Dionysos

Gebaseerd op Joke en Ko Lankester: Encyclopedie van Westerse Goden en Godinnen

In de Helleense wereld was Dionysos een Vegetatiegod, vooral verbonden met de wijn. Hij stierf met de geoogste druiven en werd herboren in de wijn. Volgens de meest gangbare Griekse mythen werd hij door Zeus verwekt bij Semele, de dochter van de Thebaanse koning Kadmos en Harmonia, een dochter van Afrodite en Ares. De jaloerse Hera, die achter het slippertje van haar echtgenoot was gekomen, haalde, vermomd als oude vrouw, Semele over haar geliefde te vragen zich in zijn volle glorie te tonen. Toen Zeus aan het verzoek van Semele voldeed, verteerde hij haar met zijn bliksemstraal. Zeus redde de foetus uit haar lichaam en plantte hem in zijn eigen dijbeen, waaruit de God na twee maanden werd geboren. Zeus vroeg zijn zoon Hermes voor de baby te zorgen. Hermes deed dit en liet het kind deels door nimfen en door Ino, de zuster van Semele, opvoeden. Toen Dionysos volwassen was geworden, nam Zeus hem op bij de OlympiŽrs, waarbij hij de plaats van Hestia innam. Dionysos daalde af in Tartaros, de onderwereld, en bevrijdde zijn moeder hieruit, waarna haar onder de naam Thyone onsterfelijkheid werd verleend.

Volgens andere mythen, die in de Mykeense tijd op Kreta ontstonden, verkrachtte Zeus Persefone, de dochter die hij bij de Godin Demeter had verwekt. De zoon die Persefone baarde, Zagreos, werd gelijkgesteld aan Dionysos. De jaloerse Hera liet de Titanen uit de onderwereld ontsnappen en hitste ze op tegen het kind Dionysos, waarna ze hem in stukken scheurden, die ze wilden opeten. Met zijn bliksems doodde Zeus de Titanen, waarna ze teruggingen naar de onderwereld. In het Orfisme, een mysteriereligie die zich al in de Mykeense tijd over Griekenland verspreidde, was deze mythe onderdeel van de extatische rituelen. Volgens het Orfisme zouden uit de restanten van de door bliksems verteerde Titanen en Dionysos de eerste mensen gevormd zijn. In de rituelen brachten priesteressen zichzelf met zang en dans in extase en verscheurden dan een levende bok, die Dionysos voorstelde. Een van de bekendste bijnamen van Dionysos was Eriphos (bokje). Zeus zelf zou de jonge Dionysos in een bokje hebben veranderd om hem in staat te stellen aan de wraakzucht van Hera te ontsnappen. Tot de Romeinse tijd was de vorm die de Orfisten aan de Dionysoscultus hadden gegeven zo populair dat wetenschappers er tot halverwege de twintigste eeuw van uitgingen dat de Grieken de verering van deze God van de ThraciŽrs hadden overgenomen. In werkelijkheid bestond de cultus al op Kreta voordat de Mykeners de leiding overnamen en is daar waarschijnlijk ingevoerd door de AnatoliŽrs die de MinoÔsche cultuur gesticht hebben. De Grieken gaven hem de naam Dionysos, die letterlijk 'Zoon van Zeus' betekent. Inscripties in Lineair B (zie inleiding) kennen de God al onder die naam.

Welke naam de MinoŽrs aan de Wijngod gaven, is niet bekend, maar ze vereerden hem vooral in de vorm van een stier. Afbeeldingen in de tempel van Knossos en andere tempels op Kreta laten zien hoe jongeren een stier bij de horens vatten en via een salto op zijn rug springen. De stier vertegenwoordigde de levenskracht, die door het rituele spel werd geactiveerd. Uit MinoÔsche afbeeldingen en korte teksten, geschreven in Lineair B, valt af te leiden dat in de tempels het ritueel bestond uit een zoektocht door een labyrint naar de plaats waar de stier zich bevond. Na de stier besprongen te hebben, werd de terugtocht uit het labyrint aanvaard. Het is mogelijk dat de MinoŽrs de Stiergod aanduidden met het woord voor stier in hun eigen taal, een naam die door de Mykeners als 'Minos' werd vertaald. Dat de MinoŽrs de Stiergod met de wijn associeerden blijkt uit afbeeldingen waarin een stierenschedel als wijnvat werd gebruikt. Waarschijnlijk brachten de eerste AnatoliŽrs wijnranken mee naar Kreta. Aanvankelijk richtten de MinoŽrs zich vooral op het maken van mede uit honing, maar in de loop van het 3e millennium v.Chr. won de wijnbouw snel aan populariteit. Aan alle MinoÔsche tempels was een wijngaard verbonden. In de Anatolische streek LydiŽ werd de Wijngod Bakchos genoemd. De Romeinen ontleenden hieraan de naam van hun wijngod Bacchus, die ze gelijkstelden aan Dionysos.

De MinoÔsche Stiergod was een Vegetatiegod, die naast de wijn ook werd geassocieerd met graan en de vruchtbaarheid van andere gewassen. De Grieken entten niet alleen Dionysos, maar ook Zeus zelf op deze Vegetatiegod. Op Kreta was Zeus Velchanos een Vegetatiegod die jaarlijks stierf en herboren werd met het nieuwe graan. In de Griekse mythen werd Zeus vaak als stier voorgesteld, zoals in de mythe dat hij in de gedaante van een stier Europa ontvoerde en haar meenam naar Kreta, waar hij haar verleidde en haar bevruchtte met de Stiergod Minos, die later als koning over Kreta geheerst zou hebben.

De Stiergod werd al in het 7e millennium v.Chr. in AnatoliŽ vereerd als Vegetatiegod, zoals vondsten uit «atal HŲyŁk hebben aangetoond. De AnatoliŽrs verspreidden de cultus van de Stiergod over het Nabije Oosten, waar hij onder vele verschillende namen vereerd werd (zie hoofdstuk 3). Op Kreta werd hij vooral gezien als de God van de Wijn. Een andere gedaante van de Vegetatiegod, als panter, is ook veelvuldig in «atal HŲyŁk en Hacilar afgebeeld. Ook Dionysos werd met de panter verbonden en vaak afgebeeld met een panterhuid als mantel.

Een derde dier waarmee Dionysos werd geassocieerd was de slang. Zeus nam de vorm van een slang aan om Persefone te verleiden. Terwijl ze nietsvermoedend de slang op haar schoot liet liggen, verkrachtte hij haar en bevruchtte haar met de Wijngod. Andere mythen verhalen hoe een slang de jonge Dionysos geleerd zou hebben van druiven wijn te maken. In de feesten ter ere van Dionysos werd vaak een slang rondgedragen. Menaden, de priesteressen van Dionysos, droegen afbeeldingen van slangen op hun gewaad. Op sommige plaatsen werd tijdens de feesten geen bok verscheurd door de extatische danseressen, maar een slang. In de MinoÔsche religie nam de slang een belangrijke plaats in. De Godin, of priesteressen die de Godin vertegenwoordigden, werden afgebeeld met slangen in hun handen, om hun armen gedraaid of op hun gewaad afgebeeld. De slang vertegenwoordigde de donkere kant van de Vegetatiegod, zijn vermogen zijn leven als een afgeworpen huid achter te laten, naar het dodenrijk te gaan en daaruit weer met de nieuwe vegetatie herboren te worden. De slang was de onverwoestbare levenskracht, door de Grieken zoŽ genoemd, die zich uitte in ieder afzonderlijk leven op aarde, door de Grieken bios genoemd. Als bios, de vleesgeworden God op aarde, kon Dionysos gedood worden, in mythe of ritueel in de vorm van een bok of slang uit elkaar getrokken worden door de Titaten of door Menaden. Als zoŽ bleef de God bestaan.

In de strijdlustige, door mannen beheerste samenleving van de Grieken werd de slang die de levenskracht vertegenwoordigde graag gezien als het mannelijk geslachtsorgaan. De slang was de penis waarmee Zeus Persefone had verkracht en bevrucht. In de vorm van een slang had hij ook haar moeder, Demeter, bevrucht.

De levenskracht van Dionysos werd als een slang voorgesteld en ook als een penis. In feesten ter ere van de God werd vaak een enorme penis rondgedragen om aan te geven dat zijn levenskracht niet was gebroken nadat zijn lichaam verscheurd was. In afbeeldingen werd de God omringd door schaars geklede Menaden en naakte, opgewonden Saters, half mens, half bok of paard, die probeerden de Menaden te verleiden. Deze Griekse fantasieŽn, geuit in mythen en afbeeldingen, stonden in schrille tegenstelling tot de rituelen rond deze God, die, eeuwenlang onveranderd bleven en ons een blik vergunnen op de vůůr-Griekse religie, waarin de Vegetatiegod niet de belager, maar de geliefde van de Grote Godin was.

Voor een goed verstaander bieden de afbeeldingen en mythen ook voldoende aanknopingspunten om de oorspronkelijke betekenis van Dionysos te begrijpen. De God werd nooit, zoals de opgewonden Saters en zijn altijd dronken dienaar Silenos, afgebeeld met een erectie. Het was niet de mannelijkheid van de God die werd benadrukt, maar zijn vrouwelijke kant. Meestal werd hij afgebeeld als een schone jongeling met een uitgesproken vrouwelijk gezicht. Hij groeide op in een door vrouwen beheerste wereld, omringd door nimfen en deels opgevoed door de zus van zijn moeder. Alleen vrouwen werden toegelaten tot de tempels van Dionysos en konden als Menaden deel uitmaken van de daar uitgevoerde rituelen. In zijn relaties tot Godinnen, vrouwen en nimfen was Dionysos niet de belager, maar de beschermer en bevrijder. Toen Ariadne door Theseus was gebruikt om zijn doel te bereiken, het verslaan van de Minotauros, liet hij haar achter op het eiland Naxos. Dionysos ontfermde zich over haar en ze werd zijn geliefde.

Voor Griekse vrouwen bood de Dionysoscultus een uitlaatklep, een derde weg naast de twee standaardrollen die voor vrouwen waren weggelegd: huisvrouw, onderworpen aan hun echtgenoot en afgesneden van de buitenwereld, of prostituť en in dat opzicht evenzeer onderworpen aan de willekeur en wellust van mannen, al waren er courtisanes, hetaren genaamd, die zich in dat opzicht een belangrijke positie wisten te verwerven. De Dionysoscultus bood vrouwen de mogelijkheid zich uit het door mannen opgelegde harnas los te maken en hun gevoelens te uiten zonder daarvoor door mannen, op wat voor wijze dan ook, afgerekend te worden. In processies tijdens feesten ter ere van Dionysos konden de Menaden zich helemaal laten gaan en uitdagend de draak steken met de gevestigde mannenwereld. Ze konden vulgaire taal uitslaan, obscene gebaren maken en omstanders belagen met de door hen rondgedragen enorme fallussen. Als bruiden van Dionysos waren ze onschendbaar en onaantastbaar. Na de processie trokken de Menaden zich terug in de tempel en bleven daar de hele nacht. Natuurlijk deden verhalen de ronde dat in de tempels orgiŽn plaatsvonden met houten of stenen fallussen en stiekem binnengelaten mannen, maar voorzover bekend brachten de vrouwen zichzelf met zang en dans in trance en maakten zo contact met de door hen vereerde God en de door hem vertegenwoordigde levenskracht.

Dat veel Dionysosfeesten vanaf het begin waren gevierd door de Grieken, blijkt uit het feit dat ze werden georganiseerd door de Basileos (zie inleiding). Daarbij nam zijn vrouw, de Basilinna, een even belangrijke plaats in als hijzelf. De Basilinna ging maagdelijk het huwelijk in en werd tijdens het feest Anthesteria aan Dionysos gegeven als Ariadne, zijn bruid. Anthesterion, de achtste maand in de Atheense maankalender, viel rond half december tot half januari in onze kalender. Op de eerste dag van het grote feest ter ere van de Wijngod werd een kruik geopend waaruit voor het eerst de nieuwe wijn, van de oogst van de afgelopen herfst, geschonken werd. De wijn werd naar een heiligdom van Dionysos in een moeras vlakbij Athene gebracht. Het heiligdom werd alleen voor deze gelegenheid geopend en was de rest van het jaar gesloten. In het heiligdom werd een plengoffer aan de Wijngod gebracht, waarna de aanwezige mannen van de nieuwe wijn dronken. Griekse vrouwen werden geacht geen wijn te drinken, al werd hier wel tegen gezondigd. De volgende dag werd de Wijngod zelf feestelijk binnengehaald, gezeten in een schip dat op wielen werd voortbewogen. Hiermee werd herdacht dat de Wijngod van overzee, uit Kreta, naar Griekenland was gekomen. Het ritueel gaf ook aan dat de God uit de onderwereld terugkeerde om de aarde opnieuw vruchtbaar te maken. De Basileos vertegenwoordigde Dionysos, uitgedost in de kleding van de God en met een masker op dat het gezicht van de God voorstelde. In het heiligdom in het moeras beŽdigde de Basilinna veertien vrouwen die haar het komend jaar zouden bijstaan bij alle ceremoniŽle taken, waarna ze met de Basileos, in zijn hoedanigheid van de Wijngod, naar een andere tempel in het hartje van Athene ging, waar ze met hem het Heilig Huwelijk voltrok. Het was het enige door de staat georganiseerde ritueel waarbij in Athene daadwerkelijk een Heilig Huwelijk werd voltrokken. In het Nabije Oosten en AnatoliŽ was dit gebruik veel algemener en waarschijnlijk hebben de MinoŽrs dit overgenomen en aan de Grieken doorgegeven.

De eerste twee dagen van de Anthesteria waren een viering van de hernieuwde levenskracht van de natuur, zoals die door het Heilig Huwelijk op gang werd gezet. Iedereen nam deel aan het openbare gedeelte van het feest. Kinderen droegen bloemenkransen en kregen miniatuurwijnkruikjes om mee te spelen. De derde dag werd een groot feestmaal bereid, niet voor de levenden, maar voor de geesten van de overledenen, als offer voor het verlies van de Vegetatiegod, die de onderwereld weer had verlaten.

Hoewel Dionysos vooral de God van de wijn was, vertoont hij ook in de Griekse tijd nog de kenmerken van de algemenere Vegetatiegod. Tot zijn attributen behoorden niet alleen wijnranken, maar ook en vooral klimop, symbool voor de levenskracht in de natuur, nog groen als de meeste bomen hun bladeren laten vallen. Een van de bijnamen van Dionysos in Athene was Kissos (klimop). De thyrsusstaf die hij bij zich had en die ook vaak door Menaden werd gedragen, was omwonden met klimop en wijnranken, gekroond door een dennenappel. De God vertegenwoordigde levenskracht en bracht extase in dans, dronkenschap en seksueel genot, maar zelf werd hij altijd als waardig en evenwichtig voorgesteld. Pas in de Renaissance begonnen kunstenaars de Wijngod zelf als extatisch of dronken af te beelden. Voor de Menaden was de seksuele opwinding van de God geen middel om in extase te geraken. Als regel werd in de tempels waar de Menaden zichzelf in trance dansten alleen het hoofd van de God afgebeeld. Dit werd op een pilaar geplaatst en aangekleed in een met wijnranken en klimop versierd gewaad. Afbeeldingen van de fallus van de God lijken eerder gebruikt te zijn om mannelijke omstanders tijdens processies ongestraft te kunnen uitdagen dan om de priesteressen erotisch te prikkelen.

Een belangrijk aspect van de Griekse cultuur, het theater, kwam voort uit de Dionysoscultus. Aan vrijwel alle Dionysostempels was een theater verbonden. Het woord tragedie is afgeleid van tragos, het Griekse woord voor bok. Drama's waarin bezongen werd hoe de Wijngod in de vorm van een bok door extatische Menaden verscheurd werd, waren het voorbeeld voor andere tragediespelen, die na afloop van feesten ter ere van de Wijngod in het theater werden opgevoerd. Ter afwisseling van de tragedies waren er satires, waarin als saters verklede acteurs het publiek vermaakten met dubbelzinnige opmerkingen en als boertige grappen verpakte kritiek op invloedrijke personen. In de Dionysostempels maakten vrouwen de dienst uit. In de ernaast gelegen theaters was het vrouwen verboden op het toneel te staan. Vrouwenrollen werden door mannen vertolkt. De kluchten beperkten zich trouwens niet tot het theater. Tijdens de processies, die onderdeel vormden van verschillende Dionysosfeesten, reden vaak wagens met als saters verklede acteurs mee. Ze vertrapten de op de bodem van de kar liggende druiven en zongen rauwe liederen over het vermoorden of ontmannen van de Wijngod.

In de Helleense wereld en ook daarbuiten werd Dionysos op vele plaatsen vereerd. De FoeniciŽrs bouwden tempels voor hem en in Palestina, aan het meer van Genesaret, bevond zich een belangrijke Dionysoscultus. Als tegenwicht tegen de sterke verering van de Wijngod noemden de Christenen Jezus 'de ware wijnstok'.

De Wijngod overleefde de ondergang van de Helleense beschaving. De Romeinen namen hem onder de naam Bacchus op in hun pantheon. In het Grieks sprekende deel van het Romeinse rijk bleef de naam Dionysos gehecht aan de wijn en overleefde zelfs de kerstening van het voormalige Oost-Romeinse rijk. In 691 AD verbood het Concilie van Constantinopel wijnhandelaren 'Dionysos!' te roepen als de nieuwe wijn werd binnengebracht. In plaats daarvan moesten ze voortaan 'Kyrie eleison' ('Heer, ontferm U over ons') roepen. Tot in de twintigste eeuw leefde de Wijngod in Zuid- en Midden-Europa voort als de beschermheer van de wijnoogsten, meestal aangeduid als Bacchus, maar hij was niet meer dan een zinnebeeld, zonder enige religieuze inhoud. Bacchanalen werden identiek aan drinkgelagen.

De filosoof Friedrich Nietzsche droeg zijn steentje bij aan de moderne visie op Dionysos door, in zijn boek De geboorte van de tragedie, de extatische, chaotische en benevelde Dionysos af te zetten tegen de nuchtere, berekenende en ordenende *Apollo. Dat Dionysos een God was voor vrouwen en niet voor in dronkenschap en wellust zwelgende mannen, werd door Nietzsche weggemoffeld. Het is een feit dat de Grieken een verband legden tussen Dionysos en Apollo, maar ze zagen in beiden het vermogen om in extase verbanden te leggen tussen de geziene en ongeziene wereld. Dionysos was, net als Apollo, een ziener en de God werd als heer van het orakel in Delphi vereerd lang voordat Apollo het heiligdom van hem overnam. Tot in de Romeinse tijd heerste Apollo in de zomer over Delphi, terwijl Dionysos het in de wintermaanden van hem overnam. Een trap naar beneden, in of vlak naast de tempel van Apollo, werd als het graf van Dionysos beschouwd, waaruit hij jaarlijks opstond om de heerschappij over Delphi over te nemen.

Elke Vegetatiegod belichaamt de transformatie van de afgestorven oogst in de nieuwe vegetatie van het volgend jaar. Dat geldt ook voor de geoogste druiven, waarvan de pitten de wijnranken voor de volgende oogst leveren. Maar druiven kunnen ook worden omgezet in wijn en wijn transformeert de geest. Voor de Grieken was dronkenschap een extase waarin de geest contact maakt met de andere wereld. Plato (427-347 v.Chr.), een van de meest invloedrijke Griekse filosofen, geeft in zijn boek De Wetten aan wat volgens hem de bijdrage van wijn aan de Griekse samenleving was. Hij zag waanzin als een goddelijke eigenschap waaruit wijsheid kon voortkomen en stelde dat mannen alcohol nodig hadden om in een staat te geraken die de goddelijke waanzin enigszins benaderde, terwijl vrouwen hier van nature al voor openstonden.

In de Oudheid bestonden al groepen waarin je kon worden ingewijd in een mysteriereligie.Het Huis van de MysteriŽn in PompeÔ toont muurschilderingen uit 70-60 v.Chr. die meestal worden geÔnterpreteerd als een inwijding in de Bacchus- DionysosmysteriŽn. Centraal in de helaas beschadigde afbeeldingen rust Dionysos in de armen van een vrouw, waarschijnlijk zijn geliefde Ariadne. Het is een symbolische weergaven van het Heilig Huwelijk van de God en de Godin. Links geeft zijn dienaar Silenos jongens wijn te drinken. Rechts onthult een vrouw een stenen fallus, die vaak onderdeel uitmaakte van de rituelen rond Dionysos. Rechts van haar heft een gevleugelde vrouw een zweep. Weer rechts daarvan knielt een halfnaakte vrouw. Kennelijk wordt ze gegeseld, als onderdeel van haar inwijding in de MysteriŽn. Nadat ze door de inwijding is getransformeerd, danst ze naakt als Bacchante verder. Zoals de Wijngod sterft om te worden getransformeerd tot de godellijke wijn, zo ondergaat de in te wijden vrouw een symbolische dood om herboren te worden als Bacchante.