogel en een Groene Cupido voortkomen. In haar linkerhand houdt ze een bazuin. In het rechtervlak staat eveneens een vrouw op een knop, gekleed in een lang, geel gewaad. Maar ze is niet gevleugeld. In haar linkerhand houdt ze een bosje twijgen. Ook hier is de knop waarop ze staat onderdeel van de vegetatie waaruit een Groene Vogel en een Groene Cupido voortkomen.

Boven de fresco van de Winter vormt een lunet de verbinding met de centrale afbeelding. Zie bovenstaande foto. In de lunet is het hoofd van een jonge Groene Vrouw afgebeeld. Aan weerskanten van haar hoofd groeit of hangt een festoen waaruit bladeren en knoppen komen. Uit beide uiteinden komt het hoofd van een Groene Man tevoorschijn.

Aan weerskanten van de lunet is een vlak met een witte achtergrond. Uit de punt komt een Groene Man te voorschijn die op een bazuin blaast. Hun onderlichaam bestaat uit vegetatie. Tegenover de Groene Mannen schieten acanthusranken op uit de grond.

De Zomer

De fresco rond de Zomer, op het lange paneel tegenover de Winter, vormt hiervan een tegenhanger die alleen in details afwijkt. De foto rechtsboven toont het middendeel met een vrouw die de Zomer vertegenwoordigt. Ze zit, gekleed in een lange jurk, op korenschoven. In haar linkerhand houdt ze een sikkel, in de rechter een brandende fakkel. Op haar hoofd een krans van korenaren.

Aan weerskanten van de Zomervrouw komt het hoofd van een Groene Vrouw uit acanthusranken te voorschijn. Op hun hoofd dragen ze een schaal met twijgen en gouden appelen.

Daarbuiten zien we aan weerskanten een Groene Vrouw met tegenover zich een Groene Draak. Boven de vrouwen twee andere Groene Vrouwen. Uit de vegetatie die hun onderlichaam vormt, komt het hoofd van een Groene Man, net als in het tafereel rond de Winter.

De foto linksboven toont het tafereel links hiervan, met een Groene Krijger tegenover een Groene Vogel en achter hem een kandelaber met een Groene Vrouw met gespreide vleugels.

De Lente

Op de twee korte panelen in het plafond zijn de Herfst en de Lente (zie bovenstaande foto) afgebeeld. In het midden een jonge vrouw die de Lente vertegenwoordigt. Ze zit op een plant die uit de knop onder haar groeit. Wat ze in haar hand houdt is niet goed te zien. Waarschijnlijk een schaal met bloemen.

Tegen een witte achtergrond zijn links en rechts veel Groene Wezens afgebeeld. Direct onder de Lente zien we het hoofd van een Groene Man. Vegetatie groeit uit zijn baard en op zijn hoofd. Aan weerskanten van zijn hoofd zijn kleine vleugels te zien. In de renaissance werden Groene Mannen wel vaker met deze vleugels op hun hoofd afgebeeld.

Boven de Lente is het hoofd van een Groene Vrouw te zien. Haar gezicht is omringd door bladeren.

Aan weerskanten van de Groene Man onder de Lente ligt een Groene Sfinx. Ze hebben het hoofd van een vrouw en het lichaam van een leeuw. Vrijwel alle vegetatie met een witte achtergrond komt uit deze sfinxen voort. Hun staarten gaan over in vegetatie waaruit kandelabers komen. Op hun hoofd groeit vegetatie waaruit eveneens een kandelaber ontstaat.

Uit de kandelabers op het hoofd van de sfinxen (zie de overzichtsfoto) komen Groene Vrouwen voort. Hun gespreide vleugels en borsten zijn zichtbaar. Daaronder is hun lijf onderdeel van de kandelaber.

De foto rechts is een detail van de kandelaber die uit de staart van de rechtersfinx komt. De kandelaber vormt een daklijst waaraan edelstenen aan een draadje hangen. Boven de daklijst is het hoofd van een Groene Vrouw te zien. Haar enorme kroon wordt omzoomd door bladeren. Midden boven het hoofd van de vrouw is een twijg te zien met daaraan een gouden appel. De twijg kan uit haar hoofd groeien of op haar kroon zijn afgebeeld. In beide gevallen wordt ze als beschermvrouwe van de gouden appelen voorgesteld. Gouden appelen groeien aan een boompje dat onderdeel is van de vegetatie die de staart van de sfinx vormt.

Links van de gekroonde Groene Vrouw is een Groene Vogel kennelijk nog bezig de edelstenen op te hangen. De veren op zijn kop gaan over in stengels. De vogels die door de Groene Krijgers worden bedreigd, zien er net zo uit. Rechts van de gekroonde vrouw staat een wierookvat waaruit rook opstijgt. Kennelijk wordt de wierook ter ere van de gekroonde Groene Vrouw gebrand.

Links en rechts van de voorstelling van de Lente (zie overzichtsfoto) is een kandelaber afgebeeld tegen een witte achtergrond. Twee gevleugelde Groene Vrouwen maken onderdeel uit van elke kandelaber.

Boven de rechthoekige voorstelling van de Lente is een lunet te zien met een witte achtergrond. Centraal in de lunet staat een allegorische voorstelling van Matigheid. Een vrouw giet water of wijn uit een kelk in een kan.

In de witte band binnen de lunet zijn zes kandelabers afgebeeld. Uit twee van deze kandelabers komt het hoofd van een Groene Man. Uit de andere vier groeit een boompje met een gouden appel.

In het midden van de buitenste boog van de lunet is een Groene Vrouw afgebeeld met gespreide vleugels. Haar bovenlichaam is dat van een vrouw, maar haar onderlichaam bestaat uit vegetatie. Op haar hoofd een kandelaber met veel vruchten en bloemen.

Aan de zijkanten van bovenstaande foto is de kandelaber te zien die in elke hoek van het plafond is afgebeeld. Op de foto links is de linkerkandelaber afgebeeld. Onderaan is het wapen van d'Este te zien, verdeeld in vier kwadranten met linksonder en rechtsboven de Este-adelaar, rechtsonder en linksboven drie Franse lelies. Boven deze cikel het hoofd van een Groene Man en daarboven de kardinaalshoed van Ippolito. Onderaan de cirkel het hoofd van een andere Groene Man. Aan weerskanten van het wapen is een cupido met een bazuin en een Groene Vrouw afgebeeld.

Hoger in de kandelaber het hoofd van een Groene Vrouw op een gevleugeld voetstuk. Daarboven de Este-adelaar op een nest met de gouden appelen die Hercules van de Hesperiden stal en die nu door Ippolito d'Este worden beheerd.

De Herfst

Bovenstaande foto's tonen het andere korte paneel, met de Herfst, tegenover de Lente. De voorstelling is een tegenhanger van die in de Lente, met vergelijkbare details. Alleen vinden we hier Bacchus (zie de rechterfoto), gezeten op een wijnrank die uit de knop onder hem groeit. In zijn rechterhand houdt de God een kelk met wijn, in de linker een tros druiven. Al bij de Grieken en Romeinen werd Dionysos/Bacchus met de Herfst geassocieerd en in de renaissance werd dit overgenomen.

In de lunet boven de Herfst is een personificatie van Voorzichtigheid (Prudentia) te zien. Een vrouw houdt een slang in haar linkerhand en een spiegel in de rechter. Aan de muur van deze zaal is Prudentia eveneens afgebeeld.

De Tweede Tiburtijnse Zaal

Tibur was de oude naam die de Sabijnen aan Tivoli hadden gegeven. Deze zaal laat, net als de ernaast gelegeven Eerste Tiburtijnse Zaal, de glorie van Tivoli en van Villa d'Este zien. De fresco’s zijn van een team schilders onder leiding van Cesare Nebbia, in 1568 en 1569 gemaakt. Onder zijn assistenten waren Matteo de Lecce, Palma de Jongere en Gaspare Gasparini.

Het thema van de fresco’s betreft de Tiburtijnse Sibille. Volgens de Griekse mythen, die door de Romeinen werden nagevolgd, voedde Ina de jonge Bacchus op en hielp hem te ontsnappen aan de wraak van Juno (Hera), de echtgenote van Jupiter (Zeus), die jaloers was op het buitenechtelijke kind dat Jupiter bij zijn minnares Semele had verwekt. Als straf sloeg Juno Atamante, de echtgenoot van Ino, met waanzin, zodat hij zijn kinderen en Ino wilde vermoorden. Om Ino te helpen aan Atamante te ontsnappen, veranderden Venus en Neptunus Ino in Leucothea ('de Witte Godin'). Toen ze in Italië kwam met haar zoon Portumnus, nam ze de naam Sibille Albunea aan, maar meestal wordt ze de Tiburtijnse Sibelle genoemd. In Tivoli werd de Tiburtijnse Sibille soms gelijkgesteld aan de Godin Mater Matuta, ook wel Aurora genoemd, verbonden met vruchtbaarheid en het graan.

De foto rechts toont Venus en Neptunus die Ino hebben gered. Venus staat op een wagen in de vorm van een schelp, getrokken door een dolfijn. Rechts twee zeepaarden, half mens, half paard. Op de rug van een van de paarden zitten drie kinderen. Op hun hoofd een krans van bladeren. Een van de kinderen houdt een bosje riet in de hand. De meest linkse van de kinderen heeft een onderlichaam dat uit bladeren bestaat. Neptunus zit op een dolfijn, geleund op zijn drietand.

De foto linksboven toont de verering van Mater Matuta en haar zoon Portumnus. Op een altaar wordt een dier geofferd aan de Godin. Op de zijkanten van het altaar zijn gevleugelde vrouwen als herm afgebeeld en meer naar onderen sfinxen. Op de hoeken van de lijst om de voorstelling heen zijn de hoofden van Groene Mannen te zien. Hun baard gaat over in bladeren. Midden boven is een Groene Vrouw afgebeeld, maar op de foto is alleen een deel te zien van de bladeren die aan weerskanten van haar hoofd hangen. Midden onder (niet op de foto te zien) is het hoofd van een Groene Man afgebeeld met bladeren die uit zijn haren en zijn baard groeien.

Links en rechts van de grote fresco op de linkerfoto zijn rechthoekige afbeeldingen (alleen de linker is hier te zien) die onder en boven het hoofd van een Groene Man laten zien.

De foto rechtsboven toont Mater Matuta als brongodin. De bron wordt gesymboliseerd door de vaas onder haar rechtervoet waaruit water stroomt. Op haar hoofd een krans van bladeren. Met haar rechterarm houdt ze haar zoon Portumnus vast en ook hij heeft een krans in het haar. Bokken en geiten springen naar haar op en zien in haar hun meesteres. Links zit een naakte herder op de grond, kennelijk de hoeder van de geiten en bokken. In zijn linkerhand houdt hij een hoorn van overvloed, gevuld met bladeren en gouden appels. Met zijn rechterhand houdt hij zijn gebogen herdersstaf vast. Onder zijn rechterarm ligt een kruik waaruit water stroomt. De herder personifieert de Aniene. Het water van deze rivier is vanaf de 16e eeuw gebruikt om de watervallen van Villa d’Este van water te voorzien.

Het is duidelijk dat Ippolito met deze afbeeldingen hoog spel speelde. Hoewel hij nooit is beschuldigd van ketterij of het vereren van afgoden, had dat gemakkelijk kunnen gebeuren. Het was in de renaissance algemeen gebruik om de heidense sibillen af te beelden in een christelijke context, met als rechtvaardiging dat ze de komst van Christus zouden hebben aangekondigd. Zo werden ze in de Sint Pieter in Rome en andere belangrijke kerken en kathedralen afgebeeld. Maar nergens werd een sibille als Godin vereerd en dat is in Villa d'Este wel degelijk het geval.

De fresco's van de sibille zijn bovendien omringd door Groene Mannen en Groene Vrouwen. Op de foto rechtsboven is aan de onderkant hier net nog iets van te zien. In het midden is het hoofd afgebeeld van een wezen met slagtanden en een grote snor, die de toeschouwer met opengesperde ogen strak aankijkt. Zijn kop is bedekt met een groene helm of eierschaal. Hij wordt geflankeerd door twee gevleugelde Groene Vrouwen. Hun onderlichaam (niet op de foto te zien) bestaat uit vegetatie. Aan weerskanten hiervan is een fresco met een donkerbruine achtergrond. Beide fresco's worden gevuld door een gevleugelde Groene Vrouw en de vegetatie die hun onderlichaam vormt.

Iets hoger dan de afbeelding van de Tiburtijnse Sibille als Brongodin vinden we in bovenstaande foto het centrale paneel, met de triomf van Apollo. De God neemt hier de gedaante aan van de Zonnegod in zijn door vier paarden getrokken wagen. Links en rechts van deze voorstelling is het hoofd van de Groene Man afgebeeld. Zijn haren en baard gaan over in acanthusranken die sierlijke krullen vormen waaruit bloemen en vruchten voortkomen. Boven de hoofden van deze Groene Mannen zijn gouden appelen te zien.

De voorstelling met Apollo is geplaatst binnen een kader met schelpen en op de hoeken een Este-adelaar. Hierbuiten beginnen de panelen naar de vier muren toe. Op elk van deze panelen is het hoofd afgebeeld van twee Groene Mannen in een kader met een donkere achtergrond. De voorstelling van Apollo wordt dus ingesloten door tien Groene Mannen.

Ook in de hoeken naar het plafond toe zijn veel Groene Wezens te vinden.

De foto rechtsboven geeft een van deze hoeken. Onder het baldakijn het wapen van d’Este: twee witte adelaars en twee kwadranten met elk drie Franse lelies, met daarboven de kardinaalshoed van Ippolito.

Aan weerskanten van het schild een gevleugelde Groene Vrouw. Hun onderlichaam bestaat uit vegetatie.

Links en rechts van de kardinaalshoed zien we een kleine Groene Vrouw. Hun onderlichaam bestaat uit vegetatie die het hele vak tot aan de hoed vult.

Meer naar onderen aan beide zijden een voorstelling tegen een oranje achtergrond. In de buitenhoeken is het maansikkelvormige hoofd van een Groene Man te zien tegenover een paard. Het zijn witte paarden, maar toch ook Groene Paarden, want hun staart gaat over in vegetatie.

In de andere hoeken van het plafond zijn vergelijkbare voorstellingen te vinden. De foto linksboven zoemt op een andere hoek van de zaal op deze details in. Boven de sikkelvormige Groene Man is hier een Groene Vrouw afgebeeld. Haar onderlichaam bestaat uit vegetatie. Op haar hoofd houdt ze een vaas met twijgen en een gouden appel.

De foto links geeft een vergelijkbare afbeelding uit een andere hoek van de zaal.

De onderkant van de hoeken in deze zaal wordt gevormd door twee stroken met een donkere achtergrond. Aan beide uiteinden zit een Groene Vrouw. De vegetatie van haar onderlichaam vult de hele strook. Op de foto rechtsboven is de linker Groene Vrouw te zien; de rechter valt buiten de foto.

De Eerste Tiburtijnse Zaal

In de Eerste Tiburtijnse Zaal, gemaakt in dezelfde tijd en door dezelfde kunstenaars als de Tweede Tiburtijnse Zaal, zijn eveneens veel Groene Mannen, gevleugelde Groene Vrouwen, Groene Paarden en andere Groene Wezens te vinden, maar ik wil volstaan met een van de vier hoeken in het plafond.

In het midden zien we een Groene Man. Zijn onderlichaam bestaat uit vegetatie. Zo te zien is hij blind, of de fresco is op de plaats van zijn ogen beschadigd.

Aan weerskanten van hem bevindt zich een gevleugelde Groene Vrouw. Ze hebben blonde haren en een krans met bladeren om hun hoofd. Ze kijken peinzend voor zich uit.

Hun onderlichaam bestaat uit groene vegetatie die in mooie krullen eindigt. De vrouwen hebben geen armen, alleen vleugels.

De Groene Man heeft vertrouwelijk een arm om beide vrouwen heen geslagen. Ze vormen een hecht en harmonieus geheel.

Buiten de Groene Vrouwen is op briljante wijze aan beide zijden het hoofd van een man met een baard verwerkt in een rol.

De Zaal van de Fontein

De fresco's in deze zaal, genoemd naar een fontein aan een van de muren, zijn gemaakt tussen 1565 en 1570 door een team onder leiding van Girolamo Muziano.

Bovenstaande foto toont een deel van het plafond boven een van de wanden in de Zaal van de Fontein. Midden onder is het hoofd van een Groene Man te zien. Aan weerskanten hiervan een Groene Sfinx. Hun staarten gaan over in vegetatie. Tegenover elke sfinx een sater met puntoren. Meer naar links nog een andere Groene Sfinx.

In de ovale fresco daarboven is Pluto, de God van de onderwereld, afgebeeld in een wagen getrokken door twee paarden. In de rand rond de voorstelling gezichten van Groene Mannen of Groene Vrouwen. Langs de buitenrand nog acht Groene Vrouwen. Op de foto van de tegenoverliggende wand (zie onder) is dit beter te zien. Bovenaan de rand rond de voorstelling is het hoofd van een Groene Man afgebeeld. Daar weer boven een gevleugelde Groene Vrouw met een onderlichaam dat uit vegetatie bestaat.

Onder de ovale fresco een kleine ronde fresco waarin Pluto Proserpina (Kore) ontvoert en naar de onderwereld brengt.

Links hiervan, tegen een witte achtergrond, een gevleugelde Groene man, beter te zien op de foto rechts. Zijn onderlichaam bestaat uit acanthusbladeren. Tegenover hem een Groene Sfinx. Haar staart gaat over in acanthusbladeren. Haar haren zijn gevlochten in een staart. Een groene band zit om haar voorhoofd. Om haar nek een andere groene band, met een bladvormige onderkant.

Linksonder in het witte vlak (zie de overzichtsfoto) zien we een Groene Man met een onderlichaam dat uit vegetatie bestaat. Naast hem knielt een vrouw voor een andere vrouw of Godin die op een voetstuk staat. De palmtak in haar linkerhand wijst op Victoria/Nike, maar in haar rechterhand heeft ze een speer of staf.

Boven de Godin een kandelaber met de witte adelaars van d’Este en links een Groene Leeuw. Bovenop de kandelaber een jongetje met een fakkel. Rechtsboven Mercurius met zijn gevleugelde sandalen.

Onderaan het rechterdeel van de fresco met een witte achtergrond zitten twee Groene Sfinxen aan weerskanten van een kandelaber. Wat hoger in de kandelaber het hoofd van een vrouw, gehuld in witte doeken.

Rechts van het witte vlak een rechthoekige fresco met twee kariatiden aan weerskanten. De fresco laat een offer aan Apollo zien, maar een soortgelijke voorstelling op de tegenoverliggende muur is beter te zien op onderstaande foto.

De centrale fresco toont een offer aan Bacchus. Linksboven staat een beeld van de God op een hoog voetstuk. De God is naakt en drinkt uit een kelk die hij in zijn rechterhand houdt. Aan zijn voeten zit een naar hem opkijkende panter. Drie mannen offeren een ram aan de God. De rechter man houdt met zijn rechterhand het dier vast. In de linker houdt hij een offermes gereed. De linker man legt een krans of twijg bij het beeld van de God. De middelste man kijkt toe.

Achter de mannen, op een hoog voetstuk, een kolossaal hoofd van de God, een krans van klimop in het haar. De heuvel op de achtergrond geeft het oude Tivoli en Villa d’Este. Rechts zitten twee saters met bokkenpoten op een grote mand. Boven deze voorstelling is in rolwerk de kop van een ram met lange horens te zien. Hierboven houden twee naakte mannen een bord met een Frans lelie, symbool voor d’Este, vast, uitgestrekt in een overvloed aan vruchten, terwijl twee cupido’s toekijken.

Aan weerskanten van deze fresco twee hermen, die teven als kariatide fungeren. De twee binnenste zijn gehoornde Groene Mannen. Ze hebben kleine vleugels aan de zijkanten van hun hoofd. Hun bovenlichaam vormt aan de zijkanten rolwerk op de plaats van de schouders. In plaats van armen hebben ze links en rechts een stengel die naar beneden knoppen en vruchten vormt. De linker- en rechterarm worden verbonden door een festoen van vruchten die eindigt in een groot blad.

Aan weerskanten van deze frontaal weergegeven Groene Mannen bevinden zich, in profiel, andere wezens. Ze hebben een snor en baard, maar ook borsten. Ze hebben vleugels en een lange nek, als vogels. Hun onderlichaam is een pilaar.

De fresco met een witte achtergrond op bovenstaande foto is een tegenhanger van die op de eerder gegeven muur. Ook hier sfinxen aan weerskanten van de voet van een kandelaber. De rechter kandelaber eindigt met het hoofd van een Groene Vrouw. Uit haar kruin komt een stengel met een grote zonnebloem.

Rechts van deze Groene Vrouw zien we Victoria/Nike die in haar linkerhand een lauwerkrans omhooghoudt. In de andere hand de palmtak die ze vrijwel altijd bij zich heeft.

Op de muur met de fresco van Pluto is ook bovenstaande afbeelding te vinden. Een ovale fresco toont Neptunus in zijn door vier zeepaarden getrokken wagen. In zijn opgeheven rechterhand houdt hij zijn drietand. In een rand met groene achtergrond rond dit tafereel zijn 21 hoofden van Groene Vrouwen of Groene Mannen afgebeeld. Om en om is er steeds een hoofd en een knop te zien, wat suggereert dat de hoofden eveneens uit knoppen zijn gekomen. Rond sommige hoofden is de vegetatie duidelijk te zien.

Boven de ovale voorstelling zijn de hoofden van acht Groene Vrouwen te zien. Elk hoofd is gevat in een kader van bladeren en bovenop elk hoofd groeit een stengel met een bloem.

Rechts onder de ovale fresco met Neptunus zien we een Groene Sfinx met een kandelaber op haar hoofd. Op de foto rechtsboven is deze sfinx beter te zien. Haar staart eindigt in vegetatie. Tegenover haar zweeft een Groene Man. Zijn onderlichaam bestaat uit vegetatie. Rond zijn hoofddeksel is een lauwerkrans. Hij legt zijn rechterhand vertrouwelijk op de rechtervoorpoot van de sfinx. In zijn linkerhand houdt hij een takje met bloemen en vruchten, dat hij haar lijkt aan te bieden.

Meer naar rechts op dezelfde muur (zie foto linksboven) is Nike met haar palmtak afgebeeld. Een oude man met een lange baard knielt bij haar en lijkt iets van haar te vragen. Achter hem is een Groene Man te zien. Zijn onderlichaam bestaat uit vegetatie die eindigt in een voluut die hij met beide handen beetpakt. Op zijn hoofd zijn kleine vleugels te zien.

De foto rechtsboven is genomen links van de ovale voorstelling met Neptunus. Ook daar bevindt zich een rechthoekige fresco met een Groene Man en een vogelachtig wezen aan weerskanten ervan. Links op de foto is dit vogelachtige wezen nog net te zien. Rechts daarvan in profiel een wezen dat een baard heeft, maar ook vleugels, horens en een lange nek. Zijn benen eindigen in de poten van een paard. Hij is onderdeel van een kandelaber met onder en boven zich vegetatie en kan dus wel gezien worden als een Groen Wezen. Rechts op de foto zijn nog net twee gevleugelde Groene Vrouwen te zien.

Het bovenstaande is maar een onderdeel van de Zaal van de Fontein. Er zijn veel meer Groene Wezens te bewonderen, maar we gaan verder naar de volgende zaal.

De Zaal van Hercules

Ippolito d'Este zag Hercules als zijn grote voorbeeld. Zijn voorouders beweerden zelfs dat Herculus de stamvader van het geslacht zou zijn, dus hij verkeerde in goed gezelschap. Op verschillende plaatsen in de villa werden de heldendaden van Hercules breed uitgemeten. Met name het stelen van de gouden appelen van de Hesperiden spral Ippolito aan en hij zag zichzelf als de bewaarder van deze schatten, die hij overal in de villa liet afbeelden.

Maar Hercules was voor Ippolito meer dan een held. Na het volbrengen van de twaalf werken werd Herculesop de Olympos binnengehaald en daar als een God vereerd. De centrale fresco in het plafond van de naar Hercules genoemde zaal toont deze vergoddelijking. Hercules zit links, op de rug gezien, leunend op zijn knuppel, de huid van de nemeïsche leeuw om zijn middel geknoopt. Rechts zit Jupiter (Zeus) met zijn adelaar. De Oppergod laat zijn rechtervoet achteloos op de aardbol rusten. Aan de linkerkant van Jupiter zit zijn echtgenote Juno (Hera). Aan zijn rechterhand zit de Zeegod Neptunus met zijn drietand. Achter Jupiter zien we Luna (Selene), met de maan op haar voorhoofd, de Graangodin Ceres (Demeter), met graanhalmen in haar haar, en Minerva (Athena) met haar helm, harnas en speer. Tussen Jupiter en Hercules staat Venus (Aphrodite)met ontbloot bovenlijf en haar zoon, de gevleugelde Cupido (Amor). Achter Venus zien we de Oorlogsgod Mars (Ares) met zijn helm, schild en speer. Tussen Hercules en Mars zien we het hoofd van de Wijngod Bacchus (Dionysos) met wijnranken en druiventrossen in zijn haar.

De fresco benadrukt de goddelijkheid van de door Ippolito vereerde Hercules. Opnieuw speelt hij met vuur en komt ermee weg. Mythologische voorstellingen konden immers altijd gebruikt worden zonder dat iemand het risico liep van heidense sympatieën beschuldigd te worden. Wat verder opvalt in deze fresco is dat Groene Mannen en Groene Vrouwen ook worden geassocieerd met deze hemelse taferelen. Dat Ceres en Bacchus met vegetatie in hun haren worden afgebeeld is normaal, maar ook Hercules heeft een krans om zijn hoofd. Het zal een lauwerkrans zijn om zijn overwinningen te vieren, maar op de voorgrond is een man afgebeeld wiens enige kleding de stengel om zijn middel is. Wie het is, is niet duidelijk. Waarschijnlijk vertegenwoordigt hij de mens Hercules, vóór zijn vergoddelijking, afwachtend naar Jupiter kijkend. De vergoddelijkte Hercules heeft meer belangstelling voor de blonde vrouw naast hem dan voor Jupiter.

De belangrijkste koppeling van Hercules en de andere Goden en Godinnen aan Groene Wezens is echter niet binnen, maar buiten deze fresco te vinden. In de lijst om deze voorstelling heen is in de vier hoeken de Este-adelaar afgebeeld en in het midden van elke zijde een Groene Vrouw. Hun onderlichaam bestaat uit acanthus die naar beide kanten met sierlijke krullen de hele lijst vult tot aan de Este-adelaar toe.

De fresco's op de muren en de buitenkanten van het plafond van de Zaal van Hercules beelden de twaalf werken van deze held uit. Rond deze mythen zijn aan alle kanten Groene Mannen en Groene Vrouwen te vinden. Bovenstaande foto's tonen midden onder het hoofd van een Groene Man. Daarboven draagt Hercules een bord met drie Franse lelies, het embleem van de familie d'Este. Het wapen wordt geflankeerd door twee gevleugelde vrouwen. Het bovenlichaam van de held komt uit een festoen met bladeren en vruchten. Het maakt hem niet echt tot een Groene Man, maar suggereert wel zijn verbondenheid met de vegetatie, net als de krans die hij ook hier op zijn hoofd heeft.Bovendien wordt Hercules op beide foto's geflankeerd door twee gevleugelde Groene Wezens, onopvallend geschilderd in bruine tinten. Ze zitten onderuitgezakt op een stoel of troon. Hun onderlichaam gaat over in vegetatie. Ze hebben een baard, maar ook borsten.

Boven de twee vrouwen met het wapen van d'Este zien we in de linkerfoto nog net een van de vier Groene Vrouwen in de lijst rond de centrale fresco met de vergoddelijkte Hercules.

In de witte vlakken links en rechts van de afbeeldingen waarop Hercules het wapen draagt zijn in op het hele plafond gevleugelde Groene Vrouwen te vinden als onderdeel van kandelabers. Hun onderlichaam bestaat uit vegetatie.

De Zaal van de Edelen

De fresco's in deze zaal zijn in 1566 en 1567 gemaakt onder leiding van Federico Zuccari.

Op de foto linksboven vertegenwoordigen twee vierkante fresco's de vrije kunsten: links waarschijnlijk astronomie en rechts muziek. De achtergrondkleur wordt ‘Pompeiiaans rood’ genoemd, naar de fresco’s die in Pompeii zijn gevonden. De vrouw links kijkt met behulp van de instrumenten in haar linkerhand naar de hemel, waarschijnlijk om sterrenbeelden vast te stellen. De vrouw rechts houdt een harp in haar handen.

In het midden tussen beide voorstellingen een kandelaber. Twee Groene Panters springen tegen de kandelaber op. De panters zijn ontleend aan afbeeldingen van Bacchus die ook elders in de Villa zijn gebruikt. De basis van de kandelaber rust op vier poten. Via een groot blad is elke poot verbonden met een ramskop erboven. Is het genoeg om ze Groene Rammen te noemen? Er zijn veel Groene Wezens in deze kamer, dus de suggestie lijkt duidelijk. Hoger in de kandelaber een festoen en daarboven de hoofden van drie Groene Vrouwen. De bladvormige kroon op hun hoofd kenmerkt ze als Groene Vrouwen.

De foto rechtsboven toont als tegenhanger de fresco op de tegenoverliggende lange muur. Op de foto is een afbeelding te zien van de drie Gratiën. Twee van de Gratiën hebben een bosje bloemen in de hand. Op de voorgrond zitten twee ongevleugelde cupido’s. Rechts hiervan een kandelaber, vergelijkbaar met die op de andere muur, behalve dat het voetstuk en de Groene Panters ontbreken.

De foto links toont een deel van het plafond in de Zaal van de Edelen en daar zijn zwermen Groene Vrouwen en een enkele Groene Man te vinden.

In het midden een ovale fresco met de deugd Opulentia, d.w.z. Overvloed. In haar linkerhand houdt ze een rijk gevulde cornucopia. In de rechter houdt ze een tiara, de drievoudige pauselijke kroon die Ippolito begeerde, maar nooit heeft gekregen. Aan haar voeten een andere tiara, een koningskroon en grote sleutels, die vanouds ook met het pausdom verbonden werden.

Rondom de afbeelding van Overvloed zijn vele gevleugelde Groene Vrouwen afgebeeld en boven de afbeelding het hoofd van een Groene Man. Zijn snorharen gaan over in acanthusranken.

Bovenstaande foto's geven een beter overzicht van de Groene Vrouwen onder de afbeelding van Overvloed. De vakken met een groene achtergrond vormen één geheel.

De twee gevleugelde Groene Vrouwen rechts op de foto linksboven zijn met de rug naar elkaar gekeerd, maar toch met elkaar verbonden door de kandelaber tussen ze in, waarvan ze deel uitmaken. De linker Groene Vrouw van de twee is gericht op een derde Groene Vrouw tegenover haar. Tussen ze in is een kleine kandelaber die twee knoppen vormt en het hoofd van een Groene Man omvat. De twee Groene Vrouwen zijn door een stengel met deze kandelaber verbonden. Beide vrouwen hebben een vleugel opgericht en naar de Groene Man gekeerd. Het is een magisch gebaar waarmee ze de kracht van de Groene Man activeren.

Het onderlijf van de linker Groene Vrouw is naar achteren toe onderdeel van een kandelaber die weer verbonden is met een andere Groene Vrouw, links, net buiten de foto. De vier Groene Vrouwen en de Groene Man vormen een dynamisch geheel dat een stuwende kracht uitstraalt.

Het groene vak wordt aan de bovenkant afgesloten door een strook met een bruine achtergrond. Het recht opgaande deel van deze strook toont drie knoppen, maar in het horizontale deel zijn de knoppen geworden tot de hoofden van Groene Vrouwen.

Aan de andere kant van deze bruine strook is een fresco met een witte achtergrond waarin vele Groene Vrouwen zijn afgebeeld. Ook hier wordt soms een knop afgebeeld, soms een gevleugelde Groene Vrouw. Het is duidelijk dat de vrouwen uit de vegetatie te voorschijn komen met een lichaam dat deels menselijk en deels vegetatief is.

Aan de rechterkant van de fresco met Overvloed zijn vergelijkbare voorstellingen te zien. De foto rechtsboven laat in het vak met een groene achtergrond innig verbonden Groene Vrouwen zien. Alleen toont de kleine kandelaber tussen de twee vrouwen in hier twee knoppen en het hoofd van een Groene Vrouw, als tegenhanger van de Groene Man in de kandelaber links.

Bovenstaande foto's laten andere gedeelten zien van het plafond van de Zaal van de Edelen. Op de foto links komt linksboven het hoofd van een Groene Vrouw uit vegetatie. Haar haren zijn versierd met kralen of parels.

Op de scheidslijn tussen licht en donker een gevleugelde Groene Vrouw als onderdeel van een kandelaber met vegetatie. Waarschijnlijk is ze Victoria (Nike), die ook in de rechterfoto te zien is, maar de krans in haar linkerhand is nog maar in de maak en een palmtak moet ze kennelijk nog plukken.

Meer naar rechts een andere kandelaber. Uit de vleugel van een jongetje of Groene Cupido groeit een tak met gouden appelen. Boven zijn hoofd groeit een tak en een bloem waaruit de Groene Man erboven kennelijk is gekomen. Op zijn hand staat of groeit een vaas met een tak erin en op zijn hoofd groeit een stengel met een bloem.

Rechts op de linkerfoto zijn twee gevleugelde Groene Vrouwen te zien.

De rechterfoto laat vergelijkbare scenes zien, maar wel met enkele opmerkelijke varianten. Boven in de foto hangt een vis aan een draad van het plafond - zoals gevangen vis vaak te drogen werd gehangen. Maar links en rechts van de vis hangt een Groene Vrouw aan een draad van het plafond. Zijn zij eveneens gevangen? En hangen ze daar te drogen? Maar ze zullen toch niet opgegeten worden? Bovendien zijn hun vleugels gespreid en maken ze een zeer levende indruk. De linker Groene Vrouw vormt de bovenkant van een kandelaber die beneden begint met een Groene Vrouw met gespreide vleugels. Haar onderlichaam is verbonden met de vegetatie die verder een grote bloem en een andere Groene Vrouw heeft voortgebracht.

De lijst aan de onderkant van de foto vormt een bodem waaruit het leven in allerlei vormen voortspruit. Links zien we een schitterende gevleugelde Groene Vrouw. Haar onderlichaam bestaat uit acanthus die mooie voluten maakt. Onder haar een rond voorwerp, lijkend op de gouden appelen die overal in de villa te zien zijn. Heeft de Groene Vrouw de appel gebaard? Of is ze uit de appel voortgekomen?

Meer naar rechts is een kandelaber afgebeeld. Aan de onderkant is een hoofd te zien van een man met wilde haren. Boven zijn hoofd verschijnt een stengel en daaruit een jongetje of Groene Cupido. Uit zijn linkervleugel groeit een tak met gouden appelen. Boven zijn hoofd geen Groene Man maar een gevleugelde vrouw met twee bazuinen. Hoewel haar lichaam geheel dat van een vrouw is, staat ze op vegetatie en groeit er een stengel met bloemen boven op haar hoofd, dus ze kan zeer zeker als Groene Vrouw worden gezien.

Rechts, op de scheidslijn tussen licht en donker, zien we Victoria (Nike), met in haar linkerhand een lauwerkrans en in de andere hand een palmtak.

Op de 'bodem' zien we meer naar rechts een gouden appel en daarboven een bloem. Komt hier een nieuwe kandelaber uit voort? Nog meer naar rechts, bij de hoek naar beneden, zien we een gezicht, met daarboven een bloem. Er staat ons nog heel wat te wachten daar!

Zaal van de Glorie

De fresco's in deze zaal zijn tussen 1566 en 1567 gemaakt door Federico Zuccari en acht assistenten.

Bovenstaande foto's geven fresco's in de nis naar het raam. De foto links toont het brandoffer van een ram op een stenen altaar. Een koepel op vier pilaren vormt een soort tempel. Links en rechts hangt een wierookvat. Op de rand van de koepel staan twee olielampen. Drie baardige mannen en een vrouw kijken eerbiedig en afwachtend toe.

De foto rechtsboven geeft hetzelfde altaar. Alleen staat hierop nu geen brandoffer, maar een beeld van een vrouw op een voetstuk. Aan de helm te oordelen zou het de Godin Minerva kunnen zijn, die ook op de foto linksonder is afgebeeld. De gelovigen die toekijken zijn hier een man (rechts) en een vrouw (links). Het lijkt een heidens ritueel, geen christelijk tafereel.

Hoewel er maar één raam is in de Zaal van de Glorie, hebben we nog twee foto's die in de nis naar een raam zijn gemaakt. Twee van de vier foto's zullen bij het raam in de Zaal van de Glorie zijn gemaakt en de andere twee bij het raam van de ernaast gelegen Zaal van de Edelen. Het is niet belangrijk welke foto's bij welke zaal horen, zolang de bovenstaande foto's als een paar worden gezien en de onderstaande als een ander paar.

De foto linksboven toont Mercurius op een voetstuk, te herkennen aan zijn staf en de vleugels op zijn sandalen. De God rent naar links en steekt zijn staf uit naar een vogel met een takje in de snavel. Rechts vliegt eveneens een vogel met een takje. Het lijkt, net als in de Zaal van Noach, een verwijzing naar de zondvloed die voorbij is, zodat het nieuwe leven verder gaat. Op de grond liggen twee Groene Vogels op hun rug. Ze hebben een menselijk hoofd. De fresco is te zeer vervaagd om vast te stellen of het mannen of vrouwen zijn. Hun lijf is dat van een vogel, maar de staarten gaan over in vegetatie. Hebben de twee vliegende vogels hun takjes hier vandaan? De Groene Vogelmensen lijken de levenskracht te vertegenwoordigen die alles overwint, zelfs de zondvloed.

De foto rechtsboven toont hetzelfde tafereel als linksboven, alleen is het nu Minerva die op het voetstuk staat, herkenbaar aan haar helm en harnas. Van de twee vogelmensen is de linker hier duidelijk een man met een kleine baard en de rechter een vrouw met opgemaakt haar.

De vier foto's bij de twee ramen zijn niet te verklaren vanuit een christelijke optiek. Evenmin zijn het weergaven van een Romeinse of Griekse mythe. Heidendom, vruchtbaarheid en Groene Wezens waren voor Ippolito d'Este nauw verweven. De kunstenaars die in zijn opdracht de fresco's in de villa hebben geschilderd, hebben dit haarfijn aangevoeld en zichtbaar gemaakt.

Bovenstaande foto's geven de fresco's van de vier hoofddeugden in de Zaal van de Glorie. De afgebeelde gordijnen zijn een geschilderde illusie. De linkerafbeelding is Kracht (Fortitudo). Kracht werd in de renaissance vaak afgebeeld met een afgebroken pilaar, om aan te geven dat ze standhoudt waar zelfs marmer of steen het laat afweten. In deze afbeelding bedekt Kracht de bovenkant van de pilaar met een blauwe doek en legt vastberaden haar armen hierop, terwijl ze over haar schouder kijkt om enig gevaar tijdig te ontdekken.

Opmerkelijk zijn de taferelen om deze hoofddeugd heen. Onder deze afbeeldingen is in rolwerk het hoofd van een Groene Vrouw te zien. Dat ze een Groene Vrouw is, wordt aangegeven door haar bladvormige hoed of kroon, die vaak een Groene Vrouw kenmerkt. Bovendien is ze afgebeeld tussen twee Groene Saters. De saters zijn ontleend aan de metgezellen van Bacchus. Ze hebben bokkenpoten en horens en op hun hoofd staat een stam met een schaal waarop twijgen en bloemen te zien zijn. Aan weerskanten van Kracht staat een kariatide, een herm met het naakte bovenlichaam van een vrouw, een draperie om haar middel en daaronder een pilaar die eindigt in voeten. Boven Kracht de Este-adelaar op een heuvel met twee twijgen die naar de zijkanten eindigen in een olielamp.

De afbeelding rechts van Kracht geeft de hoofddeugd Matigheid (Temperantia). Ze giet water uit een kan in een vaas, de gebruikelijke voorstelling van Matigheid. Haar lichtblauwe gewaad laat haar linkerborst vrij. De afbeeldingen rondom komen overeen met die bij Kracht.

De foto rechts van Matigheid geeft de hoofddeugd Voorzichtigheid (Prudentia). In haar rechterhand een spiegel; in de linker een slang. Haar lichtgroene gewaad laat haar linkerborst onbedekt.

De foto rechts geeft ons Gerechtigheid (Justitia). In haar rechterhand een zwaard, in de linker een weegschaal. Haar groen-blauwe gewaad laat beide borsten onbedekt.

Op het plafond van de Zaal van de Glorie zijn allegorische voorstellingen te zien.

De foto links toont Tempus (de Tijd), voorgesteld als een oude man die op een gouden balk zit en moeite heeft zijn plaats te behouden tussen twee opdringerige cupido’s.

Onder hem zitten twee cupido’s en schrijven in een groot boek. Boven het hoofd van de linker cupido is een zon afgebeeld; boven het hoofd van de andere cupido een maansikkel. Ze herinneren ons aan de tijd die voortgaat.

De Tijd wordt voorgesteld als een afbeelding binnen een (eveneens geschilderde) ovale lijst. Vóór de lijst kijkt een oude man met een witte baard over het bordje ‘Tempus’ heen.

Aan weerskanten van hem zit een cupido met een gouden appel in de hand. Achter de cupido's is een grote festoen met gouden appelen en andere vruchten zichtbaar. De cupido's kijken, net als de oude man met de baard, de toeschouwer recht aan.

Bovenstaande foto geeft een ander tafereel op het plafond en wel een allegorische voorstelling van Religie (Religio). In het midden staat een vrouw op een voetstuk, een stralenkrans rond haar hoofd. Wie ze is, weet ik niet. Twee cupido’s houden een boek, waarschijnlijk de bijbel, open.

De ovale voorstelling van Religie is, net als de Tijd, in een kader geplaatst. Vóór dit kader kijkt een oude gevleugelde man over een bord met ‘Religio’ heen de toeschouwer aan. Twee cupido’s aan weerskanten hiervan houden een gouden appel vast.

Links en rechts van deze voorstelling is een kandelaber. De linker kandelaber begint met het gezicht van een man of vrouw, gevat in rolwerk. Onder haar een Este-adelaar. Daarboven vliegen twee Groene Wezens met het bovenlichaam van een gevleugelde vrouw, maar de kop en lange nek van een vogel. Hun onderlijf bestaat uit vegetatie. Daarboven een naakte jonge vrouw met een hoorn van overvloed. Daar weer boven de kop van een ram met dubbele horens.

De rechter kandelaber begint onderaan met een Franse lelie, als symbool voor d’Este. Daarboven het hoofd van een vrouw in rolwerk. Daar weer boven twee Groene Vrouwen, met het hoofd van een jonge vrouw met opgemaakte haren. Ze hebben vleugels en een onderlichaam dat uit vegetatie bestaat. Hierboven een jonge vrouw in een lange, witte jurk. In haar linkerhand houdt ze een mand met vruchten, in de rechter een boeket bloemen. Ook deze kandelaber wordt bekroond met de kop van een ram met dubbele horens.

De foto links geeft een voorstelling op het plafond van een van de korte muren. Op bovenstaande foto is rechtsboven net nog een stukje hiervan te zien.

De centrale afbeelding, geval in een achthoekig kader, is een personificatie van Edelmoedigheid (‘Magnanimitas’ staat op het bord erboven), in de gedaante van een vrouw die op een leeuw zit. De gouden kroon op haar hoofd en de scepter in haar hand maken haar de vorstin van haar rijk. Aan haar voeten zitten twee kinderen. De rechter houdt een weegschaal in de hand, de linker houdt een kruik vast waaruit water stroomt.

Onder de achthoekige voorstelling is het hoofd van een kind in rolwerk afgebeeld. Of het een jongetje of meisje is, is niet te zien, maar uit de mondhoeken komt een koordje dat onderaan een knop of knoop vormt. Onder de kin een tak waarop vier gouden appelen zichtbaar zijn. Aan weerskanten hiervan een cupido of jongetje met een gouden appel in de hand.

Hiermee wil ik de rondleiding langs de Groene Mannen, Groene Vrouwen en andere Groene Wezens in Villa d'Este besluiten.