De Groene Man en de Groene Vrouw in het Vaticaan

door Ko Lankester

Klik op de foto's voor een grotere weergave.

In ons boek De Groene Man en de Groene Vrouw hebben we aangetoond dat de Groene Man Man en Groene Vrouw zijn ontstaan in de eerste eeuw voor het begin van onze jaartelling in het Romeinse Rijk. Vaak wordt gezegd dat in de middeleeuwen en renaissance de Groene Man in kerken is binnengesmokkeld om zodoende een heidens element daar een plaats te geven. Dit zou heidenen en twijfelaars overhalen naar de kerk te gaan. Ook zou de Groene Man een soort afschrikwekkend voorbeeld zijn om je niet in te laten met de oude heidense cultus van vruchtbaarheid en afgodendom. In het boek laten we zien dat dit onjuist is. De Groene Man in de middeleeuwen is mysterieus of krachtig, maar vrijwel nooit afschrikwekkend.

Na de ondergang van het Romeinse Rijk in de 5e eeuw verdwenen de Groene Man en de Groene Vrouw van het toneel om in de 11e eeuw weer op te duiken in romaanse kerken, kloosters en abdijen. In het nog deels heidense Noord-Europa speelden de Groene Man en de Groene Vrouw geen rol. In Italië, Frankrijk en de andere landen in Midden- en Zuid-Europa was het heidendom zo goed als uitgebannen en waren hooguit wat heidense gebruiken in het christendom opgenomen.

De plaats van de Groene Man en de Groene Vrouw in de romaanse en gotische periode hebben we in ons boek uitgebreid belicht. Ook Groene Cupido's en uiteenlopende Groene Dieren hebben we beschreven aan de hand van vele door Joke gemaakte foto's. In de belangrijkste romaanse en gotische kerken en kathedralen zijn ze wel te vinden. Ze zijn niet verborgen op moeilijk toegankele plaatsen, maar openlijk getoond op koorhekken, koorbanken, kapitelen, draagstenen en sluitstenen.

Hier zullen we ons vooral richten op de renaissance omdat in deze periode het Vaticaan een duidelijke voortrekkersrol heeft vervuld in het afbeelden van uiteenlopende Groene Wezens. Ook in de daarop volgende eeuwen zijn Groene Mannen en Groene Vrouwen in het Vaticaan prominent afgebeeld. Nooit eerder is hier, voorzover wij weten, aandacht aan besteed. Foto's hiervan of artikelen hierover zul je op Internet tevergeefs zoeken. Met gepaste trots onthullen we dit over het hoofd geziene aspect van het Vaticaan.

De Domus Aurea

Het begon allemaal met de ontdekking rond 1480 van de Domus Aurea, het paleis dat keizer Nero tussen 64 en 68 in Rome voor zich heeft laten bouwen. Het paleis is nooit voltooid omdat Nero door zijn wangedrag in het jaar 68 gedwongen werd zelfmoord te plegen. Zijn opvolger Vespasianus heeft het paleis deels laten afbreken en het verder ontoegankelijk laten maken. In 78 volgde Titus zijn vader op als keizer en liet een groot openbaar badhuis aanleggen bovenop de ruïnes van het Domus Aurea. De Domus Aurea raakte in vergetelheid en aangenomen werd dat Vespasanus en Titus het volledig hadden laten afbreken om plaats te maken voor het badhuis.

Rond 1480 werd een gat ontdekt in de vloer van het badhuis. Daaronder trof men een groot gebouw met fresco's op verschillende muren en plafonds. Aangenomen werd dat dit een deel van het badhuis betrof. Het was de ontdekking van de eeuw omdat voor het eerst voorbeelden van de Romeinse schilderkunst werden gevonden. Pompeii en Hercalaneum waren nog niet uitgegraven. Van 1480 tot 1800 bezochten veel kunstenaars de ruïne van de Domus Aurea en kopieerden de fresco's die ze daar aantroffen. In 1811 bleken de kleuren van de meeste fresco's vervaagd of verdwenen te zijn door de afvalstoffen van een nabijgelegen salpeterfabriek die jarenlang in de ondergrondse ruimte waren geloosd. Toen wij in 2011 Rome bezochten was de Domus Aurea afgesloten voor bezoekers wegens instortingsgevaar. In het boek hebben we er daarom geen foto's van opgenomen. Hier geef ik alleen een afbeelding die op Wikipedia te zien is. De foto toont twee gevleugelde Groene Mannen of Groene Vrouwen van wie het onderlichaam geheel uit vegetatie bestaat. In de middeleeuwen zijn dergelijke afbeeldingen afwezig, maar in de renaissance zijn ze algemeen te vinden, geënt op de fondsten in de Domus Aurea. Achter elke man staat een leeuw waarvan de staart eindigt in een bloem. In de rand daarboven gevleugelde paarden met een staart die eindigt in een appel. Tussen de paarden (niet zichtbaar op deze foto) gaat een kandelaber omhoog met vruchten, stengels, vazen en andere voorwerpen. Ook deze kandelabers en uiteenlopende Groene Dieren hebben in de renaissance een grote rol gespeeld. Meestal worden ze aangeduid als grotesken.

Pinturicchio en Raphael

Een van de eersten die de Groene Wezens en kandelabers van de Domus Aurea een plaats gaf in kerken in Rome was Barnadino Pinturicchio (1454-1513). In de Santa Maria del Popolo schilderde hij in 1490 de Heilige Maagd, omringd door de vier evangelisten en vier sibillen. De sibillen waren heidense orakelpriesteressen, die in de renaissance werden voorgesteld als profetessen die de komst van Christus hadden voorspeld. We zijn in 2011 in de kerk geweest, maar de fresco's, op het plafond van de bibliotheek, zijn vanuit de kerk nauwelijks te zien, dus ik volsta met een afbeelding van Wikipedia. Hierop is de sibille van Delphi te zien. In de rand hier omheen zien we twee naakte, gevleugelde Groene Vrouwen die op een kandelaber hurken. Gevleugelde Groene Paarden en andere Groene Dieren komen uit vegetatie of uit een hoorn van overvloed. In de hoeken het hoofd van Groene Mannen van wie baard en haren overgaan in bladeren. Pinturicchio maakte deze fresco's in opdracht van de machtige familie Della Rovere, onder wie Giuliano della Rovere (1443-1513) de latere paus Julius II (1503-1513). Het bewaard gebleven contract spreekt nadrukkelijk van het afbeelden van grotesken.

Naast Pinturicchio heeft Raphael (1483-1520), een van de grootste kunstenaars van de renaissance, ervoor gezorgd dat de Groene Mannen en Groene Vrouwen van de Domus Aurea snel ingeburgerd raakten in de hoogste religieuze kringen in Rome en daarna in de rest van Europa. Julius II gaf hem in 1508 opdracht de vertrekken van zijn privé-bibliotheek in het Vatikaan van fresco's te voorzien. Tussen 1509 en 1520 werkte Raphael met een team van medewerkers aan het beschilderen van de vier vertrekken die nu bekend staan als de Stanza's van Raphael. De foto rechts laat Het offer van Abraham zien, geschilderd door Raphael tussen 1503 en 1504 in de zaal genaamd Stanza Heliodorus.

Een van de medewerkers van Raphael, Giovanni da Udine (1487-1574) speelde een belangrijke rol bij het afbeelden van de Groene Wezens in het Vaticaan. Zijn specialiteit was het maken van figuren met stucwerk volgens een verloren gegane Romeinse techniek, die door hem herontdekt werd. Langs de randen van Raphaels afbeeldingen maakte hij van beschilderd stucwerk kandelabers met Groene Mannen, Groene Vrouwen, Groene Cupido's en andere Groene Wezens, zoals hij ze samen met Raphael in de Domus Aurea had bestudeerd. Ook in de Loggia van Raphael, een gang in een ander deel van het Vaticaan, werkte Giovanni da Udine samen met Raphael aan het afbeelden van Groene Wezens in de stijl van de Domus Aurea. Kunstenaars en kerkelijke leiders uit heel Europa kwamen naar Rome, speciaal om de door Raphael geschapen meesterwerken te bestuderen en te kopiëren. In kerken en kathedralen overal in Europa vond de nieuwe stijl ingang en zo werden de Groene Man en de Groene Vrouw vanaf de top geïntroduceerd in roomskatholieke kringen en al snel nagevolgd door koningen, edelen en welgestelde burgers.

Wat is het Vaticaan?

Op dit punt is het wellicht verhelderend te bepalen wat onder het Vaticaan verstaan wordt. Soms wordt hiermee het gebied in Rome aangeduid als autonome staat, met een oppervlakte van 0,5 km2 en 725 inwoners en de paus als staatshoofd. Meestal wordt dit aangeduid als Vaticaanstad. In meer abstracte zit wordt met Vaticaan ook wel het bestuur van de katholieke kerk, met de paus als leider, aangeduid. In dit stuk beperk ik me tot het gebouwencomplex waar nu de Vaticaanse Musea gevestigd zijn. Het oudste vaticaanse gebouw op deze plaats was het paleis dat paus Nicolaas III (1277-1280) had laten bouwen om zo dicht mogelijk bij het graf van Petrus (de later Sint Pieterskerk) te zijn. Vanaf 1377 namen de opeenvolgende pausen hun intrek in het Vaticaan en bleven daar tot hun dood wonen. Alexander VI (1492-1503) en Julius II (1503-1513) waren de eerste pausen die de grandeur van het Romeinse Keizerrijk in de moderne door hen geleide kerk wilden doen herleven. Het Vaticaan, oftewel het pauselijk paleis, was het middel bij uitstek om de geest van het oude Rome op te roepen. Romeinse beelden die in de ruïne van de Domus Aurea en ook elders in Rome werden gevonden, vormden het begin van wat zou uitgroeien tot een van de belangrijkste musea in de wereld.

De Borgiavertrekken

In 1492 betrok paus Alexander VI Borgia de eerste verdieping van het paleis dat paus Nicolaas V (1447-1455) in het Vaticaan had laten bouwen. De muren liet Alexander door Pinturicchio versieren met fresco's. Omdat zijn opvolger, Julius II, de losbandige levensstijl van Alexander verafschuwde, liet hij de Borgiavertrekken afsluiten en betrok zelf de tweede verdieping, waar Raphael zijn Stanza's schilderde. Pas paus Leo XIII (1878-1903) liet de Borgiavertrekken restaureren en voor het publiek openstellen. Sindsdien hebben de fresco's van Pinturicchio de aandacht gekregen die ze verdienen. Dat kunnen we niet zeggen van het hiernaast afgebeelde deurpaneel, waar we nooit een foto of beschrijving van gezien hebben. Toch is het een briljante en dynamische voorstelling. Centraal staat een Groene Vrouw. Haar armen en onderlichaam bestaan uit vegetatie. Ook in haar haren groeien bladeren, waaruit een kroon van vegetatie oprijst. Links en rechts van haar een Groene Kentaur. Ze hebben een menselijk bovenlichaam met armen, maar in plaats van menselijke benen hebben ze de voorbenen van een paard. Maar hun onderlichaam is verder niet dat van een paard. Het gaat over in een stengel met bladeren en vruchten die naar boven toe een voluut vormt. De voorstelling is dynamisch, alsof de kentauren op het punt staan weg te rennen, en vormt tegelijk een perfecte harmonie en evenwicht dat de Groene Vrouw een bijna koninklijke waardigheid geeft.

De Borgiaschouw

In de Borgiavertrekken bevindt zich een schouw die in publicaties over het Vaticaan vrijwel altijd genegeerd wordt. Alleen de catalogus die conservator professor Erco G. Massi in 1908 samenstelde, weet te melden dat de schouw voorheen in het Castel Sant Angelo stond, is ontworpen door Andrea Sansovino (1467-1529) en uitgevoerd door Simone Mosca (1492-1553). Deze toelichting laat veel vragen open. Sansovino werkte van 1504-1513, in opdracht van Julius II in Rome. Alexander VI Borgia was toen al overleden. Na zijn dood liet zijn opvolger Julius II de vertrekken sluiten en zou ze zeker niet hebben verfraaid door een schouw uit het door de pausen gebruikte Castel Sant Angelot te halen. Mogelijk heeft Leo XIII (1878-1903) de schouw tijdens de restauratie van de Borgiavertrekken pas laten installeren. Voor de betekenis van de schouw is deze achtergrond niet relevant. We zullen ons op de voorstelling zelf richten.

In het midden (zie bovenstaande foto) is een Groene Vrouw afgebeeld. Haar naakte bovenlichaam toont haar borsten. Haar onderlichaam bestaat uit wijnranken met bladeren en trossen druiven. De ranken vormen een spiraal die door de vrouw wordt vastgehouden. Op haar hoofd zijn bladeren te zien, die kennelijk op haar hoofd groeien. Daarop staat een schaal met vruchten. Twee vogels eten van de vruchten.

Links op de schouw (zie de foto hierboven) is een Groene Man te zien. Zijn onderlichaam bestaat uit acanthusstengels en –bladeren, maar zijn geslacht is duidelijk zichtbaar. De stengels vormen spiralen, die eindigen in een grote bloem, die door de Groene Man wordt vastgehouden. Op zijn hoofd staat een mand met vruchten. Twee vogels eten van de vruchten. Links onderaan komen een hond en een wild zwijn uit de vegetatie.

Links boven komt een gevleugelde Groene Stier uit een knop. Zijn vleugels lijken meer op bladeren dan op veren. Rechts op de foto, tussen deze Groene Man en de Groene Vrouw, staat een vrouw met een tamboerijn. Haar tot de grond hangende gewaad laat haar rechterborst vrij. Aan weerskanten van de vrouw speelt een blote, gevleugelde cupido op een fluit. De linker cupido heeft door een beschadiging van de schouw geen hoofd meer. De vrouw lijkt een menade (een volgeling van Dionysos-Bacchus) te zijn.

Boven de vrouw komen twee gevleugelde paarden uit een knop te voorschijn. Hun opgeheven vleugels lijken eerder bladeren dan veren te zijn.

Rechts op de schouw (zie de eerste foto en deels onderstaande foto) bevindt zich een andere Groene Man. Zijn onderlichaam bestaat uit acanthusstengels, waarboven zijn penis nog net zichtbaar is. Uit de acanthus komen andere bladeren en langwerpige bloemen. Op zijn hoofd houdt de Groene Man een mand met daarin sparrenkegels en ronde vruchten. Twee vogels pikken in de sparrenkegels. Rechts boven komt een gevleugelde Groene Geit uit vegetatie te voorschijn. Rechts onder komt een hert uit de vegetatie en wordt gelijk besprongen door een katachtig roofdier.

Tussen deze Groene Man en de Groene Vrouw in het midden staat Pan op een stenen podium dat boven de omgeving uitsteekt. Links en rechts van hem slaat een blote nimf of menade twee bekkens tegen elkaar. Pan houdt een doek in een halve cirkel boven zijn hoofd. Zo werd Venus vaak afgebeeld. Kennelijk neemt Pan haar rol waar als begeleidster van de nimfen. Boven Pan komen twee gevleugelde paarden uit een knop te voorschijn.

Helemaal rechts op de schouw (zie foto rechts) is een wonderlijke kandelaber afgebeeld. Onderaan komt naar links en naar rechts een kameelachtig dier uit de voet van de kandelaber. Elk dier wordt bereden door een gevleugelde cupido.

Iets meer naar boven op de kandelaber groeit naar links en naar rechts acanthus. Uit een bloem in elke acanthus komt een Groene Panter te voorschijn. De panters kijken over hun schouder naar elkaar. Tussen de acanthusstengels een andere stengel die naar boven een lotusbloem vormt. Op de bloem rust een plateau. Links en rechts op het plateau staat een leren harnas zoals Romeinse soldaten dat droegen, maar er zit niemand in. Midden op het plateau gaat de kandelaber verder. In het midden een pilaar met daarop een schaal met vruchten. Links en rechts een hoorn van overvloed. Tussen de hoorns hangt een festoen.

Helemaal links op de schouw (zie de foto links) is een andere kandelaber te zien. Onderaan komen twee Groene Kentauren uit de vegetatie. Ze blazen op een hoorn. In het midden een stengel die eindigt in een knop met daarop een plateau. Op het plateau een stengel met daarop een schaal met vruchten. Links en rechts een hoorn van overvloed, waaruit rook lijkt te komen. Op de linker- en rechterhoek van het plateau staat een masker, getooid met een lauwerkrans.

De schouw is een uitbundige viering van vruchtbaarheid en overvloed. De Groene Vrouw en de twee Groene Mannen nemen hier een centrale plaats in. Enige christelijke symboliek ontbreekt. De renaissance is hier letterlijk de wedergeboorte van het Romeinse heidendom, vanuit de belangrijkste vesting van de laat-middeleeuwse pausen overgebracht naar het hart van het Vaticaan.

De Groene Vorstin van de Stanza's

Hierboven noemde ik al de Stanza's die Julius II tussen 1503 en 1513 liet renoveren en beschilderen door Raphael en anderen. De fresco's van Raphael zijn vele malen beschreven, maar we ontdekten een juweeltje dat in dezelfde tijd gemaakt moet zijn. Het is een afbeelding op een houten paneel van een deur of zijwand in een van de Stanza's. Specifieker kan ik niet zijn, want ik heb er nooit een foto of beschrijving van gezien.

Het middelpunt van de voorstelling, waar onze blik als vanzelf naartoe getrokken wordt, is een gevleugelde Groene Vrouw. Haar naakte bovenlichaam laat haar hangende borsten zien. Met haar omhoog gestrekte armen houdt ze een reusachtige kroon boven haar hoofd. Op de kroon een kandelaber met acanthusbladeren en drie veren of langwerpige bladeren. Kennelijk kroont de vrouw zichzelf. De autoriteit daartoe ontleent ze aan haar innige band met vruchtbaarheid en vegetatie. Haar onderlichaam bestaat uit vegetatie: bladeren en stengels die voluten vormen waaruit links en rechts een plant met drie bloemen ontspruit. De bladeren rond haar hoofd geven eveneens haar band met de vegetatie aan.

De kandelaber op haar kroon is aan beide zijden verbonden met een hoorn van overvloed die tegelijk een stengel is. De onderkant van elke hoorn vormt een bloem. Uit de bovenkant komen vruchten en korenaren. Aan elke hoorn hangt aan een lint het hoofd van een man met bladeren rondom het hoofd.

De voorstelling is als een schilderij gevat in een lijst met driedimensionaal gevormde kubussen aan een koord. Daarbuiten een rand met cirkels, gevormd door sikkelvormige vruchten, eikenbladeren en eikels.

Hoe moeten we deze voorstelling duiden? Is de vrouw een demon die de hoofden van haar slachtoffers als trofeeën aan haar kroon heeft gehangen? Of is ze als gevleugelde Groene Vrouw in wezen Moeder Aarde? Zijn de mannen die aan haar hoorns van overvloed hangen in wezen de Vegetatiegod die zich offert om al wat leeft te voeden? De bloembladeren rond hun hoofden geven tenslotte aan dat het Groene Mannen zijn. En wat dacht Julius II toen hij deze voorstelling zag? Was het wat hij zich voorgesteld had? Was hij gefascineerd door de mysterieuze voorstelling? Als die hem niet had aangestaan, zou hij hem zeker weer hebben laten verwijderen.

De Groene Mannen en Groene Vrouwen van de Kaartengalerij

In 1580 gaf paus Gregorius XIII (1572-1585) de opdracht aan de geograaf Egnazio Danti (1536-1586) tot het ontwerpen en beschilderen van de Kaartengalerij. Dit is een gang van 120 meter lang en 6 meter breed die geheel gevuld is met de kaarten van alle gebieden die destijds bij Italië werden gerekend. Het is nog steeds de grootste verzameling landkaarten ter wereld.

Grootse projecten waren Gregorius niet vreemd. In 1582 had hij opdracht gegeven de sinds Julius Caesar gebruikte kalender te vervangen door wat de Gregoriaanse kalender zou gaan heten. Egnazio Danti was een Dominicaan die door Gregorius tot bisschop van Alatri werd benoemd wegens zijn ontwerp van de Kaartengalerij en zijn wetenschappelijke bijdragen op verschillende terreinen.

De 124 kaarten zijn prachtig en fantasievol gemaakt, hoewel ze niet altijd met de werkelijkheid overeenkomen. Wat ons hier vooral zal bezighouden, zijn de illustraties buiten de kaarten. Dat zijn vooral kandelabers met veel Groene Mannen, Groene Vrouwen en andere Groene Wezens. En ook het plafond is een goudmijn in dit opzicht. Het is typerend voor het doelbewuste negeren van Groene Wezens en grotesken dat niets hiervan te vinden is in The Gallery of Maps in the Vatican, de officiële gids, geschreven door Gianfranco Malafarina (2005). In één overzichtsfoto zijn wat kandelabers en een deel van het plafond te zien, maar verder zijn deze zorgvuldig buiten het boek gehouden.

Het plafond van de Kaartengalerij is in de periode 1580-1583 versierd met fresco's, beelden, vergulde randen en rode stroken met vergulde afbeeldingen erin.

De fresco's met bijbelse voorstellingen en heiligenlevens werden vooral geschilderd door Girolamo Muziano (1532-1592), terwijl Cesare Nebbia (1536-1614) vooral zorgde voor het stucwerk en de afgebeelde figuren. Het plafond is overdadig, tegelijk evenwichtig en dynamisch, met steeds andere details die de aandacht trekken.

Rond de fresco's zijn afwisselend rode of witte borders met vergulde figuren en groene borders met witte figuren. In elk van de groene vakken bevindt zich steeds een Groene Vrouw. Elke vrouw is anders. Soms heeft ze armen, soms stengels en bladeren in plaats van armen. Soms heeft ze vleugels, soms niet. Steevast gaat haar onderlichaam over in vegetatie, maar soms, zoals bij de twee hier afgebeelde vrouwen, komen daar tentakels of lange dunne staarten uit te voorschijn. Soms heeft ze een mand met vruchten op haar hoofd, soms niet. Soms komen er hoorns van overvloed uit de vegetatie van haar onderlichaam, soms zijn er gevleugelde cupido's, nimfen of jongelingen die bij haar uitrusten.

In de rode borders vormen de vergulde figuren Groene Vrouwen, draken of Groene Mannen met monsterachtige gezichten, zoals grote oren of vleermuisvleugels.

De Groene Vrouwen op het plafond brengen duidelijk voorspoed en vruchtbaarheid. De grenzen tussen vegetatie, dier, mens en Godin vervagen of vallen weg. Het monsterlijke of groteske van andere wezens op het plafond is een logisch gevolg van het doorbreken van grenzen. En dat is wat de Groene Man en de Groene Vrouw altijd doen. Minstens doorbreken ze de grens tussen mens en vegetatie en vaak nog andere grenzen. Daarom zijn ze fascinerend en angstaanjagend, lieflijk en monsterlijk tegelijk.

Dit is nog maar een deel van het plafond van de Kaartengalerij. Op beide muren worden de landkaarten omringd door randen met kandelabers en horizontale stroken vol Groene Mannen, Groene Vrouwen en andere Groene Wezens. Bovenaan deze pagina laat een foto de onderkant van een van deze kandelabers zien. Twee Groene Vrouwen houden met hun linkerhand een schild omhoog en met de rechter een vuurschaal. Hun onderlichaam bestaat geheel uit vegetatie. Het is slechts een van de tientallen kandelabers in deze galerij. Hier zullen we een andere kandelaber eens goed bekijken. Links de kandelaber als geheel, rechts het bovenste gedeelte.

De top van de kandelaber wordt gevormd door twee vrouwen met een spiegel in de hand. Hiermee is al direct de essentie van de hele kandelaber gegeven: een mysterieus tafereel, dat meer vragen oproept dan beantwoordt. Een vrouw met een spiegel was in de renaissance gewoonlijk een symbool voor Venus en voor ijdelheid of wulpsheid. Maar Venus werd meestal naakt afgebeeld, terwijl deze vrouwen lange jurken dragen, die tot over hun voeten en polsen vallen. En ze kijken niet in de spiegel. Ze houden de spiegel van zich afgekeerd, alsof ze de personen die op ze afkomen een spiegel willen voorhouden. Tussen de vrouwen in een wapenschild met een draak erop. De draak symboliseert Gregorius XIII die als enige paus een draak in zijn wapen liet afbeelden.

Onder de twee vrouwen zien we een mysterieus tafereel. Twee ineengedoken sfinxen, met de rug naar elkaar toe, hurken op een plateau en vormden de basis van een kandelaber waarop een man staat. Aan weerskanten van hem twee hermen met het naakte bovenlijf van een Groene Man dat naar beneden in een punt eindigt. Op hun hoofden groeien bladeren. Tussen de hermen staat links en rechts een olielamp waarboven vuur en rook te zien is.

Onder het plateau hangen twee gevleugelde Groene Vrouwen. Hun naakte bovenlijf toont hun borsten. Armen hebben ze niet; alleen vleugels. Hun onderlichaam bestaat geheel uit vegetatie die voluten vormt. Tussen de vrouwen in hangt een ornament met takjes en bladeren.

Hieronder een koepel met een lantaarn. Het lijkt een vereenvoudigde koepel van de hiernaast gelegen Sint Pieter, die in die tijd voltooid werd. Twee gevleugelde vrouwen, die ditmaal ook armen hebben, staan op hun tenen en buigen zich over de koepel.

De koepel is de bekroning van een podium eronder. Op het podium staat een vrouw die in haar linkerhand een boek houdt en in de rechter een bol. Aan weerskanten van haar een groot vat waarin vuur brandt.

Hieronder ontvouwt zich weer een ander tafereel. Twee sfinxen liggen met de rug naar elkaar toe. Hun grote borsten zijn duidelijk weergegeven. Hun haren zijn modieus gekapt.

Op het hoofd van elke sfinx een conische standaard, waarop vruchten, bladeren en graan ligt. Op elke standaard staat een vrijwel naakte jonge vrouw en wijst naar de spiegel die onderdeel vormt van de kandelaber tussen ze in.

De basis van de kandelaber wordt gevormd door twee vrouwen met bokkenpoten en een staart. Ze zijn naakt, op de rug gezien en houden een ovaal bord omhoog. Daarop zien we een appel met een bloem eronder en erboven.

De kandelaber is mysterieus en staat talloze interpretaties toe. Is het de ijdelheid of heerszucht van vrouwen die aan de kaak wordt gesteld? Of is het de onstuitbare kracht en vruchtbaarheid van het leven zelf, belichaamd in de Groene Vrouwen, Groene Mannen en groteske wezens? De levenskracht die deze kandelaber uitstraalt, wordt bekroond met de draak, die paus Gregorius XIII vertegenwoordigt.

Duidelijk is dat het geen vrijblijvende en oppervlakkige illustraties zijn. Renaissancevoorstellingen zijn gewoonlijk serieus bedoeld en krijgen steeds meer diepte naarmate je ze langer en gedetailleerder bestudeerd. Dat geldt hier ook. Het geheel is een vat vol tegenstrijdigheden: doodserieus en tegelijk dolkomisch; onmogelijk en tegelijk volgens een ijzeren logica opgebouwd; muurvast en tegelijk dynamisch. In wezen heidens en tegelijk het pauselijk gezag onderstrepend. Het is de wereld waarin de Groene Man en de Groene Vrouw zich thuisvoelen, een wereld waarin niets is wat het lijkt te zijn.

Dit is slechts één van de tientallen kandelabers in de kaartengalerij, geschilderd op een muur naast een groot raam. Er tegenover is een vergelijkbare kandelaber. Vergelijkbaar en toch altijd net even anders. Zo is het hier een man die tussen de vier hermen staat en daar een vrouw. En zo is het hier een vrouw die onder de koepel staat en daar een man. De twee vrouwen boven de sfinxen zijn hier vrijwel naakt en daar keurig aangekleed.

De kandelabers aan weerskanten van het raam zijn verbonden door een derde voorstelling boven het raam. Je kijkt er dus van onderaf tegenaan. De afbeeldingen sluiten aan bij de kandelabers op de zijwanden, maar belichten andere details en brengen een heel andere sfeer over. In het midden zien we een voorgevel met een gebroken fronton, zoals dat in de renaissance vaak werd afgebeeld. In de gevel probeert een triton (half mens, half vis) een zeepaard (half paard, half vis) in bedwang te houden. Op de gevel zitten twee ongevleugelde cupido's. Ze hebben bladeren in hun haren en zwaaien een bol met bladeren en bloemen. Aan weerskanten van de gevel zien we een herm van een naakte Groene Vrouw. Onder hun borsten gaat hun lijf over in vegetatie en eindigt in een pilaar.

Aan beide zijkanten van deze fresco dansen twee jonge vrouwen met een schaal met vruchten. Hun lange jurken en mantels wapperen achter ze aan. Tussen de vrouwen in staat een verhoging met daarop een draak. Achter elke draak hangt een baldakijn.

Hoe moeten we dit interpreteren? De draken, symbool van de paus zelf, worden hier geassocieerd met overvloed, vruchten en bloeiende vegetatie en met de bruisende energie van de jonge vrouwen die met de schalen vol vruchten dansen. Het baldakijn geeft de draken een bijna koninklijke waardigheid, passend bij de macht en autoriteit van de paus.

Centraal in deze voorstelling lijkt de onstuitbare levenskracht die alle grenzen doorbreekt. De hermen veranderen van vrouw in vegetatie en dan in steen. De triton is half mens, half dier. Het zeepaard doorbreekt de grens tussen twee totaal verschillende diersoorten. Er is geen opgestoken vinger die ons waarschuwt voor het kwaad dat overal op de loer ligt. Het is de levensvreugde van het grenzenloze, de heilige kracht van het ongerijmde die ons ons in elk onderdeel van deze fresco's tegemoed treedt. Het Heilige... als we er open voor staan.

Op bovenstaande foto's een ander venster in de Kaartengalerij. Links op de overzichtsfoto het met luiken gesloten venster met daarnaast de kandelaber. Rechts de kaart van Italia Nova.

De basis van de kandelaber (foto midden boven) is een urn of vaas. Aan weerskanten ligt een sfinx met het lijf van een leeuw, grote borsten, een lange nek en het hoofd van een knappe vrouw met mooi opgemaakte haren.
- De kandelaber gaat omhoog met aan een draad verbonden ornamenten. Daarboven een vaas met vruchten en bladeren. - Twee knappe jonge vrouwen staan op de onderste vaas en houden zich aan de draad vast, terwijl ze een vrucht uit de bovenste vaas pakken. Ze dragen kleurige jurken over elkaar heen. De linkerborst van het rechtermeisje komt boven haar kleren uit.
- Boven de schaal een ornament, waaraan een baldakijn hangt.
- Twee tritonkinderen houden zich aan het ornament vast. Hun lange staarten zijn in elkaar gedraaid.
- Op een voetstuk op het ornament (foto rechts boven) staat een vrouw in een rood gewaad met een groene mantel er overheen. Ze heeft haar handen devoot voor haar borst gekruist.
- Aan weerskanten van de vrouw zien we een Groene Vrouw. Hun onderlichaam eindigt in een dunne stengel die uit vegetatie te voorschijn komt. De vrouwen hebben een naakt bovenlijf en vleugels, maar geen armen.
- Boven de vrouwen een balk waarop een tentachtig voorwerp rust. Op de nok van de tent het hoofd van een man die angstig omhoog kijkt.
- Twee cupido’s aan weerskanten van de man houden een lint vast dat van onder zijn hoofd komt.

- Boven de cupido's (foto links boven) zien we een gevleugelde Groene Vrouw. Haar onderlijf bestaat uit acanthusranken waarop links en rechts een brandende olielamp rust. Op de borst van de vrouw is het hoofd van een Groene Man te zien. Aan weerskanten van haar hoofd is een ander hoofd te zien, veel kleiner dan het hare. Daarboven de vleugels van de Groene Vrouw, die in de renaissance vaak aan het hoofd werden afgebeeld.
- Boven het hoofd van de Groene Vrouw gaat de kandelaber verder met een draad waaraan bloemen zijn verbonden. Aan weerskanten een gevleugelde Groene Vrouw of harpij. Ze hebben het naakte bovenlijf en hoofd van een vrouw en een lange nek. Ze hebben vleugels, geen armen. Hun onderlijf bestaat geheel uit vegetatie.
- Hierboven (foto rechts boven) een stellage, waarop twee blote cupido’s staan. Het kunnen ook meisjes zijn. Ze leunen op een voetstuk waarop een draak zit. Achter de draak hangt een baldakijn.
- Aan weerskanten van de cupido’s een herm met een baardige man. Hun onderlijf is een dunne pilaar die in een punt eindigt.

De kandelaber aan de tegenoverliggende wand naast het raam, is een variant hierop. (foto links boven) Boven de tritonkinderen staat op een voetstuk een vrouw in een wit, groen en rood gewaad. Ze houdt in haar rechterhand een zwaard en in de linker een schaaltje en een zweep. De kop van een leeuw op haar schouder, die met een brede leren band over haar borst naar haar andere schouder gaat, lijkt haar het uiterlijk van een soldaat of veldheer te geven. Maar voor haar borst is het hoofd van een Groene Man afgebeeld. Op haar hoofd draagt ze een muts met veren die naar rechts lijken te waaien. Haar open mond en opengesperde ogen tonen eerder angst dan krijgslust. Ze vormt een duidelijke tegenhanger voor de vrome vrouw in de tegenoverliggende kandelaber.

- Links van de vrouw is een Groene Vrouw te zien, rechts een man. Hun onderlijf gaat over in een stengel die uit de vegetatie onder haar te voorschijn komt. Beide personen hebben vleugels, maar geen armen.

- Boven de cupido's (foto rechts boven) een gevleugelde Groene Vrouw, als tegenhanger van de Groene Vrouw op de andere wand. Alle details in de kandelabers zijn zorgvuldig uitgewerkt en dragen bij aan een harmonieus en dynamisch geheel.

Draken spelen, zoals gezegd, een grote rol in de deze mysterieuze voorstelingen. In de fresco op de bovendrempel die de beide kandelabers verbindt (foto links),staat een vrouw met in haar hand het model van een toren. Uit de acanthusbladeren onder haar voeten komt links en rechts een Groene Draak te voorschijn.

De stuwende levenskracht die Groene Mannen en Groene Vrouwen in zich hebben, is hier overgedragen op de draken die uit de vegetatie komen. In zekere zin is het de paus als Groene Man!

De afbeeldingen in de Kaartengalerij blijven fascinerend, hoe lang je ze ook bekijkt. De wondere wereld zonder grenzen, waarin de Groene Man en de Groene Vrouw thuis zijn, heeft duidelijk weerklank gevonden in het Vaticaan en Gregorius XIII heeft dit volledig benut. Zijn draak is heer en meester over het schemergebied tussen deze en gene wereld.

Gelijk boven de ingang naar de Kaartengalerij prijkt de gouden draak in het wapen van deze paus. Links zit een man met een zwaard, rechts een vrouw met een stok of staf op een draak. De draken hebben hun bek opengesperd, maar worden moeiteloos door de man en de vrouw in bedwang gehouden.

Het loont de moeite een aantal details van deze foto wat beter te bekijken. Zoals gebruikelijk bij pauselijke wapens zijn er twee gekruiste sleutels en daarboven de drievoudige kroon of tiara. Hier is tussen de draak en de sleutels echter het hoofd van een Groene Vrouw te zien. Haar identiteit is subtiel aangegeven. Onder haar kin vormen bloemblaadjes een kraag. Op haar hoofd is een stengel met kleine blaadjes en een ronde bloem. Van haar haren gaat links en rechts een vlecht naar opzij, verdwijnt achter de top van de sleutel, komt door het gaatje weer naar voren en hangt naar beneden met een streng granaatappels. Op de baard van de sleutels is vegetatie afgebeeld. De Groene Vrouw en de draak-paus zijn de sleutel tot de andere wereld, waarin het onmogelijke mogelijk wordt.

In de halve boog rond deze voorstelling zijn acht Groene Mannen te zien, afgewisseld door schaars geklede vrouwen of Godinnen. In bovenstaande foto zijn twee van deze Groene Mannen te zien. De stengels die van de zijkanten van hun hoofd komen, vormen sierlijke voluten. Tussen de twee mannen in ligt een vrijwel naakte vrouw half naar de toeschouwer gekeerd op een bank.

De kandelaber hierboven, het begin van het halfronde plafond, is gewaagder, erotischer. Een naakte gevleugelde Groene Vrouw vormt de basis van de kandelaber. Haar onderlichaam bestaat uit vegetatie die voluten vormt waarin een rode vrucht te zien is. Boven de Groene Vrouw zweven twee naakte gevleugelde figuurtjes die eerder meisjes dan cupido's lijken te zijn. Meer naar boven op de kandelaber zitten of staan nog zes van dergelijke gevleugelde wezens, de bovenste aan weerskanten van een bord waarop een gele draak tegen een rode achtergrond is te zien. Opnieuw ontmoeten we dus Gregorius XIII in de vorm van de draak op zijn wapen, vereerd door een naakte Groene Vrouw en naakte, gevleugelde cupido's of meisjes. Naar links toe is een vergelijkbare kandelaber afgebeeld.

De meest erotische scène bevindt zich onder de hierboven beschreven voorstellingen. De halve cirkel wordt begrensd door een fries met tientallen Groene Mannen. Onder hun kin vandaan komt links en rechts een stengel die omhoog groeit. De stengels tussen twee Groene Mannen komen steeds samen en vormen een naar beneden hangende bloem.

Hieronder is links en rechts een naakte Groene Vrouw op een S-vormige bank uitgestrekt. Dat ze een Groene Vrouw is, geven de bladeren om haar middel aan. Haar omhoog gestrekte arm wordt een buigzame stengel die in een voluut naar binnen draait en daar een bloem vormt. Als we vanuit de bloem weer naar buiten gaan, komen we uit bij een andere stengel en een grote bloem.

Het onderlichaam van de vrouw gaat over in een smalle stengel die in een voluut naar binen draait.
Tegenover de vrouw zien we een witte draak, die te beschouwen is als een Groene Draak. De uit zijn bek hangende tong gaat over in bladeren. De voorpoot waarmee hij op de bank leunt gaat ook over in bladeren. De vrouw lijkt in extase haar hoofd in haar nek te gooien. De vrouw zowel als de draak zijn buiten zichzelf en worden één in hun gedaantewisseling naar vegetatie toe. Hun eenwording is niets minder dan het Heilig Huwelijk. De paus, als Groene Draak, overstijgt zijn beperkingen en wordt één met de mensheid, in de gedaante van de Groene Vrouw. Een gewaagde beeldspraak in het hol van de draak. Maar er zijn geen aanwijzingen dat Gregorius XIII, of de pausen na hem, aanstoot hebben genomen aan deze afbeelding.

Er zijn talloze Groene Mannen en Groene Vrouwen in de kaartengalerij afgebeeld. Ik zal volstaan met deze twee gevleugelde Groene Meisjes. Ze hurken met gespreide benen, zoals al door Nero in zijn Domus Aurea was afgebeeld. Hun benen gaan over in bladeren waaruit een bloem te voorschijn komt. Met hun handen houden ze schijnbaar moeiteloos een front met band- en rolwerk omhoog.

Waarschijnlijk zijn deze meisjes geschilderd in opdracht van paus Urbanus VIII (1623-44) die verschillende fresco's in de kaartengalerij heeft laten overschilderen. In de overzichtsfoto van de ingang naar de kaartengalerij die ik hierboven heb gegeven is midden onder een pauselijk wapen met drie bijen te zien. Dat is het wapen van Urbanus VIII. Dat hij niet afkerig was van Groene Mannen moge blijken uit de twee Groene Mannen die in dit wapen te zien zijn.

Bovenaan, onder de bijen, is een hoofd te zien. De vleugels aan de zijkanten van het hoofd waren in de barok wel gebruikelijk. Onder de vleugels komen bladeren vandaan die de cartouche, met een tekst over Urbanus VIII, omvatten. Aan de onderkant is een ander gezicht te zien.

De voorliefde van Urbanus VIII voor lieftallige Groene Meisjes moge blijken uit de afbeelding in de hoek linksonder van de kaart van Campania. Aan weerskanten van het wapen van Urbanus met de bijen zitten twee onschuldige jonge meisjes, bloemen in hun ene hand, een hoorn van overvloed met bloemen in de andere. Dit en de krans met bloemen op hun hoofd geeft aan dat het Groene Meisjes zijn. Onder hen staan twee blote jongens of meisjes, op de rug gezien, met bloemen in beide handen. Nog lager hangen twee blote meisjes, op de rug gezien, aan een koord dat komt uit het rolwerk waar de Groene Meisjes op zitten. Beide koorden zijn aan de onderkant verbonden met festoenen vol vruchten.

De onderrand onder de kaart van Campania is, zoals bij de meeste kaarten het geval is, rijk voorzien van Groene Wezens. Links leunt een wit gekleurde, gevleugelde Groene Vrouw met een bolle buik tegen een bankje. Haar onderlichaam bestaat uit bladeren. Rechts liggen twee rood gekleurde Groene Mannen op een bank en praten met elkaar.
Nog meer naar rechts, het midden van de kaart, is bovenaan een Groene Man te zien. Grote trossen druiven hangen aan weerskanten van zijn hoofd. Aan weerskanten van hem een cupido. Rechts hiervan de tegenhanger van de scène links, met twee Groene Mannen en een Groene Vrouw.

De trap naar de Sixtijnse Kapel

Gregorius XIII werd na zijn dood opgevolgd door Sixtus V (1585-1590). In 1586 liet hij het plafond van de trap naar de Sixtijnse Kapel beschilderen. De fresco's dienen vooral ter verheerlijking van Sixtus V zelf. Op de foto linksboven knielt een leeuw met een takje met twee peren in zijn rechterpoot. De familienaam van Sixtus V was Peretti (peer). In zijn familiewapen werd een klimmende leeuw met twee peren afgebeeld. Tegenover de leeuw knielt een vrouw met een lauwerkrans. Boven de vrouw en de leeuw zien we twee gekruiste sleutels boven een kroon. Dit symboliseert het pauselijk wapen van Sixtus V. Boven de vrouw zweeft een vrijwel naakte engel of volwassen cupido. Boven zijn hoofd houdt hij drie bergen. Ook dit is onderdeel van het wapen van sixtus V. Elders op het plafond houdt een jonge vrouw de drie bergen omhoog en kijkt trots over haar schouder de toeschouwer aan. Voor en achter haar groeien bomen en bloemen.

Elders op het plafond krijgen meisjes met bloemen en hoorns van overvloed een lauwerkrans aangeboden van gevleugelde cupido's. Gekroonde vrouwen worden bewierookt door gevleugelde vrouwen. Alles ter ere van Sixtus V. Centraal in het plafond is een grote krans met vruchten en bloemen rond het wapen van Sixtus V en twee gevleugelde cupido's. De tekst in de krans zegt: Sixtus V, Pontifex Maximus, Anno 2. Oftewel: het tweede jaar van de regering van paus Sixtus V. Dat is 1586.

De Groene Mannen en Groene Vrouwen van de Vierkante Vestibule

De extase waarin de figuren op het plafond verkeren is nog maar één stap verwijderd van de grensoverschrijdende wereld waarin de Groene Man en de Groene Vrouw thuis zijn. Die stap doet Sixtus V niet hier, maar in de zogeheten Vierkante Vestibule, de ingang naar het Pio-Clementino Museum. De top van een van de kandelabers wordt gevormd door een naakte figuur die in beide handen de drie bergen van Sixtus V omhoog houdt. Het gezicht en de hoofdbedekking lijken die van een vrouw, maar borsten zijn niet afgebeeld. Het onderlichaam bestaat uit acanthusbladeren waaruit twijgen en bloemen komen. Vogels zitten op de bloemen. Waarschijnlijk vertegenwoordigt de figuur de kracht die alle grenzen overschrijdt: mannelijk en vrouwelijk, mens en vegetatie. Sixtus V maakt hier deel van uit, want uit zijn bergen komen stengels en bloemen.

Op het hoofd van de Groene Man-Vrouw groeit een stengel waaruit een bloem en bladeren komen. Op de bladeren staat een vrijwel blote engel of cupido die een dubbele hoorn blaast.

Een andere kandelaber (foto links boven) in deze vestibule toont twee sfinxen die met de rug naar elkaar toe zitten op een platform met drie Franse lelies. Boven een rond medaillon is het hoofd van een Groene Vrouw te zien. De acanthusbladeren op haar hoofd vormen stengels die eindigen in voluten.

Op de bladeren recht boven het hoofd van de Groene Vrouw rust een tweekoppige adelaar, die met zijn koppen en gespreide vleugels een platform ondersteunt waarop drie achtpuntige sterren zijn afgebeeld. Deze sterren worden meestal met Sixtus V in verband gebracht, evenals de drie bergen die op het platform staan.

Uit deze bergen (foto rechts boven) groeien rietstengels. Hier omheen staan de drie gratiën. Zoals gebruikelijk zien we de middelste op de rug en de andere twee van voren. De linker- en rechtervrouw dragen een doorschijnend groen gewaad waarin hun navels zich duidelijk aftekenen. De middelste vrouw is naakt, afgezien van een over haar bovenarmen en rond haar middel gedrapeerde paarse doek die haar rug en benen vrij laat.

Boven de middelste vrouw gaat de kandelaber verder met een bloemknop waaruit een stengel en bladeren groeien. Daarboven zitten twee leeuwen met de rug naar elkaar toe en een mand met peren onder hun kop. Die leeuwen en peren horen, zoals gezegd, bij het familiewapen van Sixtus V. De leeuwen en manden rusten op twee tafeltjes die in de lucht lijken te hangen. Dit is typerend voor renaissancekandelabers, geënt op Romeinse voorbeelden. Over de tafels hangt een kleed waarop twee gekruiste lauwertakken zijn afgebeeld. De staarten van de leeuwen raken elkaar en zijn zo verbonden met de kandelaber.

Boven de staarten gaat de kandelaber verder met een stengel en daarop een vaas of urn. Op de vaas is de kop van een dier afgebeeld, waarschijnlijk een beer. Van de kop hangen guirlandes naar de zijkanten van de vaas.

Op de vaas staat links en rechts een blote gevleugelde cupido. Elke cupido houdt een lint omhoog waaraan een kreeft hangt. Onder de kreeften gaat het lint verder. Daaronder een vogel met een krans in de snavel. De vogels staan op de drie bergen van Sixtus V. Daaronder hangt een krans en een knop waarin het hoofd van een Groene Man met een baard is afgebeeld.

De top van de kandelaber wordt gevormd door een Groene Man, als tegenhanger van de hierboven gegeven Groene Man.

De Groene Mannen en Groene Vrouwen van de Galleria Clementina

Paus Clemens XII heeft tussen 1730 en 1740 de naar hem genoemde Galleria Clementina laten verbouwen. Aan de wanden werden kasten gezet waarin met name Etruskische vazen tentoongesteld werden.

De meeste bezoekers van de Vaticaanse musea lopen snel door deze lange gang heen, onderweg van de Sixtijnse Kapel naar het Pio-Clementino Museum, maar het loont de moeite hier eens rond te kijken als je de Groene Mannen en Groene Vrouwen van het Vaticaan wat beter wilt leren kennen.

De kastdeuren van deze galerij tonen op de foto links boven een Groene Man. Uit zijn snor groeien stengels, bladeren en bloemen. Ook op zijn hoofd zijn bladeren te zien. Daarboven vormen achtpuntige sterren een bol. In de vier hoeken van het paneel zijn Franse lelies afgebeeld. De sterren en de lelies zijn door verschillende pausen in hun wapen opgenomen.

Een ander paneel (foto midden boven) laat zien hoe vegetatie links en rechts een knop vormt waaruit een gevleugelde Groenbe Cupido komt. Uit andere twijgen komen achtpuntige sterren. In het midden een Franse lelie.

Benedictus XIV (1740-1758), de opvolger van Clemens XII, verplaatste de vazen naar het latere Museo Gregoriano Etrusco en liet in de kasten 3300 manuscripten opbergen. In de hal naast de Galleria liet deze paus in 1749 zijn wapen afbeelden en op de muur daarnaast liet hij schilderen hoe de Galleria Clementina er op dat moment als bibliotheek uitzag. een groot verschil met de aanblik die de gang nu biedt.

Clemens XIV (1769-1774) liet een aantal kasten in een ander deel van deze galerij beschilderen. Dagelijks lopen duizenden museumbezoekers langs de eindeloos lijkende rijen witte met goud beschilderde kasten in de Galleria Clementina zonder ze een blik waardig te keuren. Nergens worden ze beschreven. Op internet vind je er geen afbeeldingen van. Toch loont het de moeite ze eens wat beter te bekijken.

Het zijn vier verschillende afbeeldingen, die op de foto linksboven te zien zijn. In de linkerbovenhoek vinden we het wapen van Clemens XIV. Boven in het wapen een kruis, daaronder twee gekruiste armen, daaronder drie achtpuntige sterren en tenslotte de drie bergen die we al zijn tegengekomen in het wapen van Sixtus V. De afbeelding rechtsboven toont de twee gekruiste sleutels en de tiara die elk pauselijk wapen siert. Rechtsonder zijn de drie bergen afgebeeld, waaruit hier stengels, bladeren en achtpuntige sterren groeien.

Linksonder vinden we een gevleugelde Groene Vrouw. Haar onderlichaam bestaat uit acanthusbladeren waaruit links en rechts een stengel groeit die eindigt in een bloem waaruit een takje opschiet. Op haar hoofd draagt de Groene Vrouw een mand met vruchten en korenaren. In de gang zijn tientallen van deze Groene Vrouwen te vinden, allemaal volgens hetzelfde stramien, maar net iets anders. In ons boek hebben we er een afgebeeld op pagina 124. Rechts een andere afbeelding die Joke heeft gefotografeerd. In het boek hebben we bij gebrek aan nadere informatie de Groene Man in het hoofdstuk renaissance opgenomen. Ondanks de sterke renaissance-invloeden toont het wapen van Clemens XIV duidelijk aan dat de afbeeldingen tussen 1769 en 1774 gemaakt zijn.

Groene Mannen en Groene Vrouwen in de Vierkante Vestibule

Pius VI (1775-1799) volgde Clemens XIV op en ook deze paus was niet afkerig van Groene Mannen en Groene Vrouwen. Clemens was begonnen met de bouw van de Vierkante Vestibule, als ingang naar het Museo Pio-Clementino. Pius liet op de zijwanden en bovenkant van de vensters fresco's schilderen, waarvan ik er hier een laat zien.
Onderaan (foto linksboven) zijn twee maskers te zien met daartussen en daaronder een festoen en drie Franse lelies. Daarboven een voetstuk met twee tweekoppige adelaars aan weerskanten van een medaillon. In het medaillon blaast een man, die de wind of Windgod symboliseert, tegen drie lelies, die overeind blijven staan. De lelies en de Windgod maken deel uit van het wapen van Pius VI. Zijn motto was Floret in Domo Domini (hij bloeit in het Huis van God). In de sacristie van de Sint Pieter zijn dit motto en de lelies nog te zien. Ook de trap in het Museo Pio-Clementino is versierd met de tegen lelies blazende Windgod. De tweekoppige adelaar symboliseert de Oostenrijkse keizer Joseph II, die in 1783 Rome bezocht en met de paus een wat ongemakkelijke gewapende vrede sloot over het recht om bisschoppen te benoemen en andere kwesties. In 1796 werd de macht van de paus gebroken door Napoleon, in wiens opdracht vrijwel alle afbeeldingen van het wapen van Pius VI in Rome werden vernietigd. De fresco zal zijn gemaakt lang voordat Napoleon aan de macht kwam, in de tijd van de overeenkomst met Joseph II.

Boven de tweekoppige adelaars zitten twee gespierde naakte mannen met de rug naar elkaar toe. De bladeren op hun hoofd en bij hun voeten geven aan dat het Groene Mannen zijn. Ze zitten op een wit kleed met achterpuntige gouden sterren, die deel uitmaakten van het wapen van Pius VI. Tussen ze in staat een boompje waaruit het hoofd van een Groene Man te voorschijn komt. Twijgen groeien uit zijn haren.

De mannen torsen een tableau waarop vijf personen zijn afgebeeld. Links poseert een naakte vrouw voor een jonge schilder die tegenover haar zit. In het midden staat een jongeman die een toneelmasker achter zich houdt, waarschijnlijk een acteur. Rechts daarvan zit een man met een baard, waarschijnlijk een filosoff of geleerde, te schrijven, terwijl de man helemaal rechts kennelijk een marmeren beeld in zijn armen houdt.

Boven dit tableau zien we een jonge Groene Vrouw. haar hoofd is omringd door een bruin ornament dat ter hoogte van haar oren ramshorens vormt. Een blauw koord omringt haar hoofd, hangt uit haar horens naar beneden en is verbonden met de horens van de ramskoppen die op de bovenhoeken van het tableau zijn afgebeeld. Via de andere hoorn van elke ram hangt het koord naar beneden en is daar vastgeknoppt aan wijnranken, appels en een druiventros. Aan de zijkanten gaan de horens van de Groene Vrouw over in acanthusbladeren.

Aan weerskanten van de vrouw zit een Groene Griffioen, een roofvogel met het lijf van een leeuw. Hun bekken zijn dreigend opengesperd, maar ze beschermen de Groene Vrouw en met de pluimen van hun kronkelende staarten vormen ze een soort kroon boven haar hoofd. Vanuit hun ruggen groeit een stengel met acanthusbladeren omhoog. Boven de kroon van de vrouw gaat de kandelaber verder en vormt een amfoor met daarop een scène met dansende menaden. Bovenop de amfoor staat een schaal met een boeket.
De Groene Vrouw is het stralende middelpunt van deze sublieme voorstelling. Ze heerst over kunsten en wetenschappen, over planten en dieren en over de drie Groene Mannen die haar dragen.

Tegenover deze fresco, aan de andere wand naast het raam, bevindt zich een vergelijkbare voorstelling. De onderste helft, tot de twee gespierde Groene Mannen die een tableau torsen, is vrijwel hetzelfde. Tussen de mannen ook hier het hoofd van een derde Groene Man. Maar daarboven is alles anders. In het tableau staat links een cupido-achtige jongeman die een beeld maakt van de vrouw die rechts daarvoor poseert. Meer naar rechts staat een andere beeldhouwer en werkt met een beitel en hamer aan een borstbeeld van de Godin Minerva (Athena) met haar traditionele helm. Op de grond het marmeren hoofd van een beeld en een reusachtige voet.

Ook hier hangen koorden met druiven, druivenbladeren en appels aan weerskanten van het tableau van de kop van een ram, maar in het midden is geen Groene Vrouw afgebeeld, maar de kop van een andere ram.

Aan weerskanten van dit voetstuk eveneens twee Groene Griffioenen met een dreigend geopende bek, maar de vegetatie groeit hier uit een stengel op hun kop.

Op het voetstuk staan drie hermen. Ze hebben het bovenlichaam van een vrouw, maar vleugels in plaats van armen en hun onderlijf gaat over in een dunne pilaar die eindigt in een leeuwenpoot. De griffioenen draaien hun lange, dunne staarten om de pilaren-benen van de vrouwen. Boven de vrouwen eindigt de kandelaber in een wierookvat of offerschaal waarop vuur brandt.

Het fresco op de andere muur geeft de Groene Vrouw als stralend middelpunt van het universum. Op deze muur neemt een ram haar plaats in, maar hij heeft geen kroon en zijn taak lijkt beperkt tot het dragen van het lint. De griffioenen lijken niet hem te eren, maar de drie vrouwen die als herm boven hem staan. Is het omdat de ram niet alleen de koning is, maar tegelijk het offerdier? Er is een derde fresco die dit lijkt te bevestigen.

Bovenstaand fresco is te zien op de bovenkant van het raam, tussen de hier beschreven fresco's in. Op het eerste gezicht lijkt het een gevecht tussen twee Groene Mannen en twee griffioenen. De linker man richt zijn speer op de ene grifioen, de rechter bedreigt het andere dier met een knots.

Maar als we goed kijken zijn het geen Groene Mannen, zoals die links en rechts op de zijmuur zijn afgebeeld. Op hun hoofd groeien bladeren en hun bovenlijf is dat van een mens, maar in plaats van menselijke benen hebben ze de benen van een paard. Kentauren zijn het ook niet, want achter de benen gaat hun lijf over in een lange, kronkelende staart.

De ene griffioen is rood, de andere groen. Achter de linker man zijn de opgeheven vleugels van de rode griffioen te zien. De vleugels gaan over in een lange rode stengel, die een spiraal vormt met rode en witte bladeren. Een andere stengel gaat tussen de rode vleugels omhoog en naar rechts waar hij een spiraal vormt met groene en witte bladeren.

De opgeheven vleugels van de groene griffioen zijn links van de rechter man te zien. Tussen de vleugels gaat een groene stengel omhoog en naar links, waar hij uitloopt in groene en witte bladeren. Op briljante wijze zijn de groene en rode thema’s vermengd in een wervelende dynamiek.

Op het linker fresco is de Groene Vrouw als heerseres over planten, dieren en mensen afgebeeld. Op het rechter fresco is de Groene Ram haar tegenhanger. Het lijkt een weergave van de Grote Godin en haar partner, de Vegetatiegod die in de oudheid werd geofferd om nieuw leven te brengen. De voorstelling in het bovenste paneel lijkt dit offer uit te beelden. De twee Groene Griffioenen brengen vegetatie en vruchtbaarheid voort, maar toch worden ze bedreigd door de twee Groene Mannen. Het offer is nog niet gebracht: de dieren leven nog. Het fresco beeldt het moment uit dat de Vegetatiegod zal sterven om herboren te worden. Niet een thema dat je in het hart van het Vatikaan zou verwachten. Pius VI droeg de Romeinen een warm hart toe. In de Vaticaanse Musea staan honderden Romeinse beelden die deze paus uit opgravingen in en buiten Rome had weten te bemachtigen om ze in het museum of in de stad neer te zetten.Deze beelden liet hij voorzien van een opschrift MVNIFICENTIA.PII.SEXTI.P.M. D.w.z.: geschonken door paus Pius VI. Tussen deze beelden zijn ook verscheidene Groene Mannen en andere Groene Wezens te vinden.

De Groene Mannen en Groene Vrouwen van Pius VII

Pius VII (1800-1823), de opvolger van Pius VI, liet het plafond beschilderen en versieren met stucwerk van de hal naast de Galleria Clementina, dezelfde hal waar Benedictus XIV in 1749 zijn wapen had laten aanbrengen en waar hij het doorkijkje in de Galleria Clementina had laten schilderen. De overzichtsfoto toont bovenaan het wapen van Pius VII. Hierop zijn de drie bergen te zien die door verschillende pausen voor hem zijn gebruikt in hun wapen. Op de bergen staat een kruis en het woord PAX. Alleen Pius VII heeft dat woord in zijn wapen opgenomen.

De randen langs de verschillende afbeeldingen op het plafond zijn geïnspireerd op de fresco's in de Domus Aurea. In 1776 had Ludovico Mirri 60 schilderingen van Marco Carloni gepubliceerd en die zullen door de schilders in deze hal wel zijn geraadpleegd. Op een van de bovenranden (zie de foto hierboven) zijn griffioenen op een geraffineerde manier verbonden met de acanthusstengels voor en achter ze. In de hoeken is het hoofd van een zwarte vrouw afgebeeld. De louwerkrans om elk hoofd en de op het hoofd gerichte bloemen suggereren dat het Groene vrouwen zijn.

De verticale randen zijn kandelabers. De kandelaber op de rechterfoto toont onderaan een Groene Man. Zijn onderlichaam bestaat uit acanthusstengels die een voluut vormen. De Groene Man heeft armen en vleugels. Uit zijn hoofd komt een kandelaber, gevormd door stengels, bladeren en hoorns van overvloed. Het woord PAX is eveneens in de kandelaber te vinden. de stijl van de ornamenten is te beschouwen als een vroege vorm van neorenaissance.

Groene Mannen en Groene Vrouwen in de Galleria Urbanus VIII

In deze lange gang, waar de bezoeker door komt onderweg naar de Galleria Clementina, was vroeger de Vaticaanse Apostolische Bibliotheek gevestigd. Paus Urbanus VIII (1623-1644) liet de bibliotheek verplaatsen, de gang verbouwen en kasten langs de muren plaatsen. In de kasten werden manuscripten bewaard uit de bibliotheek van Heidelberg en de bibliotheek van Federico di Montefeltro van Urbino. Onder paus Pius IX (1846-1878) werden de kasten beschilderd, of overgeschilderd, met zijn pauselijke wapen, zijn naam en diverse Groene Mannen en Groene Vrouw. De stijl van de geschilderde panelen is neobarok.

De middelste kast toont boven het wapen van Pius IX, een schild, verdeeld in kwartieren met een leeuw of rood-witte strepen. De onderste panelen tonen een leeuw met de tekst PIUS IX PONT.MAX. (paus Pius IX). de panelen op de rechterkast en de Groene Vrouw op een andere kast worden hieronder beschreven.

Het paneel linksboven toont een Groene Man. In zijn haren groeien bladeren. Op zijn hoofd draagt hij een schaal of kroon waarin appels op bladeren liggen. Onder zijn hoofd een beugel waaronder naar links en naar rechts bladeren, bloemen en druiven komen.

Het paneel rechtsboven toont een Groene Vrouw. Op haar hoofd een kroon met een gestileerde Franse lelie. Daar bovenop bladeren en bloemen. Een beugel onder haar hoofd houdt links en rechts een stengel vast waaruit bloemen komen. Op een stengel uit elke bloem zit een zingende vogel.

Het paneel linksonder toont een tamelijk monsterachtig uitgevoerde Groene Sater met horens. Op zijn hoofd groeien bladeren en stengels waaruit bloemen komen. De beugel onder zijn hoofd houdt acanthusbladeren vast die voluten vormen.

Het paneel rechtsonder toont twee Groene Draken die met de rug naar elkaar toe uit een kandelaber komen. Ze hebben vleugels en hun onderlijf bestaat geheel uit acanthusbladeren en stengels.

De Groene Vrouwen van Leo XIII

Paus Leo XIII (1878-1903) gaf opdracht tot de restauratie en het opnieuw decoreren van de Galleria Candelabri (Galerij van de Candelabers). Hij liet nieuwe marmeren vloeren leggen en liet de plafonds van de zalen en de tussenliggende hallen opnieuw beschilderen en met stucwerk versieren door Annibale Angeli, Domenico Torti en Ludwig Seitz. In 1884 werd in de hal tussen zaal IV en zaal V met stucwerk een Groene Vrouw afgebeeld die een bord met de tekst LEO XIII omhoog houdt. Haar onderlichaam bestaat uit acanthusbladeren die voluten vormen waaruit bloemen groeien. Het bord boven haar hoofd is geïnspireerd op het band- en rolwerk uit de renaissance, maar de afbeelding als geheel is eerder neobarok te noemen. Het bord draagt een kandelaber met bladeren, bloemen en hoorns van overvloed.

Een ander paneel toont een vergelijkbare Groene Vrouw die een bord omhoog houdt met daarop ANNO VI, d.w.z. het zesde jaar van de regering van paus Pius XIII, oftewel 1884.

De Groene Cupido's van Giuseppe Momo

Tot in de 20e eeuw zijn Groene Wezens afgebeeld in de Vaticaanse Musea. In 1932 maakte Giuseppe Momo de schitterde dubbele draaitrap waarlangs de meeste bezoekers de Vaticaanse Musea binnenkomen. Op de trap zijn tientallen Groene Cupido's afgebeeld die uit vegetatie te voorschijn komen, terwijl elders vruchten uit hoorns van overvloed komen.

Romeinse Groene Mannen en groene Vrouwen in de Vaticaanse Musea

Tot nu toe heb ik me beperkt tot de Groene Mannen, Groene Vrouwen en andere Groene Wezens die een onderdeel vormen van de architectuur van de pauselijke vertrekken die nu zijn opgenomen in de Vaticaanse Musea.

Vanaf 1500 zijn tijdens opgravingen in Rome en daarbuiten talloze Romeinse beelden en afbeeldingen gevonden waarop soms Groene Mannen, Groene Vrouwen en uiteenlopende Groene Wezens te zien zijn. De pausen in de renaissanceperiode waren bijzonder geïnteresseerd in deze beelden en hebben ze waar mogelijk aangekocht, als ze al niet, om uiteenlopende redenen, aan het Vaticaan geschonken werden. Als regel werden de beelden, altaren en andere voorwerpen volledig gerestaureerd voordat ze aan de paus te koop werden aangeboden of geschonken. Vergelijkbare afbeeldingen in andere musea of afbeeldingen in boeken werden daarbij als voorbeeld genomen en anders maakte de beeldhouwer het beeld af zoals hij dacht dat het wel geweest zou zijn. Een gruwel in de ogen van moderne archeologen en kunsthistorici, maar tot het eind van de 19e eeuw gingen kunstenaars en ook de meeste kunsthistorici er vanuit dat een restauratie geslaagd was als niet of nauwelijks te zien was wat was toegevoegd of hersteld. Dat zich onder de beelden vele naakte Goden en Godinnen bevonden, leek de pausen en kardinalen die de beelden aanschaften niet te hinderen. Wel hebben latere pausen vrijwel alle blote mannen laten voorzien van een marmeren of gipsen vijgenblad, dat nog steeds aanwezig is.

Vrijwel alle door Joke gefotografeerde Romeinse beelden en afbeeldingen heb ik terug kunnen vinden in het standaardwerk Die Sculpturen des Vaticanischen Museums dat professor Walther Amelung tussen 1903 en 1908 in twee delen heeft gepubliccerd. Na de dood van Amelung heeft Georg Lippold hier in 1936 en 1956 een derde en vierde deel aan toegevoegd. De boeken zijn een must voor wie meer over de kunstwerken te weten wil komen, want de Vaticaanse Musea geven hier vrijwel geen toelichting bij.

Hercules als Groene Man

Op de foto links een tafel met drie poten, gemaakt in de 1e eeuw v.Chr., waarschijnlijk naar een Hellenistisch voorbeeld van een van de Griekse eilanden. In 1780 werden twee poten opgegraven langs de Via Tiburtina in Rome. De derde poot (de linker op onze foto) en het tafelblad zijn tijdens de restauratie gemaakt.

De knie van elke poot vormt een acanthuskelk waaruit het hoofd van de baardige Hercules te voorschijn komt. Hij is dus te beschouwen als een Groene Man, waarschijnlijk de oudste van wie we een foto hebben. Op zijn hoofd heeft Hercules de kop van de door hem gedode Nemeïsche leeuw, waarmee hij gewoonlijk wordt afgebeeld. De tafelpoten hebben aan de onderkant een leeuwenpoot.

Door de Grieken zijn geen Groene Mannen gemaakt. Het zijn de Romeinen geweest die hiertoe vanaf de 1e eeuw v.Chr. de aanzet hebben gegeven, ook in de voormalige Griekse gebieden, zoals Anatolië (Klein-Azië).

Kandelaber met Groene Cupido en Groene Sfinxen

In 1772 werden onder de fundamenten van de kerk Sint Agnes buiten de Muren in Rome twee marmeren kandelabers gevonden, waarschijnlijk gemaakt in de 1e eeuw na Chr. Ze werden gerestaureerd door de beeldhouwer Lorenzo Cardelli (1733-94) en in 1775 naar de Vaticaanse Musea overgebracht, waar ze nu in Zaal II van de Galleria Candelabri te zien zijn. De kandelabers zijn 1.81 m hoog. Op de foto rechts is de basis van een van deze kandelabers te zien.

Elk van de vier hoeken wordt gedragen door een Groene Sfinx. Hun achterlijf bestaat uit stengels die een bloem vormen. Een andere stengel gaat samen met die van de sfinx op de andere hoek en vormt naar boven toe een palmet.

Boven de sfinxen is op elk van de vier zijden een Groene Cupido met opgeheven vleugels afgebeeld. Zijn onderlijf gaat over in acanthusbladeren, waaruit naar links en naar rechts een stengel groeit die een bloem vormt. Vanaf de penis gaat een derde acanthusstengel recht naar beneden. Bij de hier afgebeelde figuur zijn het gezicht en de penis waarschijnlijk opzettelijk afgeslagen. In zijn opgeheven linkerhand houdt de cupido een mand met vruchten.

De basis wordt bekroond door een deklijst met palmetten, bloemen en op de hoeken een ramskop. Hierboven (niet afgebeeld) een kolom met bladeren, bloemen, palmetten en festoenen met vruchten.

Herkomst en toepassing van de kandelabers is niet bekend, maar de afbeeldingen aan alle kanten geven aan dat ze vrij stonden, waarschijnlijk in een tempel of villa.

De Groene Mannen van Pius VI

Paus Pius VI (1775-1799) heb ik hierboven al genoemd in verband met de fresco in de Vierkante Vestibule. Deze paus heeft zich er ook voor ingezet om het museum uit te breiden met zoveel mogelijk Romeinse beelden. Deze beelden liet hij dan uitdrukkelijk voorzien van de inscriptie MVNIF.PII.SEXT.P.M. De afkorting P.M. betekent Pontifex Maximus. In het heidense Romeinse Rijk was dit de hogepriester, vaak de keizer zelf. Na de kerstening van het Romeinse Rijk eigende de paus zich deze titel toe. De inscriptie wil zeggen: geschonken door paus Pius VI. Ook in de stad liet hij Romeinse beelden neerzetten, voorzien van deze inscriptie. Daarmee hoopte hij zijn populariteit te vergroten in een wereld waarin de paus werd gemangeld tussen de Oostenrijkse keizer en de latere keizer Napoleon.

Over het algemeen had Pius VI een fijne neus voor Romeinse kunstschatten, maar een enkele keer liet hij zich een vervalsing in de maag splitsen. De afbeelding links boven toont een Groene Man met horens en vegetatie die op zijn hoofd groeit. De oren van het vat worden gevormd door saters met ramshorens. Het lijkt te modern om Romeins te zijn en dat is het ook. Lippold onderzocht het vat en kwam tot de conclusie dat de afbeelding in de tijd van Pius VI was gemaakt uit "aufgeschmierter, leicht zu entfernender Schmutz." (opgesmeerde, gemakkelijk te verwijderen troep)

De asurn op de rechterfoto is wel authentiek. In 1779 werden opgravingen gedaan onder Sancta Sanctorum, de kapel achter de heilige trap van de Sint Jan in Lateranen in Rome. In de middeleeuwen was dit de persoonlijke bidkapel van de paus. Hier werden veel relikwieën bewaard. In de grond werden verschillende Romeinse voorwerpen gevonden, waaronder deze urn uit de 2e eeuw, die blijkens de Latijnse inscriptie de as van ene Veiania Priscilla bevat. De urn werd kort na de vonds gerestaureerd door Fernando Lisandroni die van 17778 tot 1793 als restaurateur voor het Museo Pio Clementino werkte.

Aan beide kanten is het hoofd van Bacchus afgebeeld, met klimop in het haar en kurketrekkerkrullen in zijn baard. Tussen de twee hoofden hangt een festoen met vruchten. Hierop staan twee hanen tegenover elkaar.

Bacchus als Romeinse Groene Man

In zekere zin is Bacchus te beschouwen als een Groene Man. Hij wordt vrijwel altijd afgebeeld met wijnranken of klimop in zijn haar. De foto linksboven toont een van de beelden die tussen 1817 en 1821 zijn opgegraven in Tor Marancia, een landgoed tussen Rome en Ostia waar in de 2e eeuw twee villa's, een begraafplaats en een tempel voor Bacchus (Liber Pater) stonden. Waarschijnlijk was dit een van de cultusbeelden uit deze tempel. Het haar van de God is vrijwel geheel bedekt door wijnranken, terwijl druiventrossen naar beneden hangen. De houten thyrsusstaf, met een dennenappel in de top, is tijdens de restauratie gemaakt naar vergelijkbare voorbeelden. Ook het wijnrankblad is toen toegevoegd.

Het beeld rechts is samen met verschillende andere Romeinse beelden in 1777 gevonden in de ruïnes van Castrum Novum, een Romeinse kolonie aan de kust. Na een restauratie door Gaspare Sibella werd het beeld verworven door Pius VI, die dit, zoals gebruikelijk, op het voetstuk heeft laten beitelen. Het beeld, gemaakt in de 3e of 4e eeuw, toont de God met zijn thyrsusstaf, een panter aan zijn voeten, een wijnkan in de rechterhand. Op het hoofd van de God zijn hederaranken en -bladeren te zien.

Er zijn tientallen beelden van Bacchus in de Vaticaanse Musea tentoongesteld, allemaal met wijnranken of hedera in het haar. Het is een open vraag of het een krans betreft of dat de vegetatie op het hoofd van de God groeit. In het laatste geval is hij zonder meer een Groene Man, terwijl een losse krans alleen het meer of minder innige verband tussen de God en de vegetatie aangeeft. Wat pleit voor de zienswijze dat Bacchus een Groene Man is, is het feit dat de Groene Man altijd grenzen doorbreekt, met name de grens tussen mens en vegetatie. Bacchus is de God van de Wijn en de transformatie van vruchtensap in wijn doorbreekt ook een grens. Door de Grieken en Romeinen werd wijn als een gave van Dionsysos/Bacchus aan de mensheid beschouwd. Tot het eind van het Romeinse Rijk in de 5e eeuw is Bacchus een belangrijke God geweest voor de Romeinen, maar dat verhaal bewaar ik voor een andere gelegenheid.

Wel wil ik nog de aandacht vestigen op een beeld van Antinoos dat in de Ronde Zaal van de Vaticaanse Musea is opgesteld. Antinoos (111-130 na Chr.) was de geliefde van keizer Hadrianus die op 19-jarige leeftijd onder mysterieuze omstandigheden in de Nijl verdronk. Hadrianus heeft de jongen na zijn dood tot een God uitgeroepen en hem vele malen laten afbeelden in zijn villa in Tivoli. Vaak werd Antinoos daarbij uitgedost met de attributen van Bacchus-Dionysos.

Het marmeren beeld op de foto linksboven in in 1793 gevonden in de ruïne van een Romeinse villa bij Praeneste, het huidige Palestrina, 25 km ten oosten van Rome. Het hoofd, de armen en voeten zijn authentiek Romeins, maar de rest is een fraai staaltje van creatief restaureren, kort na de vondst, door de beeldhouwer Giovanni Pierantoni. Volgens Georg Lippold was het beeld een zogeheten akrolith, waarbij een houten of bronzen beeld werd voorzien van een marmeren hoofd, marmeren voeten en handen. Het houten beeld werd met een toga aangekleed en alleen de marmeren delen waren zichtbaar. Alleen deze marmeren delen waren overgebleven in de Romeinse villa. Pius VI kocht het beeld aan voor Palazzo Braschi aan de Piaza Navona. In 1863 liet Pius IX het beeld overbrengen naar de Ronde Zaal, waar het nu nog staat.

De foto rechtsboven is van een gipsen kopie die in 2005 te zien was in het Pergamonmuseum in Berlijn voor een tentoonstelling over Antinoos. Hierop is goed te zien dat Antinoos rond zijn hoofd een krans heeft van klimopbladeren en -vruchten. De lotusbloem op zijn hoofd verwijst naar de Nijl, waar Antinoos de dood vond.

Al kort na de dood van Antinoos deden verhalen de ronde dat de jongen zich had opgeofferd door tijdens een ritueel zijn leven te schenken aan Hadrianus, die daardoor langer zou leven. Als dank zou Hadrianus de jongen hebben vergoddelijkt. De mythe van de Vegetatiegod die tijdens de oogst zijn leven offert om in de nieuwe vegetatie van het volgend jaar herboren te worden, lijkt verrassend veel op deze uitleg van de dood van Antinoos.

De Jaargetijden als Romeinse Groene Man of Groene Vrouw

Door de Romeinen werden de vier seizoenen vaak afgebeeld als personen met vruchten, bloemen of andere vegetatie die bij dat seizoen hoorde. In 1804 werden twee marmeren beelden die de herfst en de winter personifiëren, opgegraven in de ruïnes van Campo Jemini, een heiligdom met een tempel van Venus bij het huidige Tor Vajanica, een voorstad van Rome.

De herfst is afgebeeld als een jonge vrouw met wijnranken en druiven in haar haren, een grote druiventros in haar rechterhand, uitgestrekt op een rustbank temidden van vier cupido's die druiven oogsten.

Als regel wordt door de Romeinen elk van de vier jaargetijden verbonden met een bepaald type vegetatie. Zoals de herfst wordt vertegenwoordigd door de wijnranken, zo werd de winter meestal voorgesteld als een warm aangeklede vrouw met rietstengels of dennentakken. De winterse tegenhanger van de herfst in de Vaticaanse Musea is een liggende vrouw, haar kleding als bescherming tegen de kou over haar hoofd getrokken. In haar linkerhand houdt ze een afgesneden dennentak. Vóór haar is kabbelend water afgebeeld. In het ondiepe water zitten vijf cupido's, waarvan er twee een dennentak in de hand houden, terwijl de andere zich vermaken met eenden en schildpadden.
Behalve deze twee in het Museo Chiaramonti tentoongestelde jaargetijden zullen er nog twee zijn geweest, maar die zijn niet bewaard gebleven.

Door de Romeinen werden de vier jaargetijden vaak afgebeeld in mozaieken en ook hiervan is in de Vaticaanse Musea een voorbeeld te vinden. Daarvoor gaan we terug naar een zaal die we al hebben bekeken en wel de Stanza della Segnatura. Julius II (1503-1513) liet de vloer van deze zaal verfraaien met Romeinse mozaieken, waar nodig aangevuld met moderne steentjes of met restanten van Romeinse mozaieken van elders. In deze zaal zijn de vier jaargetijden op de vloer te herkennen aan de met ze afgebeelde vegetatie. In hoeverre ze Romeins zijn, waar ze vandaan komen en in welke tijd ze zijn gemaakt is kennelijk niet bekend.

Linksboven is de herfst afgebeeld als een man of vrouw (dat wordt hier vaak bewust in het midden gelaten), met een krans van druivenbladeren om de hals en wijnranken en druiven op het hoofd.

Rechtsboven de winter als een vrouw met kleding over haar hoofd die alleen haar gezicht vrij laat. Om het hoofd zijn rietstengels afgebeeld die gewoonlijk met dit seizoen werden geassocieerd.

Linksonder de lente met een krans van bladeren om haar hals en bloemen op haar hoofd.

Rechtsonder de zomer als een vrouw met een krans van bladeren en graanhalmen in haar haren.

De Groene Vrouw als Komedie

In 1735 vond graaf Fede twee marmeren hermen in Villa Hadrianus in Tivoli, in de ruïne van het Griekse theater dat Hadrianus daar had laten bouwen.. Zijn erfgenamen verkochten de hermen in 1782 aan Sixtus VI, die ze in de Zaal van de Muzen in het Vaticaan liet opstellen. De hermen zijn gedateerd in de periode van Trajanus-Hadrianus (98-138 na Chr.) en duidelijk door dezelfde meester gemaakt. Door Lippold en andere kenners van de Romeinse beelden wordt de ene herm (foto linksboven) beschouwd als een personificatie van de komedie. De andere herm (foto rechtsboven) is haar tegenhanger, de tragedie. In wezen is het enige verschil tussen beide hoofden dat De Komedie wijnranken en druiven in haar haren heeft en De Tragedie niet. Naar de betekenis die de onbekende maker aan deze hermen hechtte, kunnen we alleen maar gissen. Toch wel een fascinerende gedachte dat de Groene Vrouw, verenigd met de Wijngod, de komedie vertegenwoordigt en dat de vrouw losgemaakt van de Wijngod de tragedie is.

Slotwoord

Het bovenstaande is niet meer dan een selectie uit de afbeeldingen van Groene Mannen, Groene Vrouwen en andere Groene Wezens in de Vaticaanse Musea. Belangrijke delen van het gebouw zijn buiten beschouwing gebleven. Goudmijnen op dit gebied zijn de door Raphael beschilderde Loggia en Loggetta, waar Giovanni da Udine met stucwerk en fresco's honderden Groene Wezens heeft afgebeeld. We hebben ze helaas niet kunnen bezoeken. Ook de bibliotheek hebben we overgeslagen. In de delen van het gebouw die we wel hebben bezocht, was het meestal een kwestie van kiezen uit de overvloed. Alleen al over de Groene Wezens in de Kaartengalerij is een boek te vullen.

We gaan ervan uit dat het bovenstaande een representatieve steekproef is uit de overvloed aan Groene Wezens in het Vaticaan. De afbeeldingen laten zien welke belangrijke plaats de Groene Man, de Groene Vrouw en de andere Groene Wezens in de renaissance hebben ingenomen. Een plaats die ze is toegewezen door vrijwel alle pausen vanaf 1500 tot het begin van de 20e eeuw. In ons boek laten we zien dat kerken vanaf de middeleeuwen de Groene Man en de Groene Vrouw gastvrij onderdak hebben goden, maar in de renaissance waren het vooral de pausen die het voortouw namen. En dat is iets dat kennelijk door niemand is opgemerkt. We hebben er teninmste nooit iets over kunnen vinden. Het bovenstaande is een poging dit gat in onze kennis over de Groene Man en de Groene Vrouw te vullen. Voor méér informatie verwijzen we naar ons boek.

Geraadpleegde literatuur

- Amelung, Walther: Die Sculpturen des Vaticanischen Museums, Walter de Gruyter, Berlijn, 1903 (deel 1) en 1908 (deel 2).

- Lippold, Georg: Idem, 1936 (deel 3A) en 1956 (deel 3B)

- Bertoldi, Susanna: The Vatican Museums, Edizioni Musei Vaticani, Rome, 2006

- Dacos, Nicole: The Loggia of Raphael, Abbeville Press, Londen,2008

- Farinella, Vincenzo: Vatican Museums: classical art, Scala, Florence, 1985

- Ferrari, Oreste: Treasures of the Vatican, Thames and Hudson, Londen, 1971.

- Malafarina, Gianfranco: The Gallery of Maps in the Vatican, Franco Cosimo Panini, , Modena, 2009.

- Massi, Ercole: Compendious description of the Museums of Ancient Sculpture: Greek and Roman, in the Vatican Palace, Vatican Typography, Rome, 1908.

- Pinot de Villechenon, Marie-Noëlle: Domus Aurea - les fresques du palais de Neron à travers les 'Bains de Titus', conservés au Louvre, Ricci, Parijs, 1998.

- Segala, Elisabetta: Domus Aurea, Electa, Milaan, 1999