Ge´llustreerde Encyclopedie van Indiase Goden en Godinnen

Door Joke en Ko Lankester

Joke en Ko Lankester; 458 pag; prijs Ç 9,95
Met 736 door Joke Lankester gemaakte foto's
Vormgeving Ko Lankester 2019
Met een uitgebreid wetenschappelijk register
Uitgegeven door Circe in pdf, 2019
Alleen via onze site in pdf-formaat te koop.

Rond 1500 v. Chr. trokken grote groepen AriŰrs, een tak van de Indo-Europese stammen, India binnen en onderwierpen door hun militaire overmacht de plaatselijke bevolking. Uit de samensmelting van beide groepen ontstond het hindoe´sme, dat zich over India en Zuidoost-AziŰ verspreidde. Binnen deze religie is de kosmos een zich voortdurend veranderend geheel. Goden hebben geen vaste gedaante, maar kunnen zich op talloze wijzen manifesteren, waarbij de grenzen tussen plantaardige, dierlijke en menselijke vormen gemakkelijk overschreden worden.

Een voorbeeld van een gedaantewisseling is te zien in de foto rechts, waar de god Shiva is versmolten met een godin. De linkerhelft van de afbeelding is Shiva, de rechterhelft zijn partner. Deze manifestatie wordt wel aangeduid als Ardhanarishvara.

De gedaantewisseling gaat in het hindoe´sme nog wel verder. Op de foto links heeft Vishnu, een van de andere hoofdgoden, de gedaante aangenomen van een vrouw, die Mohini wordt genoemd. Shiva wordt verliefd op Mohini en verwekt bij haar hun zoon Manikantha.

Niet alleen goden en godinnen worden in de Encyclopedie beschreven. Ook vreemde wezens als kirtimukha's,makara's en apsara's worden toegelicht in woord en beeld. Een prachtig voorbeeld van de rol van Kirtimukha's en Makara's in de eeuwige kringloop van schepping, bloei en vernietiging is te vinden in de Chennakeshavatempel in Belur, waar ik hierboven al Mohini en Narasimha heb genoemd. Het tafereel bevindt zich boven de ingang van de tempel.

De gevleugelde persoon is Garuda, de uit een ei geboren god die er soms als mens uitziet en soms als een vogel of iets daar tussenin. Hier heeft hij alleen vleugels en verder een menselijke gedaante. Garuda doet vaak dienst als rijdier voor Vishnu. Zo ook hier want de persoon boven hem is Visnu in de gedaante van Narasimha die de demon verscheurt. Boven Narasimha, op zijn gewone plek in de nok van een boog, zien we Kirtimukha, die ook hier met zijn bolle ogen en slagtanden verrassend veel op Narasimha lijkt.

Kirtimukha neemt hier de dubbele rol van schepper-vernietiger op zich. Uit beide mondhoeken komt vegetatie die in sierlijke slingers reikt tot de bek van een grote Makara. Uit de bek van de Makara's komt een stengel die als een slang naar de Kirtimukha rolt. De overvloedige stengels die de staarten van de Makara's vormen, benadrukken hun scheppingskracht, die een tegenwicht vormt voor de destructieve kracht van Narasimha. De Kirtimukha zit hier tussenin: in staat te scheppen en te vernietigen.

Op de buitenmuur van de nabij gelegen Veera Narayana-tempel in Belur, eveneens gemaakt rond 1116, bevindt zich een vergelijkbare voorstelling. Zie bovenstaande foto's. Shiva, met in zijn handen zijn drietand en een ratelaar, vertrapt een demon. De god staat onder een boog (torana) met bovenin een Kirtimukha. Uit diens mond komen twee stengels die langs zijn gezicht naar boven draaien. Onder de mond van de Kirtimukha hangt zijn tong. De vegetatie die aan weerskanten van de tong uit de mond komt, vormt met sierlijke krullen de onderste boog van de torana.

Aan weerskanten staat een Makara. Uit de bek van elke Makara komt een stengel die drie knoppen vormt en eindigt bij het gezicht van de Kirtimukha. Opnieuw dus een dubbele boog, gemaakt door de Kirtimukha en de Makara's.

In Nepal zijn Kirtimukha's en Makara's al vroeg ingeburgerd. Bovenstaande foto's tonen een reliŰf, gemaakt in de 6e of 7e eeuw, dat in de 17e eeuw in de bossen vlakbij Kathmandu is teruggevonden en nu op het Durbarplein in de stad staat. De grote figuur is Bhairava, een bloeddorstige verschijningsvorm van Shiva, die de kosmos vernietigt. Bhairava wordt vooral in Nepal vereerd als onmisbare schakel in de kringloop van groei en afbraak.

Bhairava is afgebeeld onder een boog met in de top de vroeg-Nepalese variant van de Kirthmukha. Hij heeft wel armen, maar geen lijf. Klik op de foto rechtsboven om hem wat beter te bekijken.

Op het eerste gezicht is de zwarte figuur monsterachtig, met zijn uitpuilende donkere ogen, zijn scherpe slagtanden en zijn derde oog op zijn voorhoofd. Alsof hij Bhairava graag een handje helpt de kosmos te vernietigen. Maar als we goed kijken zien we de vegetatie die aan weerskanten van zijn hoofd ontspringt en naar beide kanten de hele boog vult.

Onderaan de boog (zie de foto rechts) staat een Makara. Hij heeft een wat gedronger lijf dan de Indiase variant en hij heeft een slurf, als een olifant, maar wel een rij kleine tanden en geen slagtanden. Uit zijn bek komt een stengel met bladeren die tot het hoofd van de Kirtimukha reikt. Zijn staart bestaat uit een in een krul eindigende stengel. De bladeren achter zijn staart komen van boven, afkomstig van de Kirtimukha.

Boven de Makara staat een Groene Man. Zijn handen houdt hij voor zijn borst met de palmen tegen elkaar. Dit gebaar wordt in India en Nepal anjali genoemt en is een teken van aanbidding, zoals dat voor het beeld van een god of godin wordt gedaan. Maar wie of wat aanbidt hij? En is hij wel een mens? Hij heeft het bovenlichaam van een man, maar op zijn hoofd groeien bladeren en zijn onderlichaam is dat van een vogel met een staart die uit stengels en bladeren bestaat. Aan de andere kant van de boog bevindt zich eveneens een Kamara en een Groene Man.

Tussen de Kirtimukha en de Groene Man bevindt zich een Groen Dier, dat door de Kirthimukha bij de staart wordt vastgehouden. Zie de foto links. Het dier lijkt een slang, maar heeft poten. Het lijf draait in een lus, zodat de kop naar de Kirtimukha is gericht. In de lus is een vis bekneld, de staart naar ons toe gericht. Op het lijf en de staart van de vis groeien bladeren. Uit de bek van het slangachtige wezen komt een twijg met bladeren.

Alles in deze voorstelling heeft te maken met de dynamiek van schepping en vernietiging in de eeuwige kringloop van het bestaan.

Door de eeuwen heen zijn de Kirtimukha en de Kamara populair geweest in Nepal. In Pashupatinath bestaat al vanaf de 4e eeuw een grote tempel. De stad is genoemd naar Pashupathi, een van de verschijningsvormen van Shiva. In de loop der eeuwen is de aan deze god gewijde tempel vaak verwoest en weer herbouwd met er omheen niet minder dan 235 tempeltjes of heiligdommen. Waarschijnlijk dateren de meeste van deze tempeltjes uit de 16e of 17e eeuw.

De foto linksboven toont een van deze tempeltjes. Boven de ingang is een boog. Zie de foto rechtsboven voor een vergroting. De Kirtimukha bovenin de boog heeft zijn ogen gesloten. Uit zijn mondhoeken komen dikke stengels die langs beide kanten van de boog naar beneden kronkelen. Onderaan de boog zit aan beide kanten een Kamara met een grote slurf. Boven de Kamara's zit een meisje op een lotusblad.

De 235 tempeltjes in Pashupatinath hebben gewoonlijk aan vier kanten een raam of deur met daarboven een boog met een Kirtimukha in de top en een Kamara aan beide zijkanten. Zie bovenstaande foto's. De Kamara's hebben de kop naar buiten gericht en steken de slurf omhoog.

In Nepal wordt de Kirtimukha soms aangeduid als Cheppu. Volgens oude mythen is hij een broer van Garuda, maar heeft alleen een hoofd en soms armen omdat zijn moeder te vroeg in het nest wilde kijken of de eieren al uitgekomen waren. Garuda was helemaal volgroeid, maar Cheppu niet.

Hoe dat ook zij, Garuda wordt vaak verbonden met de Kirtimukha en de Makara's. De foto links toont een reliŰf uit de 16e eeuw, boven de ingang van de tempel van de godin Tripura Sundari in Bhaktapur, Nepal. Garuda spreidt beschermend zijn vleugels uit boven Vishnu. Hij neemt hier op het hoogste punt van de boog de plaats in van Kirtimukha. De basis van de boog wordt gevormd door twee Kamara's met bolle ogen, een slurf en een staart die met stengels en bladeren een krul vormt.

De grootste bezienswaardigheid van Bhaktapur is de Gouden Poort, gebouwd in 1753 door Ranajit Malla, de laatste koning van Bhaktapur, als ingang van het daarachter gelegen paleis. Zie de foto links voor de hele poort.

De foto rechts zoemt in op de boog boven de ingang. Boven in de boog zien we Gadura met gespreide vleugels. Met zijn rechterklauw draagt hij Shiva die een slang vertrapt, met zijn andere klauw een godin, waarschijnlijk Shakti, die eveneens een slang onder haar voet vertrapt.

Onder de boog is Taleju, een vooral in Nepal vereerde godin, afgebeeld. De poort geeft ook toegang naar de daarachter gelegen Talejutempel. De strijdlustige godin heeft vier hoofden en tien armen. De schedels aan een snoer om haar middel tonen haar verwantschap met Kali, die bovenaan beide pilaren van de poort is afgebeeld.

Linksonder op de foto is de riviergodin Jamuna afgebeeld, staand op een Kamara met een slurf en een achterlijf dat overgaat in bladeren. Rechtsonder staat de riviergodin Ganga, naar wie de Ganges is genoemd, op een schildpad.

In de boog staat aan beide kanten een Groene Man. Zie bovenstaande foto's. Ze komen overeen met de Groene Mannen op de boog in Kathmandu die ik eerder hebt genoemd.

De Groene Mannen hebben het bovenlijf van een man en het achterlijf van een vogel dat overgaat in vegetatie. In hun handen houden ze een schenkkan voor plengoffers. Ze maken een devote indruk.

Onderaan de boog bevindt zich aan beide kanten een Kamara. Zie de foto links voor een van de twee. Hij heeft de voor Nepal typerende slurf en een achterlijf dat overgaat in bladeren. Uit zijn bek komt vegetatie. Hieraan zijn drie klokken opgehangen. Met name in het boeddhisme zijn deze klokken in tempels en heiligdommen gebruikelijk, maar in hindoe´stische voorstellingen worden ze ook wel gebruikt.

De Gouden Poort, overigens van messing en niet van goud, wordt gerekend tot de hoogtepunten in de Nepalese beeldende kunst.

Kirtimukha's zijn in Nepal te vinden op de grootste tempelcomplexen, maar ook op kleine tempeltjes die alleen door buurtbewoners worden gebruikt. Op de foto linksboven twee lokale heiligdommen in Kathmandu. Het linkertempeltje is gewijd aan Ganesha, de zoon van Shiva met de kop van een olifant. De afbeeldingen zijn in de loop der eeuwen vervaagd, maar de buurtbewoners herkennen ongetwijfeld de Kirtimukha en de stengels met grote knoppen die uit zijn mondhoeken komen. Onderaan beide einden van de boog zit een Kamara, zijn kop naar buiten gericht, zijn slurf omhoog gestoken.

Het rechtertempeltje op de linkerfoto is gewijd aan Shiva. Dat kun je zien aan de stier die buiten ligt, zijn rijdier Nandi. Een verzoek aan Shiva wordt vaak gericht aan Nandi die het aan de god zal overbrengen. Ook boven de bogen van dit tempeltje bevindt zich een Kirtimukha, met stengels of slangen uit zijn mondhoeken. De punt op het dak is een shivalinga, een gestileerde fallus.

Het straattempeltje op de foto rechts is gewijd aan Ganesha. Hoewel het bouwwerk in slechte staat verkeert, wordt het heiligdom, gezien de rode kleur op het lijf van Ganesha, nog druk gebruikt. Op de boog boven de opening vinden we een verweerde Kirtimukha met stengels die uit zijn mondhoeken komen. Aan het eind van de linkerboog zit een Kamara, zijn snuit naar de Kirtimukha gericht, zijn slurf omhoog gestoken. De rechter Kamara is kennelijk bij een restauratie verdwenen. Boven op het tempeltje bevindt zich een shivalinga die, blijkens de bloemenkransen er omheen, nog steeds vereerd wordt.

Voordat we Nepal verlaten nog ÚÚn, heel bijzonder tempeltje. In 1768 liet koning Prithivi Narayam Shah op deze plaats in Kathmandu een tempeltje bouwen ter gelegenheid van het feit dat hij Kanthipur, het huidige Kathmandu had veroverd. Bij het tempeltje staat een bodhiboom (Ficus religiosa), een heilige boom voor zowel boeddhisten als hindoes. Boeddha had onder een boddhiboom gemediteerd en Krishna had zichzelf met deze heilige boom vergeleken.

In Nepal wordt de boom peepal genoemd en eveneens als heiligste boom vereerd door boeddhisten en hindoes. Het tempeltje is gewijd aan Gorakhnath, een mythische yogaleraar die een incarnatie van Shiva zou zijn geweest. In het tempeltje worden nog steeds in steen de voetstappen van Gorakhnath bewaard, die hier gemediteerd zou hebben. Een bijzonder heilige plaats dus.

Een probleem is alleen dat de bodhiboom in de loop der jaren 30 meter hoog kan worden, met een stamdoorsnee van drie meter en grote luchtwortels. De heilige boom is inmiddels dwars door de heilige tempel heen gegroeid.

In de boog boven de tempelingang zien we een Kirtimukha met een stengel of slang uit beide mondhoeken. Onderaan de linkerboog bevindt zich een Kamara met een opgekrulde slurf. De rechter Kamara is achter de takken van de boom verdwenen.

Terug naar India, want daar zijn varianten die we nog niet hebben bekeken. Van 850 tot 1270 heerste de Chola-dynastie over grote delen van Zuid-India. Raja Raja (985-1014), een van de machtigste vorsten, liet tussen 1003 en 1010 een grote tempel bouwen in Thanjavur die door velen wordt gezien als een hoogtepunt in de Chola-architectuur. Typerend voor deze stijl zijn hoge tempels met rijk versierde gevels, geheel gevuld met reliŰfs.

De foto linksboven toont een van de twee poortgebouwen die je moet passeren om de tempel zelf te bereiken. De bovenkant van het gebouw bestaat uit zes verdiepingen. Alleen al op deze kant van het poortgebouw zijn tientallen Kirtimukha's afgebeeld. De foto rechtsboven zoemt in op het centrale deel van de bovenste verdiepingen. De Kirtimukha's hebben het bekende uiterlijk: grote slagtanden, bolle ogen en hoornachtige uitsteeksels die boven de oogleden beginnen.

Elke Kirtimukha is de top van een boog, gevormd door stengels en bladeren vanuit het hoofd van de Kirtimukha. De bovenste Kirtimukha op de foto rechtsboven bekroont het dak van het poortgebouw. Aan de zijkanten van het dak bevindt zich een vergelijkbare voorstelling. De boog omsluit een tempel met pilaren. Daaronder een kleinere Kirtimukha. De vegetatie uit zijn mond vormt een prachtige boog van weeldirige vegetatie. Aan weerskanten van de boog staat een poortwachter. Hieronder een derde Kirtimukha, die op de foto rechts gedetailleerder te zien is. In de uit zijn mond komende boog zijn tientallen figuurtjes te zien. In hun handen houden ze bekkens of een trommel.

Bij de slagtanden van deze Kirtimukha zijn kleine Makara's te zien. Zie de foto links voor de rechter Makara. De Makara heeft zijn bek met kleine tanden wijd open. Het wordt in het midden gelaten of de Makara vegetatie zal voortbrengen of opeten. Het is typerend voor tempels in de Cholastijl dat talloze details tot in de finesses zijn uitgewerkt zodat je ze pas ziet als je heel goed kijkt.

Een ander voorbeeld van een tempel in Cholastijl is de aan Shiva gewijde Airatesvaratempel in Darasuram, gebouwd in opdracht van Raja Raja II (1146-63). De foto linksboven toont de tempel met midden onder een grote shivalinga. Zie de foto rechts boven voor de shivalinga. Deze gestileerde fallus vertegenwoordigt de scheppingskracht van Shiva en is in elke Shivatempel wel te vinden, meestal geplaatst in een yoni, een gestileerde vulva. Maar hier is de yoni in de linga afgebeeld en hierin staat Shiva. Linksboven op de linga is Brahma afgebeeld als een zwaan en onder zien we Vishnu in de gedaante van een everzwijn. Alles is gericht op vruchtbaarheid en scheppingsdrang. Hierboven, in het dak van de tempel, zijn tientallen Kirtimukha's afgebeeld, elk met een boog van door hen voorgebrachte vegetatie. Dit sluit aan bij de door Shiva op gang gebrachte schepping.

In Viralimai in Zuid-India is een grote tempel gebouwd in Cholastijl in opdracht van koning Aditya Chola (871-907). Met name in de 16e en 17e eeuw is de tempel ingrijpend verbouwd, maar nog steeds is de Cholastijl duidelijk aanwezig, zij het in een gekleurde variant, die ook elders in Zuid-India te vinden is, met name in Madurai.

Op bovenstaande foto zien we de buitengevel van de tempel. De openingen in het midden van elke verdieping worden bewaakt door tempelwachters met vier armen. Ze houden een grote knuppel vast en hebben hun voet op een leeuw.

Boven elke opening is een Kirtimukha geplaatst. De vegetatie uit de mond van elke Kirtimukha vormt een boog boven de opening. Ook elders in de tempelwand zijn op elke verdieping Kirtimukha's te zien. Hun functie is duidelijk de tempel te beschermen.

Op de foto links een van de bijgebouwen van deze tempel. Vrijwel de gehele buitenwand is bedekt met Kirtimukha's met onder zich een door vegetatie gevormde boog. Op het dak aan vier kanten een grote Kirtimukha. Onderaam de uiteinden van elke boog bevindt zich een groene Makara. Elke Makara heeft een omhoogstekende slurf en een open bek met puntige witte tanden. Uit de bek van de Makara's gaat een groene stroom met bloemen omhoog. Uit de mond van de Kirtimukha gaat een gouden stroom met bloemen naar beneden.

Op de foto rechts een ander deel van het bijgebouw. Kartikeya, een zoon van Shiva, heeft hier vijf hoofden en tien armen. De god zit op een pauw, zijn gebruikelijke rijdier. Aan weerskanten ziju zijn twee vrouwen, Devisena en Valli, afgebeeld.

Boven de god zien we een Kirtimukha. Uit zijn mondhoeken komen groene bladeren die naar buiten krullen. Onder de neerhangende tong van de Kirtimukha een boog met zeven bloemen. Aan beide uiteinden van de boog zit een groene Kamara. Zijn opengesperde bek toont puntige witte tanden. Spiralen rond de bloemen op de boog geven aan dat de stroom van de Kirtimukha naar de Kamara's gaat. Vlammen buiten de boog laten de hitte zien die de stroom uitstraalt.

Het is duidelijk dat de Kirtimukha's en de Makara's in India en Nepal perpect samenwerken om de eeuwige kringloop van schepping en vernietiging op gang te brengen en in stand te houden. Daarmee nemen ze een centrale plaats in de dynamiek en de harmonie van de kosmos in.

Hoewel de Kirtimukha in staat is de kosmos te verslinden, is hij meestal een scheppende kracht die vegetatie en nieuw leven voortbrengt, alleen of in harmonie met twee Makara's.

In Hoysalatempels in Zuid-India worden Kirtimukha's op de gebruikelijke wijze afgebeeld: als bekroning van een boog. Maar ze kunnen ook de onderkant van een tempel of bijgebouw vormen. De vegetatie uit hun mond omsluit dan een grote bloem. Een voorbeeld zien we op bovenstaande foto's, genomen in de vaker genoemde Chennakeshavatempel in Belur, voltooid in 1116. Het uiterlijk van de Kirtimukha is hetzelfde. Alleen zijn plaats in het geheel is anders.

Op bovenstaande foto's een variant op een koepel in dezelfde tempel. Op de vijf verdieping van de koepel zijn steeds twee Kirtimukha's in hetzelfde ornament verwerkt.

De middelste foto zoemt in op de brede kolom waarin zes Kirtimukha's boven elkaar zijn afgebeeld. Uit de mond van de bovenste komt een cirkelvormig ornament. Uit de mond van de Kirtimukha daaronder komt een andere Kirtimukha die cirkelvormige vegetatie voortbrengt. De Kirtimukha daaronder brengt een andere Kirtimukha voort, die zelf weer een cirkelvormige vegetatie voorbrengt met daarin een figuurtje.

De foto rechts toont de onderste Kirtimukha. Hij is het meest gedetailleerd uitgewerkt en uit zijn mond komen twee stengels die naar boven ombuigen en naar onderen toe twee stengels die een bloem omsluiten. De scheppingskracht van de Kirtimukha's is hiermee duidelijk weergegeven.

Groene Wezens in India zijn niet altijd Kirtimukha's of Makara's. Regelmatig kom je rechtop staande dieren tegen met een lange stengel met knoppen en bloemen die uit hun bek komt. Ze hebben bolle ogen en een bek vol tanden. In Zuid-India worden ze Yali genoemd en in Noord-India Vyali.

De foto linksboven is genomen van de Nandi Madapa, het verblijf van de stier Nandi bij de tempel in Thanjavur, gemaakt in 1003-1010. Elke pilaar op de hoeken van de Mandapa is voorzien van een Yali.

De Yali op de foto midden boven trof Joke aan in de ru´ne van een eeuwenoude tempel in Madurai, Zuid-India. Nadere gegevens ontbreken.

De foto rechtsboven toont een rond gebouw op een plein in Halebid, Zuid-India. Klik op de foto om het hele gebouw te zien. Blijkens een bord is het in 2006 gebouwd, maar nadere gegevens heb ik er niet over kunnen vinden. Misschien is het een tempel of een monument. Op een verhoging in het midden staan drie leeuwen, die ook bovenop de koepel zijn afgebeeld en een bekend symbool voor het koningschap zijn. Op de koepel zelf staan Kirtimukha's. Boven elke pilaar bevindt zich een Yali. Uit hun bekken komt een stengel die aan de onderkant een krul vormt.