Groene Wezens in India en Nepal

Door Ko Lankester

Rond 1500 v. Chr. trokken grote groepen AriŰrs, een tak van de Indo-Europese stammen, India binnen en onderwierpen door hun militaire overmacht de plaatselijke bevolking. Uit de samensmelting van beide groepen ontstond het hindoe´sme, dat zich over India en Zuidoost-AziŰ verspreidde. Binnen deze religie is de kosmos een zich voortdurend veranderend geheel. Goden hebben geen vaste gedaante, maar kunnen zich op talloze wijzen manifesteren, waarbij de grenzen tussen plantaardige, dierlijke en menselijke vormen gemakkelijk overschreden worden.

Een voorbeeld van een gedaantewisseling is te zien in de foto rechts, waar de god Shiva is versmolten met een godin. De linkerhelft van de afbeelding is Shiva, de rechterhelft zijn partner. Deze manifestatie wordt wel aangeduid als Ardhanarishvara.

De gedaantewisseling gaat in het hindoe´sme nog wel verder. Op de foto links heeft Vishnu, een van de andere hoofdgoden, de gedaante aangenomen van een vrouw, die Mohini wordt genoemd. Shiva wordt verliefd op Mohini en verwekt bij haar hun zoon Manikantha.

Groene Wezens, zoals de Groene Man, de Groene Vrouw, Groene Dieren en andere Groene Wezens, overschrijden in Europese voorstellingen vanaf de Romeinen de grens tussen mens of dier en vegetatie. Dergelijke wezens zijn vanaf het begin van onze jaartelling ook afgebeeld in India en in de andere gebieden waarover het hindoe´sme zich heeft verspreid. Omdat contacten met Europa in de begintijd vrijwel niet bestonden, hebben de Groene Wezens in India een geheel eigen vorm en betekenis gekregen. De belangrijkste vertegenwoordigers van deze wezens zijn de Kirtimukha en de Makara.

De Kirtimukha bestaat uit een hoofd waaruit vegetatie komt. De Makara wordt voorgesteld als een dier met uiteenlopende vormen. Uit de bek van de Makara komen stengels en bladeren, terwijl de staart overgaat in vegetatie. De foto bovenaan deze pagina toont een Kirtimukha uit dezelfde tempel in Belur waar het beeld van Mohini staat.

Kirtimukha's en Makara's zijn te vinden in alle gebieden waar het hindoe´sme ingang heeft gevonden, o.a. in Cambodja, Thailand, Mi Amar (Birma), Java en Sumatra. Omdat Joke India en Nepal heeft bezocht en daar veel foto's heeft gemaakt, zullen we ons beperken tot deze gebieden.

De naam 'Kirtimukha' betekent 'glorieus gezicht'. Hij ziet er indrukwekkend uit met zijn uitpuilende ogen die naar boven overgaan in een soort horens. Vaak heeft hij slagtanden. Uit zijn mondhoeken komen stengels die overgaan in bladeren. De vegetatie kan realistisch worden afgebeeld of meer abstracte vormen aannemen.

De Kirtimukha's op bovenstaande foto zijn afgebeeld in een fries op de buitenmuur van de Laksmanatempel in Khajuraho, gebouwd tussen 930 en 950 na Chr. in opdracht van de Chandela-dynastie die van de 10e t/m 13e eeuw Centraal India beheerste.

De Kirtimukha is vooral te vinden op aan Shiva gewijde tempels. De Skanda Purana, een verzameling mythen die tussen de 3e en de 10e eeuw is ontstaan, beschrijft hoe Shiva de hand van Parvati vraagt aan haar vader, Jalandara, koning van de Himalaya. Omdat de ascetische Shiva er als een bedelaar uitziet, wijst Jalandara hem af. Uit de woede van Shiva, als hij dit bericht ontvangt, vormt zich tussen zijn wenkbrauwen een wezen dat de boodschapper wil opeten. Als deze de god om hulp vraagt, verbiedt Shiva het wezen de boodschapper te verslinden. Omdat het wezen een onbedwingbare honger heeft, raadt Shiva het aan zichzelf dan maar op te eten. Het wezen doet dit, totdat alleen zijn hoofd is overgebleven. Onder de indruk van het wezen dat uit hemzelf is voortgekomen, noemt Shiva het hoofd Kirtimukha.

De vernietigingsdrang van de Kirtimukha past bij Shiva, die de wereld schept, maar ook vernietigt. Maar ook Vishnu, die meestal als de beschermer van de kosmos wordt gezien, heeft deze vernietigingsdrang in zich. Een van de tien incarnaties van Vishnu in de wereld is als Narasimha, die het hoofd heeft van een leeuw. De foto rechts toont Narasimha in de Chennakeshavatempel in Belur, gebouwd door Hoysala Vishnuvardhana, een koning uit de Hoysaladynastie die Zuid-India tussen de 10e en 14e eeuw regeerde. De tempel is voltooid in 1116. De demon Hiranyakashipu heeft van de god Brahma de gunst ontvangen dat hij door mens noch dier, bij dag noch bij nacht, binnenshuis noch buiten en door geen enkel wapen gedood kan worden. Daarom terroriseert hij overmoedig de hele wereld. Narasimha weet alle beperkende bepalingen te omzeilen. Met zijn leeuwenkop en mensenlijf is hij mens noch dier. Bij de avondschemering (dag noch nacht) valt hij op de drempel van het huis (binnen noch buiten) met zijn blote handen (zonder wapen) Hiranyakashipu aan en verscheurt hem.

Boven dit tafereel kijkt Kirtimukha toe. Onder en aan de zijkanten komen bladeren uit zijn mond. Narasimha heeft dezelfde uitpuilende ogen als Kirtimukha en ook de slagtanden die dit wezen meestal heeft.

Kirtimukha kan, net als Shiva en Vishnu, een verslindend wezen zijn dat de hele kosmos, zijn eigen lichaam niet uitgezonderd, vernietigt. Maar meestal wordt de kracht van de Kirtimukha gebruikt om goden, godinnen, tempels en andere heilige plaatsen te beschermen.

Op de foto links boven zien we de Kesavatempel in Somnathpur, Zuid-India, gebouwd in 1250-1290 in opdracht van de Hoysala's. Aan weerskanten van de ingang staat een poortwachter. Op de foto rechts boven is de linker poortwachter uitvergroot. De wachter staat onder een boog, gekroond door een Kirtimukha, herkenbaar aan zijn bolle ogen, grote slagtanden en de neerhangende tong. Uit zijn mond komt vegetatie die naar beide kanten langs zijn gezicht omhoog krult.

Een dergelijke boog, in het sanskriet torana genaamd, is een algemeen verschijnsel in hindoetempels door de eeuwen heen en meestal vormt een Kirtimukha de bovenkant van de boog. De torana is een eerbetoon aan de hieronder afgebeelde personen en de Kirtimukha is degene die de torana kracht bijzet. De hier afgebeelde wachters hebben zes armen (de voorste vier zijn afgebroken) en zijn dus goden. Aan de Kirtimukha de eer om deze goden, waarschijnlijk incarnaties van Vishnu, te beschermen.

Onderaan de boog is aan beide kanten een nijlpaardachtig dier te zien met stengels als staart en uit zijn bek. Dat is een Makara, die vaak samen met de Kirtimukha wordt afgebeeld. In de tempel staan beelden die de verschillende incarnaties van Vishnu, waaronder Kesava en Krishna, uitbeelden, steeds onder een torana met bovenin een Kirtimukha en onderaan twee Makara's.

De foto rechts toont Makara's die op een fries in deze tempel zijn afgebeeld. Deze gedaante is traditioneel voor de Makara's, al hebben ze ook andere gedaanten, die meer op een olifant lijken. Uit hun bek komen stengels en hun staart gaat over in stengels en bladeren. Makara's vertegenwoordigen de scheppende levenskracht van Vishnu en Shiva. Boven de fries met de Makara's zijn Groene Vogels afgebeeld met een staart gevormd door stengels en bladeren. Deze Groene Vogels zijn zelden afgebeeld in India.

Een prachtig voorbeeld van de rol van Kirtimukha's en Makara's in de eeuwige kringloop van schepping, bloei en vernietiging is te vinden in de Chennakeshavatempel in Belur, waar ik hierboven al Mohini en Narasimha heb genoemd. Het tafereel bevindt zich boven de ingang van de tempel.

De gevleugelde persoon is Garuda, de uit een ei geboren god die er soms als mens uitziet en soms als een vogel of iets daar tussenin. Hier heeft hij alleen vleugels en verder een menselijke gedaante. Garuda doet vaak dienst als rijdier voor Vishnu. Zo ook hier want de persoon boven hem is Visnu in de gedaante van Narasimha die de demon verscheurt. Boven Narasimha, op zijn gewone plek in de nok van een boog, zien we Kirtimukha, die ook hier met zijn bolle ogen en slagtanden verrassend veel op Narasimha lijkt.

Kirtimukha neemt hier de dubbele rol van schepper-vernietiger op zich. Uit beide mondhoeken komt vegetatie die in sierlijke slingers reikt tot de bek van een grote Makara. Uit de bek van de Makara's komt een stengel die als een slang naar de Kirtimukha rolt. De overvloedige stengels die de staarten van de Makara's vormen, benadrukken hun scheppingskracht, die een tegenwicht vormt voor de destructieve kracht van Narasimha. De Kirtimukha zit hier tussenin: in staat te scheppen en te vernietigen.

Op de buitenmuur van de nabij gelegen Veera Narayana-tempel in Belur, eveneens gemaakt rond 1116, bevindt zich een vergelijkbare voorstelling. Zie bovenstaande foto's. Shiva, met in zijn handen zijn drietand en een ratelaar, vertrapt een demon. De god staat onder een boog (torana) met bovenin een Kirtimukha. Uit diens mond komen twee stengels die langs zijn gezicht naar boven draaien. Onder de mond van de Kirtimukha hangt zijn tong. De vegetatie die aan weerskanten van de tong uit de mond komt, vormt met sierlijke krullen de onderste boog van de torana.

Aan weerskanten staat een Makara. Uit de bek van elke Makara komt een stengel die drie knoppen vormt en eindigt bij het gezicht van de Kirtimukha. Opnieuw dus een dubbele boog, gemaakt door de Kirtimukha en de Makara's.

In Nepal zijn Kirtimukha's en Makara's al vroeg ingeburgerd. Bovenstaande foto's tonen een reliŰf, gemaakt in de 6e of 7e eeuw, dat in de 17e eeuw in de bossen vlakbij Kathmandu is teruggevonden en nu op het Durbarplein in de stad staat. De grote figuur is Bhairava, een bloeddorstige verschijningsvorm van Shiva, die de kosmos vernietigt. Bhairava wordt vooral in Nepal vereerd als onmisbare schakel in de kringloop van groei en afbraak.

Bhairava is afgebeeld onder een boog met in de top de vroeg-Nepalese variant van de Kirthmukha. Hij heeft wel armen, maar geen lijf. Klik op de foto rechtsboven om hem wat beter te bekijken.

Op het eerste gezicht is de zwarte figuur monsterachtig, met zijn uitpuilende donkere ogen, zijn scherpe slagtanden en zijn derde oog op zijn voorhoofd. Alsof hij Bhairava graag een handje helpt de kosmos te vernietigen. Maar als we goed kijken zien we de vegetatie die aan weerskanten van zijn hoofd ontspringt en naar beide kanten de hele boog vult.

Onderaan de boog (zie de foto rechts) staat een Makara. Hij heeft een wat gedronger lijf dan de Indiase variant en hij heeft een slurf, als een olifant, maar wel een rij kleine tanden en geen slagtanden. Uit zijn bek komt een stengel met bladeren die tot het hoofd van de Kirtimukha reikt. Zijn staart bestaat uit een in een krul eindigende stengel. De bladeren achter zijn staart komen van boven, afkomstig van de Kirtimukha.

Boven de Makara staat een Groene Man. Zijn handen houdt hij voor zijn borst met de palmen tegen elkaar. Dit gebaar wordt in India en Nepal anjali genoemt en is een teken van aanbidding, zoals dat voor het beeld van een god of godin wordt gedaan. Maar wie of wat aanbidt hij? En is hij wel een mens? Hij heeft het bovenlichaam van een man, maar op zijn hoofd groeien bladeren en zijn onderlichaam is dat van een vogel met een staart die uit stengels en bladeren bestaat. Aan de andere kant van de boog bevindt zich eveneens een Kamara en een Groene Man.

Tussen de Kirtimukha en de Groene Man bevindt zich een Groen Dier, dat door de Kirthimukha bij de staart wordt vastgehouden. Zie de foto links. Het dier lijkt een slang, maar heeft poten. Het lijf draait in een lus, zodat de kop naar de Kirtimukha is gericht. In de lus is een vis bekneld, de staart naar ons toe gericht. Op het lijf en de staart van de vis groeien bladeren. Uit de bek van het slangachtige wezen komt een twijg met bladeren.

Alles in deze voorstelling heeft te maken met de dynamiek van schepping en vernietiging in de eeuwige kringloop van het bestaan.

Door de eeuwen heen zijn de Kirtimukha en de Kamara populair geweest in Nepal. In Pashupatinath bestaat al vanaf de 4e eeuw een grote tempel. De stad is genoemd naar Pashupathi, een van de verschijningsvormen van Shiva. In de loop der eeuwen is de aan deze god gewijde tempel vaak verwoest en weer herbouwd met er omheen niet minder dan 235 tempeltjes of heiligdommen. Waarschijnlijk dateren de meeste van deze tempeltjes uit de 16e of 17e eeuw.

De foto linksboven toont een van deze tempeltjes. Boven de ingang is een boog. Zie de foto rechtsboven voor een vergroting. De Kirtimukha bovenin de boog heeft zijn ogen gesloten. Uit zijn mondhoeken komen dikke stengels die langs beide kanten van de boog naar beneden kronkelen. Onderaan de boog zit aan beide kanten een Kamara met een grote slurf. Boven de Kamara's zit een meisje op een lotusblad.

De 235 tempeltjes in Pashupatinath hebben gewoonlijk aan vier kanten een raam of deur met daarboven een boog met een Kirtimukha in de top en een Kamara aan beide zijkanten. Zie bovenstaande foto's. De Kamara's hebben de kop naar buiten gericht en steken de slurf omhoog.

In Nepal wordt de Kirtimukha soms aangeduid als Cheppu. Volgens oude mythen is hij een broer van Garuda, maar heeft alleen een hoofd en soms armen omdat zijn moeder te vroeg in het nest wilde kijken of de eieren al uitgekomen waren. Garuda was helemaal volgroeid, maar Cheppu niet.

Hoe dat ook zij, Garuda wordt vaak verbonden met de Kirtimukha en de Makara's. De foto links toont een reliŰf uit de 16e eeuw, boven de ingang van de tempel van de godin Tripura Sundari in Bhaktapur, Nepal. Garuda spreidt beschermend zijn vleugels uit boven Vishnu. Hij neemt hier op het hoogste punt van de boog de plaats in van Kirtimukha. De basis van de boog wordt gevormd door twee Kamara's met bolle ogen, een slurf en een staart die met stengels en bladeren een krul vormt.

De grootste bezienswaardigheid van Bhaktapur is de Gouden Poort, gebouwd in 1753 door Ranajit Malla, de laatste koning van Bhaktapur, als ingang van het daarachter gelegen paleis. Zie de foto links voor de hele poort.

De foto rechts zoemt in op de boog boven de ingang. Boven in de boog zien we Gadura met gespreide vleugels. Met zijn rechterklauw draagt hij Shiva die een slang vertrapt, met zijn andere klauw een godin, waarschijnlijk Shakti, die eveneens een slang onder haar voet vertrapt.

Onder de boog is Taleju, een vooral in Nepal vereerde godin, afgebeeld. De poort geeft ook toegang naar de daarachter gelegen Talejutempel. De strijdlustige godin heeft vier hoofden en tien armen. De schedels aan een snoer om haar middel tonen haar verwantschap met Kali, die bovenaan beide pilaren van de poort is afgebeeld.

Linksonder op de foto is de riviergodin Jamuna afgebeeld, staand op een Kamara met een slurf en een achterlijf dat overgaat in bladeren. Rechtsonder staat de riviergodin Ganga, naar wie de Ganges is genoemd, op een schildpad.

In de boog staat aan beide kanten een Groene Man. Zie bovenstaande foto's. Ze komen overeen met de Groene Mannen op de boog in Kathmandu die ik eerder hebt genoemd.

De Groene Mannen hebben het bovenlijf van een man en het achterlijf van een vogel dat overgaat in vegetatie. In hun handen houden ze een schenkkan voor plengoffers. Ze maken een devote indruk.

Onderaan de boog bevindt zich aan beide kanten een Kamara. Zie de foto links voor een van de twee. Hij heeft de voor Nepal typerende slurf en een achterlijf dat overgaat in bladeren. Uit zijn bek komt vegetatie. Hieraan zijn drie klokken opgehangen. Met name in het boeddhisme zijn deze klokken in tempels en heiligdommen gebruikelijk, maar in hindoe´stische voorstellingen worden ze ook wel gebruikt.

De Gouden Poort, overigens van messing en niet van goud, wordt gerekend tot de hoogtepunten in de Nepalese beeldende kunst.

Kirtimukha's zijn in Nepal te vinden op de grootste tempelcomplexen, maar ook op kleine tempeltjes die alleen door buurtbewoners worden gebruikt. Op de foto linksboven twee lokale heiligdommen in Kathmandu. Het linkertempeltje is gewijd aan Ganesha, de zoon van Shiva met de kop van een olifant. De afbeeldingen zijn in de loop der eeuwen vervaagd, maar de buurtbewoners herkennen ongetwijfeld de Kirtimukha en de stengels met grote knoppen die uit zijn mondhoeken komen. Onderaan beide einden van de boog zit een Kamara, zijn kop naar buiten gericht, zijn slurf omhoog gestoken.

Het rechtertempeltje op de linkerfoto is gewijd aan Shiva. Dat kun je zien aan de stier die buiten ligt, zijn rijdier Nandi. Een verzoek aan Shiva wordt vaak gericht aan Nandi die het aan de god zal overbrengen. Ook boven de bogen van dit tempeltje bevindt zich een Kirtimukha, met stengels of slangen uit zijn mondhoeken. De punt op het dak is een shivalinga, een gestileerde fallus.

Het straattempeltje op de foto rechts is gewijd aan Ganesha. Hoewel het bouwwerk in slechte staat verkeert, wordt het heiligdom, gezien de rode kleur op het lijf van Ganesha, nog druk gebruikt. Op de boog boven de opening vinden we een verweerde Kirtimukha met stengels die uit zijn mondhoeken komen. Aan het eind van de linkerboog zit een Kamara, zijn snuit naar de Kirtimukha gericht, zijn slurf omhoog gestoken. De rechter Kamara is kennelijk bij een restauratie verdwenen. Boven op het tempeltje bevindt zich een shivalinga die, blijkens de bloemenkransen er omheen, nog steeds vereerd wordt.

Voordat we Nepal verlaten nog ÚÚn, heel bijzonder tempeltje. In 1768 liet koning Prithivi Narayam Shah op deze plaats in Kathmandu een tempeltje bouwen ter gelegenheid van het feit dat hij Kanthipur, het huidige Kathmandu had veroverd. Bij het tempeltje staat een bodhiboom (Ficus religiosa), een heilige boom voor zowel boeddhisten als hindoes. Boeddha had onder een boddhiboom gemediteerd en Krishna had zichzelf met deze heilige boom vergeleken.

In Nepal wordt de boom peepal genoemd en eveneens als heiligste boom vereerd door boeddhisten en hindoes. Het tempeltje is gewijd aan Gorakhnath, een mythische yogaleraar die een incarnatie van Shiva zou zijn geweest. In het tempeltje worden nog steeds in steen de voetstappen van Gorakhnath bewaard, die hier gemediteerd zou hebben. Een bijzonder heilige plaats dus.

Een probleem is alleen dat de bodhiboom in de loop der jaren 30 meter hoog kan worden, met een stamdoorsnee van drie meter en grote luchtwortels. De heilige boom is inmiddels dwars door de heilige tempel heen gegroeid.

In de boog boven de tempelingang zien we een Kirtimukha met een stengel of slang uit beide mondhoeken. Onderaan de linkerboog bevindt zich een Kamara met een opgekrulde slurf. De rechter Kamara is achter de takken van de boom verdwenen.

Terug naar India, want daar zijn varianten die we nog niet hebben bekeken. Van 850 tot 1270 heerste de Chola-dynastie over grote delen van Zuid-India. Raja Raja (985-1014), een van de machtigste vorsten, liet tussen 1003 en 1010 een grote tempel bouwen in Thanjavur die door velen wordt gezien als een hoogtepunt in de Chola-architectuur. Typerend voor deze stijl zijn hoge tempels met rijk versierde gevels, geheel gevuld met reliŰfs.

De foto linksboven toont een van de twee poortgebouwen die je moet passeren om de tempel zelf te bereiken. De bovenkant van het gebouw bestaat uit zes verdiepingen. Alleen al op deze kant van het poortgebouw zijn tientallen Kirtimukha's afgebeeld. De foto rechtsboven zoemt in op het centrale deel van de bovenste verdiepingen. De Kirtimukha's hebben het bekende uiterlijk: grote slagtanden, bolle ogen en hoornachtige uitsteeksels die boven de oogleden beginnen.

Elke Kirtimukha is de top van een boog, gevormd door stengels en bladeren vanuit het hoofd van de Kirtimukha. De bovenste Kirtimukha op de foto rechtsboven bekroont het dak van het poortgebouw. Aan de zijkanten van het dak bevindt zich een vergelijkbare voorstelling. De boog omsluit een tempel met pilaren. Daaronder een kleinere Kirtimukha. De vegetatie uit zijn mond vormt een prachtige boog van weeldirige vegetatie. Aan weerskanten van de boog staat een poortwachter. Hieronder een derde Kirtimukha, die op de foto rechts gedetailleerder te zien is. In de uit zijn mond komende boog zijn tientallen figuurtjes te zien. In hun handen houden ze bekkens of een trommel.

Bij de slagtanden van deze Kirtimukha zijn kleine Makara's te zien. Zie de foto links voor de rechter Makara. De Makara heeft zijn bek met kleine tanden wijd open. Het wordt in het midden gelaten of de Makara vegetatie zal voortbrengen of opeten. Het is typerend voor tempels in de Cholastijl dat talloze details tot in de finesses zijn uitgewerkt zodat je ze pas ziet als je heel goed kijkt.

Een ander voorbeeld van een tempel in Cholastijl is de aan Shiva gewijde Airatesvaratempel in Darasuram, gebouwd in opdracht van Raja Raja II (1146-63). De foto linksboven toont de tempel met midden onder een grote shivalinga. Zie de foto rechts boven voor de shivalinga. Deze gestileerde fallus vertegenwoordigt de scheppingskracht van Shiva en is in elke Shivatempel wel te vinden, meestal geplaatst in een yoni, een gestileerde vulva. Maar hier is de yoni in de linga afgebeeld en hierin staat Shiva. Linksboven op de linga is Brahma afgebeeld als een zwaan en onder zien we Vishnu in de gedaante van een everzwijn. Alles is gericht op vruchtbaarheid en scheppingsdrang. Hierboven, in het dak van de tempel, zijn tientallen Kirtimukha's afgebeeld, elk met een boog van door hen voorgebrachte vegetatie. Dit sluit aan bij de door Shiva op gang gebrachte schepping.

In Viralimai in Zuid-India is een grote tempel gebouwd in Cholastijl in opdracht van koning Aditya Chola (871-907). Met name in de 16e en 17e eeuw is de tempel ingrijpend verbouwd, maar nog steeds is de Cholastijl duidelijk aanwezig, zij het in een gekleurde variant, die ook elders in Zuid-India te vinden is, met name in Madurai.

Op bovenstaande foto zien we de buitengevel van de tempel. De openingen in het midden van elke verdieping worden bewaakt door tempelwachters met vier armen. Ze houden een grote knuppel vast en hebben hun voet op een leeuw.

Boven elke opening is een Kirtimukha geplaatst. De vegetatie uit de mond van elke Kirtimukha vormt een boog boven de opening. Ook elders in de tempelwand zijn op elke verdieping Kirtimukha's te zien. Hun functie is duidelijk de tempel te beschermen.

Op de foto links een van de bijgebouwen van deze tempel. Vrijwel de gehele buitenwand is bedekt met Kirtimukha's met onder zich een door vegetatie gevormde boog. Op het dak aan vier kanten een grote Kirtimukha. Onderaam de uiteinden van elke boog bevindt zich een groene Makara. Elke Makara heeft een omhoogstekende slurf en een open bek met puntige witte tanden. Uit de bek van de Makara's gaat een groene stroom met bloemen omhoog. Uit de mond van de Kirtimukha gaat een gouden stroom met bloemen naar beneden.

Op de foto rechts een ander deel van het bijgebouw. Kartikeya, een zoon van Shiva, heeft hier vijf hoofden en tien armen. De god zit op een pauw, zijn gebruikelijke rijdier. Aan weerskanten ziju zijn twee vrouwen, Devisena en Valli, afgebeeld.

Boven de god zien we een Kirtimukha. Uit zijn mondhoeken komen groene bladeren die naar buiten krullen. Onder de neerhangende tong van de Kirtimukha een boog met zeven bloemen. Aan beide uiteinden van de boog zit een groene Kamara. Zijn opengesperde bek toont puntige witte tanden. Spiralen rond de bloemen op de boog geven aan dat de stroom van de Kirtimukha naar de Kamara's gaat. Vlammen buiten de boog laten de hitte zien die de stroom uitstraalt.

Het is duidelijk dat de Kirtimukha's en de Makara's in India en Nepal perpect samenwerken om de eeuwige kringloop van schepping en vernietiging op gang te brengen en in stand te houden. Daarmee nemen ze een centrale plaats in de dynamiek en de harmonie van de kosmos in.

Hoewel de Kirtimukha in staat is de kosmos te verslinden, is hij meestal een scheppende kracht die vegetatie en nieuw leven voortbrengt, alleen of in harmonie met twee Makara's.

In Hoysalatempels in Zuid-India worden Kirtimukha's op de gebruikelijke wijze afgebeeld: als bekroning van een boog. Maar ze kunnen ook de onderkant van een tempel of bijgebouw vormen. De vegetatie uit hun mond omsluit dan een grote bloem. Een voorbeeld zien we op bovenstaande foto's, genomen in de vaker genoemde Chennakeshavatempel in Belur, voltooid in 1116. Het uiterlijk van de Kirtimukha is hetzelfde. Alleen zijn plaats in het geheel is anders.

Op bovenstaande foto's een variant op een koepel in dezelfde tempel. Op de vijf verdieping van de koepel zijn steeds twee Kirtimukha's in hetzelfde ornament verwerkt.

De middelste foto zoemt in op de brede kolom waarin zes Kirtimukha's boven elkaar zijn afgebeeld. Uit de mond van de bovenste komt een cirkelvormig ornament. Uit de mond van de Kirtimukha daaronder komt een andere Kirtimukha die cirkelvormige vegetatie voortbrengt. De Kirtimukha daaronder brengt een andere Kirtimukha voort, die zelf weer een cirkelvormige vegetatie voorbrengt met daarin een figuurtje.

De foto rechts toont de onderste Kirtimukha. Hij is het meest gedetailleerd uitgewerkt en uit zijn mond komen twee stengels die naar boven ombuigen en naar onderen toe twee stengels die een bloem omsluiten. De scheppingskracht van de Kirtimukha's is hiermee duidelijk weergegeven.

Groene Wezens in India zijn niet altijd Kirtimukha's of Makara's. Regelmatig kom je rechtop staande dieren tegen met een lange stengel met knoppen en bloemen die uit hun bek komt. Ze hebben bolle ogen en een bek vol tanden. In Zuid-India worden ze Yali genoemd en in Noord-India Vyali.

De foto linksboven is genomen van de Nandi Madapa, het verblijf van de stier Nandi bij de tempel in Thanjavur, gemaakt in 1003-1010. Elke pilaar op de hoeken van de Mandapa is voorzien van een Yali.

De Yali op de foto midden boven trof Joke aan in de ru´ne van een eeuwenoude tempel in Madurai, Zuid-India. Nadere gegevens ontbreken.

De foto rechtsboven toont een rond gebouw op een plein in Halebid, Zuid-India. Klik op de foto om het hele gebouw te zien. Blijkens een bord is het in 2006 gebouwd, maar nadere gegevens heb ik er niet over kunnen vinden. Misschien is het een tempel of een monument. Op een verhoging in het midden staan drie leeuwen, die ook bovenop de koepel zijn afgebeeld en een bekend symbool voor het koningschap zijn. Op de koepel zelf staan Kirtimukha's. Boven elke pilaar bevindt zich een Yali. Uit hun bekken komt een stengel die aan de onderkant een krul vormt.

Goa

In 1510 vestigden de Potugezen een handelspost aan de westkust van India en wisten de stad, Old Goa genoemd, en het achterland, aangeduid als Goa, tot 1961 als kolonie te behouden. De Portugezen brachten hun eigen bouwstijl mee, een variant van de Europese renaissance en later barok. Ook de Groene Man deed nu zijn intrede in India.

Tussen 1594 en 1605 voltooiden Portugese jezu´eten in Old Goa een basiliek, gewijd aan Bom Jesus (het kind Jezus of de goede Jezus). Aan de zuidwand is in renaissancestijl een rijk bewerkte preekstoel gemaakt. Zie de foto linksboven.

Op de kuip staan Jezus en de vier evangelisten afgebeeld. Daarboven (zie de foto rechtsboven) zijn acht personen te zien. Midden boven houdt Jezus een wereldbol in zijn linkerhand terwijl hij met de andere hand een zegenend gebaar maakt. Band- en rolwerk, zoals dat rond 1550 in heel Europa populair werd, omlijst deze Christusfiguur. Daaronder een engel of cupido, van wie alleen het hoofd en de vleugels te zien zijn.

De andere zes personen zijn Groene Mannen, zoals die in de renaissance werden afgebeeld. De buitenste twee hebben een hoofd en als lichaam een herm die bedekt is met bladeren. In de renaissance was dit een vaak gebruikte manier om Groene Mannen af te beelden.

De andere vier hebben een bovenlijf dat als een bloem uit een plant te voorschijn komt. De bovenste twee hebben vleugels, de onderste niet.

Op de onderkant van de kuip zijn zeven Groene Mannen Afgebeeld die de preekstoel lijken te dragen. Zie bovenstaande foto's. Hun hoofden zijn bedekt met bladeren. Ze hebben een bovenlijf met vleugels of bovenarmen die in stompjes eindigen. Hun onderlijf bestaat geheel uit acanthusbladeren en stengels.

De preekstoel is gemaakt door inheemse beeldhouwers in opdracht van de jezu´eten, maar heeft, misschien afgezien van de gezichten, geen Indiase trekjes. Groene Mannen zoals op deze preekstoel werden honderd jaar eerder al gemaakt in Rome en al snel daarna over heel Europa. Tot India was deze bouwstijl nog niet doorgedrongen toen de Portugezen in Old Goa hun kerken begonnen te bouwen.

In de kerk voor Bom Jesus bevindt zich ook een kleine staande preekstoel in late renaissancestijl, die waarschijnlijk kort na de hangende preekstoel is gemaakt. Zie de foto linksboven. Op de voorkant van de preekstoel zijn drie Groene Mannen en een Groen Dier afgebeeld. Op het bord aan de bovenkant van de preekstoel staat een gevleugelde Groene Man met een onderlijf dat geheel uit bladeren bestaat. Door de daar hangende bloemen is deze Groene Man helaas niet te zien.

Zie de foto rechtsboven voor een beter zicht op de twee Groene Mannen daaronder. Ze dragen een kroon en hun hoofd komt als een bloem uit acanthusstengels en bladeren te voorschijn.

Daaronder links een derde gekroonde Groene Man. Rechts onder eindigt de vegetatie niet in een gekroond mannenhoofd, maar in de kop van een dier met een grote bek vol witte tanden.

De SÚ Cathedraal in Old Goa is gebouwd 1562-1619. Op de voet van een in 1630 gemaakt monument is een rasechte Europese renaissance Groene Man afgebeeld. Zie de foto hierboven. Bladeren bedekken zijn hele gezicht en hij heeft horens. In de 16e en 17e eeuw zijn duizenden van dergelijke Groene Mannen te vinden, verspreid over heel Europa, maar in India alleen in de door Portugal beheerste gebieden.

In het Museum voor Christelijke Kunst in Old Goa bevindt zich een offerblok, afkomstig uit de SÚ Cathedraal, gemaakt in de 17e of 18e eeuw. Zie de foto links. Op het offerblok een Groene Man in de vorm van een hoofd dat als een bloem uit de vegetatie komt. Boven de Groene Mannen onderaan de preekstoel in de Bom Jezus bevinden zich vergelijkbare hoofden die uit de vegetatie komen. In veel cathedralen in Europa zijn dergelijke hoofden te vinden in de kapitelen van pilaren.

Tussen 1655 en 1700 bouwden broeders van de kleine Italiaanse orde van Theatinen de kerk van Sint Cajetan in Old Goa. Op de foto rechts een voorbeeld van het houtsnijwerk in de kerk. Klik op de foto voor een groter overzicht.

Centraal in het paneel is het hoofd van een gevleugelde Groene Cupido, gevat in band- en rolwerk. Zijn hoofd staat op een dunne stengel die uit de plant eronder komt. Links en rechts van hem komt een gevleugelde Groene Cupido uit de vegetatie te voorschijn. In de linker bovenhoek is het hoofd van een Groene Man te zien. Vanaf zijn gezicht groeien bladeren naar achteren. Uit zijn mond komt een tros druiven.

Tussen 1629 en 1636 liet Tirumalai Nayak, een van de machtigste koningen uit de Nayakdynastie in Madurai voor zichzelf een paleis bouwen. Daarbij maakte hij gebruik van de diensten van een Italiaanse architect die een voor die tijd revolutionaire combinatie van Indiase en Europese bouwstijlen maakte. Koning Chokkanatha Nayak, de kleinzoon van Tirumalai, liet een groot gedeelte van het paleis slopen om het materiaal te gebruiken bij de bouw van zijn eigen paleis in Tiruchirapalli.

Vanaf 1840 werd Madurai bestuurd door de British East India Company. Lord Napier, die van 1866 tot 1872 gouverneur was van Madurai, liet een kwart van het inmiddels tot een ru´ne vervallen paleis van Tirumalai herbouwen in de zogeheten Indo-Saraceense Stijl die Engelse architecten in die tijd ook elders in India toepasten. Daarbij werden elementen uit de traditionele Indiase architectuur en beeldhouwkunst op een geheel eigen wijze aangepast.

Op de foto linksboven zien we de binnenplaats van het paleis. De foto rechtsboven zoemt in op enkele kapitelen. Op het eerste gezicht zien we een aantal authentieke Indiase Kirtimukha's met hun bolle ogen, maar er klopt iets niet. Kirtimukha's hebben alleen een hoofd en soms armen, maar deze wezens hebben een lijf. Ze hebben ook niet de ronde slagtanden van Indiase Kirtimukha's, maar kleine, scherpe tanden.

Zijn het dan Kamara's? Maar Kamara's hebben de kop van een dier, niet de menselijke gelaatstrekken van de Kirtimukha. En Kirtimukha's en Kamara's zijn verbonden met vruchtbaarheid en vegetatie en ook met afbraak in de eindeloze cyclus van het bestaan. Deze wezens produceren niets en vernietigen niets. Ze zijn er gewoon.

Kamara's zitten gewoonlijk onderaan een boog met vegetatie. En dat is ook hier het geval. De foto rechts zoemt in op de rechterboog op de foto rechtsboven. We zien twee Kamara's met het lijf van een vogel. Ze staan met de staarten naar elkaar toe. Hun kop is geen vogelkop, maar de kop van een Kamara met een bek vol kleine tanden en een omhoogstekende slurf. Zo werden Kamara's vooral in Nepal, maar ook wel in India afgebeeld. Deze ornamenten zijn ontworpen voor de restauratie in de 19e eeuw, waarbij de symboliek van het samenspel tussen Kirtimukha's en Kamara's niet meer begrepen of aangevoeld werd.

Op bovenstaande foto's de grote zaal van het paleis. Boven de kapitelen van de brede pilaren zijn Groene Mannen afgebeeld. De foto links toont het hoofd van een man met vegetatie die uit zijn mondhoeken en van onder zijn hoofd komt.

Op bovenstaande foto's nog twee andere Groene Mannen. De linker steekt zijn handen tussen de bladeren door. Bij de rechter is alleen het hoofd zichtbaar. Geen van deze Groene Mannen sluit aan bij enige Indiase bouwstijl. Bij de de restauratie in de 19e eeuw zijn ze gemaakt naar Europese voorbeelden.

Bovenstaande foto's tonen een ander gedeelte van het paleis. De foto links laat een zijwand van de binnenplaats naast de Grote Zaal zien. Boven de boog is een hemelsblauw geschilderde Kirtimukha afgebeeld. Op zijn hoofd zit een blauwe vogel. Onder zijn kin zit naar links en naar rechts een Makara. Hun opengesperde bekken zijn naar buiten gericht. Het zijn elementen uit de traditionele Indiase beeldhouwkunst, maar in de 19e eeuw in een samenhang gebracht die nooit zo in India werd uitgebeeld.

Boven de Kirtimukha zijn rechtopstaande gevleugelde Groene Dieren afgebeeld, met een lange stengel die uit hun bek komt. Ze zien er autentiek uit en zullen uit het oude paleis bewaard zijn gebleven of uit een eeuwenoude tempel elders gehaald zijn. In de zwik tussen de twee bogen daaronder staat een groen en bruin geverfd Groen Dier dat in de 19e eeuw gemaakt zal zijn.

De foto rechtsboven toont het Auditorium, de zaal waar de koning bezoekers ontving. De zaal was afgebroken, maar is tussen 1866 en 1872 herbouwd in de Indo-Saraceense Stijl. We zullen enkele onderdelen van de zaal eens wat nader bekijken.

De foto linksboven zoemt in op de top van de middelste boog. Daar zien we een Kirtimukha met bolle ogen en kleine scherpe tanden. Uit zijn mond komen twee Kamara's, ook hier met een lange slurf, die naar links en naar rechts afbuigen.

De wisselwerking tussen Kirtimukha's en Kamara's bestond door de eeuwen heen uit een dynamische afwisseling van schepping en afbraak, zoals ik aan de hand van vele voorbeelden heb laten zien. Die wisselwerking is hier afwezig. De Kirtimukha brengt twee Kamara's voort en de Kamara's brengen niets voort.

Er is nog een ander verschil. De Kirtimukha en de Kamara's brengen traditioneel uit hun mond vegetatie voort en kunnen deze ook weer verslinden. Het gezicht van de Kirtimukha gaat naar alle kanten over in stengels en bladeren, zoals dat bij de Europese Groene Man het geval is. Maar er komt geen vegetatie uit zijn mond, alleen twee Kamara's. Onder zijn tong zit de godin Sarasvati en bespeelt de vina, een Indiase luit. In de mythen is ze de echtgenote van Brahma. In de traditionele Indiase voorstelling wordt ze niet met de Kirtimukha geassocieerd. De boog uit de mond van de Kirtimukha is traditioneel gevuld met vegetatie. Hier zijn het alleen gevleugelde wezens, kennelijk het gevolg van Sarasvati.

De foto rechtsboven toont een van de ornamenten die boven elke pilaar in deze zaal te zien zijn. Hier betreft het twee omstrengelde draken die duidelijk een eenheid vormen met de hen omringende vegetatie en dus wel als Groene Draken beschouwd kunnen worden. Geen traditionele Indiase symboliek. In beide hoeken onder dit tafereel is een Makara met omhoog gestoken slurf te zien. Hun staarten gaan over in vegetatie en uit de bek van de linker steekt eveneens een stengel. Boven de andere pilaren zijn soortgelijke reliŰfs te vinden.

De Indo-Saraceense Stijl, zoals die in dit paleis en ook elders in India te zien is, grijpt terug op traditionele voorstellingen, maar lijkt hier zeer losjes, als ornamenten zonder diepere betekenis, mee om te gaan.

Op de Chandranathheuvel in Goa bevindt zich een in de 17e eeuw gebouwde tempel, gewijd aan Chandreshwar ('Heer van de Maan'), een verschijningsvorm van Shiva. In de tempel wordt de god vereerd in de vorm van een shivalinga die bestaat uit een puntvormig uitsteeksel van de rotsbodem waarop de tempel is gebouwd. Bij volle maan schijnt het licht door een opening in het dak op de shivalinga. Om dit heiligdom heen is een hek gebouwd. De Groene Man op bovenstaande foto vormt de bovenkant van het hek. Aan de drie andere zijkanten van het hek is eenzelfde afbeelding te vinden. Klik op de foto om het heiligdom met de shivalinga zichtbaar te maken.

De afbeelding op het hek, waarschijnlijk gemaakt in de 17e eeuw, is een perfecte samensmelting van de Indiase Kirtimukha en de Europese Groene Man in barokstijl. De houtsnijder is ongetwijfeld bekend geweest met Groene Mannen die elders in Goa in opdracht van de Portugezen zijn gemaakt. Hij heeft beide tot hun recht willen laten komen en is daarin geslaagd.

In de Chandranathtempel bevindt zich ook het rijk bewerkte houten middendeel van een koets, waarschijnlijk gemaakt in de 17e eeuw. Zie de foto linksboven. Op het voetenbord van de koets is aan de binnen- en buitenkant een Kirtimukha annex Groene Man afgebeeld. Zie de foto rechtsboven. Ook hier is sprake van een perfecte harmonie tussen de Indiase en Europese vormgeving. Het gezicht van de Kirtimukha is trefzeker neergezet. De overdadige acanthusstengels die uit zijn mond komen verbinden hem met de Europese Groene Man.

De koets is aan alle kanten versierd met houtsnijwerk en Groene Dieren. Op bovenstaande foto een Groene Vogel. Zijn staart gaat over in acanthusbladeren. Uit zijn snavel komen bladeren en op zijn kop groeit als een kuif een stengel en een blad.

In 1888 openden de Engelsen in Mumbay (vroeger Bombay genoemd) een door Wilson Bell en Frederic William Stevens gebouwd spoorwegstation. Ter ere van de koningin die van 1877 tot 1901 ook keizerin van India was, werd het station Victoria Terminal genoemd. In 1996 werd het station omgedoopt tot Chhatrapati Shivaji Terminal, maar iedereen gebruikt nog steeds de oude naam.

Het gebouw, in neogotische stijl met vele eclectische, victoriaanse trekjes, vermengd met verschillende Indiase bouwstijlen, staat sinds 2004 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Op de buitengevel en in het gebouw zijn honderden Groene Wezens afgebeeld waaruit ik hier een selectie zal maken.

Op bovenstaande foto's een Groene Hond links en rechts boven een boog. De staarten van de honden gaan over in stengels met bladeren en vruchten. Uit hun bekken komt een stengel met vruchten. Typerend voor dergelijke afbeeldingen is dat verschillende planten zich op dezelfde stengel manifesteren. De vruchten lijken olijven, de bladeren niet. Dat is geen slordigheid van de maker. Zoals de Groene Hond overgaat van dier naar vegetatie, zo gaat de ene plant over in de andere.

In de zwik tussen twee bogen is vaak een Groen Dier te vinden met de neus naar beneden en een lijf dat uit de vegetatie erboven komt. Meestal is niet te zeggen wat voor dier het is. Een wild zwijn? Een konijn? Een wolf? Zoals het dier overgaat in vegetatie, zo gaan de verschillende lichaamsdelen over van het ene dier in het andere.

Sommige Groene Dieren zijn te vinden in de zwikken tussen de onderkant van een rond raam en de omlijsting. Het linkerdier heeft iets weg van een vos. Op zijn kop groeien bladeren en uit zijn bek komt een stengel met bladeren en trossen druiven.

Het dier op de foto rechts boven heeft de gestileerde kop van een dolfijn, maar wel een poot. De staart van het dier gaat over in twee stengels met bladeren en vruchten.

De Groene Dieren in de zwikken zijn links en rechts van het ronde raam elkaars evenbeeld, maar voor elk raam zijn dat weer andere dieren. Het dier op bovenstaande foto's lijkt een kruising tussen de Indiase Makara en de Europese dolfijn.

Aan de voet van enkele pilaren in de hal van het station zijn Groene Leeuwen te zien. De haren op hun kop gaan over in bladeren.

Victoria Terminal getuigt van de opleving van Groene Wezens in de 19e eeuw. Overal in Europa is dit in de verschillende neostijlen terug te vinden. Als onderdeel van het British Empire heeft India daar ook haar deel van gehad.

Zijn de Groene Wezens in India blijven hangen? Kirtimukha's en Makara'sworden nog steeds gemaakt en zijn overal in India en Nepal te zien. De Europese Groene Man is niet echt aangeslagen. En Groene Vrouwen ontbreken volledig.

Bovenstaande foto's tonen een duidelijke imitatie van de Britse en Europese Groene Man in de Dabu Amichand Panolai Adswari Jaintempel in Mumbay, gebouwd in 1904. Op de pilaren zijn hoofden van mannen met een snor en een kroon geplaatst tussen weelderige vegetatie. Waarschijnlijk is het maar beter dat India haar eigen tradities in ere houdt en zich niet spiegelt aan het westen. Ze hebben genoeg van zichzelf.