Imbolc (Ploeg- en Zaaifeest)

Net als het Winterfeest (begin van de winter, Samhain) wordt Imbolc gewoonlijk met de Kelten verbonden, terwijl het in wezen een veel bredere basis heeft en teruggaat op een ploeg-, zaai- en reinigingsfeest dat door alle Indo-Europese stammen gevierd werd.

De naam van het feest is Keltisch. We hebben hiervoor gekozen omdat de Germanen geen algemene naam hadden voor de verschillende feesten die rond de maand februari plaatsvonden.

De essentie van het Ploeg- en Zaaifeest

Het Ploeg- en Zaaifeest heeft te maken met rituele reiniging en met het opwekken van de sluimerende levenskracht (numen) in de natuur. Vaak wordt februari nog bij de winter gerekend en wordt maart gezien als de periode waarin men weer op het land werkzaamheden gaat verrichten. De foto linksboven toont de maand februari op een glas-in-loodraam uit de 13e eeuw in de kathedraal van Chartres. Een boer met een muts op warmt zich bij een groot vuur. Naast zijn stoel staat een wijnkan.

Het raamsegment voor maart (zie de foto rechtsboven) toont een boer die de wijnranken op zijn land aan het snoeien is. Een ander deel van het raam (zie de foto rechts) toont drie mannen en twee vrouwen die zich met het snoeien van de wijnranken bezighouden. Het raam met de maanden en de tekens van de dierenriem is dan ook geschonken door de Parijse wijnhandelaren, die hun eigen handel graag onder de aandacht wilden brengen.

Meestal worden februari en maart geassocieerd met de eerste werkzaamheden op het land om de vruchtbaarheid van de akkers te herstellen. De tijd dat deze werkzaamheden werden opgepakt, kon van plaats tot plaats variŽren.

In de zomer is de hele natuur doordrenkt van een onstuitbare levenskracht. Elke grashalm, elke korenaar, elke bloem of vrucht straalt deze kracht uit. Als de vegetatie wordt geoogst, wordt het numen afgesneden van de aarde. Om ervoor te zorgen dat deze kracht gedurende de winter behouden blijft, zijn bepaalde handelingen vereist. Bij de gebruiken rond het Winterfeest en Joel hebben we al een aantal van dergelijke handelingen beschreven.

Tijdens het Winterfeest (Samhain) worden de geesten van overledenen geacht terug te keren en als ze met respect behandeld worden, zullen ze ervoor zoegen dat de levenskracht blijft voortbestaan.

Met Joel is het na de zonnestilstand nodig de natuur weer op gang te helpen en de wereld wordt in alle opzichten op haar kop gezet om de levenskracht te wekken. De kracht van het graan gebruiken we in de winter door er brood van te bakken waarmee we ons in leven houden. Ook de andere opgeslagen voedselvoorraden bezitten een kracht die onontbeerlijk is.

Het Joelfeest is een momentopname waarin de sluimerende natuur even wordt wakker geschut. Maar januari en februari doet men niet veel meer dan de winter doorkomen met de aangelegde voorraden.

Een relief uit 1140 in de deur van de kathedraal van Saint Denis toont voor de maand februari een adellijk echtpaar, gezeten op troonachtige stoelen. Zie de foto linksboven. De man houdt met een tang iets in het vuur om het te roosteren. De vrouw heeft een opengeslagen boek in haar handen.

De foto rechtsboven toont de maand maart en pas hier wordt door twee mannen de akker omgespit, als voorbereiding op het zaaien.

Om in het vroege voorjaar de nieuwe vegetatie te laten ontspruiten, moet de kiemkracht van het zaad optimaal zijn. In onze moderne technocratische maatschappij laten we dit gaarne over aan voedselexperts, die met computergestuurde apparatuur de optimale omstandigheden creŽren om het zaad te laten ontkiemen.

Toch gaan ook binnen de wetenschap steeds meer stemmen op dat het magische wereldbeeld, dat tot de vorige eeuw overheersend was, niet louter op fantasie en onwetendheid berust. Zolang de wetenschap rekende met ondeelbare atomen werd magie als bijgeloof afgedaan. Sinds de kwantumfysica de atomen herleid heeft tot vormen van energie, wordt de magie ook binnen de wetenschap serieus genomen als een methode, en waarschijnlijk een heel effectieve, om deze energie te beÔnvloeden. In de startpagina voor de Jaarfeesten hebben we hier al het nodige over gezegd.

Bovenstaande foto toont een reliŽf met een Romein die aan het ploegen is. Onze foto is genomen van een foto in het Thermenmuseum in Heerlen. Nadere gegevens over het reliŽf werden niet gegeven.

De essentie van het Ploeg- en Zaaifeest bestaat uit het verrichten van handelingen die de sluimerende levenskracht wekken, net voordat deze gebruikt moet worden. Deze handelingen hebben te maken met ploegen, rituele reiniging en zaaien. Dit waren de heilige rituelen die in ere zijn gehouden vanaf het moment dat de mensheid zich met landbouw heeft beziggehouden.

In het bovenstaande is de nadruk gelegd op het landbouwfeest. Tot de industrialisatie in de negentiende eeuw is landbouw ontegenzeggelijk het belangrijkste middel van bestaan geweest, maar ook de veeteelt speelde een grote rol en ook voor herders en veehouders was dit een belangrijk jaarfeest.

Voordat de dieren in het voorjaar jongen krijgen, moet hun levenskracht gewekt worden, zodat de jonge dieren, die binnenkort geboren zullen worden, sterk en levenslustig zullen zijn. Zoals alle in de Middeleeuwen in Europa gevierde jaarfeesten is het Ploeg- en Zaaifeest ontstaan door het versmelten van Romeinse, Germaanse, Keltische en christelijke elementen. Elk van deze elementen zullen we nader onder de loep nemen.

Het ploegritueel

In zijn artikel Indogermanische PflŁgebršuche (1904) beschrijft Elard Hugo Meyer het ploegen als een heilige handeling, die door alle Indo-Europese stammen als zodanig werd ervaren. In India werden gewijde liederen gezongen en heilige teksten gesproken voordat men begon met ploegen. Ook elders werden priesters betrokken bij het ploegen. De ploeg werd gezien als een bezield wezen waaraan wijn of bier en brood geofferd werd. De akker maakte deel uit van Moeder Aarde, die bij alle stammen oorspronkelijk de belangrijkste plaats innam onder de Goden.

De foto links toont vier stenen hakken, uit de periode 1800-1500 v. Chr. in Iran. De bovenste hak is een reconstructie, want de steel en het touw van de hakken zijn in de loop der eeuwen vergaan. Dergelijke hakken werden, net als de latere ploegen, beschouwd als magische voorwerpen waarmee handelingen werden verricht die eigenlijk niet geoorloofd waren.

Het ploegen werd gezien als een rituele handeling waarmee de ploeg het lichaam van de Godin opensnijdt. Meyer onderscheidt daarbij drie aspecten: "ein AbwehrpflŁgen, ein VorpflŁgefest und einen ersten Pfluggang".

Het "afweerploegen" hield in dat men in het vroege voorjaar met de ploeg een voor rond het gebied van het hele dorp of de leefgemeenschap trok. Het snijden in het lichaam van Moeder Aarde werd gezien als een ingreep die enorme krachten losmaakte. Deze krachten verdreven al wat zich daar op het etherische vlak bevond en als zodanig was het een reinigende handeling. Door de voor rond de akkers van het dorp te trekken, werd heel het gezamenlijke grondgebied gereinigd en afgeschermd van de buitenwereld. Gewoonlijk bleef een deel van deze eerste voor het hele jaar intact en werd door iedereen met ontzag en respect behandeld.

Nadat de eerste voor was getrokken en voordat met het eigenlijke ploegen van de akkers werd begonnen, vierde de hele gemeenschap feest ter ere van Moeder Aarde en van de Hemelgod die haar met zijn zaad zou bevruchten.

In India werd Moeder Aarde vereerd als Prithivi, de Hemelgod als Varuna, later Indra, nog later Dyaus, de Indo-Europese Oppergod, die bij alle stammen terug te vinden is. In Griekenland heette de Hemelgod Zeus, terwijl Moeder Aarde werd vereerd in de gedaante van de Graangodin Demeter. Op de foto rechts een beeldje van Demeter die haar dochtertje Kore op de arm houdt, gemaakt in Carthago in de 4e eeuw v. Chr.

Zo kende elke stam een vorm van de Aardmoeder, speciaal in haar gedaante van Graanmoeder, die in het voorjaar werd bevrucht door de Hemelgod. Waarschijnlijk waren de ploeg- en zaaifeesten al sinds de bronstijd in gebruik bij de inheemse bevolking van Europa en hebben de binnenvallende Indo-Europese stammen alleen de God geleidelijk aan vervangen door hun eigen Hemelgod.

In de feesten stond de ploeg centraal en vaak werd de grote voor rond de akkers opnieuw omgeploegd, waarbij de ploeg meestal met de hand werd voortgetrokken. In de voor werden pleng- en spijsoffers gebracht, waarmee ook de doden, die meehielpen het land vruchtbaar te maken, vereerd werden.

Als afsluiting van de ploegfeesten werd begonnen met het eigenlijke omploegen van de akkers. Daarbij werd de eerste voor rond de akkers voor de derde maal omgeploegd, waarna men verder ging met de akkers zelf. Soms nam het ploegen een aantal weken in beslag en werd pas daarna begonnen met het zaaien. Elders deden zaaiers vlak achter de ploeg hun werk.

Ploeg- en zaaifeest als Heilig Huwelijk

In zijn proefschrift Het Heilig Huwelik van Hemel en Aarde geeft Henri Thťodore Fischer een overzicht van de gebruiken rond de veronderstelde eenwording van de Hemelgod met de Aardmoeder, waardoor de aarde wordt bevrucht en de vegetatie opnieuw ontluikt. Zijn bevindingen komen grotendeels overeen met die van Meyer. Door de eenwording van God en Godin wordt het numen van het zaad geactiveerd. Door rituele handelingen die deze eenwording begeleiden of symboliseren kan het ontkiemen van het zaad bevorderd worden.

Meestal waren deze feesten in het vroege voorjaar, maar als in de herfst of het begin van de winter het wintergraan gezaaid werd, vonden er vergelijkbare rituelen plaats.

In Athene werd het Heilig Huwelijk gesloten tijdens de Anthesteria, een feest dat plaats vond op 12-14 van de maand Anthesterion, volgens onze kalender in februari of maart. Op dit feest werd de God Dionysos vertegenwoordigd door de basileus, een priester-koning die voor een jaar werd aangesteld om de religieuze plechtigheden te leiden. De basileus werd in een schip op wielen rondgereden. Hoogtepunt van het feest was het Heilig Huwelijk tussen Dionysos en de Godin, in de personen van de basileus en zijn vrouw, de basilinna.

Vogens de Griekse mythen vond Dionysos zijn geliefde Ariadne op het eiland Naxos, waar ze, in de steek gelaten door Theseus, uitgeput in slaap was gevallen. Deze eenwording van Dionysos en Ariadne werd eveneens als het Heilig Huwelijk beschouwd. Deze scene is talloze malen afgebeeld op Romeinse sarcofagen om de overledene op te nemen in de stuwende levenskracht van de God en zijn geliefde.

Op de foto hierboven een sarcofaag uit de periode 160-180 na Chr., gevonden tijdens opgravingen bij de Via Appia, de oudste verbindingsweg met Rome. Dionysos/Bacchus staat op een door twee kentauren getrokken wagen, wijnranken in zijn haren, een wijnkan in zijn rechterhand. Hij kijkt naar de slapende Ariadne, die door een cupido onthuld wordt. Rechts staan de vaste begeleiders van de wijngod: een sater, de dronken Silenos, die leunt op de bokkengod Pan en een dansende maenade.

Negentien dagen vůůr de Anthesteria, op de 26e van de maand Gamelion werd eveneens een Heilig Huwelijk gevierd, ditmaal tussen Zeus en Hera. Het beeld van de Godin werd daarbij als bruid aangekleed, in processie rondgedragen en tenslotte op een bruidsbed gelegd.

Vaak speelde de driemaal omgeploegde akker een rol bij de ploeg- en zaaifeesten. Op Kreta zei men dat Demeter op deze akker bevrucht werd door Iasion de Jager. De jaloerse Zeus doodde Iasion en nam zijn plaats in. In de Eleusinische MysteriŽn speelde Triptolemos ("driemaalploeger") een rol, ter herinnering aan de eersten die driemaal voor Demeter hadden geploegd.

Middeleeuwse ploeg- en zaaifeesten

Overal in Europa zijn sporen terug te vinden van rituelen rond ploegen en zaaien en het is duidelijk dat deze gebruiken zich niet gemakkelijk lieten verdringen of kerstenen. In 745 verbood het Concilie van Leptines, zonder veel resultaat, de nog steeds algemeen voorkomende heidense ploeggebruiken, waarbij rond het hele dorp werd geploegd.

Nog eeuwenlang zouden deze gebruiken voortleven. In de Baltische staten zijn ze zelfs nooit helemaal verdwenen. In Litouwen werd Moeder Aarde aanbeden als Zemyna (aarde) of Zemynele (kleine aarde). Ze werd verbonden met de dondergod Perkunas en met een plaatselijke variant van de Indo-Europese Hemelgod. De Hemelgod werd geleidelijk aan vervangen door de christelijke versie, maar de Godin liet zich niet verdringen. Bij ploegen, zaaien en andere landbouwgebruiken bad men tot God en offerde men aan Zemyna.

Zelfs toen het ritueel ploegen door de kerk naar de achtergrond werd verdreven, bleef de symboliek van het Heilig Huwelijk tussen Moeder Aarde en de Hemelgod versluierd een rol spelen. Door Artus Quellien werd tussen 1660 en 1665 de Burgerzaal van het Koninklijk Paleis op de Dam (toen nog stadhuis van Amsterdam) verfraaid met twee voorstellingen van elk van de vier elementen. Het element Aarde is niemand anders dan een nauwelijks gekerstende versie van de Grieks-Romeinse Aardgodin.

Op de foto linksboven legt ze haar linkerhand op een globe om aan te geven dat ze over de hele aarde heerst. Haar rechterhand houdt ze op een hoorn van overvloed die haar gulle gaven voor de mensheid aanduiden. De bloemenkrans in haar haren en de wijnrank met trossen druiven achter haar, geven aan dat ze vruchtbaarheid en overvloed schenkt.

De afbeelding op de foto rechtsboven haalt andere aspekten van de Aardgodin naar voren. Op haar hoofd heeft ze een muurkroon, zoals ook de Grote Moeder Kybele werd afgebeeld. De leeuw en de panter om haar heen benadrukken haar verwantschap met Kybele. Ze is niet alleen Moeder Aarde, maar ook de beschermvrouwe van de stad Amsterdam. Het kind aan haar borst maakt duidelijk dat ze de Voedende Moeder is, die zorgt dat haar kinderen niets tekort komen.

De hemelgod is afwezig in de Burgerzaal. De elementen Lucht en Vuur zijn niet de hemelgod, maar worden door vrouwen vertegenwoordigd. Alleen Moeder Aarde wist zich te handhaven.

De naam van de hemelgod

Het verdringen van de heidense hemelgod door de christelijke God is mede mogelijk gemaakt doordat de naam van de hemelgod, Dyaus of een daarvan afgeleide vorm, vrijwel overal door de kerk werd overgenomen. Het Latijnse woord voor God, Deus, hangt hiermee samen, net als het portugese Deos, het franse Dieu en het Engelse deity, om maar enkele voorbeelden te noemen.

De naam van de Godin als Moeder Aarde was minder gemakkelijk te kerstenen. Vaak werd geprobeerd haar te vervangen door Maria of door een of meer heiligen. Ook werd steeds benadrukt dat Moeder Aarde niet meer was dan een metafoor om het wonder van het leven duidelijk te maken. Toch behield Moeder Aarde voor het gewone volk door de eeuwen heen haar wezenlijke kenmerken van voedster en hoedster.

De eerste voor

Voor de Romeinen was februari een periode die te maken had met reiniging en herstel van de vruchtbaarheid van de aarde. De naam van de maand is afgeleid van februare, een Sabijns leenwoord dat "ritueel reinigen" betekent.

Het vruchtbaar maken van de aarde gebeurde door bepaalde rituelen rond het eerste ploegen, vergelijkbaar met gebruiken elders die we al genoemd hebben. De foto rechts toont een reliŽf met twee Romeinen die de grond bewerken. Een foto van het reliŽf was in het Thermenmuseum in Heerlen opgehangen, zonder verdere toelichting.

Voordat een nieuwe stad werd aangelegd, werd door de Romeinen altijd eerst een voor rond het toekomstige stadsgebied getrokken. Deze werd sulcus primigenius (allereerste voor) genoemd en de voor werd onderhouden zolang de stad bestond en werd met groot respect behandeld.

Tot de zestiende eeuw stonden in Bergamo en Verona zware straffen op het oversteken van deze voor. Elk jaar in februari werd een dergelijke voor rond de akkers getrokken. Het heidense gebruik werd slechts oppervlakkig gekerstend.

De Parentalia (13-21 februari)

De Grieken wekten de natuur uit de wintersluimer door een Heilig Huwelijk tussen de vegetatiegod en Moeder Aarde. De Romeinen wekten de natuur op twee manieren: door het opnieuw trekken van de eerste voor van elke stad en door de overleden voorouders te vereren tijdens de Parentalia.

De voorouders werden geacht na hun dood op te gaan in een collectief dat een goddelijke status had en werd aangeduid als Di Parentes (de goddelijke voorouders). Geen enkele voorouder, hoe belangrijk hij of zij ook was geweest, kreeg na de dood een goddelijke status. Alleen de groep als geheel werd als zodanig beschouwd. Als de groep met respect werd behandeld, zouden de geesten de vruchtbaarheid van de aarde, na de winterse rust, herstellen.

De overleden voorouders maakten in het volksgeloof deel uit van de andere wereld, waarin grenzen niet bestaan en alle wezens vloeiend in elkaar kunnen overgaan. Bovenstaande foto kan deze wereldvisie illustreren. In 1525 bouwde Diego de Riano in renaissancestijl een nieuw stadhuis in Sevilla, Spanje. Op de buitenmuren zijn tientallen wezens uit de andere wereld afgebeeld, wezens die in elkaar overgaan en uit elkaar voortkomen. In het midden zien we het hoofd van een gehoornde Groene Man. Zijn haren en snorharen gaan over in bladeren. Uit zijn mondhoeken komen stengels waaruit links en rechts een Groene Man en andere stengels voortkomen. Op zijn hoofd draagt de Groene Man een schaal met granaatappels, traditioneel verbonden met het dodenrijk.

Een ander reliŽf op het stadhuis toont een gevleugelde Groene Man die uit de vegetatie te voorschijn komt. Van zijn gebladerd onderlichaam is nog net een klein stukje te zien.

Maar ook uit de dood komt nieuw leven voort in de afbeeldingen op het stadhuis. In de foto linksboven vormt een doodshoofd onderdeel van een kandelaber. Uit beide oogkassen komt een stengel die bladeren vormt en eindigt in het lijf van een vis.

De voorstelling van de andere wereld waarin alles kan samenvloeien of zich kan splitsen, is door de eeuwen heen blijven bestaan, ook in Sevilla. Op de tegels in het Spaanse paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Sevilla in 1929 zijn talloze wezens te zien voor wie grenzen niet lijken te bestaan. Op de foto rechtsboven zien we een Groene Vrouw. Haar haren en oren zijn bladeren. Aan weerskanten van haar zien we een Groene Vogel. Hun onderlijf en kruin bestaan uit bladeren, dus ze zijn zowel dier als vegetatie. Ze hebben borsten en overschrijden dus ook de grens tussen dier en mens.

De goddelijke voorouders, die deel uitmaken van de wonderlijke andere wereld, werden door de Romeinen vereerd tijdens de Parentalia, die van 13 tot 21 februari duurden. Elke familie droeg de zorg voor het eigen feest. De staat stond hierbuiten. Tempels waren gesloten, ambtenaren droegen tijdens die dagen niet de kleding en attributen die bij hun ambt hoorden. Het openbare leven stond min of meer stil. Huwelijken of handelsovereenkomsten konden niet worden gesloten.

Op de laatste dag van de Parentalia, Feralia genaamd, ging de hele familie in processie naar het familiegraf, dat zich gewoonlijk net buiten de stad bevond. Daar werden wijn, olie, melk, bloed, honing en andere gaven geofferd. Het graf werd met bloemen versierd en er werd een maaltijd op het graf genuttigd ter ere van de goddelijke geesten.

Het feest is een voorloper van het christelijke Allerzielen, al werd dat naar een heel andere datum verplaatst. Zie de pagina over Samhain.

De Romeinse zorg voor de overledenen blijkt uit de marmeren beelden van twee treurende jongens die waren geplaatst op het grafaltaar van Marcus Nonius Balbus in Herculaneum. Zie de foto rechts. De jongens hielden een omgekeerde fakkel in hun handen, als symbool voor de dood. Balbus was proconsul van de provincies Kreta en Cyrene en werd na zijn dood, rond het begin van onze jaartelling, beschermheer van Herculaneum. In 79 na Chr. werd de stad getroffen door de vulkaanuitbarsting die ook PompeiÔ verwoestte.

De Parentalia werden geacht de natuur op te wekken, maar ook de banden tussen familieleden werden aangehaald. Tijdens de Caristia, op 22 februari, een dag na het afsluiten van de Parentalia, bezocht men verre familieleden om bij te praten en eventuele geschillen bij te leggen. Door de kerk werden de Caristia gekerstend tot het feest van Petrus, dat tot de twaalfde eeuw bleef bestaan.

De Lupercalia (15 februari)

Op 15 februari werden de Lupercalia gehouden, een van de oudste Romeinse feesten. Zo oud dat niet meer duidelijk was ter ere van welke god het feest was. Door sommige auteurs in de oudheid werd Silvanus geopperd, de god van de vrije natuur en de akkers, die vruchtbaarheid en overvloed bracht. Hij werd daarom afgebeeld met een doek gevuld met vruchten op zijn arm. De foto rechts toont Silvanus op een Romeins altaar dat in 145 na Chr. werd geschonken bij het afscheid van de ruiters die als lijfwacht van de keizer fungeerden. Klik op de foto om het hele altaar te zien.

Op de ochtend van de 15e februari verzamelde een groep mensen zich op de plaats waar volgens de overlevering Romulus en Remus na een overstroming van de Tiber waren aangespoeld. Er was een grot die Lupercal werd genoemd, vermoedelijk naar de wolvin (Lalupa) die de tweeling met haar melk voedde. Onder keizer Augustus werd deze grot gerestaureerd. Op deze plaats werd tijdens de Lupercalia een offer gebracht van mola salsa (zoute koeken).

De foto links toont het beroemde bronzen beeld in de Capitolijnse Musea in Rome van Lalupa die de tweeling Romulus en Remus zoogt. Later zou Romulus de stad Rome gesticht hebben. Tot de 19e eeuw werd aangenomen dat het een Etruskisch beeld uit de 5e eeuw v. Chr. betrof. Vanaf begin 20e eeuw gaat men ervan uit dat Romulus en Remus eind 15e eeuw zijn gemaakt en dus een veel latere toevoeging zijn. Vanaf 2004 gaan de meeste wetenschappers ervan uit dat ook de wolvin niet in de oudheid, maar in de 13e eeuw is gemaakt. Geschiedvervalsing is van alle tijden. Het toont aan hoe belangrijk de Romeinse wortels in de middeleeuwen gevonden werden.

Tijdens de Lemuria in mei maakten de drie belangrijkste priesteressen van Vesta de mola salsa van het eerste graan van dat jaar. In deze koeken werd op die manier het numen van het graan bewaard. Bij verschillende feesten werden deze koeken in het vuur geofferd en ook wel gegeten. Tijdens de Lupercalia droegen de zoute koeken de vruchtbaarheid van het afgelopen jaar over op het nieuwe landbouwseizoen.

Op nog een andere manier werd de vruchtbaarheid opgewekt en wel door het offeren van twee bokken, waarna twee jonge priesters, slechts gehuld in de huid van deze dieren, door de straten van Rome renden. Met een februa, een zweep, gemaakt van stroken huid van de geslachte bokken, sloegen ze alle vrouwen die ze tegenkwamen. Veel vrouwen gingen speciaal de straten op om deze rituele handeling te ondergaan en gewillig ontblootten ze hun schouders en rug voor de slagen met de vruchtbaarheid brengende februa.

Maria Lichtmis (2 februari)

Door de eeuwen heen hebben de Lupercalia in het Romeinse Rijk hun populariteit behouden, zowel bij het gewone volk als bij de patriciŽrs. Het oeroude thema van de rituele reiniging, gevolgd door een opwekking van de vruchtbaarheid, zat diep geworteld in de verschillende Indo-Europese stammen.

In een poging hier een christelijke draai aan te geven werd in de eerste helft van de vierde eeuw 14 februari, de vooravond van de Lupercalia, uitgeroepen tot Quadragesimae de Epiphania, d.z.w. "veertig dagen na Epifanie" (volgens de Romeinse manier van tellen, de eerste dag meegerekend). In die tijd ging men er nog vanuit dat Christus op 6 januari geboren zou zijn.

Volgens de Joodse wet mag een vrouw veertig dagen na de geboorte van een zoon de tempel niet betreden. Al die tijd blijft zij "in het reinigingsbloed; niets heiligs zal zij aanraken, naar het heiligdom zal zij niet komen totdat de dagen van haar reiniging vervuld zijn." (Leviticus 12:4) Na afloop van de reinigingsperiode offert de vrouw in de tempel een schaap en een duif. Als haar vermogen ontoereikend is mag ze in plaats hiervan twee duiven offeren. "Dan zal zij rein zijn van haar bloedvloeiing." (Lev. 12:7)

Volgens Lucas 2:22-39 bracht Maria haar zoon 40 dagen na de geboorte naar de tempel en offerde daarbij twee duiven. De Byzantijnse kerk vierde op 14 februari dit feest als Hypapante (ontmoeting), ter herinnering aan de verering van het kindje Jezus in de tempel door de bejaarde Simeon (Lucas 2:25-39). In Jerusalem en Rome stond vooral de Heilige Maagd centraal en haar reiniging en verzoening werd in het begin van de vierde eeuw al gevierd met een grote processie door de stad.

In de tweede helft van de vierde eeuw ging men ertoe over de geboorte van Jezus op 25 december vast te stellen. De rituele reiniging van de Heilige Maagd, 40 dagen na de geboorte, de geboortedag zelf meegeteld, verschoof daarmee van 14 naar 2 februari. Het heeft nog eeuwen geduurd voordat deze nieuwe datum algemeen aanvaard werd. Tenslotte was 14 februari sinds mensenheugenis in Rome de vooravond van het grote reinigingsfeest geweest.

In het jaar 494, anderhalve eeuw nadat het Romeinse rijk was overgegaan op het christendom, werden de Lupercalia door paus Gelasius I verboden en vervangen door het feest van Maria Reiniging (Purificatio Beatae Maria Virginis), dat op 2 februari werd vastgesteld. Binnen enkele eeuwen gingen alle christelijke staten op deze nieuwe datum over, behalve de Armeense kerk, die nog steeds vasthoudt aan een geboorte op 6 januari en een Maria Reiniging op 14 februari.

In de Middeleeuwen werd Maria Reiniging vooral een lichtfeest, waarbij in de kerk kaarsen werden gewijd en aangestoken. Hieraan ontleent het feest haar naam Festum Candelarum, wat in de oude Duitse naam Kandelmesse, het Franse Chandeleur en het Engelse Candlemas terug te vinden is. Een andere Latijnse naam, Festum Luminum was het voorbeeld voor het Duitse Lichtmess en ons Lichtmis. De brandende kaarsen werden in processie de kerk rondgedragen en meestal werd ook om de kerk of om de parochie heen gelopen.

De gewoonte ontstond om niet alleen met Lichtmis, maar het hele jaar door kaarsen voor Maria te branden. In de kleinste kapellen, zoals de kapel Maria in de Bossen in Oisterwijk, gebouwd in 1980 door de heer Meneere, de toenmalige eigenaar van de heuvel (zie de foto's hierboven), worden kaarsen of waxinelichtjes voor de Heilige Maagd gebrand.

Ook in de kleine Mariakapel in Moergestel, gebouwd in 1935, kunnen lichtjes voor Maria worden gebrand. Zie de foto's hieronder.

In de oudheid en in de middeleeuwen werd aan vuur een beschermende en louterende werking toegeschreven. Tegelijk maakt het vuur vruchtbaar waar het mee in aanraking komt.

De Romeinen brandden tijdens bevallingen een kaars ter ere van de Godin Candelifera, wat waarschijnlijk het voorbeeld voor de Lichtmiskaarsen is geweest. Tijdens de Romeinse lustraties werd niet met kaarsen, maar met fakkels rond de akkers gelopen om ze na de winter te reinigen en weer vruchtbaar te maken. Het vee werd tot de vorige eeuw overal in Europa in het voorjaar tussen twee vuren door gedreven om de vruchtbaarheid van de dieren te bevorderen. In de kerk werd de vruchtbaarheid van het vuur geleidelijk aan vervangen door de symboliek van Christus als het licht van de wereld.

De Lichtmiskaarsen werden na de processie mee naar huis genomen om met kaarsvet boven de deur in huis en stallen een kruis aan te brengen, zodat de Heiland mens en dier het hele jaar zou beschermen. Maar toch verdween de oude betekenis van het lichtfeest nooit helemaal. In Rome luidde een spreuk in de volkstaal: "Candelora, Candelora, dell' inverno semo fora" (Lichtmis, Lichtmis, de winter is verdwenen).

De Etrusken gebruikten al lang vůůr de Romeinen kandelaars om hun huizen en graven te verlichten. Op de foto rechts een Etruskische kandelaar, daterend van 470-450 v. Chr. Te zien in de Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden.

Valentijnsdag (14 februari)

Over de heilige Valentinus is weinig mťťr bekend dan dat hij in de derde of vierde eeuw de marteldood gestorven zou zijn. Nadat de Lupercalia waren afgeschaft, werden een aantal gebruiken van deze dag op Valentijn overgedragen. Over het algemeen hadden deze gebruiken te maken met vruchtbaarheid en de hernieuwde levenskracht van de natuur.

In de middeleeuwen werd de heilige in onze streken Sint Velten genoemd. Op de avond van deze dag, de vůůravond van de Lupercalia, vond in veel plaatsen het Sint Veltenlopen plaats. Daarbij liepen jonge mannen met fakkels rond. In de loop der eeuwen verschoof het accent van de vruchtbaarheid van de aarde naar de relaties tussen de geslachten. In Duitsland was het sinds het eind van de middeleeuwen gebruikelijk op Valentijnsdag geschenken te sturen als uiting van gevoelens van genegenheid.

In andere landen bestonden soortgelijke gebruiken. In Engeland waren liefdesverklaringen op Valentijnsdag niet ongebruikelijk. Shakespeare laat Ophelia in Hamlet zingen: "Tomorrow is Saint Valentine's day, all in the morning betime, and I a maid at your window to be your Valentine." Het anoniem versturen van kaartjes en bloemen aan een heimelijke geliefde is een gewoonte die in de loop van de negentiende eeuw is ontstaan.

Het Keltische Imbolc

Imbolc (spreek uit: immolk) of Oimelc (spreek uit: immelk) is de naam van een Keltisch feest dat al bestaan moet hebben lang voordat het christendom haar intrede deed. Taalwetenschapper Eric Hamp, verbonden aan de Universiteit van Chicago, herleidt in zijn artikel Imbolc, Oimelc de verschilende namen van dit festival tot een Indo-Europese wortel *Hmelg, die "reinigen" betekent.

Voor de Keltische en Germaanse tak van de taalfamilie verschoof de betekenis van dit woord via vegen of strijken naar melken. De naam Oimelc is rond het jaar 900 door de Ierse monnik Cormac vertaald als "schapenmelk". Het feest zou dus verwijzen naar de geboorte van lammeren in het vroege voorjaar, waardoor de productie van schapenmelk weer op gang komt.

Volgens Hamp, en vele wetenschappers met hem, is deze verklaring taalkundig aanvechtbaar. Op zich is de verwijzing naar de geboorte van lammeren als voorbode van de komende lente een beeld dat wel bij dit feest past. Daarbij moeten we niet uit het oog verliezen dat de essentie van heidense jaarfeesten zich altijd uitdrukt in bepaalde handelingen die worden verricht. Voor Eric Hamp zijn deze handelingen met Imbolc gericht op een rituele reiniging, te vergelijken met de verschillende Romeinse gebruiken in de maand februari.

De verklaring van Oimelc als het weer op gang komen van de melkproductie gaat uit van een bestaan als veehouder. Een tweede verklaring, die even vaak wordt gegeven, gaat ervan uit dat Imbolc ontstaan is uit het Keltische woord bolc of bolg, dat in het hedendaagse Iers nog steeds "buik" betekent. Pamela Berger, professor in de geschiedenis aan de Universiteit van Boston, vertegenwoordigt deze stroming. De buik wordt daarbij gezien als de buik van Moeder Aarde en Imbolc is een feest dat te maken heeft met de rituele reiniging van de aarde om de akkers na de winter weer vruchtbaar te maken. Het woord Imbolc verklaart Pamela Berger als "rond de buik", wat ze opvat als een beschrijving van een rituele omgang rond de akkers. Het is duidelijk dat dit gebruik is voortgekomen uit de algemeen gangbare Indo-Europese ploeg- en zaairituelen, waarbij driemaal een voor rond de hele akker werd geploegd.

Van Godin tot heilige

In The Goddess obscured beschrijft Pamela Berger hoe de Godin in de middeleeuwen als Vrouwe van het Graan vervangen werd door verschillende heiligen of door de Maagd Maria. Voor de heidense Kelten was Imbolc verbonden met Brigid, een Godin die te maken had met de vruchtbaarheid van het land. Akkers, bronnen, rivieren, meren en bergen waren haar domein, want ze werd gezien als Moeder Aarde zelf. In Ierland werd ze vereerd als Brigid (spreek uit: bried), in Engeland als Brigantia of Brighit (spreek uit: brikit); de Schotten kenden haar als Bride (spreek uit: bried), de GalliŽrs als Brigandu.

Zo groot was de verering voor deze Godin, dat de heilige Brigid, die waarschijnlijk nooit bestaan heeft, in Ierland al snel de belangrijkste heilige na Patrick werd. Ierse missionarissen verspreidden de Brigitta-verering over het Europese continent. Dat Sint Brigitta op 1 februari valt heeft niet te maken met de sterfdag van de heilige -die is niet bekend- maar met het feit dat het Keltische Imbolc op die datum werd gevierd.

Talloze volksgebruiken op deze dag onderschrijven de rol die Brigid vervulde bij het opnieuw vruchtbaar maken van de aarde. In Ierland werd van het laatste graan van de vorige oogst een Brigid's cross gemaakt. Dit kruis werd in huis of in de stal opgehangen en bleef daar het hele jaar tot er het volgend jaar een nieuw kruis was gemaakt.

Het kruis als symbool is ouder dan het christendom. Het verbindt de vier windrichtingen van een gewijde ruimte, bijvoorbeeld een magische Cirkel, en vertegenwoordigt daarom die ruimte zelf. Bij ploeg- en zaairituelen werd vaak een offer gebracht bij de vier hoeken van de akker, die de akker als geheel vertegenwoordigen. Het kruis van stro symboliseert het korenveld. Gemaakt van het laatste graan van de vorige oogst heeft het de levenskracht van dit graan in zich. Het vlechten van het Brigittakruis is een magische handeling die de kracht activeert zodat deze op het nieuwe jaar en op de nieuwe oogst overgedragen zal worden.

Het Brigittakruis wordt in Ierland en Engeland nog steeds gemaakt. Ook werden van het graan poppetjes gemaakt die met water uit een Brigittabron gezegend werden. Het is een algemeen gangbaar gebruik rond de graanoogst. Ook in Nederland, Duitsland en elders werden figuurtjes en poppetjes van graan gemaakt. Verderop geven we een beschrijving van het zelf maken van een Brigittakruis. Het maken van graanpoppetjes komt op de pagina over Lammas aan de orde.

In Ierland en Schotland wordt plaatselijk nog steeds een Brigid's bed neergezet. Daartoe wordt een vrouwenfiguurtje gemaakt van haver of ander graan dat in een mand wordt neergelegd. Een stuk hout wordt op het popje gelegd, waarna het hele huisgezin driemaal uitroept: "Brigid is gekomen; Brigid is welkom." De volgende ochtend kijkt men of de afdruk van het stuk hout te zien is in de as van het haardvuur. Als dat zo is, is Brigid die nacht gekomen en kan men een goede oogst tegemoet zien. Als niets erop wijst dat Brigid is gekomen is dat een slecht voorteken.

Ook bij de andere Indo-Germaanse stammen stonden de februarifeesten is het teken van de Godin die de aarde haar vruchtbaarheid teruggaf. Bij de Romeinen was het met name Juno die in deze tijd vereerd werd. Boven alle andere Godinnen verheven, heerste ze als Juno Regina, maar het waren vooral alle zaken die vrouwen betroffen waarin ze naar voren trad. Als Juno Natalis zorgde ze voor een voorspoedige bevalling en als Juno Lucina schonk ze ieder kind het levenslicht. In haar hoedanigheid van Juno Februata had ze de zorg over het herstel van de vruchtbaarheid van de aarde na de winter.

In de renaissance was Juno bijzonder populair. De foto linksonder toont de Godin op een Italiaans schilderij uit de tweede helft van de 16e eeuw met de pauw die haar altijd vergezelt. Haar kroon maakt duidelijk dat ze, als echtgenote van oppergod Jupiter, de Koningin van de Hemel is. Bij de Romeinen was Juno, net als haar Griekse evenbeeld Hera, vrijwel altijd decent gekleed, maar in de renaissance werd ze meestal met blote borsten afgebeeld.

Juno was geŽnt op Hera, de echtgenote van Ooppergod Zeus. Griekse mythen en afbeeldingen beschrijven Hera als jaloerse echtgenote, die de slippertjes van Zeus bestraft, maar de Romeinen benadrukten het vruchtbare aspect van Juno en in de renaissance werd hierop voortgebouwd.

Ook in de Nederlandse renaissance was deze vruchtbare Juno poppulair. De foto middenonder toont de Godin op de gevel van een huis uit 1735 op de Brink in Deventer.

Bij het oordeel van Paris moet deze beslissen over Juno (Hera), Venus (Aphrodite) en Minerva (Athena) wie van de drie de mooiste is. In de renaissance werden de drie Godinnen hierbij meestal naakt afgebeeld, zoals op de foto rechtsonder, een tinnen reliŽf uit 1735, gemaakt door de Oostenrijkse beeldhouwer Georg Raphael Donner, te zien in het Museum voor Beeldende Kunst in Boedapest. Rechts staat de naakte Juno met haar pauw. Links van haar de naakte Venus met haar zoontje Cupido. Alleen Minerva is aangekleed, in haar harnas en helm en moet machteloos toezien hoe Paris de gouden appel, de prijs voor de schoonste Godin, aan Venus geeft. Links lijkt Mercurius toe.

Februari is in de heiligenkalender meer dan andere maanden voorzien van vrouwelijke heiligen. Elk van hen heeft enkele kenmerken van de plaatselijk in deze tijd van het jaar vereerde Godin overgenomen. Met name Juno, als beschermvrouwe van alle vrouwenzaken, is duidelijk te herkennen. Veronica (4 februari) wordt aangeroepen bij bloedvloeiingen en menstruatieklachten. Agatha (5 februari) helpt bij borstklachten.

Dorothea (6 februari) zou rond 313 als martelares zijn gestorven tijdens de christenvervolgingen door keizer Diocletianus in KappadociŽ. Onderweg naar haar terechtstelling bespotte een man haar en daagde haar uit vruchten uit het paradijs te halen. Een engel bezorgde haar toen de mand met vruchten waar ze gewoonlijk mee wordt afgebeeld, zoals op de foto links, een houten beeld uit 1515, te zien in het Museum voor Beeldende Kunst in Boedapest. Dorothea werd veel aangeroepen door zwangere vrouwen om ze te helpen bij een voorspoedige bevalling.

Om de vruchtbaarheid van de aarde te herstellen, was het gebruikelijk in vele heidense culturen om een beeld van de belangrijkste Godin naar het water te dragen en onder te dompelen voor een rituele reiniging. Het beeld van Artemis in Efese werd elk voorjaar in de zee ondergedompeld. Van Kybele, Hera en vele andere Godinnen zijn dergelijke rituelen bekend. Tacitus beschrijft in zijn Germania de rituele onderdompeling van het beeld van de Godin Nerthus.

De essentie van dergelijke rituelen is duidelijk: de Godin wordt jaarlijks gereinigd en opnieuw vruchtbaar; ze zal op haar beurt de aarde reinigen en vruchtbaar maken. In kerkelijke processies om de akkers heen werd later een beeld van de Maria Maagd rondgedragen. Dezelfde handelingen werden veelal verricht als voorheen, maar nu niet langer uit naam van de Godin, die steeds verder naar de achtergrond verdween.

Helemaal verdwenen zijn de godinnen echter niet. Enerzijds werden bepaalde taken van de verschillende godinnen overgenomen door Maria en diverse heiligen. Anderzijds werden Grieks-Romeinse godinnen in de renaissance en het baroktijdperk sterker met vruchtbaarheid en seksualiteit verbonden dan in de oudheid het geval was geweest.

De Romeinse Diana werd, net als haar Griekse evenbeeld Artemis, in de oudheid voorgesteld als een kuise maagd, die nooit naakt als halfnaakt werd afgebeeld. Vanaf de renaissance was het gebruikelijk Diana met blote borsten of naakt af te beelden. Een van de vele voorbeelden is te zien op de foto rechtsboven, waar ze de voorgevel van een huis uit 1735 in Deventer deelt met het beeld van Juno dat we hierboven laten zien.

Bij de Grieken was het ritueel baden van het beeld van Artemis iets waar geen toeschouwers bij geduld werden. Wie de godin naakt zag, was gedoemd te sterven en zelfs haar beeld mocht alleen aangekleed worden getoond. Het rituele bad werd door de Grieken niet afgebeeld. De Romeinen toonden evenmin afbeeldingen van de naakte of badende Diana. In de renaissance werd halfslachtig met dit taboe omgegaan. Enerzijds werd Diana vaak (half)naakt afgebeeld. Anderzijds had dit meestal een moralistische betekenis. Op de foto linksboven zien we Diana en haar nimfen die in een rivier aan het baden zijn. Maar we zien rechts ook Aktaon, de jager die per ongeluk Artemis/Diana naakt ziet en voor straf wordt veranderd in een hert, zodat zijn eigen jachthonden hem verscheuren.

Op de foto rechtsboven zien we eveneens Diana die met haar nimfen in de rivier aan het baden is. Maar rechts zit de nimf Callisto die zwanger is en dat tijdens het baden niet kan verbergen. De nimfen die Artemis/Diana begeleidden, moesten net als de godin maagd zijn. Hoewel het Zeus was die de nimf had verleid, doodde Diana haar met een pijl. Zeus veranderde de nimf in een ster en plaatste haar in het sterrenbeeld Grote Beer.

De rituele reiniging en de vruchtbaarheid is in de renaissance overgedragen op de Maagd Maria en de moraal bij taferelen uit de oudheid is weinig meer dan een excuus om vrouwelijk naakt af te beelden.

Van verschillende Godinnen die in februari meehielpen de aarde weer vruchtbaar te maken, is niet meer dan de naam overgebleven, en zelfs die is soms twijfelachtig. Zo heeft men een Godin Spurke gereconstrueerd uit vele verwijzingen naar een reinigingsfeest in februari dat in Duitsland o.a. SpŲrkel of Sporkel werd genoemd. Door het Concilie van Leptines (745) werd dit feest Spurcalia genoemd en als heidens feest veroordeeld. De oude naam voor februari, Sprokkkelmaand, geeft aan dat het Sporkelfeest ook in de Nederlanden bekend is geweest.

Vrouwenmaand

In de middeleeuwen bleef het respect voor de Godin nog eeuwenlang aan de maand februari verbonden. De Maagd Maria werd daarbij als dekmantel gebruikt om de verschillende feesten een christelijke wending te geven. Lichtmis werd aangeduid als Vrouwendag. In Duitsland was Frauentag een gebruikelijke naam, terwijl februari Weibermonat werd genoemd. Natuurlijk kan hier Onze Lieve Vrouwe mee bedoeld zijn, maar voor de naam Altweibermonat, die evenvaak gebruikt werd, is dat minder waarschijnlijk.

Het was in de middeleeuwen gebruikelijk de Godin, met name in haar relatie tot het graan, aan te duiden als die Alte of das alte Weib. Hier te lande werd de laatste garf van de graanoogst het Olle Wief genoemd. Vaak werd een poppetje gemaakt van het laatste graan om de kracht van het Olle Wief te bundelen en te bewaren tot na de winter, waarna de Godin, als vruchtbare jonge vrouw, de kracht van het graan opnieuw tot leven zou brengen.

De verering van de Godin in februari uitte zich ook in speciale voorrechten die vrouwen in deze tijd genoten. Waarschijnlijk is Vrouwendag ook letterlijk in die zin op te vatten als een dag voor vrouwen, terwijl Weibermonat de maand voor alle vrouwen was. De meervoudsvorm sluit een verwijzing naar Maria in feite uit.

In Engeland werd Lichtmis ook wel aangeduid als Wives-Feast-Day. Op bepaalde feesten in deze tijd waren het de vrouwen die het voor het zeggen hadden.

In Westfalen dansten de vrouwen op Lichtmis in het zonlicht met een vliertwijg in de hand. Elke man die zich te dichtbij waagde werd met deze twijgen verdreven. In het Rijngebied wordt de donderdag voor Vastenavond nog steeds Altweiberdonnerstag genoemd.

In Vlaanderen wordt de zaterdag wel Vrouwkenszaterdag genoemd. Overdag vermaakten de vrouwen zich en pas later op de avond werden de mannen hierbij toegelaten. In Sittard wordt dit het Aldewieverbal genoemd. De vrouwen gaan als oude wijven verkleed en gemaskerd naar het bal en zeggen alles wat hen voor de mond komt.

De optocht der geesten

Tijdens de Parentalia, 13-21 februari, werden in Rome, zoals gezegd, de goddelijke voorouders en de goddelijke geesten, vereerd. Dit feest werd besloten op 22 februari met de Caristia, waarbij men op de familiegraven bijeen kwam om de overledenen met een dodenmaal te eren. Een lege stoel was voor de doden gereserveerd.

In de pagina over Samhain hebben we beschreven hoe dit feest gekerstend werd tot Sint Petrus' Stoeldag, maar het geloof in bovennatuurlijke wezens die de grens tussen leven en dood of tussen mens, dier en vegetatie overschrijden, verdween niet.

In de renaissance zijn wezens uit het schemergebied tussen deze en de andere wereld talloze malen afgebeeld. Op de foto rechtsboven twee Groene Mannen op de gevel van het stadhuis in Sevilla, die we al eerder noemden. De foto linksboven toont de Fontein van het Orgel, voltooid in 1577, in de tuin van Villa d'Este in Tivoli. In de villa en de tuin zijn talloze wonderlijke wezens te zien. Op de Fontein van het Orgel zijn vier naakte vrouwen afgebeeld. Hun bovenlichaam is dat van een mens, maar hun benen eindigen in twee om elkaar gedraaide staarten.

Door de eeuwen heen is Sint Petrus'Stoeldag gevierd als een voorbode van de lente. Er werden optochten gehouden, waarbij vaak de winter als een stropop werd meegevoerd en verbrand. Met bellen, klokken en alles wat geluid kon maken, werd de levenskracht gewekt. Er werden Sint Pietersvuren gebrand en vaak werd de ploeg rond de akkers getrokken om de aarde voor te bereiden op het nieuwe seizoen.

In Grouw (Friesland) ging het Sint Pietersfeest een opmerkelijke alliantie aan met de Sinterklaasgebruiken die elders gevierd worden. Sint Pieter rijdt daar op 22 februari op een schimmel rond en deelt geschenken en pieterskoeken uit.

De Germaanse dodencultus vertoonde veel overeenkomsten met de Romeinse pietas en de februarifeesten ter ere van de overledenen lagen dan ook in het verlengde hiervan. De magische kracht die aan de doden werd toegeschreven, werd ingeroepen om de akkers te reinigen en weer vruchtbaar te maken. Om de doden daarbij behulpzaam te zijn, werd de wereld opnieuw op haar kop gezet.

De geestdrift waarmee het volk zich op het omkeren van alle waarden en normen stortte, baarde de kerkelijke autoriteiten grote zorgen. De Lupercalia werden verboden, de Caristia werden gekerstend tot Petrus' Stoeldag, maar het was niet afdoende. Sint Petrus' Stoeldag werd verplaatst naar 18 januari, maar men bleef, met name in AntiochiŽ, het feest op de oude dag vieren en in 1558 erkende Paus Paulus IV noodgedwongen beide dagen als kerkelijke feestdag. Sindsdien is 18 januari Sint Petrus' Stoel te Rome en 22 februari Sint Petrus' Stoel te AntiochiŽ.

Carnaval

Al in de vierde eeuw had de kerk een poging ondernomen de uitbundige februarifeesten en lentevieringen in te dammen door het instellen van een vastentijd. Eerst waren dit enkele dagen, maar in de zevende eeuw waren dat er al 40 geworden. Als voorbereiding op het Paasfeest, waarop de Heiland zijn leven voor de mensheid gaf, diende elke christen 40 dagen te vasten, de zondagen niet meegeteld. Aswoensdag was de eerste dag van deze vastentijd, die duurde tot de zaterdag vůůr Pasen. Omdat de paasdatum is gekoppeld aan de zondag na de volle maan na 21 maart kan Aswoensdag vallen tussen 4 februari en 10 maart. Vastenavond, de vůůravond van de vastentijd, was de laatste gelegenheid om zich te buiten te gaan aan dans, zang, eten en drinken. De bijnaam Vette Dinsdag is veelzeggend. Later kwamen er een Vette Maandag en een Vette Zondag bij.

Al snel werd de hele week vůůr Aswoensdag als Vastenavond bestempeld. Op elk van deze dagen konden feesten en optochten georganiseerd worden. In de optochten liepen gemaskerde en als dier vermomde figuren mee, waarin het niet moeilijk is de geesten te herkennen die in de heidense dodencultus zo'n grote rol speelden. De schepen en wagens die in de optochten werden meegevoerd, zijn een voortzetting van de voertuigen waarop een beeld van de God of de Godin werd meegedragen. In de middeleeuwen werd een narrenschip op wielen vaak wekenlang, soms maandenlang, rondgevoerd door heel Europa.

Vaak werd de strijd tussen zomer en winter uitgebeeld, waarbij de winter werd verslagen, verbrand, opgehangen, in het water gegooid of begraven. In Duitsland werd dit vanouds het begraven van de Vastenavond genoemd. In Roermond wordt tijdens het carnavalsfeest een pop meegevoerd die Bacchus voorstelt. Ter afsluiting van het feest wordt deze pop in de Roer verdronken.

Vanaf 1968 begint de vastentijd niet meer op Aswoensdag, maar op de zondag erna en het voorgeschreven vasten is voor de katholieken teruggebracht tot 1 dag, namelijk Goede Vrijdag, maar Vastenavond, tegenwoordig Carnaval geheten, bestaat nog steeds.

De viering in de grote steden is in de huidige vorm pas in de vorige eeuw populair geworden. De relatie met wat voor religie dan ook zal velen ontgaan, maar voor een goed verstaander zijn de geesten, verkleed als duivel, heks, wolf, schaap of in wat voor vermomming dan ook, nog steeds aanwezig.

Het Tropenmuseum in Amsterdam verzorgde in 2005 een tentoonstelling over het thema Het Kwaad. Bovenstaande foto's zijn daar genomen. Links houten maskers van heksen voor de carnavalsfeesten in Eppingen, Duitsland, gemaakt in de 20e eeuw en voor de tentoonstelling geleend van het Musee International du Carnaval et du Masque in Binche, BelgiŽ.

Rechts daarvan de kleding en het masker van Lucifer voor de Diabladadans tijdens het carnaval in het Andes hooggebergte in Peru, gemaakt rond 1980. Door toedoen van de Spaanse veroveraars werd de berggod van de Andes-Indianen tot de christelijke voorstelling van de duivel, al bleven de indianen hem als de berggod zien.

Op de derde foto van links een masker van hout en bot, gemaakt in Mexico rond 1950 en tijdens carnaval gedragen in maskerdansen.

Op de foto rechtsboven een duivelsmasker van papier-machť, gemaakt rond 1950 in Mexico om gedragen te worden tijdens het carnaval en bij andere gelegenheden.

Op de foto rechts de traditionele carnavalskleding die in Hongarije werd gedragen, gemaakt in de 19e eeuw en tentoongesteld in het Etnografisch Museum in Boedapest. Gemaskerde dansers verkleedden zich als kip of een andere vogel of ander dier en gingen de dorpen en boerderijen af om eieren te zoeken of giften van de dorpelingen te vragen. Wie niets gaf, werd met as en roet bedreigd. Dergelijke carnavalsfeesten waren tot halverwege de 20e eeuw populair in Hongarije.

De oude heidense gebruiken van reinigen en weer vruchtbaar maken door de wereld op haar kop te zetten zijn nog steeds herkenbaar in de carnavalsfeesten. Niet voor niets gaan mannen in de optocht vaak verkleed als vrouwen, kinderen als oude mensen, en is alles anders dan het lijkt. Prins Carnaval en zijn gevolg zijn het schertsbestuur dat uit handen van de burgemeester nog steeds de sleutels van de stad ontvangt, overal waar carnaval gevierd wordt.

Aswoensdag, als begin van de vastentijd, was bedoeld om de heidense gebruiken rond het reinigen en weer vruchtbaar maken van de akker te kerstenen. Kerkgangers kregen met as een kruisje op hun hoofd gestrooid. Deze as was voor boetedoening, werd gezegd, en niet om vruchtbaarheid over te brengen, zoals de as van het joelblok die men over de akkers strooide. Toch nam de priester hiervoor de as van de takken die de vorige zomer de palmpaas (zie de pagina over het Lentefeest) gesierd hadden. Voor het gewone volk was die as net zo magisch geladen met een geheimzinnige kracht als de as van het Midzomervuur of het joelblok.

In Duitsland was het Topfwerfen op Aswoensdag populair. Daarbij werd een met as gevulde pot zo ver mogelijk over de akkers gegooid. Ook dat had weinig met boetedoening uitstaande.

Toen het begin van de vastentijd verschoof naar de zondag na Aswoensdag ontstonden al snel allerlei gebruiken rond deze dag. In Frankrijk liep men met fakkels over de akkers en rond de vruchtbomen, wat deze dag de bijnaam Fakkelzondag heeft bezorgd. In Duitsland waren soortgelijke gebruiken en hier sprak men van Funkensonntag. Er werden brandende wielen van de heuvel gerold en brandende schijven zo hoog mogelijk in de lucht gegooid. Het paar dat het laatst getrouwd was, stak een Funkenfeuer aan, waarover ieder zo hoog mogelijk sprong. De as van het vuur werd na het ploegen en voordat er gezaaid werd over de akker gestrooid.

Gebruiken met betrekking tot krakelingen

Krakelingen speelden in veel feesten tussen Joel en Pasen een rol. De Duitse naam Bretzel is naar analogie van het Engelse bracelet (armband) wel verklaard als offer aan de in deze tijd zo prominent aanwezige doden. Het oorspronkelijke offer van een armband zou later vervangen zijn door hierop lijkende koekjes. Volgens Franz Eckstein (zie het artikel Bretzel in het HandwŲrterbuch des deutschen Aberglaubens) zijn krakelingen eerder te beschouwen als de gulle gaven van de goede doden die vruchtbaarheid en overvloed brengen.

Tijdens de Vastenavondfeesten in Duitsland sloegen jongens in veel plaatsen de meisjes met een levensroede. Ze gingen hiermee door tot de meisjes zich met een krakeling loskochten. In het Schwabenland schonken meisjes op Funkensonntag als teken van genegenheid een krakeling die Funkenring genoemd werd aan een bepaalde jongen. Deze krakelingen werden ook wel aan de bomen gehangen. In andere streken, met name in Baden, waren het de jongens die een bepaald meisje een krakeling schonken, als onderdeel van het overbrengen van een nieuwjaarwens. In MŁnchen ging met nieuwjaar een Bretzelreiter rond die aan iedereen op straat krakelingen uitdeelde. Veel bakkers gaven met nieuwjaar krakelingen aan hun vaste klanten.

Op Sint Sebastiaan (20 januari) stonden overal in Duitsland kramen waarin krakelingen werden verkocht die door de heilige gezegend zouden zijn. Naast elke kraam stond een Bretzelbaum waarin krakelingen gehangen waren. De bakkers voerden tijdens het bakken van de krakelingen een vrolijke dans uit en deelden krakelingen uit aan de muzikanten en omstanders. Waar de strijd tussen zomer en winter in de feestelijkheden werd uitgebeeld, vertegenwoordigde de krakeling altijd de onstuitbare levenskracht van de ontluikende natuur. Tijdens de Lentefeesten in de Palz en het Rijnland verdreven jongeren de winter, met in hun linkerhand een krakeling en in de rechter een houten zwaard.

In het Amsterdams Historisch Museum zijn krakelingen te zien die naar het schilderij Bakker Arent Oostwaard (1658) van Jan Steen zijn gemaakt. Zie de foto hierboven.

De datum van het het Ploeg- en Zaaifeest

Het Ploeg- en Zaaifeest is ontstaan in de tijd toen de verschillende Indo-Europese stammen nog een maankalender hadden. De meeste feesten waren aan de maancyclus gebonden en hadden geen vaste datum. Op welke wijze het Ploeg- en Zaaifeest in de maankalender paste, is niet bekend, maar het is aannemelijk dat deze datum, net als later Vastenavond, ergens in februari kon vallen. Plaatselijk kunnen de data gevarieerd hebben, afhankelijk van klimaat en middelen van bestaan.

Toen de Kelten de Juliaanse kalender overnamen, werd Imbolc op 1 februari geplaatst. Door de kerk werd dit uitgeroepen tot de feestdag van Brigid.

In Witchcraft today (1954), noemde Gerald Gardner het feest February Eve en Brigid en zette het daarom op 1 februari. In What witches do (1971), sprak Stewart Farrar over dit feest als Candlemas en stelde dit op 2 februari. Veel Wicca's en andere moderne heidenen hebben dit overgenomen. Later ontstond de gewoonte het feest Imbolc te noemen en het te vieren op de datum van Lichtmis.

Voor beide data, 1 en 2 februari, is iets te zeggen. In Schotland is 2 februari een van de quarter-days, die het jaar in vieren delen (de andere zijn 15 mei, 1 augustus en 11 november).

Een Imbolcviering voor deze tijd

Imbolc is van oorsprong een Ploeg- en Zaaifeest. Zelfs als je niet over een tuin beschikt, kun je dit een bepaalde vorm geven, zoals we in het door ons uitgewerkte ritueel laten zien. Je kunt graan zaaien in een grote houten kuip of plastic bak en deze op het balkon zetten. Met Lammas kun je dit graan oogsten en het zaad bewaren om het met Imbolc te zaaien. De eerste keer kun je bij een natuurvoedingszaak biologisch geteelde spelt kopen om te zaaien. Spelt is een tarwesoort die al vůůr het begin van onze jaartelling verbouwd werd. Door de as van het joelblok, als je dat hebt gebruikt, over de aarde te strooien, kun je de kringloop van het jaar meer kracht geven.

Imbolc kan ook op een andere manier vorm krijgen. Met Joel kunnen we iets wat is vastgelopen weer op gang brengen. De Imbolcviering is eerder bedoeld om iets wat al eerder op gang is gekomen van alle overbodige franje te ontdoen en er een duidelijk doel aan vast te knopen. Misschien heb je met Joel het goede, maar wat vage voornemen geuit: "Ik wil meer voor mijn medemensen gaan doen." Dan is Imbolc een goed moment om je af te vragen wat je allemaal niet voor je medemensen wilt gaan doen. Je tijd, energie, kennis en vaardigheden hebben nu eenmaal hun grenzen. Bedenk ook wat je wel zou kunnen doen en maak daar een keuze uit. Als je hebt besloten wat je wilt gaan doen, kun je dat uitdrukken in een tekst of handeling waarmee je als het ware je goede voornemen zaait, zodat het vruchten zal afwerpen.

Een ander voorbeeld is dat de groep waarmee je de jaarfeesten viert, met Joel het plan heeft geopperd heilige of heidense plaatsen in Nederland te gaan bezoeken. Met Imbolc kun je dan alle plannen op een rij zetten. Wat wil iedereen en wat wil men niet? Moet het een heidense plaats zijn of mag het ook een kapel of kerk zijn? Wil iedereen een heilige plaats in de natuur, bijvoorbeeld een beekje of bron, of denkt men meer aan een gebouw of voorwerp? Wat wil je op die plek gaan doen en wat hoop je er te leren?

Je kunt er natuurlijk over discussiŽren, maar je kunt ook het lot laten beslissen. Iedereen schrijft bijvoorbeeld de naam van een plaats op die hij of zij graag wil bezoeken. Al deze papiertjes worden bij elkaar gedaan in een mand. Dan schrijft iedereen op wat hij of zij die plaats wil geven. Deze papiertjes gaan in een andere mand. Tenslotte schrijft iedereen op wat hij of zij van die plaats wil ontvangen. Deze papiertjes gaan in een derde mand. Je kunt gewoon iemand een papiertje uit elke mand laten pakken om vast te stellen waar de groep heen gaat, wat je er wilt brengen en wat je er wilt halen.

Je kunt de keuze ook opnemen in een rituele handeling, bijvoorbeeld door driemaal met de klok mee rond te lopen, terwijl iedereen steeds herhaalt: "Heiligdom, heiligdom; winter ga, lente kom!" Herhaling en rijm zijn door de eeuwen heen gebruikt om de magische werking van een handeling te verhogen. De intentie waarmee je de tekst uitspreekt, is belangrijker dan de woorden zelf. Na driemaal rondgelopen te zijn, blijft de groep staan en een groepslid pakt een papiertje uit het eerste mandje. Daarna wordt opnieuw driemaal rondgelopen en een papiertje uit het tweede mandje gepakt. Idem voor het derde briefje.

Bovenstaande handelingen zijn te vergelijken met het ploegen van een voor rond de akkers om het gebied af te bakenen en te reinigen. Wat je nog kunt doen, is dit afgebakende gebied vullen met kracht. In het voorbeeld van de drie papiertjes kun je ze midden in de Cirkel leggen en er omheen dansen, trommelen of chants zingen. Je kunt ook de papiertjes driemaal kloksgewijs doorgeven terwijl iedereen de tekst hardop voorleest om ze op die manier op te laden. Gebruik je eigen creativiteit om een vorm te vinden die het beste uitdrukt wat je wilt zeggen.

Het maken van een Brigitta-kruis

Marian Green leerde Joke tijdens een zomercursus hoe ze een Brigittakruis kon maken.

De betekenis van dit kruis hebben we al uitgelegd. Het vlechten van het kruis activeert de levenskracht van het graan. Om dit kruis te maken, kun je de graanhalmen gebruiken die je het vorig jaar zelf hebt opgekweekt en geoogst met Lammas. Je kunt ook een graanveld in de omgeving zoeken en de eigenaar vragen of je hier wat halmen van mag afsnijden. Elke graansoort is hiervoor te gebruiken.

Op de foto links boven is een kruis van haver afgebeeld. Hang de halmen ondersteboven op een warme plek tot ze goed droog zijn. Voordat je het kruis gaat vlechten, leg je de halmen een uur in lauw water. Ze zijn dan wat soepeler en breken niet zo snel.

Om het kruis te maken, heb je stevig garen, een schaar en rood lint nodig. Knip alle halmen op gelijke lengte af en leg ze op een handdoek op de tafel. Vouw het stro van vier aren dubbel en leg twee halmen in elkaar, zoals op de tekening rechts bij figuur a is aangegeven.

Vouw de derde aar hier omheen (fig. b) en steek dan de vierde door de lus van de eerste (fig. c). Schuif de vier aren zo strak mogelijk in elkaar en ga dan met de klok mee er verder omheen, steeds een nieuwe aar toevoegend (fig. d) tot je vindt dat het kruis groot genoeg is. Let erop dat de halmen allemaal even lang worden. Hou de aar op dezelfde hoogte als de aren die je al gevlochten hebt en buig de stengel dan om. Wat dan nog uitsteekt van de halm kun je afknippen.

Bedenk dat je van binnen naar buiten werkt en dat je dus steeds langere halmen nodig hebt. Vouw de eerste halmen dus niet precies dubbel, maar laat de halm een eindje uitsteken voorbij de aren. Hou het kruis stevig vast tijdens het vlechten en schuif elke halm strak tegen de vorige. Bind de aren in vier bosjes en doe hier een rood lint met een strik om. Laat het kruis drogen en gebruik het als versiering bij het Imbolcritueel, bijvoorbeeld door het boven je altaar te hangen.

Het maken van krakelingen

In het voorgaande hebben we de rol van de krakeling als brenger van vruchtbaarheid en overvloed beschreven. In plaats van koekjes kun je tijdens het Imbolcritueel krakelingen nemen. Om fijn brooddeeg voor krakelingen te maken heb je het volgende nodig:

- 500 gr witte tarwebloem
- 1 1/2 zakje gedroogde gist of 40 gr verse gist
- 50 gr suiker
- 2 theelepels zout
- 2 dl lauwe melk
- 1 ei
- 100 gr zachte boter
- geraspte schil van 1 citroen
- suiker en kaneel

Doe de bloem in een kom en maak een kuil in de bloem. Strooi hierin de gist en een theelepel suiker. Strooi het zout op de rand van de bloem, zo ver mogelijk bij het kuiltje vandaan. Roer de lauwe melk in het kuiltje. Roer steeds wat bloem mee en meng tot er in het kuiltje een dikke brei is ontstaan.

Er blijft dus een rand bloem met het zout over. Laat dit een half uur rijzen, zoals beschreven in de pagina Wierook, wijn, brood, gewaad. Dit voordeeg is nodig omdat er boter in het recept wordt gebruikt en de gisting door het vet minder gemakkelijk plaats vindt. Voeg het ei, de boter, de rest van de suiker en de geraspte citroenschil toe. Meng alles met een houten lepel door elkaar tot dit niet meer mogelijk is. Kneed het deeg daarna nog 10 minuten. Neem nu telkens een stukje van het deeg en rol dit met twee handen tot een sliert. Bestrooi voordat je hieraan begint je werkblad met kaneel en suiker en rol hier de deegslierten in uit. Leg het deeg in de vorm van een krakeling op het bakblik. Laat het deeg rijzen tot het dubbele volume is bereikt. Bak de krakelingen in 15 Š 20 minuten in een oven van 220 graden celcius. Haal ze direct na het bakken van het bakblik en laat ze afkoelen op een rooster.

Imbolc worstenbroodjes

Imbolc is niet alleen een feest van reiniging, maar ook een uitbundige viering van de levenskracht die de winter heeft doorstaan. Veel eten en drinken is een uiting van deze levenskracht. Met name tijdens de Vastenavond werd aan dit aspect de nodige aandacht besteed.

In de middeleeuwen waren er in veel plaatsen worstomgangen, waarbij iedereen probeerde de anderen de loef af te steken door een een zo groot mogelijke worst te maken. In 1576 werd in KŲnigsberg in Oost-Pruisen door 100 mannen een worst door de straten gedragen van 1000 el (690 meter) lengte, die meer dan 900 pond (450 kg) woog. Op verschillende plaatsen is deze traditie blijven bestaan.

In Boxmeer (Noordbrabant) wordt nog steeds op de laatste maandag vůůr de vasten de Koning van de Metworst gekozen. De traditie is terug te voeren tot 1740, het jaar van de oprichting van Vereniging De Metworst, maar is waarschijnlijk veel ouder. 's Morgens vroeg worden alle inwoners van Boxmeer opgetrommeld en gaan naar de bakker om worstenbroodjes te kopen. De winnaar van een na het ontbijt van worstenbroodjes gehouden paardenrace, Metworstrennen genoemd, krijgt de titel Koning van de Metworst. Bij de Wilhelminaboom ontvangt hij een metworst van zeven ellen lang, twee wittebroden, twee vaten bier en een halve varkenskop. In 2014 namen 16 ruiters aan de Metworstrennen deel.

Tot de jaren zestig werd hiermee op een wagen rondgereden langs alle landgoederen en ook driemaal rond de molen. Tegenwoordig volgt men een kortere route, maar het gebruik als zodanig bestaat nog steeds, in ere gehouden door de Metworstvereniging.

Als je na het ritueel worstenbroodjes wilt eten, kun je het volgende recept voor 8 broodjes nemen:

- 250 gr volkorenmeel
- 1/2 zakje gedroogde gist of 25 gr verse gist
- 50 gr boter
- 3 1/2 dl water
- 1 eetlepel zout
- 300 gram rundergehakt, lamsgehakt of half om half
- 1 bruine boterham
- 1 ui
- 1 ei
- zout en peper naar smaak

Kneed een deeg zoals in de pagina Wierook, wijn, brood, gewaad is beschreven en laat dit rijzen. Maak ondertussen de vulling van het gehakt, de verkruimelde boterham, de fijngehakte ui, het ei, zout en peper. Vorm hier 8 rolletjes van. Als het deeg gerezen is (na ongeveer 1 uur), verdeel je het in 8 stukjes. Deze rol je uit tot een ovaal deeglapje. In het midden van elk lapje leg je een gehaktrolletje. Sla de zijkanten naar binnen over het gehakt heen en rol het dan op. Maak de randen nat met water en druk ze stevig aan. Leg de broodjes op de ingevette bakplaat met de naad naar onderen. Bestrijk de broodjes met losgeklopt ei en bak ze op 200 graden C in 20 minuten gaar en bruin.

Imbolc flensjestaart

Op het Lichtmisfeest werden in Nederland en Vlaanderen traditioneel pannenkoeken gegeten, reden waarom deze dag ook wel O.L.Vrouw-schud-de-panne werd genoemd. Tijdens de reformatie werd de Lichtmisviering in Noord-Nederland afgeschaft en raakte het feest in onbruik. In feite is het een heidens gebruik om tijdens ploeg- en zaaifeesten uitbundig te eten. De pannenkoeken, gebakken van het meel van het vorige jaar, drukken vruchtbaarheid en overvloed uit. Overvloed bij het zaaien geeft overvloed bij het oogsten.

Wie deze heidense traditie wil voortzetten, kan een flensjestaart bakken voor na het ritueel. Je hebt hiervoor nodig:

- 50 gr boekweitmeel
- 50 gr volkorenmeel
- 50 gr bloem
- 2 eieren
- 3 dl melk
- snufje zout

Van dit beslag bak je de flensjes. Doe op het eerste flensje een laagje jam, op de volgende zonnebloempitten, gemengd met wat suiker, dan kwark, gemengd met rozijnen en dan weer jam. Ga zo door tot alle flensjes op zijn en doe poedersuiker op het bovenste flensje.

Sinaasappelwijn

Tijdens het ritueel kun je sinaasappelwijn drinken. De sinaasappel symboliseert uiteraard de zon die vanaf Joel weer aan kracht wint. Vooral in deze tijd van algemene vermoeidheid, griep en verkoudheid is dit een welkome gedachte. Je hebt voor deze wijn nodig:

- 12 sinaasappels
- 1 1/2 kg suiker
- 1 theelepel gistvoedingszout
- 1 theelepel pecto-enzym
- 3 1/2 liter water
- giststarter

Maak ťťn dag van tevoren een giststarter, zoals beschreven in de pagina Wierook, wijn, brood, gewaad. Schil 6 sinaasappels met een sinaasappeltrekker. Let op dat je geen wit meeschilt. Giet 2 liter kokend water op de schillen en los het gistvoedingszout erin op. Laat dit 24 uur staan. Zeef het vocht eruit en doe dit in een 5-literfles. Los de suiker op in 1 liter kokend water. Als dit voldoende is afgekoeld, kan dit ook in de fles, evenals het pecto-enzym. Snij alle sinaasappels door en pers ze uit. Doe het sap bij de andere ingrediŽnten in de fles. Voeg de giststarter toe en vul aan met koud water.

Gemberdrank

Gember wordt gewoonlijk tot het element vuur gerekend, een kracht die je met Imbolc goed kunt gebruiken. Voor na het ritueel kun je een verwarmende gemberdrank maken. Je hebt hiervoor nodig:

- 1/2 liter water
- 200 gr gekonfijte gember
- 3 eetlepels gembersiroop
- 250 gr suiker
- 1 citroen
- 2 sinaasappels

Schil 1 sinaasappel heel dun, zonder het wit mee te schillen. Breng het water aan de kook, snij de citroen door en voeg de hele citroen, de schil van de sinaasappel, de gembersiroop en de fijngehakte gemberbolletjes toe. Laat dit ongeveer 30 minuten trekken. Zeef de vloeistof. Pers de 2 sinaasappels uit. Voeg het sap bij de vloeistof, samen met de suiker. Verwarm dit opnieuw, giet het in een hittebestendige glazen kan en hou het op een theelichtje warm.

Negenderlei reinigingskruid

In de Germaanse landen is door de eeuwen heen het negenderlei kruid populair geweest en gebleven. Hieronder werd verstaan een mengsel van 9 verschillende kruiden die samen gebruikt werden. Welke kruiden dat waren kon plaatselijk verschillen, maar onveranderlijk waren het 9 geneeskrachtige kruiden die ter plekke in het wild groeiden en goed harmoniŽerden.

De 9 is in de getallenleer van vele volksgebruiken het meest volmaakte getal. Naast het negenderlei kruid speelde het negenderlei hout in volksgebruiken een grote rol. Daarbij werden bepaalde rituele en magische voorwerpen gemaakt met het hout van 9 verschillende bomen. Welke bomen dat waren, kon plaatselijk variŽren. Aan elk van deze bomen werd een bepaalde magische kracht toegeschreven en in het negenderlei hout werden deze krachten gebundeld.

Het negenderlei kruid werd vooral gebruikt voor reiniging en afweer tegen kwade invloeden, soms ook voor het opwekken van vruchtbaarheid. Het werd als badkruiden gebruikt, of in een krans verwerkt, maar ook werd het verbrand. Reiniging met het negenderlei kruid past goed bij de aard van Imbolc, maar kan ook bij de andere feesten gebruikt worden.

Om een negenderlei kruid te branden kun je er het beste een bundel van maken. Pluk zomers de volgende kruiden: bitterzoet, O.L.Vrouwe bedstro, boerenwormkruid, bijvoet, korenbloem, valeriaan, Sint-Janskruid (Hypericum perforatum), duizendblad en kamille. Hang alle kruiden in bosjes op. Als ze goed droog zijn, maak je er als volgt een bundel van. Leg de kruiden om en om met de bloemen naar boven en naar onderen en maak er een stevig bosje van. Doe de bijvoet aan de buitenkant voor de stevigheid. Wind katoengaren nr 8 hier stevig omheen. Ga daarbij verscheidene malen kruiselings van boven naar beneden en weer terug. Leg een knoop in de draad en knip onder- en bovenkant van de bundel gelijk af. Het kan soms even duren voordat de bundel goed brandt. Je kunt voor het aansteken een kaars gebruiken en de bundel in je hand houden of hem op een schaal of in een keteltje neerleggen. Hou een kom water bij de hand als je de bundel wilt doven. Als je het restant droogt, kun je dit later opnieuw aansteken.

Je kunt ook gelijke hoeveelheden van de volgende kruiden nemen: munt, citroenmelisse, rozemarijn, lavendel, salie, laurierblad, tijm, marjoraan en dragon. Je kunt de kruiden zomers kweken en hiervan een bundel maken, zoals hiervoor beschreven. Doe daarbij de salie aan de buitenkant voor de stevigheid. Je kunt de kruiden ook kopen in een kruidenwinkel, maar dan zijn het alleen de blaadjes zonder de stengels en daar kun je geen bundel van maken. In dat geval kun je de kruiden los branden. Leg daarvoor wat papier en kleine takjes in een ijzeren of koperen schaal of keteltje en steek dit aan. Als dit goed smeult, kun je de kruiden hierop branden. Pas op dat je het vuur niet dooft door teveel kruiden ineens erop te gooien.

Jezelf reinigen kun je ook doen door een bad te nemen voordat je met het ritueel begint. Met Imbolc kun je hier extra aandacht aan besteden door een reinigingsbad met het negenderlei kruid te nemen. Hiervoor kun je de volgende kruiden gebruiken: bijvoet, munt, basilicum, tijm, venkelzaad, lavendel, rozemarijn, hyssop en valeriaan. Neem van elk kruid 1/2 eetlepel. Doe dit in een zakje of een stuk van een panty. Bind het dicht en laat het trekken in kokend water. De genoemde 9 kruiden kunnen eveneens op de hiervoor beschreven wijze gebrand worden.

Imbolc-wierook

Als in het ritueel het negenderlei kruid wordt gebrand, kan het beste een eenvoudige wierook worden gebruikt. Neem hiervoor 1/2 eetlepel van de basiswierook of een van de andere wierookrecepten in de pagina Wierook, wijn, brood, gewaad.

Versiering van de ruimte

Als je een Brigittakruis hebt, kun je dit boven het altaar hangen. De versiering van de ruimte kan zeer sober zijn, passend bij het reinigende aspect van dit feest, of zo uitbundig als de opwekking van de levenskracht na de winterslaap. Een bakje met sneeuwklokjes of takjes toverhazelaar (zie de foto rechtsboven) kunnen op het altaar worden gezet.

Voorbereiding voor het ritueel

Midden in de Cirkel staat een bak gevuld met aarde. Je kunt hiervoor ook een grote plastic ketel gebruiken. Een schaaltje met de as van het joelblok van het vorige ritueel en een schaaltje met graankorrels staan ernaast. Een bosje graanhalmen ligt voor het altaar. Wijn en een schaal krakelingen zijn aanwezig. Er is een trommel om de handelingen ritmisch te begeleiden.

Het ritueel

PS en P zijn de priesteres en priester die het ritueel leiden. De Cirkel wordt volgens het basisritueel getrokken. Als iedereen met water en wierook is gezegend en in een kring staat, wordt elk groepslid met het negenderlei kruid gereinigd. Daarbij zijn verschillende varianten denkbaar. Een groeplid geeft de brandende bundel of ketel met het negenderlei kruid aan elk van de anderen, die zichzelf met de rook reinigt door de bundel of ketel een paar keer om zichzelf heen te bewegen. Een andere mogelijkheid is dat iemand de bundel of ketel vast blijft houden en dat elk van de anderen met beide handen rook schept en over zijn of haar hoofd en schouders naar achteren werpt. Een derde mogelijkheid is dat de groepsleden paarsgewijs elkaar reinigen. Na de reiniging worden de vier windrichtingen aangeroepen en wordt de Cirkel verder zoals gebruikelijk volgens het basisritueel getrokken. Iedereen gaat in een kring zitten. PS zegt:

Vanavond vieren we Imbolc, vanouds een ploeg- en zaaifeest, verbonden met de reiniging van de aarde en de terugkeer van de vruchtbaarheid van de natuur om het nieuw gezaaide graan te laten ontkiemen. Het is nog winter en vaak is het rond deze tijd guur en koud, maar toch bereiden we ons nu al voor op de komende zomer, want als we straks willen oogsten, dan zullen we nu al de voorbereidselen moeten treffen. Laten we hier een moment bij stilstaan. Denk eens na wat Imbolc voor jou persoonlijk betekent. Denk aan een doel dat je wilt bereiken in de toekomst en denk erover na wat je er nu al voor moet doen om dat doel te bereiken.

De groep mediteert een moment over deze woorden. Daarna gaat iedereen staan. PS pakt de schaal met as en zegt:

Onze Moeder de Aarde geeft van haar overvloed
Ook dit jaar zullen wij niets tekort komen

Ze strooit de as van het joelblok over de aarde in de ketel. P zegt:

Onze vader het Graan geeft al wat hij heeft
Zijn lichaam is ons voedsel
Zijn dood is ons leven

Een van de aanwezigen pakt de schaal met tarwekorrels en gaat ermee rond. Iedereen neemt er een aantal korrels uit. P spreekt een wens uit en legt dan een paar korrels op de aarde in de ketel. De persoon links van hem doet hetzelfde, daarna de volgende. Als iedereen een wens heeft uitgesproken, doet P een tweede wens en legt wat korrels op de aarde, waarna de anderen hem navolgen. Iedereen doet hierna een derde wens en strooit daarbij de laatste graankorrels op de aarde. Daarna gaat een van de aanwezigen met de graanhalmen rond en geeft ieder drie halmen. Alle aanwezigen, behalve PS, geven elkaar een hand, waarbij ze de drie aren tussen hun samengevouwen handen houden. De groep begint deosil de cirkel rond te lopen en herhaalt daarbij, terwijl met de trommel de maat wordt aangegeven:

Groei! Groei! Groei!

Als de trommel stopt en de groep stil blijft staat zegt PS:

Groei als de eerste zonnestraal van de nieuwe dag!
Groei als de bron die een rivier wordt!
Groei als de wassende maan!

P zegt:

Aanvaard ons offer en ontkiem!

Iedereen gooit ťťn halm naar de ketel met aarde. De andere twee halmen houdt iedereen nog bij zich. De groep geeft elkaar weer de hand en begint weer te lopen en op de maat van de trommel het "Groei! Groei! Groei!" te herhalen. Als de groep weer stilstaat, zegt PS:

Groei als het zaad dat de aarde in zich opneemt!
Groei als de halm die zich aan ons toont!
Groei als het graan dat de Goden ons schenken!

P zegt:

Aanvaard ons offer en ontkiem!

Iedereen gooit een tweede halm in de ketel, waarna de groep weer rondloopt en op de maat van de trommel het "Groei! Groei! Groei!" herhaalt. PS zegt als de groep weer stilstaat:

Groei als het vertrouwen dat ons allen verbindt!
Groei als het evenwicht waar wij allen naar streven!
Groei als de kracht waaruit wij allen putten!

Iedereen gooit de laatste halm nu in de ketel. P zegt:

Zoals de aarde, zo ook wij!
Zoals wij, zo ook de aarde!

PS zegt:

Zo moet het zijn! (3x)

Iedereen gaat nu zitten. PS (of een ander groepslid) zegt:

Ga gemakkelijk zitten. Sluit je ogen. Haal een paar keer diep adem. Voel hoe de adem je longen en je buik vult. Hou je adem een paar seconden vast en laat hem dan weer rustig ontsnappen. Ontspan je bij het uitademen. Je loopt door een bos. Je ziet een enkele den of spar, maar er staan overwegend berken, eiken en beuken. De takken zijn kaal en hun mooie, grillige vormen doen je aan wortels denken. Het is vroeg in de ochtend. De zon is nog maar net op en het is kil, dus je trekt je jas wat dichter om je heen. Het heeft licht gevroren en hier en daar zijn de takken wit gerijpt, maar de zon begint het ijs te smelten.

Je bereikt de rand van het bos en staat voor een net omgeploegde akker. Het verbaast je hoe diep de voren zijn, zo diep dat je de bodem niet kunt zien. Het lijkt wel of een reus het veld heeft omgeploegd. Als je nieuwsgierig geworden dichterbij komt en over een van die voren buigt, vallen kluiten aarde naar beneden. Je bent bang te vallen maar je overwint je angst, want je voelt dat je door die diepte wordt aangetrokken. Voorzichtig ga je stap voor stap naar voren. De aarde begint onder je voeten weg te zakken en je verliest je evenwicht en glijdt langzaam maar zeker de diepte in. Het wordt donker om je heen en alle geluiden verdwijnen, alle behalve het bonzen van je eigen hart.

Je probeert je armen en benen te bewegen, maar je bent aan alle kanten door de aarde ingesloten, zo innig ingesloten dat het is of je ermee vergroeit bent. Je voelt de aarde bewegen, heel langzaam en regelmatig, als het kloppen van een hart. Je voelt water stromen door spleten in de aarde. Of is het je eigen bloed dat door je aderen stroomt? Je weet niet waar jij ophoudt en waar de aarde begint, maar het doet er niet toe. Je sluit je ogen en geeft je over aan het veilige gevoel van geborgenheid en warmte. Niemand kan je hier bereiken, niemand vraagt iets van je. Hier zijn geen dagen en geen nachten, geen zomer en geen winter, hier is alles altijd hetzelfde. Het water stroomt langzamer en langzamer en blijft achter in kuilen en spleten waar het langzaam wegzakt. Het kloppen van je hart gaat trager en trager tot je tenslotte geen enkele beweging meer voelt. Alles is zoals het altijd geweest is en zoals het altijd zal zijn. Alles is ....... Alles is .......

De aarde gaat boven je open en je schrikt. Je voelt je naakt, onbeschermd, verblind door het plotselinge licht. Tegelijk voel je dat het een bevrijding is, dat je je weer kunt bewegen, dat je weer kunt ademhalen, dat je je hart weer voelt kloppen. Je krabbelt overeind, rekt je uit en kijkt naar boven. Je ziet een bol van licht naar beneden komen in jouw richting, maar je bent niet bang en je strekt zelfs verlangend je armen ernaar uit. Het licht neemt je in zich op en vervult je met intense vreugde zodat je begint te dansen. Alles beweegt, niets is zoals het ooit geweest is; niets blijft zoals het is. Alles beweegt, sneller en sneller. Je raakt buiten adem, maar je kunt niet stoppen. Je armen en je benen bewegen vanzelf, sneller en sneller. Het licht om je heen verandert voortdurend van kleur en je geeft je eraan over tot die bal van licht in een fontein van kleuren uiteenspat.

Je ligt voorover op het zachte mos. Je opent je ogen en tilt je hoofd op. Om je heen zie je berken, eiken en beuken. De takken zijn kaal en doen je aan wortels denken. Het is koud en je trekt je jas dichter om je heen. Als je doorloopt kom je al gauw aan de rand van het bos en bereikt een net omgeploegde akker. Een boer loopt niet ver van je af en gooit zaad uit een zak die hij bij zich heeft in de voren. Je wilt op hem toe lopen, maar van rechts, net op de grens tussen het bos en de akker, zie je vier vrouwen naderen die een kistje op een baar tussen zich in dragen. Als ze blijven staan loop je op ze toe en vraagt wat ze bij zich hebben.

"De Godin," zegt een van hen.
"Een beeld van de Godin zeker ?" veronderstel je.
"Nee," zegt de vrouw. "De Godin zelf."
"Mag ik haar zien ?" vraag je.
De vrouwen zetten de draagbaar neer en een van hen opent het kistje. Het is tot de rand gevuld met aarde.
"Waar is de Godin ?" vraag je. "Daaronder?".

Terwijl je het vraagt, besef je dat de Godin de aarde zelf is en beschaamd sla je je ogen neer. De vrouwen sluiten het kistje, nemen de draagbaar weer op hun schouders en vervolgen hun weg rondom de akker. Je slaat ze een tijdje gade en besluit dan terug te gaan naar het bos, maar voordat je dat doet, raap je een kluit aarde op en stopt die in je zak. Zo zul je de Godin altijd bij je hebben.

Je loopt door het bos tot je de plaats hebt bereikt waar je begonnen bent. Je gaat op de grond zitten en je komt langzaam terug in deze ruimte. Je voelt je prettig en ontspannen. Je opent je ogen, rekt je uit en kijkt om je heen.

PS schenkt wijn in een beker, pakt de schaal met krakelingen en zegt:

Ik zegen deze wijn en deze krakelingen uit naam van de Oude Goden.

Ze neemt een slok wijn en geeft de beker met een kus aan P, waarbij ze zegt:

Blessed be!

P neemt een slok en geeft de beker met een kus en de wens "Blessed be!" aan de vrouw die links van hen staat. De vrouw neemt een slok en geeft de beker door. Daarna hetzelfde met de koekjes.

Hierna wordt de Cirkel op de gewone manier afgesloten.