Aphrodite & Venus

Tekst: Ko Lankester
Foto's Joke Lankester en (enkele) Ko Lankester

Door de Grieken werd Aphrodite opgenomen onder de twaalf Olympische Goden en Godinnen, hoewel ze van oorsprong geen Griekse Godin is.

Haar cultus is waarschijnlijk ontstaan op Cyprus en in het Nabije Oosten. De Grieken noemden haar Kyprogenes (geboren op Cyprus) of Kypria (afkomstig van Cyprus).

Rond 1500 v. Chr. bestond op Cyprus bij de plaats Paphos al een tempel op een heuveltop, gewijd aan de Godin. Tegenwoordig wordt dit Palaepaphos genoemd om de oude plaats te onderscheiden van het moderne Paphos. In de buurt van deze tempel zijn beeldjes gevonden van plaatselijke Vruchtbaarheidsgodinnen uit de Chalcolitische Periode (omstreeks 3900-2900 v. Chr.).

Dit wijst op een veel oudere oorsprong van de verering van Aphrodite op Cyprus. Dat hierbij verschillende plaatselijke Godinnen in deze cultus werden opgenomen, lijkt voor de hand liggend, maar ook andere culturen, met name de SoemeriŽrs, BabyloniŽrs en PhoeniciŽrs, hebben hun stempel hierop gedrukt. De Godin Inanna is het belangrijkste voorbeeld geweest voor de Griekse Aphrodite.

Inanna

Waarschijnlijk is de cultus van Inanna tijdens de Halafperiode (5500-4500 v.Chr.) door immigranten uit AnatoliŽ meegenomen naar het huidige Irak en heeft zich daar verweven met een plaatselijke cultus van de Grote Godin. Tijdens de daaropvolgende Oebaidperiode (4500-3750 v.Chr.) vermengden Semitische en later Soemerische elementen zich met de Mesopotamische religie en nam de cultus van Inanna haar definitieve vorm aan. De naam Inanna is Soemerisch en betekent 'Koningin van de Hemel'. Verschillende functies van Inanna, met name de zorg over de onderwereld, werden aan andere Godinnen toebedeeld, maar zijn nog goed te herkennen in het veelzijdige en gecompliceerde karakter dat deze Godin meer dan 4000 jaar heeft behouden. Ze werd vereerd als Liefdesgodin, maar fungeerde ook als Oorlogsgodin.

Inanna werd vaak afgebeeld met vleugels, staand op een leeuw of in een door leeuwen getrokken praalwagen, de maansikkel als kroon op haar hoofd, een staf met twee in elkaar gedraaide slangen in haar hand, de regenboog als sieraad om haar hals en de zodiak als gordel. Ze werd vereenzelvigd met de planeet Venus als avond- en ochtendster, die als achtpuntige ster naast haar hoofd werd afgebeeld. Hoewel ze altijd als vrouw werd voorgesteld, werd ze als erfgename van de Grote Godin uit de Nieuwe Steentijd geassocieerd met verschillende dieren. Onder haar vele bijnamen waren vooral Labbatoe (leeuwin) en Nin-Ninna (Uilgodin) heel populair. Duiven werden gezien als horend bij Inanna als Godin van de Liefde.

Isjtar/Astarte

De BabyloniŽrs noemden de Godin Isjtar. In SyriŽ en Palestina werd ze vereerd als Astarte. Isjtar had nog steeds de dubbele hoedanigheid van Godin van de Liefde en Oorlogsgodin. Twee terracotta afbeeldingen van de Godin uit 1700 v. Chr., gevonden in het huidige Zuid-Irak en nu in het RMO in Leiden, laten dit duidelijk zien. De afbeelding linksboven toont haar als een naakte vrouw. De tekst bij deze afbeelding geeft een opsomming van haar garderobe in de Isjtartempel in de stad Lagaba: 11 gewaden van wol en linnen, 18 stola's en hoofddoeken, sieraden van goud, zilver, kornalijn en ivoor.

De afbeelding rechtsboven toont de Godin in volle wapenrusting met twee pijlenkokers die achter haar rug zichtbaar zijn. Op haar hoofd de hoge kroon die haar status als Koningin van de Hemel weergeeft.

Asjera

Hoewel de Godin Asjera meer dan veertig keer in het Oude Testament genoemd wordt, betwijfelden bijbelgeleerden tot het begin van de 20e eeuw of ze wel echt bestaan had en opperden dat het een andere naam voor de Godin Astarte was.

Opgravingen in Oegarit in 1923 brachten aan het licht dat Asjera de Semitische naam was van Athirat, de stammoeder van het Kanašnitische pantheon. Haar echtgenoot, de Oppergod El, verwekte bij haar vele tientallen kinderen, waarvan Anat/Astarte, Bašl en Mot de belangrijkste waren. Ze werd in Oegarit ook aangeduid als Elat ('De Godin'). De naam Athirat betekent 'heiligdom'. In grote delen van het Nabije Oosten werd ze vereerd als Moedergodin en verbonden met vruchtbaarheid van mensen, dieren en de natuur. De Kanašnieten noemden haar 'Koningin van de Hemel'.

Een tentoonstelling in 2013 in het Bijbels Museum in Amsterdam belichtte de rol van Godinnen als Asjera in het oude Palestina.

De afbeelding linksboven toont twee terracotta afbeeldingen van Asjera, in bruikleen van het Bibel+Orient Museum in Fribourg. De afbeelding rechtsboven toont het restant van een afbeelding waarop de Godin haar borsten aanbiedt. De afbeeldingen zijn tussen 800 en 622 v. Chr. in Jerusalem gemaakt. Waarschijnlijk zijn het kopieŽn van het cultusbeeld van de Godin dat tot de hervorming door koning Josia in 622 v. Chr. in de tempel in Jerusalem stond. De Bijbel (2 Koningen 23: 4-7) zegt hierover: 'Vervolgens beval de koning dat de hogepriester Chilkia met zijn plaatsvervangers en de priesters die aan het hoofd van de tempelwacht stonden, alle voorwerpen uit de tempel van de Heer moesten halen die voor Bašl, Asjera en de hemellichamen waren gemaakt... Hij liet de Asjerapaal uit de tempel van de Heer verwijderen en buiten de stad brengen, naar de bedding van de Kidron. Daar werd hij verbrand, en de resten werden verpulverd en over de begraafplaats van het gewone volk uitgestrooid. Hij liet de vertrekken afbreken waar mannen tempelprostitutie bedreven en waar vrouwen kleren weefden voor Asjera.'

De cultus van Bašl en Asjera was een geduchte concurrent voor de Jahwisten, die Jahwe als enige God voor de IsraŽlieten naar voren wilden schuiven. De profeet Elia neemt het op tegen 'vierhonderd vijftig profeten van Bašl' en 'vierhonderd profeten van Asjera' (1 Koningen 18:19) De Jahwisten stelden El gelijk aan Jahwe, in de hoop hun greep op het volk te verstevigen. Ook werden alle heidense Goden en Godinnen over ťťn kam geschoren als 'Bašls en Asjera's' (Richteren 3:7). In de SinaÔ gevonden inscripties geven aan dat Asjera daar als gemalin werd gekoppeld aan Jahwe. De gehavende afbeelding op de foto rechtsboven, onderdeel van de tentoonstelling in het Bijbels Museum, toont volgens archeologen Jahwe en zijn geliefde Asjera op een troon. Deze afbeelding is gemaakt in of bij Jerusalem in de periode 800-622 v. Chr.

Isis

In de Hellenistische tijd (331 v. Chr. - 4e eeuw na Chr.) werd de Egyptische Godin Isis door de Grieken meestal gelijkgesteld aan Aphrodite en als zodanig vereerd in de Grieks sprekende gebieden.

De Romeinen namen de verering van Isis, onder haar eigen naam, over, ook in Rome zelf.

De terracotta afbeelding links is gemaakt in Egypte rond het begin van onze jaartelling. Het Bijbels Museum had ook dit beeld in bruikleen van het Bibel+Orient Museum in Fribourg voor de tentoonstelling over Godinnen in het Nabije Oosten.

De Godin is naakt, zoals Aphrodite, maar draagt de prachtige hoofdtooi van Isis, de Egyptische Koningin van de Hemel. In de hoofdtooi zijn o.a. de zonneschijf en de horens die bij Isis horen te zien.

Als onderdeel van de bruidsschat kregen bruiden in Egypte dergelijke beeldjes mee om hun huwelijk vruchtbaar en voorspoedig te maken.

Het terracotta beeldje rechts is gemaakt in Egypte, 2e-1e eeuw v. Chr. Volgens Egyptische traditie zijn op haar lichaam zowel de contouren van haar gewaad als haar lichaamsvormen weergegeven.

Voor haar borst geven donkere lijnen de typerende knoop aan waarmee het gewaad van Isis op talloze afbeeldingen is dichtgebonden. Maar haar tepels en schaamhaar zijn duidelijk gemarkeerd, alsof ze naakt is. Op haar hoofd draagt de Godin een ronde schaal, waarin bloemen of vruchten zullen zijn afgebeeld.

Strijdbare en tronende Aphrodite

Als erfgename van Inanna/Isjtar, de Koningin van de Hemel, werd Aphrodite wel afgebeeld op een troon. Op de foto rechts een gehavend beeld van de tronende Aphrodite in het Archeologisch Museum van Paros, uit de 5e of 6e eeuw v. Chr.

Dergelijke afbeeldingen van de op een troon zittende Aphrodite zijn zeldzaam en vanaf de 4e eeuw v. Chr. vrijwel verdrongen door beelden van de staande of hurkende Godin, naakt of schaars gekleed.

Een ander aspect van Inanna/Isjtar was de strijdbare Godin. Bij de Grieken nam Athena al vroeg dit aspect voor haar rekening, maar een enkele keer werd ook Aphrodite met wapens afgebeeld. Bij een opgraving in 1981 in Perge (in het huidige Turkije) werd een marmeren beeld gevonden van Aphrodite met een schild. Zie de foto links. Het beeld, in het Archeologisch Museum van Antalya, is een Romeinse kopie uit de 2e eeuw na Chr. van een Grieks beeld uit de Hellenistische tijd (3e - 1e eeuw v. Chr.). Het hoofd van het beeld is helaas niet gevonden. Een inscriptie op het schild zegt dat het beeld door Claudios Peison is gewijd aan de Godin. Peison was een rijke kunstliefhebber die in het begin van de 2e eeuw in Perge woonde en veel kopieŽn van Griekse beelden heeft laten maken die in het badhuis van Perge werden geplaatst.

Athena was strijdbaar om de Grieken te verdedigen tegen welke vijand dan ook. Het strijdbare aspect van Aphrodite had meestal betrekking op liefdeszaken en seksualiteit. Zo zou ze de vrouwen van Lemnos gestraft hebben omdat ze hun echtelijke plichten verzaakt hadden en de Godin dus niet geŽerd hadden. Als straf gaf Aphrodite de vrouwen een stank waar hun echtgenoten van walgden. Maar dergelijke maatregelen worden voor Aphrodite zelden genoemd.

Aphrodite en gewijde seks

Inanna/Isjtar werd in het Nabije Oosten vereerd als Grote Godin, die heerste over de hemel en de aarde en samen met haar geliefde, Doemoezi/Tammoez, vruchtbaarheid bracht aan mensen en aan de natuur. Gewijde seks in een tempel van de Godin was een belangrijk onderdeel van haar cultus. In de mythen en cultusgebruiken rond Aphrodite op Cyprus is dit duidelijk terug te vinden. Griekse meisjes werden verondersteld maagdelijk het huwelijk in te gaan. Van meisjes op Cyprus werd echter verwacht dat ze zich voorafgaand aan hun huwelijk door een onbekende lieten ontmaagden en het geld dat ze hiervoor ontvingen aan een van de tempels van Aphrodite schonken. Het werd gezien als een eerbetoon aan de Godin, die als dank de meisjes vruchtbaarheid zou schenken. Op het Griekse vasteland waren aan enkele tempels van Aphrodite vrouwen verbonden die zich uit naam van de Godin tegen betaling aan bezoekers van de tempels gaven. Ze werden hetaere (naar het Griekse hetaira, tempelprostituee) of hiŽrodule (gewijde slavin) genoemd. Met name Korinthe op de Peloponnesos en Eryx op SiciliŽ stonden hierom in heel de Helleense wereld bekend.

De hiŽrodulen namen ook deel aan andere activiteiten van de tempel, bijvoorbeeld als een smeekbede tot de Godin werd gericht om de stad bij te staan als er gevaar dreigde. Inanna, Isjtar en Astarte waren niet alleen befaamd als Liefdesgodin, maar konden in tijden van oorlog ook op het slagveld van zich doen spreken. Aphrodite beschikte duidelijk over dezelfde kwaliteiten. Het cultusbeeld in de tempel van Korinthe toonde Aphrodite met een schild. Ze was de belangrijkste Godin van Korinte en in tijden van nood werd ze geacht de stad te beschermen.

De Troon van Ludovisi

In 1887 werd de inboedel verkocht van Villa Ludovisi, het huis dat kardinaal Ludovico Ludovisi in 1632 had laten bouwen. Een van de voorwerpen uit de inboedel werd aanvankelijk voor een troon aangezien en staat daarom nog steeds bekend als de Troon van Ludovisi. Enige toelichting in de nalatenschap was niet aanwezig. Wetenschappers interpreteren het voorwerp als het bovenste deel van een altaar, afkomstig uit Locri Epizefiri, een Griekse kolonie in de 'voet' van ItaliŽ, gemaakt in 460-450 v. Chr. Waarschijnlijk heeft het altaar in de tempel van Aphrodite bij Erynx op SiciliŽ gestaan.

Het reliŽf op de voorkant (zie de foto hierboven) sluit aan bij de door Hesiodos en anderen vertelde mythe dat Aphrodite is geboren uit de door Kronos afgesneden en in zee geworpen testikels van zijn vader Ouranos. De Godin zou als volwassen vrouw uit de golven verrezen zijn voor de kust van Cyprus en aan land zijn gegaan bij Paphos. Het relief toont het moment dat de Godin verschijnt. Ze wordt geholpen door twee Horai, jonge vrouwen die vaak de jaargetijden vertegenwoordigen, maar ook wel als metgezellen van Aphrodite worden afgebeeld. De Godin draagt een gewaad (chiton) dat aan haar natte lijf plakt.

De zijpanelen tonen de twee belangrijkste rollen van Aphrodite. De foto links toont een jonge vrouw die een dubbelfluit bespeeld. Ze vertegenwoordigt de hetaeren die in de cultus van Aphrodite op Cyprus en in Erynx een rol speelden. Dat de fluitspeelster naakt is, is niet de enige aanwijzing dat ze een hetaere is. De manier waarop het haar van het meisje is opgemaakt werd door de Grieken sakkos genoemd en dit was kenmerkend voor een hetaere.

Het andere reliŽf toont een in een mantel (peplos) gehulde bruid die wierook uit een schaaltje in een wierookvat doet. Het reliŽf geeft aan dat Aphrodite ook de beschermvrouwe was van meisjes op weg naar hun rol als getrouwde vrouw. Jonge meisjes werden beschermd door Artemis, getrouwde vrouwen door Hera. Aphrodite was de beschermvrouwe van het moment net tussen deze fasen. Een bruid schonk tijdens de huwelijksplechtigheid een lok van haar haar aan Aphrodite.

Aphrodite uit de zee

Aphrodite die uit de zee verrijst, is talloze malen door de Grieken en later door de Romeinen afgebeeld. Haar naam werd afgeleid van het Griekse 'afros' (schuim) en 'duomai' (opduiken uit). Het mozaÔek op bovenstaande foto is afkomstig uit Zeugma, een Griekse kolonie in het huidige Turkije aan de Eufraat, in de oudheid Apamea genoemd. Vanaf 53 v. Chr. maakte de stad deel uit van het Romeinse rijk. Als gevolg van een dam in de Eufraat is Zeugma onder water komen te staan. De mozaÔeken in de stad zijn in 1995-2000 overgebracht naar een speciaal hiervoor ingericht museum in het nabijgelegen Gaziantep.

Het mozaÔek, gemaakt tussen 200-250 na Chr., toont de naakte Aphrodite die net uit de zee is verrezen, gezeten op een schelp, ondersteund door twee tritons, met de scharen van zeekreeften in hun haar. Twee vliegende eroten plaatsen een kroon op het hoofd van de Godin. Helaas is het mozaÔek op deze plaats erg beschadigd. Een Griekse inscriptie boven deze eroten zegt dat het mozaÔek is gemaakt door Zosimos van Samosata. Sieraden om de bovenarmen en linkerpols van de Godin benadrukken haar status als heerseres van de zee. In de rand om het mozaÔek jagen met een speer gewapende eroten op wilde dieren. Onderaan de centrale afbeelding zwemt een onbestemd zeedier. Door de eeuwen heen zijn Aphrodite en Venus geassocieerd met schelpen, dolfijnen en andere zeedieren.

De losbandigheid van Aphrodite

Hoewel Aphrodite altijd wel iets van de veelzijdige Grote Godin behield, werd ze toch voornamelijk verbonden met vruchtbaarheid, schoonheid en seksualiteit. De Grieken namen naar de Godin toe een halfslachtige houding in. Enerzijds bewonderden ze haar schoonheid en sprankelende levenskracht; anderzijds hekelden ze haar ijdelheid en losbandigheid.

Haar vermogen elke man of God te verleiden op wie ze haar zinnen had gezet, relativeerden de Grieken door dit toe te schrijven aan de magische kracht van de gordel die ze droeg. Hera leende volgens de Ilias van Homeros de gordel een keer van haar om Zeus te verleiden. Ook legden de Grieken haar handelingsvrijheid in seksueel opzicht aan banden door haar als echtgenote te koppelen aan Hefaistos, de lelijke en kreupele zoon van Hera en Zeus.

Toen Aphrodite hem bedroog met de Oorlogsgod Ares, gooide Hefaistos, die een geniale smid was, een door hem gemaakt gouden net over het bed waarin het liefdespaar lag en maakte haar ten overstaan van alle OlympiŽrs te schande.

Het slippertje van Aphrodite met Ares was door de eeuwen heen een populair thema. De Romeinen stelden de Godin gelijk aan hun eigen Venus (zie onder) en Ares aan Mars. Een muurschildering uit Herculaneum (zie de foto linksboven), gemaakt kort voor de vulkaanuitbarsting van 79 na Chr., toont het liefdesspel tussen Venus en Mars. De bekende Griekse mythe van het huwelijksbedrog werd door Ovidius voor Romeinse tijdgenoten naverteld.

Dat Aphrodite de mooiste van alle Godinnen was, werd door de Grieken soms in twijfel getrokken. In een wedstrijd tussen Aphrodite, Hera en Athena wie de mooiste was, won Aphrodite alleen door de Trojaanse prins Paris, die dit oordeel moest vellen, te beloven dat ze de door hem begeerde Helena verliefd op hem zou laten worden. Paris schaakte Helena en nam haar mee naar Troje, wat de aanleiding tot de Trojaanse Oorlog werd.

De schoonheid van Aphrodite

Griekse beeldhouwers vanaf de ArchaÔsche Periode (660 v. Chr.) beeldden jongens en mannen naakt af. Vrouwen mochten alleen volledig gekleed worden afgebeeld.

De eerste die het taboe op vrouwelijk naakt doorbrak was Praxiteles die rond 360 v. Chr. voor het eerst Aphrodite naakt afbeeldde. Het beeld, gemaakt voor de tempel van Aphrodite op het eiland Knidos en daarom Aphrodite van Knidos genaamd, is verloren gegaan en alleen bekend uit Romeinse marmeren kopieŽn.

Het beeld op de foto links is een rond 150 na Chr. gemaakte kopie van de Aphrodite van Knidos. Het beeld bevindt zich in de Vaticaanse Musea en wordt de Venus van Belvedere genoemd. Het beeld was voor een expositie over Praxiteles aan het Archeologisch Museum van Athene uitgeleend en daar door Joke gefotografeerd.

Voor de naaktheid van Aphrodite hadden de Grieken toch wel een excuus nodig. Praxiteles beeldde de Godin daarom af terwijl ze uit het bad stapt en haar over een vaas gehangen kleren pakt.

De foto rechts betreft eveneens een marmeren kopie van Aphrodite van Knidos, gefotografeerd in dezelde expositie in Athene. Het beeld, bekend onder de naam Venus van Colonna, is gemaakt in de tijd van keizer Antoninus Pius (138-161 na Chr.). Het hoofd is gemaakt in de tijd van Hadrianus (117-138 na Chr.). Het beeld werd in 1783 door de handelaar Filippo Giuseppe Colonna verkocht aan paus Pius VI. Waarschijnlijk heeft Colonna een hoofdloos beeld aan het hoofd van een ander beeld gekoppeld. In de 18e eeuw een geijkte methode om oudheden zo compleet mogelijk op de markt te brengen. Hoewel de Grieken vanaf de 4e eeuw v. Chr. gewend raakten aan beelden van naakte vrouwen en Godinnen, hadden preutse kerkleiders in de 19e eeuw er opnieuw moeite mee. De Venus van Colonna werd keurig gehuld in een draperie van tin, die in 1932 weer werd verwijderd.

Deskundigen zijn het erover eens dat de Venus van Belvedere en de Venus van Colonna de meest betrouwbare kopieŽn zijn van de Aphrodite van Knidos van Praxitels.

Van de Aphrodite van Knidos zijn veel kopieŽn gemaakt, met name voor Romeinse opdrachtgevers van de 1e eeuw v. Chr. tot de 2e eeuw na Chr. toen deze afbeelding bijzonder gewild was. Het marmeren beeld rechts bovenaan deze pagina is in de 1e eeuw v. Chr. gemaakt door de beeldhouwer Menophantos, zoals een Griekse inscriptie aangeeft. De inscriptie vermeldt tevens dat het een kopie is van een beeld in de Troad (Noordwest-AnatoliŽ). Het beeld in de Troad was een kopie uit de 1e eeuw v.Chr. van de Aphrodite van Knidos.

Het beeld op de foto links is een andere kopie van de Aphrodite van Knidos, waarschijnlijk gemaakt in de 2e eeuw na Chr. Maar ook hier is het hoofd afkostig van een ander beeld van Aphrodite. De beeldhouwer Ippolito Buzzi (1562-1634) heeft de delen tot een nieuw beeld samengevoegd. Waarschijnlijk deed hij dit in opdracht van kardinaal Ludovico Ludovisi om zijn nieuwe villa te versieren. In ieder geval bevond het beeld zich in dezelfde inboedel die ook de Troon van Ludovisi (zie boven) bevatte.

Talentvolle beeldhouwers gingen soms nog wel verder in hun 'restauraties', met name in de 18e en 19e eeuw, toen Griekse beelden zeer gewild waren, maar alleen als ze puntgaaf waren. Het beeld op de foto rechts is een Romeinse kopie van een type beeld dat Aphrodite van Syracuse wordt genoemd, naar een Grieks voorbeeld uit de 4e eeuw v. Chr., waarschijnlijk gemaakt door Praxiteles. De kopie is, net als het beeld links, gemaakt van het beroemde witte marmer van het eiland Paros. Het beeld is in 1804 gevonden bij de baai van Napels. Dit type beeld toont de naakte Aphrodite die uit het bad komt en met haar linkerhand de stof van haar gewaad (chiton) voor haar schoot houdt terwijl ze met haar andere hand een flauwe poging doet haar borsten te bedekken.

In haar boek Canova - artists and collectors: a passion for l'Antiquity (2009) zet Paola Mangia uiteen hoe de verzamelwoede van Griekse beelden leidde tot vervalsingen op grote schaal. De motor achter deze praktijken was de Nederlands-Engelse handelaar Thomas Hope (1769-1831) die beschadigde Griekse en Romeinse beelden opkocht, soms fragmenten van beelden, en contact legde met beeldhouwers die uit de fragmenten zogenaamd puntgave Griekse beelden samenstelden. Vervolgens had Hope ook de juiste contacten om de beelden voor veel geld door te verkopen. Een van de door Hope aangekochte beelden was de Aphrodite op de foto rechts. Alleen had het beeld geen hoofd en miste de rechterarm. Hope vond de beroemde Italiaanse beeldhouwer Antonio Canova (1757-1822) bereid het beeld 'af te maken'. In die tijd werd een restauratie als geslaagd beschouwd als niet te zien was wat antiek was en wat is toegevoegd. Canova is in dat opzicht met vlag en wimpel geslaagd, al werd zijn briljante bijdrage aanvankelijk verzwegen. Een verslag van C.M. Westmacott uit 1824 spreekt over 'een van de meest complete antieke beelden die ooit gevonden is.'

Het beeld is verschillende keren geveild en doorverkocht als authentiek Grieks-Romeins. In 1924 is het geschonken aan het Archeologisch Museum van Athene, waar het zich nu nog bevindt. Het bijschrift in het museum maakt er geen geheim van dat het hoofd en de rechterarm door Canova zijn gemaakt. Maar nu is Canova een beroemdheid en beelden uit de oudheid hoeven niet langer puntgaaf te zijn.

Aphrodite in de Levant

De Levant is het gebied ten oosten van de Middellandse Zee. Hiertoe behoren Israel, JordaniŽ, Libanon en SyriŽ. In dit gebied is Aphrodite vaak afgebeeld. Een populair thema was de Godin die uit de zee verrijst.

Het beeld op de foto links maakte onderdeel uit van de expositie over Godinnen in een bijbelse context in het Bijbels Museum. Het staat bekend als Aphrodite Anadyomene, dat is Aphrodite die uit de zee oprijst. Het is in de Levant gemaakt in de 1e of 2e eeuw na Chr. toen dit gebied onderdeel uitmaakte van het Romeinse keizerrijk.

De Godin is uit de zee gekomen en heeft een heupdoek omgeknoopt die haar schoot nauwelijks bedekt. Ze knoopt een band om haar natte haren. Zoals op andere beelden uit de Levant draagt de Godin mooie sieraden: oorringen, een band om haar hals en haar boven- en onderarmen. Twee banden met ronde sieraden kruisen elkaar tussen haar borsten. Het beeld, voor de expositie geleend uit een privť-verzameling, was in stukken gebroken en is gerestaureerd.

Hoewel de bijbel ons graag anders doet geloven, waren afbeeldingen van de naakte Aphrodite in de eerste eeuwen van onze jaartelling in Palestina niet ongewoon.

De foto rechts toont een replica uit het Israel Museum in Jerusalem van een helaas hoofdloos terracotta beeldje, gemaakt 50-150 na Chr., dat is gevonden op de berg Karmel in Israel. De afbeelding is duidelijk geŽnt op de Aphrodite van Knidos, maar ook hier is haar naakte lichaam verfraaid met sieraden: een schitterende hanger om haar hals, een slangvormige band om haar rechterbovenbeen en een band om haar rechterenkel.

Aphrodite van Aphrodisias

Aphrodite werd in heel de Helleense wereld vereerd, maar de koppeling van seksualiteit aan een Grote Godin was voor de Grieken moeilijk te bevatten. In AnatoliŽ werd Aphrodite wel degelijk als Grote Godin vereerd, met name in Aphrodisias, zo'n 100 km landinwaarts vanaf de Anatolische zuidwestkust. Al in het 6e millennium v.Chr. bevond zich hier een heiligdom, dat waarschijnlijk door kolonisten uit Hacilar (meer landinwaarts gelegen) was gebouwd. Vanaf het begin van de Bronstijd (rond 4350 v.Chr.) tot de kerstening van het Romeinse Rijk (3e eeuw na Chr.) is het heiligdom onafgebroken in gebruik geweest. De Anatolische Grote Godin die hier vereerd werd, nam in het 3e millennium v.Chr. elementen van de Mesopotamische Inanna/Isjtar in zich op, die hier onder de Akkadische bijnaam Nin bekend stond. Het heiligdom werd naar deze Godin aangeduid als NinoŤ, een naam die nog in de 6e eeuw na Chr. door Stefanos van Byzantium gebruikt werd. De Grieken stelden de in NinoŤ vereerde Godin gelijk aan Aphrodite en noemden het heiligdom naar haar Afrodisias. In de 6e eeuw v.Chr. werd een Ionische tempel voor de Godin gebouwd op de fundamenten van de oudere tempels. De Romeinen, die vanaf de 2e eeuw v.Chr. over dit gebied heersten, hielden de cultus van de Godin in stand en verleenden de tempel en de plaats uitzonderlijke voorrechten. Van de tempel zijn niet meer dan de fundamenten en wat pilaren overgebleven. Zie bovenstaande panoramafoto.

Tijdens opgravingen in het tempelcomplex is een meer dan twee meter hoog cultusbeeld gevonden, gemaakt in de 1e eeuw v. Chr., dat in het Archeologisch Museum van Aphrodisias te zien is. Zie de foto linksboven. Van het hoofd is helaas niet veel overgebleven en ook de afbeeldingen op haar gewaad zijn erg verweerd.

Gelukkig is in de 1e eeuw na Chr. voor het theater in de stad een relief gemaakt van de buste van het cultusbeeld. De buste is in het museum tentoongesteld. Zie de foto midden boven.

In het museum kocht Joke een bijna 60 cm hoge kopie waarin het cultusbeeld aan de hand van de gevonden buste natuurgetrouw is nagemaakt. Zie de foto rechtsboven. De grote en duidelijke kopie geeft me wel de gelegenheid de afbeeldingen op het gewaad van de Godin goed te laten zien.

Van Aphrodite van Aphrodisias bestaan bijna 50 afbeeldingen: vrijstaande beelden, reliŽfs en afbeeldingen op munten. Dit zijn Romeinse kopieŽn uit de 1e tot de 4e eeuw, deels gevonden in Aphrodisias, deels in Rome of verspreid over het Romeinse rijk. Het geeft aan hoe belangrijk Aphrodite van Aphrodisias was in het Romeinse keizerrijk. De kopieŽn zijn grotendeels variaties op het cultusbeeld, waarbij soms een selectie uit de vijf lagen van het cultusbeeld is gemaakt. De kopieŽn bevinden zich in musea verspreid over de hele wereld.

Het cultusbeeld laat de waardigheid van Aphrodite als Grote Godin in al haar aspecten zien. Ze draagt een chiton, het traditionele tot de voeten hangende kledingsstuk voor Griekse vrouwen met daar overheen een gewaad (ependytes genaamd) dat in vijf onderdelen van haar hals tot haar enkels reikt. In de bovenste laag (zie foto middenboven) draagt ze tussen haar borsten een hanger met daaraan de maansikkel. Over haar hoofd draagt ze een sluier die haar gezicht vrijlaat, maar op haar rug over haar gewaad hangt. Op de sluier een krans rond haar hoofd, die door sommige wetenschappers wordt geÔnterpreteerd als een lauwerkrans, door anderen als mirte of olijfblad. Aan de voorkant van de krans prijkt een edelsteen. Op haar hoofd draagt de Godin een hoge vierkante kroon met daarin aan alle kanten een zespuntige ster, die de planeet Venus en dus Aphrodite zelf, voorstelt. Inanna en Isjtar werden ook met deze planeet verbonden. De hoge kroon toont ook haar verwantschap met de Grote Godin Kybele, die met name in AnatoliŽ vereerd werd. De kroon is ook een stadsmuur die aangeeft dat de Godin de beschermvrouwe van Aphrodisias is.

In de tweede laag zijn de drie GratiŽn afgebeeld, goddelijke wezens verbonden met dans, muziek, levensvreugde en liefde. Door deze eigenschappen worden ze vooral met Aphrodite geassocieerd. Van de GratiŽn worden er altijd twee frontaal afgebeeld en ťťn op de rug gezien. Maar de meest rechtse vrouw houdt een appel in haar hand. Dat is een verwijzing naar het oordeel van Paris (zie boven), waarbij Aphrodite als schoonste van de Godinnen de gouden appel kreeg. De GratiŽn worden geflankeerd door een man en een vrouw, die meestal als Zeus en Hera worden geÔdentificeerd. Lisa Brody ziet ze in haar wetenschappelijke artikel 'The iconography and cult of the Aphrodite of Aphrodisias' (2013) eerder als Gaia (Ge) en Ouranos, de Aardgodin en de Hemelgod, die daarmee aangeven dat Aphrodite heerst over hemel en aarde.

In de middelste laag bevinden zich Selene (de Maangodin) en Helios (de Zonnegod), door de Romeinen Luna en Sol genaamd. Dat de Zonnegod en de Maangodin haar eer bewijzen, geeft aan dat Aphrodite als avondster en ochtendster in het hemelrijk heerst over de dag en over de nacht.

In de vierde laag zit Aphrodite op de rug van een Zeegeit, ook wel Aegipan genoemd, met de kop en het lichaam van een geit en de staart van een vis. Golven en een zwemmende dolfijn geven aan dat dit het rijk van de zee is. Vůůr de Zeegeit zwemt een triton, met het bovenlichaam van een man, maar benen die in de staart van een vis eindigen. Tritons zijn meestal niet gevleugeld, zoals deze, maar ze komen wel voor. Aphrodite heerst niet alleen over hemel en aarde, maar ook over de zee. Deze overtuiging was niet beperkt tot Aphrodisias. Als Aphrodite Pelagia werd de Godin geassocieerd met de zee en was ze de beschermvrouwe van zeelieden. De Godin werd wel vaker afgebeeld zittend op een geit of bok, maar voorzover bekend is dit de enige enige afbeelding met een Zeegeit.

Op de onderste laag (zie de foto linksboven) brengen twee gevleugelde Eroten een plengoffer op een altaar. Eroten werden in de laat-Helleense tijd vaak samen met Aphrodite en Eros afgebeeld. Een derde Eroot houdt een fakkel ondersteboven. Voor de Grieken was dat een verwijzing naar de onderwereld.

Het cultusbeeld toont de Godin als heerseres over de hemel, de aarde, de zee en de onderwereld, over leven en dood, over zang, dans, liefde en levensvreugde.

Het beeld was bedoeld om aan alle kanten te bekijken. De achterkant (zie foto rechtsboven) laat zeer zorgvuldig uitgewerkt de sluier en de plooien van het gewaad zien.

Aphrodite en Eros

Volgens Hesiodos was Eros door Chaos uit haar wezen geschapen, samen met Tartaros (de onderwereld), Gaia (de Aardgodin), Erebos (duisternis) en Nyx (de nacht). Eros was een mystieke kracht, die in wezens een verlangen opriep zich met elkaar te verbinden. Eros bracht Erebos ertoe zich met zijn zuster Nyx te verenigen, waarna ze Hemera (het daglicht) en Ether (de ruimte om de hemel en de aarde heen) voortbracht. Eros was de eerste partner van Afrodite en volgde haar vanaf haar geboorte.

De foto links toont de gevleugelde Eros, gemaakt in 200-150 v. Chr. in Myrina, de hoofdstad van het Griekse eiland Lemnos.

De foto rechts toont Eros als een knappe jongeman. Gevonden in Centocelle bij Rome, gemaakt rond 150 na Chr. als Romeinse kopie van een Grieks beeld uit de 4e eeuw v. Chr. dat zou zijn gemaakt door Praxiteles. Het beeld is door de Vaticaanse Musea uitgeleend aan het Archeologisch Museum Athene voor de expositie over Praxiteles en daar gefotografeerd.

In de latere Griekse mythen werd Eros een kind van Afrodite en Ares. Hij werd als een gevleugeld kind met een pijl en boog voorgesteld en als hij een pijl in iemands hart schoot, ontstak hij een onweerstaanbare verliefdheid. Daar maakte hij te pas en te onpas gebruik van. In laat klassieke voorstellingen waren er verschillende eroten, die soms als kind, soms als volwassene werden voorgesteld.

Dat Praxiteles Eros niet alleen zag als een volwassen man, maar ook als het kind van Aphrodite laten bovenstaande beelden zien. Het beeld links staat bekend als de Aphrodite van Richelieu en is waarschijnlijk rond 100 na Chr. gemaakt in of bij Rome. Het beeld bevond zich een tijdllang in het kasteel van kardinaal Richelieu (1585-1642) in Poitiers en behoort tot de vaste collectie van het Louvre. Voor de tentoonstelling over Praxiteles is het beeld uitgeleend aan het Archeologisch Museum Athene. Het is een Romeinse kopie van een beeld dat volgens een inscriptie door Praxiteles is gemaakt. De Godin is gekleed in een dun gewaad (chiton) dat haar rechterschouder vrijlaat. De kroon op haar hoofd geeft haar hoge status aan. In haar rechterhand houdt ze de van Paris gekregen gouden appel. Met haar linkerhand houdt ze de gevleugelde Eros in bedwang die verlangend naar de appel reikt.

De foto's midden en rechts boven tonen een Romeinse kopie uit de eerste eeuw na Chr. van een Grieks beeld dat is toegeschreven aan Kephisodotos, een zoon van Praxiteles. Het beeld is gevonden in een Romeinse villa bij Casale Chiuffa in de stad Tusculum, ten zuiden van Rome. Het beeld is geÔnspireerd op de naakte uit het bad komende Aphrodite, maar in plaats van een vaas of pilaar om haar kleren op te leggen staat de kleine Eros naast haar op de kop van een dolfijn die hij bij de staart vasthoudt om zijn evenwicht te bewaren.

In Thespiai in Boeotia behield Eros iets van zijn oerkracht en werd in de vorm van een steen vereerd. In het Orphisme, een mysteriereligie die zich al in de Mykeense tijd over Griekenland verspreidde, was Eros niet het baldadige kind, dat streken uithaalde met argeloze mensen, maar niets minder dan de schepper van de wereld.

Adonis

De verering van Adonis is te herleiden tot het Nabije Oosten. Zijn naam is afgeleid van het Semitische Adon (Heer), net als Adonai (Mijn Heer), de naam van God in het Oude Testament. Hij was een Vegetatiegod, vergelijkbaar met Tammoez, de geliefde van Isjtar, die jaarlijks stierf, een deel van het jaar in de onderwereld doorbracht, en werd herboren in de nieuwe vegetatie. In Byblos, in het huidige Libanon, werd Adonis als de geliefde van Astarte vereerd. Elk jaar na de zomer spoelde de regen de aarde van de nabijgelegen bergen en kleurde de bij Byblos uitmondende rivier rood. De rivier werd Adonis genoemd en het bloed van de stervende Adonis zou elk jaar dit verschijnsel veroorzaken. Nog in de 2e eeuw van onze jaartelling beschreef Lucianus de rituelen waarin de dood van Adonis in Byblos werd beweend door een menigte die zich als teken van rouw had kaalgeschoren.

Toen Astarte aan het eind van het 2e millennium v.Chr. op Cyprus versmolt met de plaatselijke Godin Aphrodite, werd haar geliefde ook daar onder de naam Adonis bekend. Volgens de Griekse mythen heerste de Syrische God Kotar onder de naam Kinyras als koning over Paphos, het oudste en belangrijkste heiligdom van Aphrodite op Cyprus. Toen zijn dochter Smyrna pochte dat ze mooier was dan Aphrodite, nam de Godin wraak door haar verliefd te laten worden op haar eigen vader. Smyrna ging in de nacht naar hem toe en zonder dat hij haar herkende, gaf ze zich twaalf nachten achter elkaar aan hem. Toen Kinyras tenslotte ontdekte dat zijn geliefde zijn eigen dochter was, probeerde hij haar te doden. Aphrodite kreeg medelijden met haar en veranderde haar in een mirreboom. Na verloop van tijd spleet de boom open en hieruit werd Adonis geboren. Aphrodite ontfermde zich over de baby en verstopte hem in een mand. Ze vroeg Persephone, de koningin van de onderwereld, op de mand te passen, maar er niet in te kijken. Persephone deed dit na verloop van tijd toch en werd prompt verliefd op de schone jongeling die ze in de mand aantrof. Ze weigerde hem weer af te staan aan Aphrodite, die ook verliefd op hem was geworden en hem wilde meenemen. Zeus bemiddelde tussen de Godinnen en besliste dat Adonis een deel van het jaar bij Aphrodite zou zijn en de rest van het jaar bij Persephone in de onderwereld door zou brengen.

Volgens andere mythen was Adonis een knappe herdersjongen op wie Aphrodite verliefd werd. Tijdens een jachtpartij werd hij door een wild zwijn gedood. Uit zijn bloed dat op de grond viel, liet Aphrodite anemonen opgroeien. In Athene werd de dood en wederopstanding van Adonis in het voorjaar gestalte gegeven in de Adonia, een tweedaags feest, waarbij vrouwen op het dak van hun eigen huis een zogeheten Tuin voor Adonis maakten.

De Romeinen stelden Aphrodite gelijk aan Venus en namen ook de cultus van Adonis over. In zijn Metamorfosen beschrijft Ovidius hoe Venus door een pijl van haar zoontje Cupido (Amor) wordt geschramd en daardoor verliefd wordt op Adonis, die ze verliest als hij door een everzwijn wordt gedood. In het Romeinse Rijk werd Adonis jaarlijks door vrouwen betreurd, net als Griekse vrouwen dat vůůr hen hadden gedaan.

Vanaf de Renaissance tot in de 20e eeuw is Adonis veelvuldig afgebeeld als geliefde van Venus op schilderijen en ook beeldhouwers vonden de schone jongeling die zo tragisch aan zijn eind kwam een geliefd onderwerp. Shakespeare beschrijft Adonis in zijn lange gedicht Venus and Adonis als een kuise jongeman, die schuchter de toenaderingspogingen van de Godin afwijst en door een everzwijn wordt gedood voordat hij zich aan haar heeft gegeven.

De Florentijnse beeldhouwer Ferdinando Tacca (1619-1686), hofarchitect van de groothertogen van Toscane, maakte rond 1650 een bronzen beeld, getiteld Aphrodite en Adonis, dat zich nu in het Museum voor Schone Kunsten in Boedapest bevindt. Zie de foto linksboven. De naakte Adonis is als jager afgebeeld, een boog in zijn rechterhand, een pijlenkoker over zijn schouder. Zijn triomfantelijk met de jachthoorn geheven linkerhand geeft aan dat hij het wilde zwijn heeft gezien of zelfs aangeschoten en erop af wil. Aphrodite probeert hem tegen te houden, wetende dat hij zijn dood tegemoet gaat, maar hij lijkt zich niet door haar te laten weerhouden.

In de renaissance en barok zijn Aphrodite/Venus en Adonis talloze maken afgebeeld. Soms om de tragiek van de gedoemde of gestorven Adonis weer te geven, maar vaker om de hartstocht tussen de Godin en haar geliefde te laten zien.

Zo beeldde de Napolitaanse schilder Luca Giordano (1634-1705) de omhelzing van de vrijwel naakte Godin en haar geliefde af, terwijl haar zoontje Cupido naast haar staat en met een duif speelt. Zie de foto rechts. Het schilderij bevindt zich in het Museum voor Schone Kunsten in Boedapest. In 1970 is het schilderij van Giordano op een Hongaarse postzegel afgedrukt.

De hemelse en de aardse Aphrodite

Plato verwoordde het onvermogen van de Grieken om Aphrodite in al haar aspecten te bevatten toen hij een onderscheid maakte tussen Aphrodite Oeranos (de Hemelse Aphrodite) en Aphrodite Pandemos (Aphrodite van het hele volk). De Hemelse Aphrodite vertegenwoordigde voor Plato de liefde als abstract ideaalbeeld, de goddelijke liefde die de kosmos had geschapen en in evenwicht hield. Lichamelijke liefde en tempelprostitutie hoorden voor Plato bij Aphrodite Pandemos, vereerd door het gewone volk, dat niet in staat was tot abstracte filosofische bespiegelingen. Voor de MesopotamiŽrs en AnatoliŽrs waren beide vormen van liefde onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor de Grieken waren ze niet verenigbaar.

Venus als numineuze kracht

Voordat Venus gelijkgesteld werd aan Afrodite had ze voor de Romeinen een heel andere betekenis. Taalkundigen herleiden haar naam tot de Indo-Europese wortel 'wen', die aangeeft dat men ergens om vraagt, ergens naar verlangt of streeft. Ons werkwoord 'wensen' is hiervan afgeleid. Voor de Romeinen was religie geen belangeloze verering van de Goden. Religie bestond uit het uitvoeren van voorgeschreven handelingen om een bepaald doel te bereiken. Dat doel kon zijn het bestendigen van de bestaande situatie (bijvoorbeeld vrede en welvaart) of het activeren van een bepaalde kracht (numen), die vruchtbaarheid, bescherming e.d. zou brengen.

Tot Venus richtte men zich vooral om wensen kenbaar te maken. Door het verrichten van bepaalde rituele handelingen kon men het numen van Venus activeren om zo te proberen de wens ingewilligd te krijgen. Bij het woord 'Venus' dachten de Romeinen aanvankelijk aan een abstracte kracht, niet aan een Godin. Het woord was taalkundig neutraal en werd pas vrouwelijk toen het met de Godin werd geassocieerd. Numa Pompilius (715-672 v.Chr.), de legendarische tweede koning van Rome, nam in zijn rituele kalender geen feest voor Venus op, omdat ze toen nog geen Godin was, maar een abstracte kracht. Ook later werd nooit een feest specifiek aan Venus gewijd. Ze speelde zijdelings een rol in enkele feesten voor andere godheden, met name de wijnfeesten op 23 april en 19 augustus.

Venus als kegelvormige steen

Afbeeldingen van de tempel van Aphrodite op Cyprus geven aan dat de Godin daar werd vereerd in de vorm van een kegelvormige zuil of steen. In het Nabije Oosten, waar Isjtar tenslotte vandaan kwam, was het vereren van een Godin als steen niet ongebruikelijk. Toen de Romeinen in 204 v. Chr. het cultusbeeld van Kybele uit Pessinus naar Rome brachten, had dit beeld de vorm van een zwarte steen. Waarschijnlijk is Isjtar in de vorm van een steen naar Cyprus gebracht.

De Grieken gaven de voorkeur aan een afbeelding van de Godin als vrouw, maar de Romeinen, die in 50 v. Chr. Cyprus inlijfden bij het Romeinse rijk, grepen terug op de oudere voorstelling van Aphrodite die goed aansluit bij de abstracte numineuze kracht van Venus.

Veel munten uit de Romeinse periode (50 v. Chr. - 395 na Chr.) tonen de tempel van Aphrodite met in het midden een kegel tussen twee hoge pilaren. Zie de foto links voor een bronzen munt uit de tijd van keizer Caracalla (198-217 na Chr.). Gemaakt in de plaats Koinon op Cyprus met een afbeelding van de tempel van Aphrodite in Paphos.

Ook op sieraden werd de Godin als kegelvormig voorgesteld. De foto rechtsboven is van een gouden ring uit de periode 150-250 na Chr. waarop de tempel is afgebeeld. De ring is gemaakt op Cyprus, maar gevonden op Rhodos, wat de verspreiding van de cultus van deze kegelvormige Godin aangeeft.

Bij opgravingen in Palaepaphos in 1888 is in de restanten van de tempel geen cultusbeeld gevonden, maar wel een grote steen, die in het museum van Paphos te zien is.

Venus als gunst

Verscheidene Latijnse woorden drukken het verband tussen Venus en wensen uit. Venia kon 'genade', 'toestemming' of 'goddelijke gunst' betekenen. Het richten van een verzoek aan een Godheid, of het verrichten van magische handelingen om dit verzoek ingewilligd te krijgen, werd venerari genoemd. Het verrichten van handelingen om een gunst van een Godheid te verkrijgen werd door de Romeinen niet afgekeurd. De enige voorwaarden daarbij waren dat men een ander geen schade berokkende en geen ongeoorloofde liefdesmagie bedreef.

De grens tussen toegestane en verboden magie uit naam van Venus kon soms verraderlijk smal zijn. Met venenum (letterlijk 'drank van Venus') werd zowel een (toegestane) magische drank als gif (venijn) aangeduid. Een veneficus kon zowel een magiŽr als een gifmenger zijn.

Venus was een Godin die wensen vervulde, van wat voor aard dan ook. Als Venus Felix ('Venus die geluk brengt') schonk ze voorspoed aan wie haar vereerde. Het beeld op de foto links is rond 150 na Chr. in of bij Rome gemaakt. De Latijnse inscriptie op de voet zegt dat Sallustia en Helpidus dit beeld aan Venus Felix hebben gewijd. Het beeld bevindt zich in de Vaticaanse Musea. De afbeelding komt overeen met het type van Aphrodite die uit het bad komt en de stof van haar chiton om haar naakte lichaam draait. Naast haar staat de gevleugelde Cupido. In zijn afgebroken linkerhand hield hij wellicht een spiegel voor zijn moeder omhoog.

Als Venus Victrix ('Overwinnende Venus') of Venus Armata ('Gewapende Venus') bracht de Godin de Romeinse veldheer overwinningen. Om haar vele goede eigenschappen werd ze Venus Bona ('Goede Venus') genoemd. Ze bracht niet alleen het goede, maar nam ook het slechte en onreine weg. In die hoedanigheid werd ze Venus Cloacina ('Reinigende Venus' - letterlijk 'Venus van het Riool') genoemd.

Venus als Romeinse stammoeder

Een van de weinige echt Romeinse mythen verbindt de oorsprong van Rome met Troje en met Venus. Anchises was een knappe Trojaan op wie Aphrodite/Venus verliefd werd. Bij haar verwekte hij de held Aeneas. Na de val van Troje vlucht Aeneas met zijn gewonde vader op zijn rug. Zijn vrouw is in een brandend huis omgekomen. Zijn vader overlijdt tijdens de reis. Geholpen door zijn moeder Venus begint Aeneas met een groep volgelingen aan een zwerftocht die uiteindelijk zal resulteren in de stichting van de stad Rome. De kern van de lotgevallen van Anchises en Aeneas is al door Homeros beschreven in de Ilias. De stichting van Rome is een Romeinse variant hierop, populair gemaakt door het epos dat de dichter Vergilius in de tijd van Augustus hierover schreef.

De Venus die hielp Rome te stichten was een Godin, geen onpersoonlijke numineuze kracht. De oudste tempel voor Venus, gebouwd in de 5e eeuw v.Chr., bevond zich in Lavinium, een volgens de overlevering door Aeneas gestichte stad ten zuiden van Rome, waar de Latijnse stammen de numineuze kracht van Venus kennelijk voor het eerst als een vrouw gestalte gaven. De Romeinse Venus werd gelijkgesteld aan Aphrodite, de moeder van Aeneas. Als volk van Aeneas zagen de Romeinen Venus als hun specifieke beschermvrouwe, maar ze behield nog lang haar oude kenmerk als numen-dat-inwilligt. De oudste tempel voor Venus in Rome zelf was in 295 v.Chr. gewijd aan Venus Obsequens ('Venus die inwilligt').

Als moeder van het Romeinse volk werd de Godin in het Romeinse Keizerrijk vaak aangeduid als Venus Genetrix ('Stammoeder Venus'). Julius, de zoon van Aeneas, werd de stamvader van de genis (clan) Julia, van wie Julius Caesar geacht werd af te stammen.

Bovenstaande foto toont een mozaÔek met Venus op een praalwagen, getrokken door vier cupido's. Afkomstig uit Thuburbo Maius, een Romeinse kolonie in het huidige TunesiŽ. In de 4e eeuw was het oude heidendom in deze stad nog springlevend. De Godin draagt een mantel (peplos) die alleen haar rug bedekt. De stralenkrans om haar hoofd en de naar links en rechts afhangende guirlandes benadrukken haar hoge status. De stralenkrans is geen christelijke uitvinding, maar werd in het late heidendom ook voor Goden en Godinnen gebruikt.

In de renaissance herleefde de mythe van Venus als stammoeder van de Romeinen, met name in de schilderkunst. De foto links boven toont een schilderij van Nicolas Poussin (1594-1665) getiteld 'Venus toont aan Aeneas zijn wapens' (1639), te zien in Musťe des Beaux Arts in Rouen. De Godin zweeft door de lucht, omringt door drie cupido's en twee zwanen. De voorste cupido strooit bloemen, symbool voor de liefde van Venus voor haar zoon Aeneas. De middelste cupido houdt een brandende vakkel in zijn hand, symbool voor het vuur waarmee Aeneas voor de stichting van Rome zal moeten strijden. Venus is naakt, afgezien van een opwaaiende doek, waarmee ze vaker werd afgebeeld (zie onder). Aeneas, met een Romeinse helm op het hoofd, maar verder ongewapend, kijkt naar de wapens die Venus hem aanwijst. Op de grond zitten twee naakte vrouwen en een naakte man, maar voor de liefde is geen plaats, nu Venus hem op zijn plicht wijst.

De mythe van Aeneas bleef in de renaissance en de barok populair. De foto rechts boven toont een schilderij van Christian Wilhelm Ernst Dietrich (1712-1774) uit 1766, te zien in Museum Zwinger in Dresden. Ook hier wijst de naakte Venus Aeneas op de wapenrusting die hij moet aantrekken. Cupido's houden een harnas en een schild omhoog.

Venus en Cupido

De Romeinen stelden Eros gelijk aan Amor of Cupido, het kind van Venus. Naar analogie hiervan werden cupido's afgebeeld als gevleugelde jongetjes, die geassocieerd werden met vruchtbaarheid en levenskracht.

Een typerende afbeelding is de marmeren cupido op de foto rechts die een grote festoen met vruchten draagt. Het reliŽf is waarschijnlijk onderdeel geweest van een fries in het Forum van Trajanus in Rome, 120-130 na Chr. Nu in het Pergamonmuseum in Berlijn. Dergelijke festoendragende cupido's werden vaak op Romeinse sarcofagen afgebeeld om de overledene kracht te geven voor zijn of haar reis naar het dodenrijk.

In de renaissance, barok en rococo waren afbeeldingen van speelse, al dan niet gevleugelde cupido's zeer populair. Ze werden ook wel putti genoemd. Net als de Romeinse cupido's werden ze niet als kinderen van Venus beschouwd, maar als wezens vergelijkbaar met haar zoon Cupido, die eveneens vaak werd afgebeeld. De context maakt meestal duidelijk of we te maken hebben met Cupido of met een cupido.

Rond 1710-1713 maakte de Antwerpse beeldhouwer Alexander van Papenhove (1668-1759) een marmeren beeld van Venus en Amor voor een van de paleizen in Potsdam. Toen Frederik de Grote tussen 1745 en 1747 paleis Sanssouci liet bouwen als zomerresidentie, liet hij het beeld overbrengen naar het park van Sanssouci, waar het nu nog staat. Zie de foto linksboven. De naakte Godin speelt met haar gevleugelde zoon en kijkt hem vertederd aan terwijl hij haar een bloem aanbiedt.

In 1715 maakte Balthasar Permoser veel beelden voor paleis de Zwinger in Dresden, waaronder een Venus met Cupido voor in het Nimfenbad van de Zwinger. Zie de foto rechtsboven. Ook hier krijgt de Godin een bloem aangeboden van haar zoon, maar ze heeft haar handen al vol bloemen en kijkt dromerig voor zich uit. Ook in haar haren is een bloem te zien. Achter de Godin bevindt zich een enorme schelp, die aan haar geboorte uit de zee herinnert.

In 1820 maakte de Italiaanse beeldhouwer Adamo Tadolini een marmeren beeld van Venus voor slot Esterhazy in Eisenstadt. In 1847 werd het beeld geschonken aan het Museum voor Schone Kunsten in Boedapest, waar het zich nog bevindt. Zie de foto linksboven. De Godin haalt haar zoon aan en ze kijken elkaar liefhebbend aan. Op het type van de naakte liggende Venus kom ik nog terug.

Soms zijn Venus en Cupido gewoon op straat te vinden. De foto rechtsboven nam Joke in Rouen. De gevel van Hotel Etancourt in de Rue d'Amiens 97-99 dateert uit de 15e of 16e eeuw. Bij een restauratie van de gevel in 1963 zijn de originele beelden van de vier elementen en de Olympische Goden gerestaureerd en teruggeplaatst. Op de foto rechtsboven zijn Venus en Cupido afgebeeld.

Venus als Liefdesgodin

Met Venus als Liefdesgodin maakten de Romeinen van nabij kennis toen ze in 241 v. Chr. SiciliŽ op de Carthagers veroverden. De tempel van Afrodite bij de plaats Eryx stond in heel de Helleense wereld bekend om de vele tempelprostituees die uit naam van de Godin de liefde bedreven met bezoekers aan de tempel. Hoewel de Romeinen in Rome de tempelprostitutie niet hebben overgenomen, vereerden ze wel Venus Erycina ('Venus van Eryx') en bouwden in 215 v.Chr. een tempel voor haar op het Capitool en in 181 v.Chr. een tweede tempel in het noorden van de stad. Vergilius laat Aeneas naar Eryx gaan om daar zijn moeder Venus te ontmoeten.

In het gewone spraakgebruik werd Venus vooral geassocieerd met liefde en seksualiteit. Een straathoer werd 'Venus Plebeia' (Venus van de plebejers) genoemd. Een paring werd aangeduid als 'Venerem iungere' (zich in Venus verenigen). In tal van uitdrukkingen werd Venus geassocieerd met de geslachtsdaad of de vrouwelijke erogene zones. Ons woord 'venusheuvel' is een letterlijke vertaling van het Latijnse 'mons Veneris'. Venus werd ook geassocieerd met schoonheid. 'Venustas' was een gebruikelijke benaming van vrouwelijk schoon.

Venus als Liefdesgodin paste naadloos bij de naakte Godin die uit het bad komt. In alle delen van het Romeinse rijk werd Venus in deze vorm veelvuldig afgebeeld. In Leptis Magna, de Romeinse stad in het huidige LibiŽ, zijn de drie bovenstaande beelden gevonden en in het Archeologisch Museum van Tripoli tentoongesteld. Op het rechterbeeld is tevens haar zoontje Cupido afgebeeld.

Bij opgravingen in Rome zijn veel beelden van Venus gevonden. Het beeld op de foto linksboven is in 1874 gevonden op de Esquilijnheuvel in Rome en staat daarom bekend als Venus van de Esquilijn. Het beeld staat in de Capitolijnse Musea in Rome.

Het beeld op de foto midden boven, daterend uit de 1e of 2e eeuw na Chr. is uit de Tiber opgevist, waarschijnlijk afkomstig van een Romeinse villa op de oever. Het bevindt zich in het Museum Termen van Diocletianus in Rome.

Venusbeelden zijn in alle delen van het Romeinse rijk gevonden. Tomis aan de Zwarte Zee, in het huidige RoemeniŽ, was een Griekse kolonie die in 29 v. Chr. onderdeel werd van de Romeinse provincie Moesia. Het beeld op de foto rechtsboven, gemaakt in de 2e eeuw na Chr., is gevonden bij opgravingen in Tomis en bevindt zich in het Archeologische Museum van Constanta, RoemeniŽ. Op dit type beeld is de Godin net uit het water gekomen en droogt zich af met een doek.

In Tomis bstond een sterke Venuscultus, zoals de gevonden beelden en beeldjes getuigen. Op de foto linksboven twee votiefbeeldjes van de badende Venus, rechts met Cupido. In het midden het hoofd van een bronzen beeld. Op de foto rechtsboven het hoofd van een groot marmeren Venusbeeld, gevonden in Tomis.

In de Grieks-Romeinse steden in Klein-AziŽ was Aphrodite bijzonder populair. Afbeeldingen, ook in de Romeinse tijd, volgden Griekse voorbeelden na. Het beeld op de foto linksboven is gevonden in Xanthos, gesticht door de LyciŽrs in de 7e eeuw v. Chr.. Vanaf 168 v. Chr. behoorde de stad tot het Romeinse rijk. Het beeld, in het Archeologisch Museum van Antalya, betreft Venus die zich na het bad afdroogt en is waarschijnlijk in de 1e of 2e eeuw gemaakt.

Het marmeren beeld op de foto midden boven staat in hetzelfde museum, maar is afkomstig uit Perge, een Griekse stad in PamphiliŽ, zo'n 150 km ten oosten van Antalya. Het is gemaakt in de 2e eeuw na Chr. en gevonden in 1956. De rechterhand van de Godin raakt haar linkerborst, zoals op veel afbeeldingen te zien is. Met de afgebroken linkerarm zal ze een hand voor haar schoot gehouden hebben. Cupido-Eros zit links van haar op een dolfijn. Ook dit is een Romeinse kopie van het bekende Griekse voorbeeld van Praxiteles uit de 4e eeuw v. chr.

Het beeld op de foto rechtsboven is gevonden tijdens opgravingen bij de Fontein van Trajanus in Efese. Onder Trajanus (98-117 na Chr.) is bij een bron een monument van twee verdiepingen ter ere van de keizer opgericht. In nissen stonden beelden van Goden, Godinnen, nimfen en leden van de keizerlijke familie. Het beeld van Aphrodite maakte deel uit van deze entourage en is waarschijnlijk speciaal hiervoor gemaakt naar het voorbeeld van oudere Griekse beelden van de badende Aphrodite. Opvallend is het slangvormige sieraad om de linkerbovenarm van de Godin.

Een cultusbeeld van Aphrodite was meestal opgesteld in een aan de Godin gewijde tempel. Soms werd het cultusbeeld bij bepaalde gelegenheden of tijdens bepaalde rituelen in processie meegedragen, bijvoorbeeld om ritueel gereinigd te worden in de zee of in een nabijgelegen rivier of bron.

Rijke Romeinen hielden ervan hun huizen of tuinen te verfraaien met een beeld van de Godin. Het marmeren beeld op de foto rechts is gevonden in de nis van een woonhuis in Pompeii. Het beeld dateert uit de 1e eeuw v. Chr. en is door de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Chr. onder een dikke laag as en lava verdwenen en zo geconserveerd. Het beeld behoort tot de collectie van het Archeologische Museum in Napels, maar was voor een expositie over Pompeii uitgeleend aan Museum Valkhof in Nijmegen en is daar gefotografeerd door Joke.

De Romeinen beschilderden, net als de Grieken, als regel marmeren beelden, maar meestal is na tweeduizend jaar de verf verdwenen en alleen het marmer overgebleven. Het beeld uit Pompeii is in dit opzicht goed bewaard gebleven. Haar goudblonde haren en de gele kleuren van de losjes op haar heup hangende doeken van haar gewaad (chiton) zijn duidelijk te zien. Haar blote bovenlichaam is niet beschilderd, want het witte marmer had voor de Romeinen zelf al de kleur van het ideale vrouwenlijf.

In haar linkerhand houdt de Godin de haar door Paris gegeven gouden appel. Vanaf de middeleeuwen werd de appel, in de handen van de Heilige Maagd of van een keizer symbool voor de wereldbol en de wereldheerschappij, maar in de hand van Aphrodite was het een symbool voor schoonheid.

Rechts van Aphrodite staat een standbeeld dat tot haar middel reikt. Er zijn meer beelden bekend waarin de Godin op een beeldje van een vrouw leunt. Waarschijnlijk stelt het een cultusbeeld van de Godin voor. De gedachte erachter lijkt te zijn dat de Godin zelf aanwezig is waar haar cultusbeeld wordt vereerd.

Aphrodite-Venus werd vanouds geassocieerd met de zee en met rivieren en bronnen. De foto links toont een marmeren beeld in de Vaticaanse Musea, gemaakt in de tijd van Antoninus Pius (138-161 na Chr.) en gevonden in de tuin van de Mendicanti, vlakbij de Tempel van de Vrede in het oude centrum van Rome.

Het beeld is een variatie op het bekende type waarin Venus uit het bad komt, de lappen stof van haar gewaad (xhiton) losjes om haar bovenbenen gedrapeerd. Het beeld was onderdeel van een fontein. Het water werd van achter af door een opening in het beeld geleid en kwam terecht in de grote schelp die de Godin in haar handen houdt.

Omdat het lichaam van Godinnen door de Romeinen niet als fontein werd gebruikt, wordt het beeld door wetenschappers meestal geÔnterpreteerd als een bronnimf in de gedaande van Venus.

De hurkende Aphrodite-Venus

Een bekend type afbeelding is de hurkende Aphrodite die net uit het water is gekomen en haar natte haren uitwringt. De oudst bekende afbeelding is gemaakt door de Griekse beeldhouwer Doidalsas in de derde eeuw v. Chr.Het bekendste beeld, in het Archeologisch Museum van Rhodos, is gevonden bij de bouw van het Cultuurcentrum in Rhodos-stad. Het marmeren beeld is gemaakt in de eerste eeuw v. Chr. en sierde waarschijnlijk de binnenplaats of tuin van een welgestelde familie. In de eerste eeuw v. Chr. was Rhodos min of meer onderdeel van het Romeinse rijk na eeuwenlang door de Grieken te zijn beheerd.

Het type van de hurkende Aphrodite was voor de Romeinen niet moeilijk te vertalen naar Venus. De foto rechtsboven toont een beeld van de hurkende Venus, gemaakt in de 1e eeuw v. Chr. dat is gevonden in een woonhuis in Pompeii, niet beschadigd door de vulkaanuitbarsting van 79 na Chr. Er zijn verschillende andere Romeinse beelden van de hurkende Venus gevonden. Het beeld uit Pompeii behoort tot de collectie van het Archeologisch Museum Napels. Het was uitgeleend aan Museum Valkhof in Nijmegen voor de expositie over Pompeii en daar gefotografeerd. Venus was de beschermvrouw van Pompeii en stond daar bekend als Venus Pompeiana.

In de 16e eeuw werden afbeeldingen van de hurkende Venus opnieuw populair. De aanzet hiertoe gaf Lodewijk XIV die in 1686 voor een van de trappen van zijn paleis in Versailles bovenstaand beeld liet maken door Antoine Coysevox. Van 1692 tot 1871 bevond het beeld zich in Versailles. Daar staat nu een bronzen kopie terwijl het origineel in het Louvre te zien is.

In 1815 maakte Louis Royer een albasten beeld van Venus en haar zoontje Cupido-Amor als baby. Zo heeft het oude thema van de hurkende Venus toch wel een andere lading gekregen: van de sensuele Venus naar de moederlijke Godin. In 1831 maakte Royer een kopie van het beeld. Het originele beeld is gefotografeerd in museum Hof van Busleyden in Mechelen.

Venus met de mooie billen

Het type beeld dat bekend staat als Aphrodite Kallipygos of Venus Callipyge toont de Godin terwijl ze over haar rechterschouder kijkt en daarbij haar gewaad aan de achterkant tot haar middel optilt, zodat haar blote achterste zichtbaar is. De naam betekent 'Aphrodite met de mooie billen'. Het oudst bekende beeld dateert uit de 1e eeuw v. Chr. en is in de 16e eeuw gevonden in Rome, maar de preciese herkomst is niet bekend. Het beeld had geen hoofd en dit is bij een restauratie toegevoegd, zoals toen gebruikelijk was om 'gave' Griekse of Romeinse beelden te verkrijgen. Het beeld is aangekocht door de Farnesefamilie en stond in 1594 in het Palazzo Farnese. In 1731 kwam het beeld in bezit van de Bourbons, die het beeld in 1786 lieten overbrengen naar Napels. De bekende kunstenaar Carlo Albacini maakte een nieuw hoofd voor het beeld, dat het sindsdien heeft gehouden. In 1802 kwam het beeld in het Museum van Napels, waar het zich nu nog bevindt. We hebben het beeld daar gezien, maar kennelijk niet gefotografeerd. Dat was lang vůůr het tijdperk van de digitale fotografie. We hebben wel een tamelijk nauwkeurige kopie van het beeld. Daar heb ik de foto's linksboven en midden boven van gemaakt.

Een Grieks origineel van het beeld is nooit gevonden. Wetenschappers nemen aan dat het oorspronkelijk geen marmeren beeld was, maar een Grieks bronzen beeld uit de 3e eeuw v. Chr. Nadere gegevens daarover zijn echter niet bekend. Andere marmeren Romeinse kopieŽn van het beeld zijn evenmin gevonden. Wel enkele kleine terrecottabeeldjes uit de Hellenistische tijd.

Kunstenaars in de 17e eeuw herontdekten het beeld. Jean-Jacques Clťrion maakte in 1686 een marmeren kopie voor het paleis van Lodewijk XIV in Versailles. Voor de Acadťmie Francaise in Rome maakte Francois Barois tussen 1683 en 1686 een marmeren kopie van het beeld. Het werd eerst naar Versailles gestuurd en in 1695 naar Marly-le-Roi, een kleiner paleis van Lodewijk XIV. Aan de beeldhouwer Jean Thierry (1669-1739) werd opdracht gegeven het beeld enigszins aan te kleden. Thierry verlengde het gewaad, zodat het decent over de billen viel, die als aanstootgevend werden ervaren. En zo is het beeld gebleven. Het staat nu in het Louvre. Zie de foto rechtsboven.

Venus met opwaaiende kleding

In Museum Altemps in Rome is een Romeins reliŽf te zien met daarop elf Goden en Godinnen die in het Romeinse rijk vereerd werden. Helaas verstrekte het museum geen informatie over de herkomst en datering van het reliŽf. Het zal waarschijnlijk gevonden zijn in of bij Rome en gemaakt zijn in de 1e of 2e eeuw na Chr. Op een bord onder het reliŽf staan de namen van de afgebeelde godheden. Het zijn, van links naar rechts: Neptunus, Apollo, Cybele, Luna, Mercurius, Hephaistus, Helios, Mars, Venus, Hercules en Bacchus. Kennelijk was de kunstenaar vergeten voor Helios de Romeinse naam Sol te nemen.

Wat opvalt in het reliŽf is dat Venus met haar opgeheven rechterhand een achter en boven haar hoofd opwaaiende lap stof van haar gewaad (chiton) vasthoudt. Zie de foto links voor een grotere weergave van dit detail.

Vanaf de 3e eeuw v. Chr. is Aphrodite-Venus soms zo afgebeeld. Niet in marmeren beelden, maar vooral in kleine terracotta beeldjes. De foto rechts toont een terracotta Aphrodite-Venus uit Myrina in Klein-AziŽ, gemaakt in de 1e eeuw v. Chr, nu in het RMO in Leiden. In Myrina zijn meer van dergelijke beeldjes gevonden, die kennelijk in serie gemaakt werden.

De opwaaiende kleding is niet beperkt tot Aphrodite-Venus. Ook andere Godinnen werden sporadisch zo afgebeeld. In bovenstaand reliŽf in Altemps heeft ook Luna een dergelijke opwaaiende lap stof boven haar hoofd.

De Venusfontein van Villa d'Este

In de renaissance werd vaak teruggegrepen op de Grieks-Romeinse mythen en afbeeldingen rond Aphrodite-Venus. Indien mogelijk werden Romeinse beelden gebruikt. Als lichaamsdelen ontbraken, werden die in dezelfde stijl stilletjes toegevoegd.

Kardinaal Ippolito d'Este ging verder dan het laten restaureren van een Romeins beeld van Venus voor zijn villa in Tivoli. Hij beschikte over een vrijwel onbeschadigd Romeins beeld van een liggende Venus of bronnimf uit de 2e of 3e eeuw na Chr. Ze leunde op een vaas waaruit water stroomde in een lager gelegen bassin. Een Romeins marmeren bassin met ribbelmotief en twee leeuwenkoppen uit dezelfde tijd had Ippolito ook. Klik op de foto links voor een overzicht van de hele fontein.

In opdracht van de kardinaal werden het beeld en het bassin ingepast in een grot die in 1568-69 in travertijn werd gemaakt door de beeldhouwer Raffaello Sangallo.

Zorgvuldig aangelegde grotten waren in die tijd in de mode in ItaliŽ, maar Sangallo zorgde ervoor dat de grot zijn opdrachtgever verheerlijkte. De grot beeldt de heuvel af waarop Villa d'Este is gebouwd. Op de helling zijn fonteinen en waterwerken aangelegd die nog steeds te bezichtigen zijn. Boven de liggende Godin houden drie adelaars de wacht. Boven in de fontein zien we nog een andere adelaar, met gespreide vleugels. Ze vertegenwoordigen, zoals overal in de villa en in de tuin, het wapen van de familie d'Este. De adelaars aan weerskanten van de Godin staan op drie gestileerde heuvels, het embleem van verschillende pausen in de 16e eeuw. Ippolito hoopte, tevergeefs, tot paus gekozen te worden.

De Venusfontein symboliseert Venus als stammoeder of inspiratiebron voor Ippolito d'Este. Hiermee spiegelde hij zich aan de grandeur van de Romeinen en aan de pausen in zijn tijd.

Dat de kardinaal een heidense Godin als inspiratiebron koos en niet de Heilige Maagd of Jezus, was in de renaissance niet zo uitzonderlijk. Goden en Godinnen werden meestal allegorisch uitgelegd en Venus was het symbool voor liefde en harmonie. In de villa zelf domineren heidense voorstellingen en zijn bijbelse figuren of taferelen in de meeste zalen vrijwel afwezig.

Venus als planeet

In de renaissance was een astrologische interpretatie van de Grieks-Romeinse Goden en Godinnen bijzonder populair. Kerkelijke autoriteiten hadden er als regel geen bezwaar tegen dat Goden en Godinnen in astrologische zin op en in kerken werden afgebeeld.

Op de boog om de poort van de El Salvadorkapel in Ubeda, Spanje, staan verschillende Goden en Godinnen in zandstenen reliŽfs uit 1540 als planeetkracht afgebeeld. Soms is de godheid fysiek aanwezig. Zo is Neptunus een man met een drietand en Saturnus een oude man met een zeis. Voor anderen is er alleen een planeetsymbool. Zo is Phebo, Spaans voor Phoibos, oftewel Apollo, aanwezig als een door een cupido omhooggehouden zon. Klik op bovenstaande foto om Phebo te zien.

Venus, gemaakt door Esteban Jamete in 1540, is alleen afgebeeld als zevenpuntige ster, vereerd door een man met een luit en een cupido met pijl en boog. De cupido kan met zijn pijlen iemand verliefd laten worden. De muzikant vertegenwoordigt zang en dans die door Venus als Godin en als planeet gestimuleerd worden.

Venus als Liefdesgodin vanaf de renaissance

De bekendste verschijning van Venus vanaf de renaissance is als Liefdesgodin. Het schilderij op de foto linksboven is van de Haarlemse kunstenaar Cornelis Conelisz. van Haarlem (1562-1638). Het heet Venus, Bacchus en Ceres (1614). Links zit Venus, naakt op een over haar rechtarm en linkerbeen hangende doek na. Ze draagt sieraden in haar haar, om haar hals en linkerpols. Ze liefkoost de achter haar staande gevleugelde Cupido. Rechts zit Ceres, de Graangodin, vanaf de rug gezien. Door de Romeinen werd Ceres nooit naakt afgebeeld, maar in de renaissance lieten kunstenaars geen kans onbenut om een Godin naakt te tonen. Ceres tast naar de vruchten in een schaal, maar haar blik is op Venus gericht.

Tussen Venus en Ceres zit Bacchus, wijnranken en druiventrossen in zijn haar. Hij bespeelt een renaissanceluit. Ook hij kijkt naar Venus. Het schilderij ademt een zwoele sfeer. Een Romeins gezegde luidde: 'Zonder Bacchus en Ceres wordt Venus koud.' D.w.z. eten en (wijn)drinken scheppen een goede basis voor een liefesrelatie. Het schilderij bevindt zich in Museum Zwinger in Dresden.

Venus als Liefdesgodin is vanaf de renaissance vaak alleen maar (vrijwel) naakt afgebeeld, zonder dat er een bepaalde handeling plaatsvindt. Het schilderij op de foto rechtsboven is gemaakt door Lorenzo Costa (1460-1535). Costa was vooral in Mantua in ItaliŽ werkzaam. Het schilderij, getiteld Venus, bevindt zich sinds 1895 in het Museum voor Schone Kunsten in Boedapest. De Godin houdt een doek voor haar schoot, maar is verder naakt.

De liggende Venus

Een nieuwe fenomeen in de renaissance is de naakte liggende Venus. Rond 1500 werd dit thema voor het eerst gebruikt als versiering van bergkisten in ItaliŽ. Door de Romeinen werd Venus soms liggend bij een fontein afgebeeld, steunend op een vaas waaruit water stroomde, zoals bij de Venus in Villa d'Este (zie boven). Maar een zonder fontein liggende Venus kenden de Romeinen niet. Het schilderij op bovenstaande foto heet 'Slapende Venus'. De schilder Giorgione heeft hieraan gewerkt van 1508 tot zijn dood in 1510. Zijn vriend Titiaan heeft het schilderij kort daarna afgemaakt. Het is het eerste schilderij in de geschiedenis waarop de naakte liggende Venus is afgebeeld.

De slapende Godin houdt haar rechterarm onder haar hoofd. Haar linkerhand rust op haar schoot, wat tegelijk een afwerend en een erotisch effect heeft.

Het laken en het kussen onder haar wekken een huiselijke sfeer, alsof je in de slaapkamer van de Godin kijkt. Maar op de achtergrond zien we een typisch Italiaans heuvellandschap met parasoldennen dat talloze schilderijen in de renaissance siert. Het contrast tussen het openbare landschap en de beslotenheid van de ruimte met de slapende Godin geeft het schilderij een bepaalde spanning.

Niet lang na de Slapende Venus van Giorgione maakte de Venetiaanse schilder Jacopo Palma de Oudere (1480-1528) een vergelijkbaar doek, dat zich eveneens in Museum Zwinger bevindt. Ook hier het contrast van de naakte Godin en een bergachtig landschap. Alleen is de liggende Godin hier wakker en kijkt de toeschouwer recht aan.

Het schilderij op bovenstaande foto is ergens tussen 1540 en 1560 gemaakt door Lambert Sustris (1515-1569). Sustris was een Amsterdammer die in VenetiŽ samenwerkte met Titiaan. Aan diens schilderij 'Venus van Urbino' (1538) ontleende Sustris het thema van de liggende Venus.

Het schilderij van Sustris bestaat uit twee delen. Op de voorgrond de naakte Godin, liggend op een met een gebloemd laken bedekt bed, die de toeschouwer recht aankijkt, niet zwoel of uitdagend. Eerder zelfbewust.

Op de achtergrond rechts zien we een huiselijk tafereel. In de Venus van Urbino (hier niet afgebeeld) is op de achtergrond een vrouw te zien in een woonkamer. Hier zijn zes personen ontspannen bezig, zonder zich bewust te zijn van de toeschouwer of van Venus. Rechts zijn twee jonge vrouwen gebogen over een grote kist waar ze kennelijk iets instoppen of uithalen. Een andere jonge vrouw bespeelt een klavierinstrument, een op de tafel gezette clavichord, een instrument voor huiselijk gebruik dat in de 16e eeuw populair werd. Een kind kijkt toe. Bij het raam kijken een man en een vrouw naar buiten.

De naakte Godin die je aankijkt en het alledaagse tafereeltje op de achtergrond geven het schilderij een bepaalde spanning, zonder de harmonie te verstoren.

Bovenstaand schilderij van Nicolas Poussin uit 1624, in Museum Zwinger, is een variant op het thema van de slapende Venus. Maar anders dan in bovenstaande schilderijen is het erotische element zwaar aangezet. De Godin ligt op haar rug met gespreide benen. Bij haar rechtervoet staat een gevleugelde cupido met een boog in de ene hand, een lege drinkschaal in de andere. Aan de linkerzijde van de Godin zit een cupido bij een omgevallen wijnmengvat. Een krans van wijnranken en druiventrossen op zijn hoofd suggereert een drinkgelag. Heeft Venus de wijn opgedronken? Slaapt ze haar roes uit? Of hebben de cupido's teveel gedronken? Het mengvat is tenslotte omgevallen, een spoor van rode wijn achterlatend. De cupido rechts houdt de pijlen in de hand die horen bij de boog van de cupido links. Nogal wanordelijk allemaal. Om het erotische element nog verder aan te zetten loeren twee herders (te herkennen aan hun gebogen staf) tussen de bosjes door naar de naakte Venus. In de verte zitten een naakte man en een vrouw innig omstrengeld op de grond.

Het schilderij mist de spanning van de mysterieuze tweedeling in de drie eerder besproken werken. In plaats daarvan is een erotische lading gekomen die gedoemd is problemen te geven. Als de herders zullen proberen de Godin te benaderen, zal ze ze genadeloos afstraffen. Want een Godin verkracht je niet ongestraft, ook niet als ze dronken is.

Venus in de moderne tijd

In de moderne tijd is Venus meestal op een positieve manier uitgebeeld. Ze heeft een erotische uitstraling, maar staat ook garant voor harmonie en schoonheid.

De foto links toont de huldiging van Venus, ontworpen door Johann Gottlieb Matthši in 1782 en uitgevoerd in porselein in 1880 door de porseleinfabriek Meissen. Aan de fabriek is een klein museum verbonden waar dergelijke pronkstukken te zien zijn.

Venus houdt de doeken van haar gewaad tot haar middel omhoog en bedekt met haar rechterhand haar borsten. Sinds de Grieken de traditionele voorstelling van Aphrodite-Venus die uit het bad komt. Het beeld, dat op een voetstuk staat, wordt door twee jonge vrouwen met bloemen versierd.

De foto rechts is genomen van een reliŽf op een binnenplaats van het Residenzschloss in Dresden. Enige informatie hierover heb ik niet kunnen vinden. Waarschijnlijk betreft het de derde binnenplaats die is ontstaan tijdens een verbouwing in 1900.

Het reliŽf toont Venus die de lappen stof van haar gewaad boven haar hoofd laat opbollen, zoals we al eerder hebben gezien. De wapperende haren van de Godin reiken tot haar middel. Op haar hoofd een groot rond sieraad. De Godin is naakt op de doeken na en draagt geen verdere sieraden.

Tegenover haar knielt Apollo en strekt om haar te eren zijn rechterarm naar haar uit. Met zijn linkerhand houdt hij zijn harp vast.

De glorie van Venus blijkt niet alleen uit de verering door Apollo, maar ook uit de zon die achter haar onderbenen straalt.

De geboorte van Venus uit de zee is altijd tot de verbeelding blijven spreken. Voor zijn woonplaats Beauvais in Frankrijk maakt de beeldhouwer Henri Greber in 1906 een fontein, getiteld 'La naissance de Vťnus'. De fontein staat op het kruispunt van Rue de la Frette en Rue Beauregard.

De Godin staat op een dolfijn in een grote schelp. Een kleed bedekt haar schoot en bolt achter haar rug op. Bloemen en bladeren bedekken haar hoofd. De schelp wordt gedragen door twee tritons. Hun benen eindigen in vissenstaarten. Onder de tritons stroomt water in het bassin eronder.

Apgrodite-Venus is een van de meest afgebeelde Grieks-Romeinse Godinnen. Ik hoop in dit artikel haar veelzijdige aard, niet alleen als Liefdesgodin, maar veel breder, duidelijk gemaakt te hebben.

Ko Lankester

Geraadpleegde literatuur (selectie)

Gedeelten van de tekst in dit artikel zijn ontleend aan Joke en Ko Lankester: Encyclopedie van Westerse Goden en Godinnen. Als boek uitverkocht. Te bestellen als pdf via www.circewicca.nl

- Baring, Anne & Jules Cashford: The myth of the Goddess - evolution of an image, Arkana, Lonen, 1993
- Bell, Robert: Women of classical mythology, Oxford University Press, 1991
- Brinkerhoff, Dericksen Morgan: Hellenistic statues of Aphrodite - studies in the history of their stylistic development, Garland, New York, 1978
- Delivorrias, Angelos: Aphrodite, in: Lexicon Iconographicum Mythologiae Classicae, deel 2.1, p 2-151; afbeeldingen in deel 2.2., p 6-174, Artemis Verlag, ZŁrich, 1984.
- Dreyer, Ronnie Gale: Venus - the evolution of the Goddess and her planet, Aquarian Press, Londen, 1994
- Erim, Kenan: Aphrodisias - a guide to the site and its museum, NET, Istanbul, 1993
- Grigson, Geoffrey: The Goddess of Love - the birth, triumph and return of Aphrodite, University of Chicago Press, 1989
- Hemelrijk, J.M. van (red): Venus te te lijf - liefde en verleiding in de oudheid, Allard Pierson Museum, Amsterdam, 1985
- Hesiodos: Hesiod and Theognis, Penguin, 1973
- Homeros: Ilias & Odyssee, Athenaeum, Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1993
- Jurriaans-Helle: Women for all seasons - het beeld van de vrouw in de oudheid, FemArtMuseum, Amsterdam, 2013
- Keel, Othmar: Divine surprise - het vrouwelijke in God, FemArtMuseum, Amsterdam, 2013; vertaling van Eine verborgene Seite des biblischen Gottes, Bibel+Orient Museum, Fribourg, 2008
- Konstantinopoulos, Grigoris: Das archšologische Museum von Rhodos, Mesogeion, Athene, 1991.
- Lubsen-Admiraal, Stella & Joost Crouwel: Cyprus & Aphrodite, SDU, Den Haag, 1989.
- Maggie, Stefano & Christina Troso: De schatten van Griekenland, Kosmos, Utrecht, 2005
- Mangia, Paola: Canova - artists and collectors: a passion for l'Antiquity, De Luca, Rome, 2009
- Morford, Mark & Robert Lenardon: Classical mythology, Longman, New York, 1991
- Ovidius: Metamorphoses, Penguin, 2004
- Regina, Adriano La: Museo Nationale Romano, English edition, Electa, Rome, 2007
- Regina, Adriano La: Palazzo Massimo Alle Terme, English edition, Electa, Rome, 2006
- Richter, Gisela: A handbook of Greek art, Phaidon, Londen, 1980