Midzomer

Net als het heidense Lentefeest opging in de Paasviering, kwam het Midzomerfeest in de schaduw te staan van Sint Jan. Daarmee had het feest echter allerminst zijn heidense karakter verloren.

De essentie van Midzomer

Midzomer is de langste dag van het jaar. De zon staat op het hoogste punt. Het is een keerpunt, net als Midwinter. Bij het vieren van dit keerpunt was de traditie, die het feest op 24 juni had bepaald, belangrijker dan de wetenschap dat het solstitium hier in de loop der eeuwen steeds verder van afdwaalde. Het Sint-Jansfeest heeft vanaf de zesde eeuw midzomergebruiken naar zich toe getrokken en ertoe bijgedragen het Midzomerfeest door de eeuwen heen op dezelfde datum te houden.

Ook bij andere gelegenheden komen sporadisch midzomergebruiken voor, maar in heel Europa is 24 juni altijd de belangrijkste datum geweest en gebleven. In de Middeleeuwen besloeg het Midzomerfeest vaak enkele dagen. In delen van Duitsland werd de Johanneswoche na Sint-Jansavond gevierd.

Het Midzomerfeest is een vreugdevol evenement, in afwachting van de oogst die op de akkers staat te rijpen. Het is tegelijk een bezinning op het feit dat de dagen niet verder lengen en de omslag naar de winterperiode hier al wordt ingezet.

Het lengen der dagen stopt en toch moeten de gewassen op de akkers nog een tijd rijpen. In de Midzomernacht werden op veel plaatsen magische handelingen verricht om de vruchtbaarheid van de gewassen te bevorderen. In de buurt van Saalfeld dansten meisjes in de Midzomernacht om de vlasakkers heen en rolden zich daarna naakt over de akker. Op andere plaatsen waren het paren die innig omstrengeld over de akkers rolden.

De Midzomernacht werd alom gezien als een magische nacht. Shakespeares Midsummer Night's dream, waarin Oberon, de elfenkoning, en Titania, de elfenkoningin, hun grote feest houden, sloot aan bij een rijke volkstraditie. Heksen werden in deze nacht, net als in de Meinacht, geacht naar de Blocksberg en vele andere verzamelplaatsen te vliegen om er hun sabbat te houden. De Wilde Jacht werd in de Midzomernacht nogal eens waargenomen.

De kerk heeft enerzijds geprobeerd het Midzomerfeest te kerstenen in de Sint-Jansviering. Anderzijds werd door de eeuwen heen voortdurend gewaarschuwd tegen de gevaren van heksen en demonen die in deze magische nacht maar al te gemakkelijk hun slag slaan.

In het Engels wordt een absurde situatie, waar alles uit de hand loopt, aangeduid als midsummer madness, een uitdrukking die in de tijd van Shakespeare al was ingeburgerd (Twelfth night, III, iv, 61).

Rond het begin van onze jaartelling was de Zonnegod de belangrijkste god in het Romeinse rijk geworden. Hoewel het christendom de Zonnegod verwierp, is de zon door de eeuwen heen een belangrijk gegeven gebleven. De voorgevel van de Santa Maria Novella in Florence, in 1470 gebouwd door Leon Battista Alberti, toont de zon in het hoogste punt van de gevel. Zie de foto's hierboven.

Midzomer en het graan

Hoewel rond Midzomer het graan nog op de akkers staat te rijpen, werd de graanoogst vaak gekozen als embleem voor dit jaargetijde.

Met name in Noord-Afrika, waar de graanoogst wat eerder viel dan in Midden-Europa, werd de zomer met het graan verbonden. De foto linksboven toont een mozaÔek uit het Huis van Dionysos en de Vier Jaargetijden, in de Romeinse kolonie Volubilis in het huidige Marokko, gemaakt tussen 217 en 237 na Chr. In het grote vloermozaÔek worden alle jaargetijden als man en als vrouw afgebeeld met de attributen van dat jaargetijde. De foto toont de Zomervrouw met een krans van tarwehalmen op haar hoofd. De Zomerman (niet afgebeeld) draagt een bundel tarwehalmen in zijn hand.

In Midden-Europa werd de graanoogst meestal in juli geplaatst. ReliŽfs op de deuren van de kathedraal Saint Denis in Frankrijk uit 1140 tonen de maanden van het jaar met de activiteiten voor die periode. Juni is afgebeeld op de foto rechtsboven. Hierop bewerkt een man de grond. Pas in het reliŽf voor juli (zie de pagina over Lammas) is de graanoogst te zien.

Op glas-in-loodramen uit de 13e eeuw in de kathedraal van Chartres zijn de maanden van het jaar afgebeeld met de daarbij horende werkzaamheden op het land. Op de foto linksboven is juni een man die met een sikkel kleine gewassen oogst. Deze maand is foutief gekoppeld aan het zonneteken Leeuw. De foto rechts toont juli, waarin met een zeis graan wordt geoogst.

Voorzover geen maanden werden afgebeeld, maar seizoenen, werd ook in Midden- en Noord-Europa de zomer met de graanoogst verbonden.

Op de foto linksboven een tuinvaas, gemaakt in 1714 door Jacobus Cressant voor de inmiddels verdwenen buitenplaats Elsenburg in Maarssen. Klik op de foto om de hele tuinvaas te zien. Op twee vazen zijn de vier jaargetijden afgebeeld. De zomer wordt vertegenwoordigd door de Godin Demeter (Ceres), omringd door behulpzame cupido's. In haar linkerhand houdt ze een sikkel, in de rechter een bos korenaren. Op haar hoofd een krans van korenaren.

In de tuin van buitenplaats Vreedenhoff in Nieuwersluis staat een vaas met de vier jaargetijden. De eigenaar van de buitenplaats, de heer Lisman, kon ons alleen vertellen dat de vaas rond 1700 is gemaakt en de vier jaargetijden voorstelt. De herkomst van de vaas is niet bekend. Op de foto rechtsboven de zomer. Klik op de foto om de hele vaas te zien. Een gevleugelde cupido houdt een mand met vruchten omhoog naar een jonge vrouw, die waarschijnlijk de godin Pomona, de beschermvrouwe van alle vruchten en vruchtbomen, voorstelt. Een andere cupido houdt vruchten in zijn hand. Links onderaan staat een andere mand met vruchten. Twee kronen op de vaas geven de hoge status van de jaargetijden aan. Een van de kronen is rechts onderaan op de foto te zien.

De vaas in Vreedenhoff verbindt de zomer zoals gebruikelijk met vruchten, maar even vaak werd de zomer aan graanhalmen gekoppeld. Tussen 1760 en 1780 maakte Jan Aelmis drie tegeltablaus met de jaargetijden lente, zomer en herfst. De herfst werd gesymboliseerd door druiven, de lente door bloemen. De afbeelding linksboven toont de zomer. Een landarbeider benadert met amoureuze bedoelingen een meisje. Het werk is gedaan. Naast de man ligt een sikkel en een schoof korenaren. Een lijst in rococostijl omringt het tafereel.

De associatie van zomer met korenaren is door de eeuwen heen blijven bestaan. In 1885 maakte Pierre Cuypers voor het toen nieuwe Rijksmuseum vloerreliŽfs van de vier jaargetijden. Voor de zomer koos hij een bos korenaren. Zie de foto midden boven. De mozaÔeken waren bij een eerdere restauratie van het Rijksmuseum als zijnde ouderwets verwijderd, maar zijn bij de laatste restauratie opnieuw gemaakt naar het ontwerp van Cuypers.

Ook in tuinbeelden werd de zomer tot in de 20e eeuw geassocieerd met graanhalmen en vruchten. Bij de ingang van kasteel De Berckt in Limburg staan vier jonge vrouwen die de jaargetijden voorstellen. Op de foto rechtsboven de zomer, met graanhalmen in haar armen.

De datum van Midzomer

Volgens de Juliaanse kalender viel het zomersolstitium, de langste dag van het jaar, op 24 juni, net als later het christelijke Sint-Jansfeest. Hoewel het solstitium in de loop der eeuwen steeds verder van deze datum ging afwijken, bleef 24 juni aan dit feest gekoppeld. Pas bij de invoering van de Gregoriaanse kalender, in grote delen van Nederland niet eerder dan 1700, werd het zomersolstitium op 21 juni vastgesteld. Tegen die tijd was het Midzomerfeest al zo ingekapseld in het Sint-Jansfeest dat het begrip Midzomer nog steeds wordt verbonden met 24 juni. Het Woordenboek der Nederlandsche taal geeft als omschrijving van Midzomer: "Het midden van den zomer, de langste dag, ook wel 24 Juni, St Jan Baptist."

In het Engels wordt onderscheid gemaakt tussen midsummer, waarmee meestal het zomersolstitium, 21 of 22 juni, wordt aangeduid, en Midsummer Day, waarmee nog steeds uitsluitend 24 juni wordt bedoeld. Als tweede betekenis van midsummer geeft de Oxford English Dictionary: "midsummer = Midsummer Day, June 24th". Midsummer Day was vanouds in Engeland en Ierland een van de quarter-day, waarmee het jaar in vieren werd gedeeld, naast Lady Day (25 maart), Michaelmas (29 september) en Christmas (25 december).

De Gregoriaanse kalender werd, zoals gezegd, pas in 1752 ingevoerd in Engeland en de Engelse koloniŽn en pas vanaf dat moment was 21 juni ook daar de langste dag, maar de Midzomerviering bleef gekoppeld aan de oude datum.

Strikt genomen kan Midzomer het beste op 21 of 22 juni gevierd worden, maar voor het zoeken naar volksgebruiken rond deze viering moeten we ons richten op 23 juni (Sint-Jansavond), de nacht van 23 op 24 juni (Sint-Jansnacht) en 24 juni (Sint-Jansdag). Soms wordt Midzomer gevierd op een vaste weekdag in de buurt van 24 juni. In Finland is dit bijvoorbeeld de zaterdag tussen 20 en 26 juni.

De naam van het Midzomerfeest

De naam Midzomer is vanaf de vroege Middeleeuwen gebruikt in alle Germaanse talen. In het Oudengels werden middum sumere, midde sumeran, middansumer, midde sumor, mide-somer en nog vele andere plaatselijke varianten gebruikt.

In het Middelengels ontstond het gebruik de naam af te korten tot midsumor, midsommer, midsomer en nog vele andere varianten. Dit komt overeen met de gewoonte midewinter af te korten tot midwinter.

Zoals alle Germaanse en Keltische feesten werd Midzomer vanouds op de vůůravond gevierd. In het Oudengels werd hiervoor het achtervoegsel "aefen" of "even" gebruikt, bijvoorbeeld midde sumeran even. In de 13e eeuw werd dit samengetrokken tot "eve" en nog steeds is Midsummer Eve de meest gangbare naam van het feest. Ook Midsummer Night wordt veel gebruikt.

In het Middelnederlands werd gesproken van middesomer, middensomer, middelsomer, medesomer en vergelijkbare varianten. Analoog aan het samentrekken van middewinter tot midwinter werd dit later midsomer en tenslotte midzomer. Het feest werd Midzomeravond (23 juni), Midzomernacht (23-24 juni) of Midzomerdag (24 juni) genoemd.

In enkele andere Germaanse talen vinden we een vergelijkbare samentrekking van "midden" naar "mid". Vaak is de "mid"-vorm al in de vroege middeleeuwen ingeburgerd, zoals in het Oudnoorse midsumar en het Oudijslandse midhsumar. Het Zweedse midsommar, het Deense midsommer en vergelijkbare namen in andere Germaanse talen wijzen op een gemeenschappelijk idee dat het zomersolstitium niet het begin van de zomer is, zoals in onze samenleving, maar het midden. In het artikel over Midwinter hebben we opgemerkt dat dit niet als het midden van een rekenkundige reeks van dagen moet worden opgevat, maar veeleer het gevoel uitdrukt dat de zomer halverwege is nu de dagen weer korter worden.

De namen zomerzonnewende en zomersolstitium zijn nooit ingeburgerd, net zo min als het Engelse summer solstice ooit deel van de spreektaal is gaan uitmaken. In het Middelhoogduits zijn Sunewende, Sunnnenwent, Sunbent, Sonnewenden, en varianten hierop, in de Middeleeuwen wel gebruikelijke aanduidingen. Naast Johannisfeuer wordt Sonnenwendefeuer nog steeds gebruikt.

In zijn overzicht van de Angelsaksische kalender geeft Beda voor juni en juli de naam Litha. In het Oudengels, de taal van de Anglo-Saxons, werd juni aangeduid als Aerra Litha (vůůr Litha) en juli als Aeftera Litha (na Litha). De naam is afgeleid van de Germaanse wortel *hlido, waarmee een helling of berghelling werd aangeduid. Kennelijk is Litha de berghelling die de zon in juni beklimt en in juli weer afdaalt. In Duitsland zelf werd hier echter niet de zonnewende mee aangeduid. Het Oudhoogduitse lita, het Middelhoogduitse lite en het Nieuwhoogduitse Leite betekenen niets anders dan helling.

In het Middelengels komt de naam Litha niet meer voor. Er zijn dus weinig argumenten om het Midzomerfeest aan te duiden als Litha, zoals door sommige moderne heidenen en Wicca's gedaan wordt.

Het Romeinse Midzomerfeest (24 juni)

Bij de Romeinen was het zomersolstitium, 24 juni, gewijd aan Fors Fortuna, een godin die later met de Griekse Tyche werd gelijkgesteld, maar die al vůůr de opkomst van het Romeinse rijk in ItaliŽ werd aanbeden. Fortuna bepaalt het lot van ieder mens en voor- en tegenspoed zijn in haar handen. Daarom is die belangrijke dag waarop de zon stilstaat en zich omkeert aan haar gewijd.

Ze werd gewoonlijk afgebeeld met een hoorn van overvloed in de ene hand en een roer in de andere. Er werd van haar gezegd dat ze niet kon zien en schijnbaar willekeurig de ťťn een fortuin schonk en de ander ruÔneerde. Toch is ze mťťr dan blind toeval. Ze is de oerdrift die het leven in stand houdt en alles wat leeft, prikkelt om nieuw leven voort te brengen.

De foto rechts toont Fortuna samen met de zeegod Pontos. Het marmeren beeld is gemaakt in de 2e eeuw na Chr. voor de havenstad Tomis (het huidige Constanta in RoemeniŽ). De godin was de beschermvrouwe van Tomis en is veel groter afgebeeld dan Pontos, die door de zeelieden vereerd werd. In haar linkerhand houdt de godin een hoorn van overvloed. Haar rechterarm is helaas verloren gegaan.

Als afsluiting van hun bruiloftsfeest gingen Romeinse vrouwen naar een van de twee tempels van Fortuna in de stad, legden daar hun kleren af en toonden zich naakt aan het beeld van de godin, die hun maagdelijkheid nam en ze vruchtbaarheid schonk.

Tijdens het zomersolstitium werden de tempels van Fors Fortuna met bloemen versierd. Ovidius beschrijft in zijn Fasti dat ook de boten die over de Tiber mensen naar haar tempels brachten, versierd werden met slingers bloemen. Op het feest werd rijkelijk wijn gedronken, maar, zei Ovidius vergoeilijkend, dat hoorde erbij en het was geen schande dronken daarvan terug te komen.

Johannes de Doper

Het Midzomerfeest wordt, zoals gezegd, vanaf de vroege middeleeuwen ook wel aangeduid als Sint-Jansdag en Sint-Jansfeest. In Engeland werden St. John's Eve en Midsummer Eve willekeurig door elkaar gebruikt. Het Duitse Johannestag was synoniem aan Mittsommertag. In Zweden wordt Midzomer nog steeds aangeduid als Juhannus.

Aanvankelijk had de Oosterse kerk de geboorte van Johannes de Doper rond Epifanie (6 januari) geplaatst. In de vierde eeuw werd het geboortefeest in Egypte op 5 januari gevierd; Byzantium hield het op 7 januari, de Armeense kerk op de eerste vrijdag na Epifanie.

De koppeling van Johannes de Doper aan Midzomer, die vanuit Rome werd doorgevoerd, berust op de mededeling in Lucas 1:36 dat Elisabeth, de moeder van Johannes, in de zesde maand van haar zwangerschap was toen de Maagd Maria zwanger werd. Toen in de vierde en vijfde eeuw de kerk ertoe overging de geboorte van Jezus op 25 december vast te stellen won de overtuiging veld dat de Doper een half jaar eerder, op 24 juni, was geboren. Dat dit de al eeuwenlang bestaande datum van het Romeinse Midzomerfeest betrof, was geen toeval.

Volgens de evangeliŽn groeide Johannes op in de woestijn en begon hij daarna de komst van de Messias aan te kondigen en grote menigten te dopen in de Jordaan, waaronder Jezus zelf. Door de eeuwen heen is Johannes de Doper populair geweest als de eerste die mensen doopte uit naam van Christus. De foto linksboven toont een schilderij van de florentijnse schilder Jacopo del Sellaio uit 1485. Johannes was beschermheilige van Florence en Del Sellaio beeldt hem af tegen de achtergrond van deze stad, terwijl hij wijst op een dorre boom die met een bijl is gekloofd, als symbool voor het verdorde geestelijke leven dat door Christus opnieuw zou gaan bloeien. Voor de voeten van Johannes een kom met water, waarmee hij de mensen doopte. In zijn linkerhand houdt Johannes een kruis, als symbool voor de kruisiging, die toen nog moest plaatsvinden.

Johannes raakte in ongenade omdat hij Herodes Antipas bekritiseerde om diens huwelijk met zijn schoonzuster Herodias. Salome, de dochter van Herodias wist haar stiefvader door haar dansen zo te behagen dat hij haar elk verzoek van tevoren inwilligde. Ze vroeg om het hoofd van Johannes de Doper op een schotel en kreeg haar zin.

Het thema is door de eeuwen heen populair gebleven. Op de foto links het schilderij Salome met het hoofd van Johannes de Doper uit 1861 van Jan Adam Kruseman. Veel schilders laten het bloedende hoofd zien dat door Salome omhooggehouden wordt, maar Kruseman laat decent alleen de contouren van het met een doek bedekte goofd zien.

Door de Synode van Agde (GalliŽ) in 506 werd het geboortefeest van de Doper tot de belangrijkste christelijke feesten gerekend. Tot 1911 behoorde het Sint-Jansfeest tot de geboden vierdagen, die elke rooms-katholiek werd geacht te eerbiedigen. Daarna werd het feest op veel plaatsen nog wel door de boerenbevolking gevierd, maar de kerk nam niet langer deel aan het in wezen altijd heidens gebleven jaarfeest.

De betekenis van Johannes de Doper binnen het geheel van christelijke volksgebruiken is vanaf de vroege middeleeuwen groot geweest. Hij was de schutspatroon van vele ambachten en beroepen. Toch zijn het niet de verhalen rond de Doper waaraan de gebruiken van de Sint-Jansdag hun bestaansrecht ontlenen. De koppeling van Sint Jan aan 24 juni is geheel te verklaren als poging een onuitroeibaar heidens feest te kerstenen.

Samen met Jezus vormde Johannes een christelijke versie van de as Midwinter-Midzomer, waar omheen zich het heidense jaar wentelde. Ook de tussenliggende Lente- en Herfstfeesten zijn tussen Christus en Johannes de Doper verdeeld. De 25e maart, het begin van de lente in de Juliaanse kalender, werd Maria Boodschap. De 24e september, het begin van de herfst in de Juliaanse kalender, werd al door Augstinus aangewezen als de dag dat Elizabeth van de engel vernam dat ze zwanger was van Johannes de Doper.

Tot 1478 was de Conceptie van Johannes de Doper als officiŽle feestdag op 24 september opgenomen in het Martyriologium Romanum, de in Rome gebruikte kalender die martelaren en ook andere heiligen een plaats toewees in het rituele jaar. In de Byzantijnse kalender, na de rooms-katholieke de meest gebruikte rituele kalender binnen de kerk, is de Conceptie van Johannes nog steeds opgenomen op 23 september, de vooravond van de oude herfstequinox.

De Sint-Jansnacht (23-24 juni)

De Sint-Jansnacht en de daarop volgende ochtend werd algemeen gezien als een magische tijd, waarin het onmogelijke mogelijk werd. De zon, zei men, maakt bij het opgaan drie sprongen. In de Sint-Jansnacht begonnen gezonken klokken te luiden, verdronken dorpen en kloosters kwamen boven water en verborgen schatten werden zichtbaar.

Op de Pechhorn in Tirol was elke Sint-Jansdag een zilveren kan vol goudstukken te vinden. Zo waren er overal wonderlijke verschijningen en gebeurtenissen in de Sint-Jansnacht. In deze nacht, zei men, is het contact met de andere wereld gemakkelijker te leggen dan anders.

Witte wieven, overleden familieleden en spookverschijningen tonen zich aan argeloze voorbijgangers en vragen soms hulp, die meestal rijk beloond wordt. Dwergen vieren in de Sint-Jansnacht bruiloft. In volksverhalen werd van veel bovennatuurlijke wezens gezegd dat ze alleen in de Sint-Jansnacht gezien werden.

Uit het meer van Glambeck in Mecklenburg kwam Jen elke Sint-Jansnacht met een baktrog vol goud en schudde deze op de oever leeg. Ook de dieren werden geacht deel te hebben aan de wonderen van de Sint-Jansnacht. Paarden kunnen dan spreken, daar was men in heel Europa van overtuigd. Aan de Ascheborn in Saksen zei men dat op Sint-Jansdag tussen 12 en 1 uur alle otters uit de omgeving samenkomen, onder leiding van een gekroonde otterkoning. In Mecklenburg werd gezegd dat de slangen in de Sint-Jansnacht hun koning opzoeken.

Het Sint-Jansfeest (24 juni)

De viering van het Sint-Jansfeest heeft weinig of niets met de heilige te maken en alles met het van oorsprong heidense Midzomerfeest. Alle gebruiken rond het Sint-Jansfeest zijn gekerstende heidense gebruiken die we verderop uitgebreider bespreken.

Toen de heidense Midzomervuren niet verboden konden worden zonder een volksoproer te veroorzaken, werden ze gekerstend tot Sint-Jansvuren. Johannes de Doper, zei men, was het Licht van de Wereld geweest en daarom was het passend om voor hem een vuur te branden. De vuren werden door priesters aangestoken en met wijwater besprenkeld. De kruiden, die om hun magische kracht vanouds in het midzomervuur werden geworpen, werden gekerstend tot Sint-Janskruid en in het Sint-Jansvuur verbrand.

Vaak is moeilijk na te gaan of bepaalde Midzomer- of Sint-Jansgebruiken nog steeds bestaan. In de loop van de 19e en 20e eeuw, vaak pas tijdens de Tweede Wereldoorlog, zijn de meeste gebruiken geleidelijk aan verdwenen. Folkloristische handboeken grijpen vaak terug op oudere bronnen en beschrijven een gebruik of feest terwijl het op de betreffende plaats misschien al lang geleden is verdwenen of nog slechts in een verwaterde vorm bestaat. Het feit dat in delen van ScandinaviŽ nog midzomervuren worden gebrand, houdt niet in dat alle gebruiken van weleer eveneens een plaats binnen dit feest hebben behouden. Alleen als duidelijk is dat een gebruik nog steeds in ere wordt gehouden, zal dit door ons in de tegenwoordige tijd beschreven worden.

De Sint-Jansprocessies

Heidense omgangen rond de akkers werden door de kerk als Sint-Jansprocessies gekerstend. Tijdens de reformatie werden veel gebruiken rond de Sint-Jansviering als heidens geoormerkt en in de protestantse landen verboden. In ons land verbood de Grondwet van 1815 alle kerkelijke processies tenzij ze al sinds mensenheugenis tot 1815 toe gehouden waren. Aangezien de meeste processies in Nederland al veel eerder verboden waren, kon vrijwel niemand bogen op een ononderbroken traditie.

De Sint-Jansprocessie die nog steeds elk jaar op de zondag rond 24 juni in Laren (Noord-Holland) over de Doodweg (zie de foto linksboven) naar het Janskerkhof (zie foto rechtsboven) trekt, was de enige processie boven de Moerdijk die het criterium van de Grondwet kon doorstaan.

Het Janskerkhof ligt op een heuvel, die door archeologe en historica Judith Schuyf als volgt wordt omschreven: 'Volgens de plaatselijke overlevering lag op de top van de heuvel een oud kerkje met daarnaast de oorspronkelijk aan Jupiter gewijde heilige eik. De kerk zou volgens de overlevering eens een heidense tempel zijn geweest, gewijd aan Ceres, de godin van de vruchtbaarheid.' (Heidens Nederland, p 104) Zelfs als we de namen Jupiter en Ceres afdoen als romantische verdichtsels, die in later eeuwen zijn toegevoegd, blijft over de herinnering aan een plaats die ooit een heidens heiligdom was. Waarschijnlijk was het niet meer dan een van de vele heilige plaatsen in ons land waar het Midzomerfeest werd gevierd.

De kapel bij het Sint Janskerkhof is in 1892 gebouwd. Zie de foto linksboven. Het beeld van Johannes de Doder in de nis (zie de foto rechtsboven) is in het begin van de 19e eeuw gemaakt. De heilige werd vaak, zoals ook hier, afgebeeld met een kruis en een lam.

Van midzomervuren naar Sint-Jansvuren

In Balder the Beautiful: the fire-festivals of Europe, het tiende deel van de 12-delige Golden Bough, geeft James Frazer een uitgebreid overzicht van de Midzomerfeesten die overal in Europa op Midzomeravond (23 juni) of Midzomerdag (24 juni) gevierd werden. Voor Nederland zijn de gebruiken o.a. beschreven door J. ter Gouw in De volksvermaken (1871). Van Ierland tot de verste uithoeken van Rusland, van ScandinaviŽ tot het Middellandse Zeegebied, overal werd het feest op de drempel van de twintigste eeuw nog gevierd of was het korter dan een eeuw geleden verdwenen.

Uit de gedetailleerde beschrijvingen van Frazer en anderen kunnen we ons een beeld vormen van de eenvormigheid waarmee Midzomer over heel Europa verspreid is vormgegeven. Germanen, Slaven en Kelten vierden elk op hun eigen manier hetzelfde feest. De kerstening heeft daar slechts weinig invloed op gehad.

Een van de meest in het oog springende elementen van het Midzomerfeest was het branden van een groot vuur. Rond dit vuur vonden de meeste andere activiteiten plaats. Vanaf de twaalfde eeuw zijn overal in Europa verwijzingen naar dit vuur te vinden, maar spaarzame mededelingen en verboden uit de vroege middeleeuwen maken aannemelijk dat de midzomervuren ook toen al algemeen voorkwamen.

Tot halverwege de 16e eeuw genoten de midzomervuren groot aanzien. De vuren waren in het kerkelijk Sint-Jansfeest ingepast en werden vaak door katholieke priesters aangestoken.

In de middeleeuwen ontstonden verschillende legenden die de midzomervuren met Johannes de Doper in verband probeerden te brengen. Toen Herodes Johannes gevangen wilde laten nemen, zei men, gaf hij de soldaten opdracht een vuur te ontsteken zodra ze de Doper gevonden hadden. Dat deden ze, maar ineens ontstonden vanzelf overal vuren, zodat de soldaten in de war raakten en Johannes lieten ontsnappen. Als herinnering aan dat wonder zouden de christenen later de Sint-Jansvuren hebben ontstoken op de geboortedag van de Doper.

Ook hertogen, prinsen en koningen namen in de middeleeuwen deel aan het Midzomerfeest, ook in Nederland. In 1496 liet Filips de Schone, de latere koning van Spanje en heer der Nederlanden, in Augsburg een groot Sint-Jansvuur ontsteken en danste zelf als eerste rond het oplaaiende vuur. Een jaar later woonde Maximiliaan, keizer van het Heilige Roomse Rijk, het ontsteken van het Sint-Jansvuur in Augsburg bij. Aartshertog Karel van Oostenrijk, de zoon van Filips de Schone, bevond zich op 23 juni 1515 in Den Haag en stak daar het Sint-Jansvuur aan, waarna hij om het vuur danste, "en la maniŤre accoutumťe" (op de gebruikelijke wijze), zoals in zijn reisverslag aangetekend werd. In 1530 stak Karel, inmiddels gekroond tot Karel V, keizer van het Heilige Roomse Rijk, in Augsburg het Sint-Jansvuur aan.

In de loop van de 16e eeuw begon het tij zich tegen de Sint-Jansvuren te keren. Protestanten veroordeelden het gebruik als een roomse dwaling en katholieke geestelijken verzetten zich in toenemende mate tegen het heidense karakter van het volksfeest. Ondanks verbodsbepalingen werd het Sint-Jansvuur nog eeuwenlang overal ontstoken, met name op het platteland en in afgelegen streken. In Duitsland werd vooral in de 19e eeuw streng opgetreden tegen het Johannisfeuer, waardoor dit gebruik in Noord- en West-Duitsland vrijwel verdwenen is.

Meestal werd het vuur op een in het oog vallende plaats opgericht. Dit kon een heuveltop zijn, maar ook het dorpsplein of de grote markt. Midwinter werd, met name sinds de 18e eeuw, vooral in de huiselijke sfeer gevierd, maar Midzomer was een feest waaraan iedereen in het openbaar deelnam. In Nederland waren de duinen tot de zestiende eeuw met Sint Jan een keten van vuren, vaak langs de hele kustlijn. Gewoonlijk was men weken in de weer om brandstof voor de vuren te verzamelen. Soms werd dit aan jongeren overgelaten, maar vaak waren er comitťs of verenigingen, die de organisatie van het feest op zich namen. Meestal droeg iedereen iets aan de brandstof voor het vuur bij. Soms waren er bepaalde bomen of staken die speciaal voor het midzomervuur bewaard werden.

Soms werd het vuur rond de meiboom opgericht. In Beieren was dit de boom of staak waar de processie op Sacramentsdag omheen was getrokken. Soms werd een half verbrande stronk van het midzomervuur van het voorafgaande jaar aan de brandstof toegevoegd. In Zweden bestond op veel plaatsen de gewoonte het midzomervuur te ontsteken met negen verschillende soorten hout. Ook elders, bijvoorbeeld in Wales, werd het negenderlei hout voor het midzomervuur gebruikt.

De magische kracht van het midzomervuur

Overal schreef men grote krachten aan het vuur toe. Halfverkoolde resten en de as van het vuur werden de volgende dag verzameld en meegenomen om voor zeer uiteenlopende doeleinden gebruikt te worden. Een deel werd in het haardvuur gestrooid om de kracht van het Sint-Jansvuur op de eigen haard over te brengen. Een ander deel werd door het veevoer gemengd of over de akkers gestrooid.

In Hongarije werden restanten van het Jansvuur naast het huis begraven, in Bohemen onder de drempel van het huis. Een deel van de restanten werd het hele jaar bewaard om zonodig te worden gebruikt, bijvoorbeeld tijdens een hevig omweer. Vaak legde men, met name in Duitsland, al bij voorbaat een verkoold stuk hout van het Sint-Jansvuur op de zolderbalken om het huis tegen blikseminslag te beschermen. Op veel plaatsen werden bezems in het vuur gehouden en daarna in de akkers gestoken of aan de muur gehangen.

Alles wat met het midzomervuur in aanraking was gekomen, werd geacht dezelfde kracht als het vuur gekregen te hebben.

Opwekken en overdragen van de kracht van het vuur

Waarschijnlijk hebben de deelnemers aan het Sint-Jansfeest zichzelf door de eeuwen heen als goede christenen beschouwd, maar de handelingen die ze verrichtten tijdens het feest kwamen overeen met de magische handelingen die voorheen tijdens heidense rituelen werden verricht om de levenskracht op te wekken en over te dragen. Tijdens het eeuwenlange proces van de kerstening verdween geleidelijk aan de religieuze, heidense grondslag, maar de gebruiken bleven vaak ongewijzigd voortbestaan.

De magische kracht van het vuur, die elke wens in vervulling kan doen gaan, is men nooit helemaal vergeten, daarvan getuigt een spreuk die meisjes in de Steiermark zeiden terwijl ze om het Sint-Jansvuur dansten:

Sonnawend, Sonnawend
Dass mich nicht das Feuer brennt
Dass ich bald zu heiraten kumm
Drum tanz ich um

Om elk Sint-Jansvuur werd gedanst, soms de hele Midzomernacht, soms alleen de avond. Het is een oeroude manier om kracht op te wekken. Fakkels werden aan het vuur ontstoken en ook hiermee liep men om het vuur heen. Soms werden de fakkels zo ver mogelijk omhoog gegooid, soms werden ze meegenomen over de akkers en weilanden. In Brest doopte men fakkels in pek en slingerde ze brandend omhoog, soms met honderden tegelijk. In Bohemen gooide men brandende bezems over de akkers of rende ermee de heuvels op en af.

Jong en oud namen deel aan het Midzomerfeest. Als het vuur iets minder hoog brandde, sprongen de eerste waaghalzen er overheen. Jonge stellen sprongen samen over het vuur. Vaak werd dat als een liefdesverklaring gezien. Ouders droegen hun kinderen over het vuur. Het vee werd door de nog smeulende resten gedreven.

Het vuur bood het hele jaar bescherming tegen allerlei onheil. Landarbeiders die over het Midzomervuur sprongen, waren ervan overtuigd geen last van rugpijn te hebben als ze later de oogst van het land moesten halen.

Het vuur maakt vruchtbaar, daar was men heilig van overtuigd. Kinderloze echtparen sprongen samen over het vuur om nageslacht af te dwingen. Onvruchtbare vrouwen werd aangeraden boven een smeulend vuur te hurken en zo hun schoot aan de kracht van het vuur bloot te stellen.

Aan het vuur werd ook een geneeskrachtige werking toegeschreven. Mensen hielden zieke lichaamsdelen zo dicht bij de vlammen als ze konden verdragen om zo genezen te worden.

In gebieden waar vlas werd geteeld, sprong men zo hoog mogelijk over het vuur en zei dat het vlas op de akkers net zo hoog zou worden als de sprong. Om deze magie te versterken nam men de volgende dag wat verkoolde resten van het Sint-Jansvuur en begroef die op de hoeken van de vlasakker.

Het Midzomerrad

Op veel plaatsen werd een brandend wiel van een heuveltop gerold als onderdeel van het Midzomerfeest. Vanaf de twaalfde eeuw zijn hier voorbeelden van opgetekend, met name in Frankrijk, maar waarschijnlijk is het gebruik veel ouder. In Schwaben wond men stro om de wielen, sprak de wens uit dat het vlas goed zou groeien en rolde de brandende wielen van de heuvels af.

In Konz aan de Moezel verzamelden alle mannen en jongens zich op Sint-Jansavond op de top van de nabijgelegen heuvel waar een groot in stro verpakt wiel was opgesteld. De bedoeling was het wiel brandend en wel in de Moezel te rollen, wat een voorspoedige wijnoogst voor dat jaar zou geven.

De magische Sint-Janskruiden

Midzomer is een bloemenfeest, waarbij de onstuimige groei van de vegetatie gevierd wordt. Veel bomen en struiken groeien vooral kort vůůr Midzomer. Dit wordt het Sint-Jansloof, Sint-Janslot of Sint-Jansschot genoemd. In Duitsland noemt men dit Johannestrieb, in Engeland St. John's shoot.

Na Midzomer komt deze onstuimige groei meestal tot stand. Tijdens het Midzomerfeest staat vooral de magische en geneeskrachtige werking van bloemen en kruiden op de voorgrond. Onder Sint-Janskruid vestaan we tegenwoordig de Hypericum perforatum (Doorboord hertshooi), maar in het verleden werd een groot aantal kruiden hieronder gerekend. Welke kruiden dat waren, kon van plaats tot plaats verschillen.

Het Woordenboek der Nederlandsche taal noemt zeven verschillende Sint-Janskruiden, namelijk doorboord hertshooi, penningkruid (wederik), muurpeper (Sedum acre), huislook (Sedum album), hemelsleutel (Sedum telephium) en kruiskruid (Senecio). Hiernaast noemt het woordenboek als Sint-Jansbloemen nog bijvoet (Artemisia vulgaris), sering en ganzebloem (margriet). Elders worden deels andere kruiden gebruikt. In Engeland worden margrieten midsummer daisies (midzomermadeliefjes) genoemd.

Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) spreekt tot de verbeelding omdat de gele bloemblaadjes rood worden als je ze fijn wrijft. Ook de Sint-Jansolie die van de bloemen gemaakt wordt is rood. De bloembladeren hebben gaatjes, die doorschijnen als je ze tegen het licht houdt. Dat is, zei men in de middeleeuwen, het bloed van de onthoofde Johannes de Doper. Ook zei men wel dat de Duivel met al zijn demonen en heksen geen vat kon krijgen op Johannes de Doper en daarover zo kwaad werd dat hij de bladeren van het Sint-Janskruid met naalden of met zijn klauwen doorstak.

De lijst van Sint-Janskruiden is schier onuitputtelijk. Heinrich Marzell noemt in het artikel Johanniskršuter in het HandwŲrterbuch des deutschen Aberglaubens 22 Sint-Janskruiden, die alleen al in Steiermark (Oostenrijk) gebruikt werden. In zijn Plantenkultus (1908) noemt Isodoor Teirlinck 43 kruiden, bloemen en planten die op de een of andere manier met Sint-Jan in verband gebracht zijn.

In de meeste Germaanse, Slavische en Romaanse landen stond de magische en geneeskrachtige werking van Sint-Janskruiden hoog aangeschreven. In Frankrijk bestaat nog steeds het gezegde "employer toutes les herbes de Saint-Jean" (alle Sint-Janskruiden inzetten) om aan te geven dat je je uiterste best zult doen om iemand te genezen of een bepaalde zaak tot een goed einde te brengen.

Mey bij mey

Huizen en pleinen werden voor het Sint-Jansfeest versierd met bloemenslingers. Op veel plaatsen werd op Sint-Jansavond een bloemenmarkt gehouden. In Riga, de hoofdstad van Letland, worden op de Sint-Jansmarkt vooral strobloemen verkocht, waarmee alle huizen van de stad wekenlang opgefleurd worden. Op elke boerderij in Letland wordt voor het Midzomerfeest een berkenboom geplant en overal worden dennentakken opgehangen.

Het versieren met bloemen voor het Midzomerfeest is een heidense traditie, die, zoals gezegd, al door de Romeinen in ere gehouden werd.

In Nederland bestond het gebruik met Sint Jan boeketten, die vaak meien werden genoemd, te maken en op te hangen. J. ter Gouw geeft in De volksvermaken het volgende gedicht, dat een Geldersman in de 17e eeuw schreef:

Maar Sint Jan wordt boven maten
Seer geviert van desen rey;
Want ey siet eens langs de straten
Uwt (=uit) haer vensters mey bij mey;
Die sij tot een offerhande (=offer)
Van sijn dau (=dauw) nu brengen voort,
Want sij seggen, dat men 't branden
Van veel sieckten daerdoor smoort

Dit laat zien dat Sint-Janskruiden en -bloemen niet alleen als ornament werden gebruikt. Altijd speelde de kracht die aan de kruiden werd toegeschreven een rol. Op het latteland wreven boerinnen de koeien met de kruiden in voordat het boeket in de stal of in huis werd opgehangen.

Magische kruiden rond het magische vuur

Met de kruiden waaraan de grootste magische kracht werd toegeschreven, werd meestal iets gedaan tijdens het feest. Men danste ermee rond het vuur of men verrichtte bepaalde handelingen die de bloemen op de een of andere manier met het vuur in contact brachten, wat hun kracht nog versterkte. Thomas Kirchmeyer geeft in zijn in 1570 gepubliceerde boek The Popish Kingdome or reigne of Antichrist de volgende beschrijving van het in zijn ogen paapse Sint-Jansfeest:

Dan komt het vrolijke feest van Sint Jan
Als vreugdevuren met hoge vlammen in elke stad branden
En jongemannen in elke straat met meisjes rond het vuur dansen
Met slingers gemaakt van hartgespan of ijzerhard
Viooltjes en vele andere lieflijke bloemen in de hand
Waarbij ze denken, dat wie door de bloemen
Naar het vuur kijkt, geen oogklachten zal hebben.

Hartgespan (Leonurus cariaca) wordt in de volksgeneeskunde vanouds gebruikt bij hartklachten. IJzerhard (Verbena officinalis) werd al in de oudheid als een heilige plant met grote magische krachten gezien. Het Midzomervuur werd geacht de werking van de magische Sint-Janskruiden te versterken. Wie door de kruiden heen in het vuur keek, meende daardoor oogklachten niet alleen te genezen, maar ook te voorkomen. Elders werden andere kruiden genoemd waar je doorheen naar het vuur moest kijken, zoals ridderspoor en bijvoet.

Soms moesten de bloemen of kruiden op het vuur veroverd worden. In het bergachtige zuiden van de Haute Garonne (Zuid Frankrijk) werd de stam van een grote boom tijdens de Sint-Jansavond opengespleten en gevuld met stukken hout. Een bloemenslinger werd boven in de boom gehangen, waarna de boom in brand werd gestoken. De man die als laatste was getrouwd, moest dan zo snel hij kon met een ladder de bloemenslinger boven uit de boom halen.

Het uit het midzomervuur halen van bloemen of kransen is al een eeuwenoud gebruik. Bovenop de hoge brandstapel, die Karel V in 1530 in Augsburg aanstak, was een krans gelegd. Een schoenmakersgezel waagde zich door de vlammen heen en haalde de krans naar beneden, waarvoor hij door de keizer rijkelijk werd beloond.

Het verbranden van Sint-Janskruiden

Vrijwel altijd werden losse kruiden in het Sint-Jansvuur gegooid om ze te verbranden en hun magische werking verleende het vuur extra kracht. Ook werden kruiden wel met een wens in het vuur geworpen en dan zorgde de transformerende werking van het vuur dat de wens zou uitkomen.

De wens kon een magische spreuk zijn of een vroom gebed. In de woorden van Thomas Kirchmeyer:

Wanneer ze tot diep in de nacht gedanst hebben, rennen ze
Als bezetenen door het vuur en gooien al hun kruiden erin
En dan beginnen ze met vrome woorden en gebeden
God te verzoeken al hun ziekten in het vuur te verbranden
Waardoor ze geloven het hele jaar geen pijn te voelen.

De Sint-Jansgordel

De magische Sint-Janskruiden werden op verschillende manieren in het Sint-Jansfeest ingezet. Een veel gebruikte methode was door de kruiden direct op het lichaam te dragen, bijvoorbeeld om de hals of het middel. Alle bewegingen die men maakte, hielpen dan mee de kracht van de kruiden op te wekken.

Van bijvoet (Artemisia vulgaris) werd vaak een gordel gevlochten en door vrouwen tijdens het feest gedragen. In Duitsland wordt bijvoet JohannisgŁrtel genoemd. De naam komt al voor in het Neu Kreuterbuch dat L. Fuchs in 1543 publiceerde. De Nederlandse vertaling, Den nieuwen herbarius, die hetzelfde jaar verscheen, sprak van Sint Jansgordel.

Midzomerkransen

Sint-Janskruiden werden algemeen gebruikt om kransen van te maken. Aan kransen werd door de eeuwen heen een grote kracht toegekend (zie het artikel over Meiavond). Bij de Grieken was het Nike die goden, godinnen en overwinnaars met een krans kroonde. Bij de Romeinen was dit Victoria. Vanaf de renaissance is Victoria met haar krans veelvuldig afgebeeld. Bovenstaande foto toont een ornament in Empirestijl uit 1805 in kasteel Groeneveld in Baarn.

Het gebruik van Sint-Janskruiden maakte de krans tot een machtig instrument om mee te divineren of magie mee te bedrijven.

Net als de kruiden en boeketten werden de kransen over het vuur gegooid of in het vuur geschroeid. Als een jongen en een meisje een krans over en weer gooiden over het Midzomervuur heen, ontstond er een sterke band tussen beiden. Als ze tegenover elkaar gingen staan en door de geschroeide krans heen naar elkaar keken, zagen ze elkaars ware gezicht. Als ze door de krans naar het vuur keken, had dat een weldadige invloed voor de rest van het jaar.

Kransen die door het Sint-Jansvuur geschroeid waren, hadden een grote magische kracht. In bepaalde streken werden deze kransen op de daken van de huizen gegooid en bleven daar het hele jaar liggen.

Sint-Jansboeketten

In Beieren en Oostenrijk maakte men van Johanneskruiden een boeket dat SonnwendbŁschel of Johannibuschen werd genoemd en aan vensters en deuren werd gehangen. Ook elders in Europa werden dergelijke boeketten gemaakt.

Het boeket werd gewoonlijk in het Sint-Jansvuur gehouden tot het begon te schroeien of er overheen gegooid en dan in huis opgehangen tegen blikseminslag en ander onheil.

Orakelen met Sint-Janskruiden

Sint-Janskruiden worden vanouds gebruikt om te divineren, vooral waar het liefdeszaken betreft. In het Duitssprekende deel van MoraviŽ plukten meisjes op Sint-Jansavond negen verschillende magische kruiden en legden ze onder hun kussen voordat ze gingen slapen. Dit negenderlei kruid bracht dan een Midzomernachtsdroom over hun toekomstige geliefde. In het Vogtland moesten de 9 kruiden met een zelfgesponnen draad tot een krans gewonden worden.

Het magische getal 9 speelt in veel midzomergebruiken een rol. In de Franse PyreneŽn en ook op andere plaatsen moest negenmaal over het vuur gesprongen worden. Vaak werd gezegd dat je een jaar lang voorspoed had als je erin slaagde op ťťn dag negen verschillende midzomervuren te zien branden.

Hemelsleutel (Sedum telephium) wordt in Duitsland, Zwitserland en Engeland gebruikt om na te gaan of de geliefde nog lang bij je zal blijven. De geijkte methode is op Sint-Jansavond twee planten in een pot te zetten. De ene stelt de planter zelf voor, de andere zijn of haar geliefde. Als beide planten er florissant bij blijven staan, is dat een goed teken. Als een van beide gaat hangen of doodgaat, wijst dat op op ziekte of zelfs overlijden. Als de plant van de partner zich van de eigen plant afbuigt, wijst dat op ontrouw. In Engeland worden deze planten Midsummer men genoemd.

Ook midzomerkransen worden gebruikt om mee te divineren. In Oost-Pruisen winden meisjes op de Sint-Jansavond een Johanneskranz, brengen die naar huis zonder daarbij over een beek of drempel te gaan en gooien de krans door het slaapkamerraam naar binnen. Ze leggen de krans onder hun hoofdkussen en dromen dan van hun toekomstige geliefde.

In het Pustertal, op het grensgebied tussen Oostenrijk en ItaliŽ, maken meisjes een Johanneskrans en gooien die in een boom. Als de krans blijft liggen, zal het betreffende meisje binnen het jaar trouwen. Als de krans naar beneden valt, zit het er voorlopig niet in. Ook hier speelt het negenderlei kruid een rol. In Zuid-KareliŽ (het zuiden van Finland) moesten meisjes naakt driemaal om drie verschillende weiden rennen en in elke weide drie bloemen plukken om in de Midzomerkrans te verwerken.

De Zweedse Midzomerboom

Het Zweedse Midzomerfeest wordt gevierd op de vrijdag die het dichtste bij 24 juni valt. Huizen, kerken en auto's worden met bloemenslingers versierd. Op alle pleinen wordt een Midsommarstangen of Majstang opgericht, een paal van meer dan tien meter hoogte, vaak met drie dwarsstangen en een of twee kransen in de top. Rond deze paal en rond de Midzomervuren, die overal worden ontstoken, wordt gedanst en feest gevierd.

Verbranden of verdrinken van stropoppen

Tussen Midwinter en Midzomer werden vaak stropoppen verbrand. Met Vastenavond en Pasen werd Koning Winter op deze manier in het lentevuur verbrand en ook op Meiavond was het verjagen van de winter een algemeen verschijnsel.

Ook in het Sint-Jansvuur kwam hier en daar nog wel een stropop terecht. In Marienkirchen in het Innviertel (Oostenrijk) zijn het Hans en Grietje die worden verbrand. Waarschijnlijk speelt hierbij de volksetymologie, die Hans van Johannes afleidt, een rol. Meestal, zoals in Ertingen in Zwaben (Zuid-Duitsland), is het de heks zelf die verbrand wordt. De heks als oude vrouw vertegenwoordigt in deze gebruiken, zoals gezegd, de winter en de afgestorven vegetatie van het voorafgaande jaar.

In Rusland en GaliciŽ (Polen) sprongen jonge stellen over het Midzomervuur met een als vrouw aangeklede stropop tussen zich in die Kupalo werd genoemd. Dit werd gedaan op Sint-Jansavond, die daarom ook wel Kupalo's Avond werd genoemd. De volgende dag werd de stropop uitgekleed en in een rivier gegooid.

Frazer ziet dit als het doden van de vegetatiegeest, die zijn grootste kracht heeft gehad na de langste dag. Daarmee gaat hij voorbij aan zijn eigen observatie dat stropoppen in andere delen van Europa vooral in de lente werden verbrand of in het water gegooid. Ook lijkt het niet logisch de vegetatiegeest te doden terwijl het graan nog op de akkers staat te rijpen.

Eerder is het verbranden of verdrinken van stropoppen op te vatten als een transformatie van de vegetatie van het vorige jaar, die daardoor meehelpt de nieuwe vegetatie te laten gedijen. Het vuur transformeert het stro en maakt de levenskracht van de oude vegetatie hiervan los. De as van het vuur wordt over de akkers gestrooid en zo wordt de levenskracht van de oude vegetatie op de nieuwe overgedragen.

Stro als restproduct van de graanoogst wordt tegenwoordig meestal machinaal geoogst en in grote balen gerold, zoals op bovenstaande foto's die Joke maakte op een boerderij in de Hongaarse poesta.

Het stro wordt vooral gebruikt om de vloer van de stallen droog en schoon te houden. De volksgebruiken met stropoppen zijn vrijwel overal verdwenen. De magische kracht die ooit aan de stropop werd toegeschreven, is voor veel mensen beperkt tot zijn functie als vogelverschrikker.

Het heilige water

Er werd in de middeleeuwen gezegd dat Johannes met water gedoopt had en dat water op zijn naamdag daarom heilig was. De heidense verering van dauw, bronnen en rivieren dateert echter van vůůr het Christendom. Aan de dauw op Midzomer werd een grote kracht toegeschreven. Het wassen met deze dauw werd geacht schoonheid en gezondheid te geven. De Sint-Jansdauw geeft alle vegetatie veel kracht en met name geneeskracht. Daarom kunnen Sint-Janskruiden ook het beste in alle vroegte op de Sint-Jansochtend geplukt worden.

Bronnen zijn met Midzomer nog heiliger en geneeskrachtiger dan anders. Stromend water dat in de Sint-Jansnacht tussen 11 en 12 uur wordt geschept, bezit het hele jaar een bijzonder heilzame en magische kracht. In Zweden gingen talloze zieken en invaliden op de ochtend van 24 juni naar een bron om door het water genezen te worden. Ook in Denemarken was het gebruik in een bron te baden op San Hans Aften (Sint-Jansavond) wijdverbreid.

Elders in Europa vinden we soortgelijke gebruiken. De gewoonte op Sint-Jansavond in de zee, een rivier of bron te baden is ouder dan het Christendom. Augustinus kende het gebruik uit LibiŽ, waar men in de Midzomernacht in de Middellandse Zee baadde, en veroordeelde het als superstitiosa pagana (heidens bijgeloof).

Caesarius van Arles (470-542), aartsbisschop van Arles, verbood in navolging van Augustinus het op Sint-Jansdag of in de Sint-Jansnacht baden in bronnen of rivieren. Het gebruik bleek echter te diep geworteld om uit te roeien en noodgedwongen legde de kerk zich erbij neer, zolang men maar inzag dat het de Doper was die het water heiligde.

In een brief aan kardinaal Colonna beschreef de dichter Petrarca hoe in Keulen een groot aantal vrouwen zich op de Sint-Jansavond van 1330 omgordden met welriekende kruiden en tijdens de zonsondergang onder het zeggen van een spreuk hun armen in de Rijn onderdompelden. In Cherson (Oekraine) baadden nog eind 19e eeuw vrouwen op de Sint-Jansdag in de Dnjepr en begoten daarbij een pop die van twijgen en kruiden was gemaakt.

Sint-Jansminne

In de pagina met het Basisritueel hebben we de minnedronk genoemd, de van oorsprong heidense afscheidsdronk ter ere van de overledenen, een dronk die men ook uitbracht bij belangrijke gelegenheden, zoals het vieren van een jaarfeest. Van christelijke zijde is steeds geprobeerd deze heidense gewoonte te verbieden of anders de dronk maar aan een heilige te verbinden.

Luitprant, die aan het hof van de Duitse keizer Otto I werkzaam was, sprak rond 960 van een "potas in amore beate Johanneis praecursoris", een minnedronk ter ere van Johannes de Doper.

Door de eeuwen heen is de minnedronk onderdeel van de Midzomerviering gebleven. De dronk werd gewoonlijk uitgebracht bij het Sint-Jansvuur. Soms goot men een beetje wijn in de drinkbak van de dieren om ook hen in de kracht van de minnedronk te laten delen. In Beieren en Steiermark dronk men mede en noemde de minnedronk Methansel (Johannesmede). Ook werd wel Johannisbier gedronken bij het vuur.

Sinte Cunera (12 juni)

"Bepaalde Midzomernachtgebruiken," schrijft Judith Schuyf in Heidens Nederland, "die elders samenhingen met Sint-Jan, werden in Rhenen op Sint-Cunera gevierd." (p 79) Dit brengt ons naar de Heimenberg bij Rhenen, beter bekend als de Grebbeberg, genoemd naar de legendarische Koning Heimen of Heyman. Deze vorst is het onderwerp van veel verhalen en liederen, zoals de sage van de Vier Heemskinderen of Heymanskinderen, die het met het Ros Beyaard tegen de Franken opnemen. Heimen personifieert de drang naar vrijheid en eigenwaarde van het Germaanse volk, dat wordt bedreigd door de steeds verder oprukkende Franken.

Op de Heimenberg bevindt zich de oudste en grootste Nederlandse ringburchtwal, die naar men aanneemt is gebruikt door de Kelten en Germanen die hier rond het begin van onze jaartelling woonden. Het is niet uitgesloten dat de ringwal uit de Nieuwe Steentijd dateert. Dat de Heymenberg een heiligdom is geweest laat zich afleiden uit de legenden die er rond dit gebied nog in de late middeleeuwen de ronde deden. Alleen is het vaak moeilijk het christelijke vernis te scheiden van de heidense ondergrond, ook in het geval van Cunera.

Cunera is een heilige over wie niets met zekerheid bekend is. De verhalen over haar spreken elkaar tegen. Zo werd gezegd dat ze deel uitmaakte van de groep van elf maagden (anderen spreken van 11.000!) die in het jaar 337 in Keulen door de Hunnen werd overvallen. Alle maagden werden gedood, alleen Cunera werd gered door de Friese koning Radboud en meegenomen naar zijn slot op de Heimenberg. Cunera trok zich het lot van de armen aan en deelde vaak brood en andere gaven uit, waardoor ze zeer geliefd was onder het volk. Radbouds vrouw werd jaloers en liet Cunera met haar eigen halsdoek wurgen, maar de gruweldaad kwam uit en met schande beladen ontvluchtte de koningin het slot. Radboud liet Cunera begraven in een heuvel bij Rhenen die nog steeds bekend staat als het Cunerabergje.

Cunera is afgebeeld op een drieluik dat rond 1500 is gemaakt door een meesterschilder in Delft. Op het rechterpaneel (zie de foto rechts) staat Cunera, de bijbel in haar linkerhand en de doek waarmee ze is gewurgd om haar hals achter een knielende non. In het stuk over Samhain gaan we dieper op dit drieluik in.

De naamdag van de heilige Cunera is 12 juni, de dag dat Willibrord volgens de overlevering naar het Cunerabergje ging om haar gebeente te laten opgraven om in de kerk van Rhenen te worden bijgezet. Radboud leefde echter niet in de vierde eeuw en was evenmin een christen. Hij was de laatste grote Friezenkoning die tot zijn dood in 719 het heidendom tegen de oprukkende christelijke Franken heeft verdedigd. Een slot te Rhenen heeft hij nooit bezeten. Alleen werd in de mythen rond deze heidenvorst zijn naam wel eens verbonden met die van de legendarische Heimen, die net als Radboud tegen de Franken had gestreden.

Ook Cunera heeft duidelijk een heidense oorsprong. Haar naam is Germaans en houdt verband met 'geslacht', zoals nog in het Nederlandse 'kunne', het Latijnse 'cunnus' en het Engelse 'cunt' te herkennen is. Ze is naar alle waarschijnlijkheid een plaatselijke vorm van Moeder aarde, die vruchtbaarheid en overvloed schenkt. Naar we mogen aannemen was haar cultus verbonden met het heidense heiligdom op de Heimenberg en met het heiligdom op het Cunerabergje. De vele wonderen die aan Cunera worden toegeschreven, zijn evenzovele gekerstende versies van oudere heidense overleveringen.

In de middeleeuwen kwamen op 12 juni veel mensen naar Rhenen om het graf van Cunera te bezoeken en deel te nemen aan de Cunera-omgang. De omgang begon bij het Cunerabergje, over de Heimenberg, langs de Rijn naar Elst en weer terug naar Rhenen om daar in de Cunerakerk te eindigen. In de 13e eeuw werd een grotere kerk gebouwd en in 1531 voorzien van de huidige Cuneratoren. Boven de ingang van de toren staat het beeld van Cunera op bovenstaande foto. Op haar hoofd heeft ze een kroon, in haar rechterhand een sleutel. Om haar hals de doek waarmee ze is gewurgd.

De omgang, een voettocht van 35 km, is door de eeuwen heen populair gebleven, maar werd tijdens de Reformatie, in 1580, zoals vele andere katholieke processies, verboden. De omgang is naar alle waarschijnlijkheid de christelijke versie van een oudere heidense Midzomeromgang.

Sint Vitus (15 juni)

Veel Midzomergebruiken zijn verbonden met het feest voor Sint Vitus. Volgens de legenden was hij de zoon van een Siciliaanse edelman, die rond het jaar 303 op twaalfjarige leeftijd om zijn geloof de marteldood stierf. Zoals dat met vrijwel alle heiligen uit de vierde eeuw het geval is, weten we niets met zekerheid over hem. In de loop der eeuwen werden delen van zijn skelet over Europa verspreid. Hier te lande kan de Sint Vituskerk te Naarden bogen op een relikwie dat in 1469 uit Rome werd ontvangen.

In Hilversum bevindt zich eveneens een Sint Vituskerk. Gebouwd door Pierre Cuypers en in 1892 ingewijd. De foto linksboven toont de heilige bij de ingang van de kerk, een beeld uit 1905, gemaakt door de Duits-Nederlandse beeldhouwer Friedrich Wilhelm Mengelberg. Omdat Vitus voor een hongerige leeuw werd gegooid, zonder dat die hem iets deed, wordt hij vaak afgebeeld met deze leeuw aan zijn voeten. Omdat hij in een pot met vuur werd gestopt, houdt hij vaak, zoals ook hier, een vuurpot in zijn hand.

Ook het beeld in de kerk (zie de foto rechtsboven), gemaakt door de Nederlandse beeldhouwer Joseph Graven in 1866, toont de heilige met een leeuw, maar hier met een palmtak in zijn hand.

Vaak werd Vitus afgebeeld in een ketel waarin en waaronder vuur brandt. In het Vitusaltaar dat Cuypers in 1895 voltooide, is dit tafereel afgebeeld. Zie de foto midden boven. Van opzij kijkt de heidense keizer Diocletianus (284-305), berucht om zijn christenvervolgingen, peinzend toe.

Vitus was vanaf de middeleeuwen ook populair als een van de 14 Noodhelpers, de groep van heiligen die altijd aangeroepen konden worden. Sint Vitus was de beschermheilige van het Gooi, wat een belangrijke reden was om een kerk in Hilversum aan hem te wijden. Pierre Cuypers beeldde in het Vitusaltaar niet alleen de heilige in een vuurpot af, maar ook, aan weerskanten hiervan, de Noodhelpers. De foto linksboven geeft van links naar rechts: George, Cyriacus, Pantaleon, Vitus, Eustachius, Aegidius en Christofoor. Vitus draagt de bekende palmtak en vuurpot.

De Noodhelpers op de foto rechtsboven zijn, v.l.n.r.: Blasius, Agathus, Barbara, Margaretha, Catharina, Dionysius en Erasmus.

In Duitsland was de cultus voor Sint Vitus in de middeleeuwen zeer belangrijk. Veit, zoals hij werd genoemd, was schutspatroon van Saksen en Bohemen en werd in heel Duitsland en de Slavische gebieden vereerd als een van de 14 Noodhelpers. Sinds het eind van de 13e eeuw gold Veitstag in delen van Duitsland als Sonnenwende en verschillende Midzomergebruiken kwamen dan ook op deze dag terecht.

In feite viel het solstitium in die tijd, zoals gezegd, rond 12 juni, al werd het vrijwel overal nog steeds op 24 juni gevierd. "Veit scheid't die Zeit," zei men in Bamberg, d.w.z. Sint Vitus scheidt het lengen van het korter worden der dagen. In Beieren, Schwaben, Oostenrijk en ook elders werden Veitsfeuer gebrand. Vaak werden hierbij feesten en jaarmarkten gehouden. In Krems, bij Wenen, wierp men tijdens het feest wat voedsel in het vuur, "fŁr den Veitl".

Aan Vitus worden deels dezelfde krachten en eigenschappen toegeschreven die men Johannes de Doper toedicht. Johannes is net als Vitus de schutspatroon van mensen die aan epilepsie lijden. Epilepsie werd in Duitsland algemeen Johanniskrankheit genoemd. Op Sint-Vitusdag of Sint-Jansdag, net wat plaatselijk gevierd werd, zocht men genezing tegen deze ziekte. Op veel plaatsen droegen epileptici Veitsbriefe bij zich, waarop een aan Sint Vitus gericht gebed stond.

Ook was in de middeleeuwen vaak sprake van een dwangmatig dansen waar men onmogelijk mee kon stoppen, wat allerlei uitputtingsverschijnselen gaf. In de 13e en 14e eeuw kwam deze zogeheten Johannistanz met name in het gebied van Rijn en Moesel voor, terwijl ook in de Nederlanden vele gevallen bekend zijn. Pas op Sint-Jansavond kon men door over het Sint-Jansvuur te springen hiervan genezen worden. Ook kon men de volgende ochtend naakt door de Sint-Jansdauw rollen om te genezen.

Deze ziekte werd ook wel Veitstanz en hier te lande Sint-Vitusdans genoemd, waarvan men dan alleen op Sint-Vitusdag genezen kon worden door over het Sint-Vitusvuur te springen of door te baden in de Sint-Vitusdauw.

Net als Sint-Jansdag was Sint-Vitusdag, waar deze gevierd werd, een moment om te divineren, met name in liefdeszaken. Ook het verrichten van magische handelingen, om het lot een beetje naar je hand te zetten, werd op Vitusdag gedaan. De Sint-Vitusnacht werd gezien als een magisch tijdstip, net als de Sint-Jansnacht. Bij Zwickau zou in de Sint-Vitusnacht een Katzenveith rondspoken. Elders bestonden soortgelijke verhalen over bovennatuurlijke wezens die in de Vitusnacht aktief waren.

Petrus en Paulus (29 juni)

Op een aantal plaatsen zijn midzomergebruiken gekoppeld aan de naamdag van Petrus en Paulus, waarop beide apostelen volgens de overlevering de marteldood gestorven zijn.

De foto links toont het schilderij De bekering van Paulus, gemaakt in 1501 door Caravaggio en te zien in de Santa Maria del Popolo in Rome. De christenvervolger Saul is onderweg naar Tarsus als hij Christus zelf ontmoet die hem vraagt: 'Saul, Saul, waarom vervolg je mij?' Van schrik valt Saul van zijn paard en bekeert zich tot het christendom.

Het schilderij op de foto rechts is eveneens van Caravaggio en hangt in dezelfde kapel. Petrus is om zijn geloof gevangen genomen en wordt gekruisigd. Caravaggio toont het moment dat Petrus aan het kruis genageld wordt. Hij volhardt in zijn geloof, maar vraagt met het hoofd naar beneden gekruisigd te worden, uit eerbied voor zijn Heer. Dat verzoek wordt ingewilligd.

Soms worden zowel St Jan als St Pieter en St Paulus gevierd. In Vlaanderen zongen de kinderen bij het inzamelen van brandhout voor het Sint-Jansvuur:

Hout, hout, timmerhout
Wij komen al om Sint-Janshout,
Geeft eentwat,
En houdt eentwat
Op St Pieter nog eentwat

Vaak echter is het Sint-Jansfeest volledig door Pieter en Pauwel verdrongen. Bij een inventarisatie die professor Paul de Keyser in 1940 uitvoerde, bleken de Sint-Jansvuren, die tot de 16e eeuw daar algemeen voorkwamen, in Oost-Vlaanderen zo goed als verdwenen te zijn, terwijl nog op vele plaatsen de St-Pietersvuren werden aangestoken.

In het katholieke Zuid-Duitsland en Oostenrijk is hetzelfde verschijnsel merkbaar. De Keyser verklaarde dit in het blad Volkskunde als een 'contra-reformatorische actie, die in de St. Pietersviering een huldiging van het Pausdom en van het Roomsche beginsel nastreefde, ten koste van den als Protestant aangevoelden St. Johannes den Dooper.' Petrus, de leider van de apostelen, werd als eerste paus en als stichter van de rooms-katholieke kerk gezien.

Over het algemeen komen de gebruiken op Petrus en Paulus overeen met die op Sint-Jansavond. In delen van Vlaanderen wordt gedanst onder de rozenhoed, een kroon van hoepels met rozen en verschillende Sint-Jansbloemen die boven de straat wordt opgehangen.

Old Midsummer Day (5 juli)

Op de Britse eilanden werd nog lang na de invoering van de Gregoriaanse kalender, waarbij de tijdrekening 11 dagen opschoof, plaatselijk Midzomer gevierd op 5 juli. Dit werd dan Old Midsummer Day of Old St John's Day genoemd. In Whalton (Northumberland) is de Midzomerviering in 1752, bij de invoering van de Gregoriaanse kalender, naar 4 juli verschoven en sindsdien ononderbroken op die datum als Old Midsummer Eve gevierd.

De Eikkoning en de Hulstkoning

Vanaf het vroege voorjaar wordt Koning Winter op veel plaatsen weggejaagd, verbrand of in het water gegooid. De tegenhanger, het verdrijven van de zomer en de terugkomst van de winter speelt zelden een rol in jaarfeesten. Dat is ook logisch in een agrarische samenleving die voor haar bestaan vooral afhankelijk was van de zomer. Toch werd het feit dat met Midzomer de zon zijn hoogste punt bereikt heeft wel in het feest betrokken.

Soms werd dit uitgebeeld door de Eikkoning met de Hulstkoning te laten vechten. In het artikel over Midwinter verwijzen we hiernaar in het stuk over de strijd tussen winter en zomer. De Eikkoning vertegenwoordigt de groeikracht in de natuur. Na Midzomer rijpt de vegetatie nog wel, maar groeit meestal niet veel verder. De Hulstkoning vertegenwoordigt de afbrekende kracht die ervoor zorgt dat de overvloed van de zomer elk jaar weer wordt afgebroken zodat de natuur weer terug kan keren naar haar winterrust.

In het boek The Oak King, the Holly King and the Unicorn (1988) gaat John Williamson slechts zijdelings op de Eikkoning en Hulstkoning in en richt zich vooral op de symboliek van de eenhoorn. In hoofdstuk 13 van Het vieren van de Maanfeesten gaat Ko dieper in op de betekenis van de eik en de Eikkoning, in samenhang met de hulst en de Hulstkoning.

In het hieronder door ons gegeven ritueel spelen de Eikkoning en Hulstkoning een belangrijke rol.

Een Midzomerviering voor deze tijd

Midzomer is net als Midwinter een nieuw begin na een stilstand. Het volksgeloof gaat ervan uit dat voortekenen zich vooral aan het begin van een periode openbaren. Het weer op Sint-Jan is daarom een indicatie voor het weer in de komende periode. Midzomer werd vanouds gezien als een goede tijd om te divineren, om antwoord te krijgen op brandende levensvragen.

Midzomer is ook een tijd om dingen net het zetje te geven dat ze nodig hebben om weer in beweging te komen. Het gaat daarbij eerder om zaken die afgerond worden dan om nieuwe dingen die in ontwikkeling zijn. Midzomer is geen tijd van groei, maar een tijd van rijping. Bedenk wat belangrijk voor je is, maar nog niet tot resultaten heeft geleid. Je hebt misschien verschillende plannen ontworpen en half uitgewerkt. Vraag je af wat het resultaat is dat je wilt bereiken en geef dit vorm in een voorwerp en een handeling.

Stel dat je graag jezelf muzikaal wilt uiten en al hebt geprobeerd te zingen, piano te spelen en te trommelen, zonder dat je zelf vindt dat een van die pogingen tot een goed resultaat heeft geleid. Stel dat je trommelen het leukste vindt en je besluit je hierop toe te leggen. Je kunt dan tijdens je Midzomerviering een vuur maken, al is het maar een kaars of waxinelichtje. Dit zet je midden in de Cirkel. Je neemt je trommel of iets dat de trommel vertegenwoordigt, spreekt een wens uit die uitdrukt dat je wilt leren het trommelen te beheersen en springt dan over het vuur.

Om de wens extra kracht te geven kun je hem laten rijmen, zodat het een spreuk of spell wordt. Het hoeft geen poŽzie te worden, maar hou het simpel. Hoe eenvoudiger, hoe beter. Zeg bijvoorbeeld: "Rom bom bom, ik speel de trom." Daarbij visualiseer je dat je de trommel bespeelt en met dat beeld voor ogen en je trommel of trommelstok in de hand spring je over het vuur. De trans¨formerende kracht van het Midzomervuur zal je dan helpen je die techniek eigen te maken.

Belangrijk is dat je het resultaat dat je wilt bereiken duidelijk visualiseert en dat je een handeling verricht om dit op gang te zetten. Het gaat daarbij, zoals gezegd, niet om geheel nieuwe dingen. Als je met Midzomer je pas afvraagt of het misschien leuk zou zijn te leren trommelen, is dit ritueel niet het meest geschikte moment om je wens kracht bij te zetten. Door de afnemende kracht van de zon zal je nieuwe initiatief snel doodbloeden. Alleen wat al volgroeid is kan door de Midzomerkracht voltooid worden.

Het maken van een potpourri

Bloemen hebben altijd in heidense rituelen een rol gespeeld. Hun geur, kleur en magische kracht werden al in de oudheid onderkend. In de vorm van olie, parfum en wierook werden de eigenschappen van bloemen benut, maar ook de bloemen op zich werden gebruikt. De Grieken en Romeinen strooiden bloemen op de vloer tijdens feesten en bruiloften en ook in de tempels.

In de middeleeuwen werden bloemen in veel paleizen op de grond gestrooid, vooral om door hun welriekende eigenschappen andere geuren te overheersen. Tot de 18e eeuw werden bloemen gestrooid bij openbare aangelegenheden en jaarfeesten. In die tijd ontstond de gewoonte bloemen in schalen of vazen neer te zetten. Dit werd potpourri genoemd, naar een Frans woord om een stoofschotel mee aan te duiden.

Met de hieronder gegeven ingrediŽnten kun je verschillende soorten potpourri's samenstellen om in het Midzomerritueel te gebruiken en daarna in huis neer te zetten. Pluk de bloemen en kruiden op een zonnige dag en hang ze in bosjes ondersteboven op een warme plaats te drogen. Bind de bosjes bijeen met een elastiekje of een stukje van een oude panty. Als ze voldoende gedroogd zijn kun je ze voor je potpourri gebruiken.

Knip dan de bloemen of het blad van de stengels en handel verder zoals bij het recept is aangegeven. Doe de potpourrie in een mooie schaal of mand en hou wat van de mooiste bloemen over om er bovenop te leggen. Je kunt met de potpourri ook zakjes vullen en die bij je postpapier opbergen of in je kleerkast hangen. De meeste bloemen en kruiden kunnen zelf worden geplukt en gedroogd of in gedroogde vorm worden gekocht bij een kruidenwinkel. De aangegeven hoeveelheden verwijzen naar de gedroogde vorm.

Midzomerpotpourri

Je hebt hiervoor nodig:

- 1/4 liter kamille
- 1/4 liter goudsbloem
- 1/4 liter citroenmelisse
- 1/4 liter munt
- 50 gram lavendel
- 25 gram rozemarijn
- 4 eetlepels frankincense
- 1/2 kaneelstokje
- 1 stuk citroenschil
- 1 theelepel kruidnagels
- 1/2 theelepel geraspte nootmuskaat
- 3 druppels geraniumolie
- 2 druppels citroenolie
- 1 druppel pepermuntolie

Druppel de oliŽn op de frankincense en rozemarijn en meng dan alles door elkaar.

Zomerbloemenpotpourri

Je hebt hiervoor nodig:

- 3/4 liter gemengde zomerbloemen (kun je zelf plukken of kopen en drogen)
- 1/4 liter munt
- 1/4 liter citroenkruid
- 4 eetlepels benzoin
- 2 theelepels kaneelpoeder
- 1/2 theelepel piment
- 3 druppels rozenhoutolie
- 3 druppels anjerolie
- 3 druppels lavendelolie

Druppel de olie op de benzoin, kaneelpoeder en piment. Roer goed door elkaar en meng dan met de rest van de kruiden en bloemen.

Groene potpourri

Je hebt hiervoor nodig:

- 1/2 liter toppen van jeneverbes, conifeer, den of spar (kun je zelf plukken en drogen)
- 1/4 liter citroenkruid
- 1/4 liter lievevrouwebedstro
- 25 gr rozemarijn
- 4 eetlepels mirre
- 4 druppels dennenolie
- 2 druppels rozemarijnolie
- 4 druppels citroenolie

Doe de drie oliŽn bij de rozemarijn en de mirre en meng dan alles door elkaar.

Negenderlei bloemenkrans

Met de kruiden voor de negenderlei wierook (zie onder) kun je ook een negenderlei krans voor op je hoofd maken. In het artikel over Meoavond is het maken van een dergelijke krans uiteengezet. In het stuk over Imbolc worden voor het negenderlei reinigingskruid nog andere kruiden genoemd die je hiervoor kunt nemen.

Midzomerkrans van bijvoet

Bij het Midzomerfeest past ook goed een simpele krans van bijvoet, die je op dezelfde manier als de negenderlei bloemenkrans kunt maken.

Eikkrans en hulstkrans

Als je in het ritueel een Eikkoning en Hulstkoning laat optreden, kun je een krans voor ze maken. De krans voor de Eikkoning kun je maken met takjes en bladeren van wintereik of zomereik.

Als je voor de Hulstkoning een krans van hulstbladeren maak, is het zaak op te passen dat deze niet in het hoofd prikt. Je kunt hulstbladeren nemen zonder scherpe punten of oppassen dat de bladeren aan de buitenkant zitten. Ook een goede oplossing is de krans te maken van zijdebladeren, die met name tegen kerstmis wel te koop zijn.

Midzomergordel

Met bijvoet kun je een traditionele Midzomergordel maken die je tijdens het ritueel kunt dragen en daarna in je kamer kunt ophangen.

Pluk een flinke bos bijvoet. Zet deze een nacht in een emmer met water. De stelen zuigen zich dan vol en de gordel blijft langer fris.

Je hebt verder nog nodig bloemistendraad, een schaar en een soepel koord (gekocht of zelf gedraaid van katoen nr 8, lengte ongeveer 1.30 m). (zie de foto links)

Bind eerst een flinke hoeveelheid kleine bosjes met het draad (figuur 1). Je knipt hiervoor de zijtakjes van de steel af en doet de top hierbij. Eťn stengel levert als regel voldoende materiaal voor 1 bosje.

Begin nu ongeveer 20 cm van het eind van het koord af met het vastbinden van het eerste bosje (figuur 2).

Leg de andere hier dakpansgewijs overheen (zie figuur 4) en ga door tot het midden van het koord. Bind daarna de andere kant op dezelfde manier.

Bind tenslotte twee bosjes kruiselings vast op het midden (zie figuur 3).

Negenderlei kruidenwegge

De kruiden die in het Sint-Jansfeest zo'n grote rol spelen worden ook gebruikt om koeken of broden mee te bakken. In Tirol en de streek rond Salzburg werden drieŽrlei, zevenderlei of negenderlei koeken gebakken met evenzovele smakelijke en geneeskrachtige kruiden.

Weggen werden in Duitsland op een aantal plaatsen met Midzomer in de rivier gegooid, naar men zei als offer aan de Wassermann, die dan ervoor zou zorgen dat je het hele jaar niet zou verdrinken.

Om een negenderlei kruidenwegge te maken kun je het recept van het Samhain vlechtbrood (zie de pagina over dit Jaarfeest)) gebruiken, maar dan met melk in plaats van karnemelk en witte bloem in plaats van volkorenmeel. Voeg gelijk met de gist en de suiker de volgende gedroogde kruiden toe:

- 2 theelepels tijm
- 2 theelepels rozemarijn
- 1 theelepel peterselie
- 1 theelepel kervel
- 1 theelepel marjoraan
- 2 1/2 theelepel dragon
- 2 1/2 theelepel salie
- 1/4 theelepel gemalen laurierblad
- 1 teentje fijngeperste knoflook

In plaats van de gedroogde kruiden kun je ook verse kruiden nemen. Je moet dan wel de hoeveelheden naar smaak aanpassen. Vorm het deeg tot een langwerpig brood, een zogenaamde wegge. Handel verder zoals bij het Samhain vlechtbrood is aangegeven. In traditionele recepten worden soms deels andere kruiden gegeven. Dit is afhankelijk van de plaatselijk gangbare kruiden en de per streek verschillende smaak.

Margrietbrood

Midzomer is een bloemenfeest, waarvoor je een brood in de vorm van een margriet kunt bakken. Je hebt hiervoor nodig:

- 250 gr bloem
- 1 1/4 dl melk
- zakje gist of 30 gr verse gist
- 10 gram suiker
- 50 gram boter
- 1 eetlepel zout
- 150 gram krenten
- 150 gram rozijnen
- 50 gr zonnebloempitten
- eventueel 1 ei

Maak een gistdeeg en laat dit rijzen. Meng de vulling erdoor en kneed weer goed. Neem een klein gedeelte van het deeg en vorm hiervan een bolletje. Maak van de rest een rond, plat brood en snij dit in acht punten, maar snij niet helemaal door tot het midden.

Draai elke punt een kwartslag, zodat de snijkanten boven liggen. Duw de punten een beetje plat. Maak het bolletje nat met water en duw dit op het midden. Dit vormt het hart van de bloem (zie tweede foto). Laat het deeg weer rijzen. Verwarm de oven voor tot 180 graden C en bak het brood in 30 minuten. Laat het buiten de oven op een rooster uitdampen en afkoelen.

Klaverbloemsalade

Je hebt hiervoor nodig:

- 1/8 liter verse rode klaverbloemen
- 1/4 liter klaverblaadjes zonder stengel
- 200 gram zilvervliesrijst
- 50 gram zonnebloempitten
- 2 hardgekookte eieren
- 5 eetlepels olijfolie
- 3 eetlepels citroensap
- 3 eetlepels sinaasappelsap
- 1 eetlepel mosterd
- 2 eetlepels fijngehakte verse munt

Kook de rijst gaar. Hak de eieren fijn. Klop een sausje van de rest van de ingrediŽnten en roer dit door de rijst. Doe de blaadjes van de klaver erdoor. Pluk de bloemen van de klaver uit elkaar en strooi dit als garnering over de salade. Rooster de zonnebloempitten in een koekenpan, laat ze afkoelen en strooi ze over de salade.

Honingkoekjes

Je hebt nodig:

- 210 gram bloem
- 100 gram klaverhoning
- 150 gram boter
- snufje zout
- wat rozijnen
- 1 losgeklopt ei

Doe de bloem in een kom. Snij de boter in kleine stukjes tot de grootte van een erwt en doe deze door de bloem. Voeg de klaverhoning en het zout toe en kneed dit snel tot een stevige massa.

Vorm een rol van het deeg en verpak dit in folie. Laat dit minstens een half uur in de koelkast opstijven.

Snij plakjes van het deeg en snij of steek hier bloemvormen van. Leg ze op een ingevette bakplaat met voldoende tussenruimte. Doe wat rozijnen als hartje in het midden en bestrijk de koekjes met losgeklopt ei. Bak de koekjes in een voorverwarmde oven op 175 graden C in ongeveer 15 minuten.

Neem de koekjes van de bakplaat en laat ze op een plank of rooster afkoelen.

Rode klaverwijn

Je hebt hiervoor nodig:

- 3 1/2 liter water
- 2 liter rode klaverbloemen zonder blad
- 3 citroenen
- 3 sinaasappels
- 1 kg suiker
- 1 pot klaverhoning
- 1 theelepel voedingszout
- giststarter
- sulfiet

Maak twee dagen van tevoren een giststarter (zie de pagina Wierook, wijn, brood, gewaad). Doe de klaver in een schone emmer of grote pan. Breng het water aan de kook en los de suiker en de honing hierin op. Gooi dit over de bloemen. Rasp de citroenen en de sinaasappels en pers ze daarna uit. Doe dit bij het mengsel van bloemen en suiker. Als alles voldoende is afgekoeld kun je de giststarter erbij doen. Dek af met een schone theedoek. Roer vijf dagen lang driemaal daags. Maak daarna een 5-literfles schoon met heet water en een sulfietoplossing. Zeef het mengsel en doe het in een 5-literfles. Vul bij met schoon gekookt water. Doe het waterslot erop en handel verder als gebruikelijk (zie pagina Wierook, wijn, brood, gewaad).

Midzomerthee

Pluk gelijke delen pepermunt, brandnetel, citroenmelisse en doe er een klein beetje lavendel, kamille en roos bij. Zet thee van de versgeplukte of gedroogde kruiden. Je kunt deze thee bijvoorbeeld vůůr het ritueel drinken.

Muntsiroop

Voor 1 liter muntsiroop heb je nodig:

- 1/2 liter water
- bosje verse munt
- 1 kg suiker
- 1 uitgeperste citroen
- 1 uitgeperste sinaasappel

Breng 1/4 liter water aan de kook. Was de munt, schud het water eruit, leg de munt in een schaal of pan. Giet het kokende water erover. Laat alles afgedekt drie dagen staan. Zeef dan de munt eruit en laat het goed uitlekken.

Breng weer 1/4 liter water aan de kook, los de suiker erin op en laat het afkoelen. Doe de citroensap erbij en vervolgens het muntaftreksel. Spoel flessen om met hete soda en doe de siroop hierin. Sluit de flessen goed af.

Als je een groene kleur wilt kun je groene (of gele + blauwe) voedingskleurstof toevoegen. Naar smaak met bronwater aanlengen. Serveer met ijs en takje munt of citroen¨schijfjes.

Vlierbloesemsiroop

Je hebt hiervoor nodig:

- 1 kg suiker
- 1/2 liter water
- 25 vlierbloesemschermen
- 1 citroen
- 20 gram citroenzuur

Doe de suiker met het water in een pan en breng dit aan de kook. Doe de in schijfjes gesneden citroen (met schil) en het citroenzuur erbij. Roer tot de suiker is opgelost. Giet dit over de vlierbloesemschermen. Dek het af en laat het 2 dagen staan.

Zeef dit en doe het in met soda schoongemaakte flessen, die je goed afsluit. Naar smaak met bronwater aanlengen. Serveer met ijs en bijvoorbeeld een bloementrosje.

Negenderlei wierook

Het belang van het negenderlei kruid hebben we al verschillende malen aangeroerd. Het gaat altijd om kruiden die plaatselijk voorkomen en waaraan een magische of medicinale kracht wordt toegeschreven. Voor de wierook kun je nemen: 1/4 theelepel venkelzaad, bijvoet, peterselie, grote weegbree, brandnetel, vlierbloesem, duizendblad, 1/2 theelepel tijm en kamille en 1 theelepel frankincense.

Midzomerwierook

Voeg aan 1/2 eetlepel van de basiswierook ( zie de pagina Wierook, wijn, brood, gewaad)) 1 theelepel gedroogd hulstblad en 1 theelepel gedroogd eikenblad toe.

Versiering van de ruimte

Midzomer is bij uitstek een bloemenfeest. Veel bloemen kun je gewoon langs de kant van weg of sloot plukken. Je kunt bloemenslingers maken volgens de door ons beschreven methode om een midzomergordel van bijvoet te maken.

Je kunt een potpourri maken en neerzetten. Je kunt bloemen in een vaas zetten, neerleggen of op de grond strooien. Je kunt voor het ritueel een Cirkel van bloemen leggen. Als je Midzomer buiten viert, zoals in ons ritueel is aangegeven, kun je de versiering bij de omgeving aanpassen.

Voorbereiding voor het ritueel

Het ritueel wordt buiten, bij voorkeur in een bos, gehouden. Dat past o.i. het beste bij het jaargetijde en de aard van het ritueel. Er is een open plek, groot genoeg voor de Cirkel. In het Noorden staat een altaar. Hierop bevinden zich:

- een waxinelichtje voor de Godin en een voor de God
- een klankschaal
- een steen
- een staf
- een wierookvat
- een kom water
- een kom zout
- evenveel korenaren als er aanwezigen zijn

Er is klaverwijn, moerasspireawijn of een andere wijn naar keuze. Verder is er een negenderlei kruidenwegge, een margrietbrood of koekjes. Er is een berkentak aanwezig of deze wordt voordat het ritueel begint afgesneden.

Het Ritueel

PS en P zijn de priesteres en priester die het ritueel leiden. De Cirkel wordt getrokken volgens het basisritueel. In de pagina met het Basisritueel is een variant voor buitenrituelen uitgewerkt.

Twee personen, die in het ritueel de Eikkoning en de Hulstkoning uitbeelden, zijn nog niet aanwezig. PS en P staan in het Noorden. PS zegt:

Vandaag vieren wij het feest van Midzomer, de langste dag van het jaar, waarin de krachten van licht, warmte, leven en liefde de overhand hebben. Het is een tijd van vreugde, van groei en blijdschap. Een tijd ook van dankbaarheid aan Haar die altijd bij ons is; aan Haar die ons haar lichaam geeft als een plaats om te wonen; dankbaarheid aan Haar bij wie al wat leeft begint en tot wie al wat leeft terugkeert; onze Moeder met vele namen en titels.

Iedereen geeft elkaar de hand en chant:

Isis, Astarte, Diana, Hecate Demeter, Kali, Inanna

We are the old people, we are the new people We are the same people, stronger than before

Isis, Astarte, Diana, Hecate Demeter, Kali, Inanna

Na de chant zegt PS:

Onze Moeder, in welke gedaante ze zich ook aan ons voordoet, is altijd bij ons, maar vandaag vieren we dat ook de God in ons midden is, in de vorm van het koren dat op de akkers staat en dat ons ook dit jaar zoals altijd voedsel zal verschaffen.

Ze loopt naar het altaar en pakt de korenaren in haar linkerhand. Met haar linker- en zijn rechterarm vormen PS en P een poort in het Noorden. Ze houden de korenaren tussen hun in elkaar gevouwen handen. P zegt:

Ieder die door de poort van het Noorden wil gaan om de gaven van de God en de Godin in ontvangst te nemen, moet een wens voor de aarde kenbaar maken.

Elke man die zijn wens uitspreekt, krijgt van PS een aar en een kus, waarna hij door de poort gaat en deosil rond de Cirkel loopt. Elke vrouw krijgt van P een aar en een kus.

Als de laatste persoon door de poort is, wordt door PS de klankschaal geslagen. Hierop komt de Eikkoning de Cirkel in. Hij heeft eikentakken op zijn hoofd en is in het wit gekleed. Om zijn middel heeft hij een koord waarin evenveel eikentakken zijn gestoken als er aanwezigen zijn. De Eikkoning zegt:

Ik ben het licht en de levenskracht die elk jaar opnieuw de natuur wakker schudt uit haar winterslaap; de zaden doet ontkiemen; de stengels doet groeien; het koren doet rijpen. Zonder mij is er geen graan, geen groente, geen bloemen, geen dieren, geen leven. Wie van de vruchten van de aarde wil delen, moet mij eer bewijzen.

Hij blijft midden in de Cirkel staan. PS loopt op hem toe en zegt:

Wij zijn blij met Uw aanwezigheid onder ons en scharen ons onvoorwaardelijk achter de krachten van licht en leven.

De Eikkoning geeft haar een eikentak. P loopt naar de Eikkoning en zegt:

Ik schaar mij achter de krachten van licht en leven.

De Eikkoning geeft hem een eikentak. Wie dat wil, loopt op hem toe en herhaalt de tekst "Ik schaar mij achter de krachten van licht en leven" en krijgt een eikentak. Als iedereen een tak heeft, wordt er rondgedanst terwijl een gedeelte uit Kipling's A Tree Song gezongen wordt, namelijk:

Oh, do not tell the priest of our plight Or he would call it a sin;
But we've been out in the woods all night,
A-conjuring summer in!

Sing Oak, and Ash and Thorn, good Sirs,
All on a Midsummer's Morn
Surely we sing of no little thing,
In Oak and Ash and Thorn!

And we bring you news by word of mouth
Good news for cattle and corn,
Now is the sun come up from the South
With Oak, and Ash, and Thorn!

Sing Oak, and Ash and Thorn, good Sirs,
All on a Midsummer's Morn
Surely we sing of no little thing,
In Oak and Ash and Thorn!

Het refrein wordt enkele malen herhaald. Terwijl de chant aan de gang is, komt de Hulstkoning de Cirkel in. Hij draagt een kroon van hulstbladeren en is in het zwart gekleed. Een hulsttak is onder het koord van zijn gewaad gestoken. Hij heeft een trommel waarop hij hard slaat, dwars door A Tree Song heen. De chant breekt af en iedereen kijkt naar de Hulstkoning, die in het midden blijft staan, de Cirkel rondkijkt en als het stil is met luide stem zegt:

Ik ben de tijdloze stilte; de diepe duisternis, waarin alles wat beweegt tot rust komt. Zonder mij zullen zaden verdorren; zonder mij zal de aarde verschroeien en onvruchtbaar worden. Wie van de vruchten van de aarde wil delen, moet mij eer bewijzen.

PS loopt naar hem toe en zegt:

Wij zijn blij met Uw aanwezigheid onder ons en scharen ons achter U. Er is geen licht zonder duisternis, geen groei zonder afbraak.

Ze houdt de Hulstkoning een korenaar en de van de Eikkoning gekregen eikentak voor. De Hulstkoning neemt de eikentak van haar over. Terwijl hij de tak doorknakt, zegt hij:

Er is geen licht zonder duisternis.

Hij neemt de korenaar van haar over en knakt de stengel, terwijl hij zegt:

Er is geen groei zonder afbraak.

Hij geeft de geknakte aar en stengel terug, breekt een hulstblad van zijn tak en drukt het in haar hand terwijl hij zegt:

Elk leven begint en eindigt met de dood. Elke dag begint en eindigt met de nacht.

P loopt naar hem toe en biedt hem een korenaar en zijn eikentak aan. De Hulstkoning knakt de eikentak terwijl hij zegt:

Er is geen licht zonder duisternis.

Dan knakt hij de korenaar en zegt:

Er is geen groei zonder afbraak.

Hij geeft P een hulstblad. Ditzelfde herhaalt hij voor alle aanwezigen die naar hem toekomen: hij knakt de eikentak en de korenaar en geeft ze een hulstblad. Tenslotte staat de Eikkoning voor hem. Hij heeft een eikentak in zijn hand. De Hulstkoning steekt zijn hand uit om de tak van hem over te nemen. De Eikkoning doet of hij de tak wil geven, maar op het laatste moment haalt hij uit en slaat de Hulstkoning met de tak op zijn vingers. De Eikkoning zegt:

Ik ben het licht en de levenskracht. Niemand kan mij breken zonder zichzelf te vernietigen.

De Hulstkoning zegt:

Je tijd is voorbij, je uur is gekomen. Jouw licht zal in mijn duisternis vallen.

Ze rollen vechtend over de grond. De Eikkoning verliest de strijd en als hij niet meer beweegt, staat de Hulstkoning op. Hij raapt de eikentak op, knakt hem doormidden en legt hem op de Eikkoning. PS en P lopen samen naar de Eikkoning en leggen hun eikentak en korenaar op hem neer. Alle anderen volgen dit voorbeeld en begraven de Eikkoning onder hun takken en aren. PS zegt:

Er is geen licht zonder duisternis; geen groei zonder afbraak; geen oogst zonder offer. Laten we Hem die ons zijn leven gegeven heeft, op gepaste wijze eren.

PS en P zetten A Tree Song in, maar ditmaal heel langzaam en plechtig, als een requiem voor de Eikkoning. Terwijl ze zingen en deosil rondlopen, komt de Eikkoning overeind. Hij raapt alle geknakte aren op en houdt ze als een bosje in zijn hand. Terwijl het zingen en dansen geleidelijk aan sneller en vrolijker wordt, begint de Eikkoning mee te dansen. Als dat mogelijk is, wordt daarbij over een vuur gesprongen. De laatste regels worden herhaald tot PS het lied afbreekt. Iedereen gaat in een kring zitten. PS zegt:

Ga gemakkelijk zitten. Sluit je ogen en ontspan je. Haal een paar keer diep adem. Vul je longen en je buik met lucht. Hou je adem een paar seconden vast en laat hem dan rustig ontsnappen. Ontspan je bij het uitademen.

Het is een warme zomeravond. Je ligt in bed, maar je kunt de slaap niet vatten. Je hebt het dek al van je afgegooid, maar nog steeds is het warm en benauwd. Het gordijn is half open, maar het waait niet en het open raam erachter brengt geen verkoeling. Je puft en staart in de schemering naar het plafond. Dan sluit je je ogen maar weer en haalt een paar keer diep adem. Je wordt loom en zweverig, maar op het moment dat je jezelf voelt wegglijden, zie je een vaag lichtschijnsel. Je opent je ogen en ziet nog net het licht achter het open raam verdwijnen.

Je gaat zitten, wrijft je open uit en loopt naar het raam. Verbaasd kijk je naar buiten. Je ziet een grote tuin - of is het een bos? Een eikenboom staat niet ver van het huis en een van zijn takken is zo dichtbij dat je de bladeren kunt pakken. Je kunt je niet herinneren die boom ooit gezien te hebben en ook de rest van de tuin komt je niet bekend voor. Je draait je om en kijkt nog eens de kamer rond. Ja, het is wel degelijk je eigen kamer: je eigen bed, hetzelfde behang, dezelfde dingen aan de muren, maar die tuin dan....

Je voelt een duwtje in je rug en geschrokken draai je je om. Het is de tak van de eikenboom, die door het open raam naar binnen steekt. Terwijl je ernaar kijkt, zie je de tak groeien en verder naar binnen komen. Ongelovig schud je je hoofd. Dat kan toch niet!? Je steekt je hand uit en betast de bladeren en de stam, maar ze zijn er echt. Ineens dringt tot je door dat je muziek hoort en nieuwsgierig open je het raam nog verder en steekt je hoofd naar buiten. Nu hoor je de muziek nog veel duidelijker: trommels en fluiten en een of ander raspend geluid, als van een ratelaar of een groep krekels. De muziek is wild en meeslepend en ongemerkt begin je mee te dansen. Vreemd genoeg begint de eikentak ook mee te deinen en zonder dat je erbij nadenkt, pak je hem en laat je meevoeren door die muziek. Je sluit je ogen en voelt jezelf zweven, dan word je meegetrokken, het raam door. Op de maat van de muziek zweef je door de lucht. Je ziet de tuin in de diepte onder je liggen, maar het is net of je geen enkel gewicht hebt en je bent niet bang te vallen. Je houdt je stevig aan de tak vast en als een wapperend lint vlieg je door de lucht. Je ziet dat de boom nog steeds groeit. Het huis waaruit je bent gekomen ligt ver, ver in de diepte onder je.

Ineens word je je bewust van de zon die schuin boven je aan de hemel staat te branden. Wat is hij groot! En wat een hitte straalt hij uit! Je hoort nog steeds de muziek en je wordt onophoudelijk door hetzelfde ritme meegesleept, maar je voelt dat je alsmaar dichter en dichter naar die brandende zon toe gedreven wordt. De hitte maakt je duizelig. Lichtflitsen met felle kleuren tollen om je heen. Je vergeet de eikentak vast te houden en als je eraan denkt, voel je hem door je vingers glippen, maar je wordt nu gedragen door het licht en je geeft je eraan over. Je zweeft door de ruimte op de klanken van de muziek. Je hoeft nergens naartoe, niets te doen, je bent vrij.

In de verte zie je een blauw en rood lichtschijnsel, veel feller en intenser dan de toch al lichte achtergrond, dat langzaam in jouw richting komt. Je houdt je handen voor je gezicht en knijpt je ogen iets dicht om ze aan het felle licht te laten wennen. Naarmate het dichterbij komt, zie je dat het licht de vorm van een menselijke gestalte heeft, maar veel ijler en beweeglijker. Het wezen steekt een hand naar je toe met daarop een doosje.

"Wees niet bang," hoor je een stem zeggen. "In dit doosje zit de vervulling van je liefste wens. Denk er goed over na wat die wens is voordat je het opent, want je kunt dat later niet meer veranderen. Wel kun je af en toe terugkomen naar deze plaats en een blik in het doosje werpen om te zien of je wens al in vervulling is gegaan. Het enige dat je hoeft te doen is je ogen te sluiten en aan het doosje te denken. Het zal altijd naar je toekomen, ook als je eraan twijfelt of je wens ooit werkelijkheid zal worden."

Aarzelend steek je je hand uit en het doosje wordt erin gelegd. Je sluit je ogen en denkt na over wat je diepste wens is. Dan open je het doosje en kijkt erin....

Als je lang genoeg in het doosje hebt gekeken, doe je het dicht en kijkt voor je uit. Het lichtwezen is er nog steeds en steekt een hand naar je uit. Je legt het doosje erin, waarna het wezen opstijgt en in de verte verdwijnt.

Je merkt dat je begint te bewegen. Langzaam, heel langzaam draai je rond in een cirkel van licht. Je ziet de aarde onder je opdoemen en groter, almaar groter worden. Je ziet een rivier, bomen, huizen. Je ziet je eigen huis onder je heel langzaam dichterbij komen. Je ziet het open raam van je kamer en als je je hand uitsteekt kun je de vensterbank pakken, zweeft naar binnen en belandt zacht op de grond, waar je een moment blijft liggen om weer tot jezelf te komen.

Je bereidt je erop voor in je eigen tempo weer terug te komen op deze plek in het bos. Je voelt je ontspannen en uitgerust en je denkt nog even aan de wens die je hebt gedaan. Je opent je ogen, kijkt om je heen en rekt je eens uit.

PS pakt een beker wijn en de kruidenwegge, het margrietbrood of de schaal koekjes en zegt:

Ik zegen deze wijn en dit voedsel uit naam van de Oude Goden.

Ze brengt een plengoffer in het midden van de Cirkel, drinkt van de wijn en geeft de beker met een kus en aan P, waarbij ze zegt:

Blessed be!

P drinkt van de wijn en geeft de beker met een kus en de wens "Blessed be!" aan de vrouw die links van hen staat. De vrouw drinkt van de wijn en geeft de beker door. Zo gaat de beker de Cirkel rond. De laatste die drinkt, offert wat wijn buiten de Cirkel in de vier windrichtingen. Daarna verkruimelt PS een plakje wegge, brood of een koekje midden in de Cirkel, geeft P een koekje, neemt er zelf ook een en geeft de schaal door aan de persoon links van zich. De laatste die een koekje neemt offert ook een koekje in de vier windrichtingen.

Hierna wordt de Cirkel op de gebruikelijke wijze voor buitenrituelen (zie de pagina met het Basisritueel) afgesloten.