Herfstfeest

De Romeinen verdeelden het jaar in de vier seizoenen die we ook nu nog onderscheiden: winter, lente, zomer en herfst.

In de meeste heidense beschavingen werd het jaar ingedeeld in een winterhelft en een zomerhelft.

Tussen winter en zomer werd door vrijwel alle Indo-Europese stammen een Lentefeest gevierd.

Een Herfstfeest is minder algemeen gangbaar geweest en vaak is moeilijk het Herfstfeest, als dat al gevierd werd, van het Winterfeest te scheiden.

Op deze pagina zullen we proberen het Herfstfeest door de jaren heen, in al zijn verschijningsvormen en variaties, te laten zien.

De essentie van het Herfstfeest

Het Herfstfeest is een dankfeest voor de oogsten die op dat moment zijn binnengehaald. Het gaat daarbij, naast het afronden van de verschillende graanoogsten, vooral om druiven, vruchtbomen, noten, bessen, bramen, etc.

Het Oogstfeest rond de eerste augustus stond in het teken van de geofferde Vegetatiegod. Daarbij ging het vooral om het geoogste graan.

In de Griekse Herfstfeesten sterft de Vegetatiegod om als Wijngod herboren te worden. In Noord-Europa is het Herfstfeest wat gemoedelijker. Jaarmarkten, kermissen en gildefeesten zijn vanouds met dit jaargetijde verbonden. De oogst is binnen en de winter is nog ver. Dit lijkt het thema van veel hedendaagse Herfstfeesten te zijn.

Tegelijk is het Herfstfeest een moment dat we ons realiseren dat de zomer voorbij is. De bladeren gaan verkleuren en vallen van de bomen. Paddestoelen, elfenbankjes en aardappelbovisten herinneren ons aan de herfst. De dagen worden merkbaar korter.


Oorsprong van het begrip herfst

Het woord herfst heeft een historie van vele duizenden jaren achter zich en is te herleiden tot een Indo-Europese wortel *karp, waarmee de oogsttijd werd aangeduid. Het Griekse karpůs (vrucht) en het Latijnse carpere (plukken) zijn hiervan afgeleid. De Latijnse term werd ook in overdrachtelijke zin gebruikt, zoals in carpere oscula (kusjes stelen) en carpe diem (pluk de dag).

Taalkundigen nemen aan dat het woord herfst is "ontstaan in een cultuurperiode toen de mens leefde van het verzamelen der wild groeiende vruchten, of misschien eerder nog, op een tijd toen het graan nog niet met de sikkel gesneden, maar aarsgewijs geplukt werd." (J. de Vries: Etymologisch woordenboek, 1971, p 168).

Ons woord herfst is afgeleid van de Germaanse wortel *harbista, via het Oudhoogduitse herbist, het Middelhoogduitse herbest en het Middelnederlandse hervest.

De Angelsaksische vorm haerfest stond model voor het Engelse harvest, dat tot de 16e eeuw uitsluitend werd gebruikt voor de oogsttijd. Toen ontstond de gewoonte ook de oogst zelf als harvest aan te duiden, waarna de oudere betekenis in de loop van de 18e eeuw verdween.

Het Duitse Herbst heeft, net als de Nederlandse vorm, de betekenis van jaargetijde behouden. Hetzelfde geldt voor de afgeleide vormen in de andere Germaanse talen, zoals haust (Oudnoors en IJslands), host (noors) en hŲst (Zweeds). Het Deense host (oogst, herfst) is vrijwel verdrongen door efteraar (najaar).

Andere namen voor de herfst

De Romeinen gebruikten de naam autumnus, een vermoedelijk Etruskisch woord, waarvan de oorsprong en de betekenis niet meer te achterhalen zijn.

De verschillende Romaanse talen hadden oorspronkelijk eigen woorden om de herfst mee aan te duiden. Als regel waren dit woorden die een bepaalde handeling beschreven, zoals het naar de stal brengen van de koeien, of het binnenhalen van een bepaalde oogst, bijvoorbeeld die van de appels, olijven of druiven.

In de 12e en 13e eeuw werden in de verschillende Romaanse talen verbasteringen van het Latijnse autumnus overgenomen, als een overkoepelende literaire term voor de herfsttijd. Al snel verdrongen deze vormen de oudere aanduidingen en zijn in verschillende moderne Romaanse talen nog steeds gangbaar, zoals autunno (Italiaans), otoŮo (Spaans), autono (Portugees) en automne (Frans).

Omstreeks 1380 vertaalde Geoffrey Chaucer De Consolatione Philosophiae van BoŽthius in het Engels. Daarbij vertaalde hij autumnus niet met het toen algemeen gangbare herfest, maar koos ervoor de Oudfranse vorm autompne te verengelsen tot autumpne. Uit deze literaire kunstgreep ontstond het Engelse autumn, dat in de 18e eeuw het oudere harvest volledig had verdrongen.

Het Engelse fall, dat in de Verenigde Staten algemeen gangbaar is, ontstond in de 17e eeuw. In 1545 werden de vier seizoenen, door Roger Ascham in Toxophilus, voor het eerst omschreven als: "Spring tyme, Somer, faule of the leafe, and winter." John Evelyn was de eerste die, in zijn boek Sylva (1664), dit "fall of the leaf" (vallen van het blad) afkortte tot fall.

De term najaar in de betekenis van herfst ontstond in de 16e eeuw, waarschijnlijk als tegenhanger van het in die tijd gevormde begrip voorjaar. Voordien sloeg naejaer, net als het Duitse Nachjahr, alleen op de vergoeding die aan erfgenamen en wezen werd uitbetaald na een sterfgeval.

In het Ierse Gaelic worden zowel de herfst als de oogst aangeduid als fůmhar. September wordt meŠn fůmhar (herfstmaand) genoemd. In het Schotse Gaelic worden herfst en oogst foghar genoemd, in het Welsh cynhaeaf en in het Cornish, kynyaf. Al deze woorden interpreteert C.D.Buck als "vůůr de winter".

In het Bretons werd de herfst aangeduid als diskar-amzer (tijd van verval) of als dilost-hanv (eind van de zomer). Kennelijk werd de herfst door de verschillende Keltische volkeren gezien als de tijd dat de laatste oogst werd binnengehaald, voordat de winter inviel.

Door sommige Wicca's wordt het Herfstfeest aangeduid als Mabon. Jan de Zutter neemt in Abracadabra - lexicon van de moderne hekserij (1997) deze gewoonte over, maar voegt eraan toe: "Het gebruik van het woord Mabon is van recente datum. Onze voorouders vierden nooit een feest dat bekend stond als Mabon." (p 148)

Er is inderdaad geen enkele aanwijzing dat de naam van de Keltische God Mabon ooit aan het Herfstfeest of enig ander jaarfeest is gehecht. Waarschijnlijk is deze naam rond 1985 door Nederlandse Wicca's geÔntroduceerd en later door anderen overgenomen. De God Mabon, in GalliŽ Maponos genoemd, werd vooral geassocieerd met jeugdigheid en zonlicht. Zijn naam betekent "Zoon van de Moeder". Door de Romeinen werd hij aan Apollo gelijkgesteld. Als jeugdige God zou hij eerder passen bij de lente en de zomer dan bij de herfst, maar ook bij deze feesten ontbreekt zijn naam.

De herfstequinox

Tot de invoering van de Gregoriaanse kalender werd de herfstequinox op 24 september gerekend (zie de inleidende pagina over de jaarfeesten). Daarna werd de equinox naar 21 september verplaatst en tenslotte op 23 september vastgesteld.

Het Herfstfeest werd echter zelden op de equinox gehouden. De Romeinen gebruikten het aequinoctium autumnale voor astronomische berekeningen, maar vierden geen Herfstfeest op deze datum.

De Kelten lijken evenmin een Herfstfeest rond de equinox gekend te hebben. In The festival of Lughnasa geeft MŠire MacNeill vele voorbeelden die aannemelijk maken dat de Ierse Kelten Lughnasa of Lammas (1 augustus) als Herfstfeest vierden: "Lammas was the end of summer and the beginning of autumn." (p 147)

Grieken en Germanen vierden de volle maan rond de herfstequinox en niet de equinox zelf. Zoals gezegd in de pagina over Midzomer werd door de kerk in de vroege Middeleeuwen de herfstequinox aangewezen als Conceptie van Johannes de Doper, waarschijnlijk vooral om de in deze periode gevierde Griekse Herfstfeesten (zie onder) op een christelijke datum vast te zetten en zodoende te kerstenen. In de Grieks-orthodoxe kerk bestaat dit feest nog steeds op 23 september, de vůůravond van de oude herfstequinox.

Het Germaanse Herfstfeest (zie onder) is echter niet aan de equinox verbonden gebleven en kristalliseerde zich in Engeland en op het Europese vasteland vooral uit op Sint Michiel (29 september). De namen herfstequinox, herfstevening en herfstnachtevening werden alleen door wetenschappers gebruikt en speelden in volksgebruiken rond het Herfstfeest geen enkele rol. Hetzelfde geldt voor het Duitse Herbstnachtgleiche en het Engelse autumn equinox.

In de 16e eeuw was de herfstequinox dooreene fout in de Juliaanse kalender 14 dagen verschoven, van 24 naar 10 september. Toch werd het Herfstfeest in grote delen van Europa nog steeds gevierd op Sint Michiel, 29 september.

Herfstmaan en herfstmaand

De woorden maand en maan zijn beiden terug te voeren op de Indo-Europese wortel *men (meten). De maan was de voorloper van de maand als tijdmeter. Jaarfeesten waren in de meeste oude beschavingen gekoppeld aan de maankalender, niet aan het zonnejaar. Voor de meeste Indo-Europese volkeren gold hetzelfde voordat ze overgingen op de Romeinse kalender.

De oudste namen van maanden zijn vrijwel altijd afgeleid van die van de manen in de daarvůůr gebruikte maankalender. Het Angelsaksische hśrfestmonath duidde oorspronkelijk de volle maan rond de herfstequinox aan en werd na het invoeren van de jaarkalender gebruikt voor de maand september. In het moderne Engels worden beide begrippen onderscheiden als harvest moon en harvest month.

Het Oudhoogduitse herbistmanoth leidde op vergelijkbare wijze tot Herbstmonat (september) en Herbstmond (de maan rond de herfstequinox).

In het Middelnederlands was herfstmaent gebruikelijk en nog steeds wordt september herfstmaand genoemd. Toen het Middelnederlands vaste vormen begon aan te nemen, was de herfstmaan kennelijk al uit de spreektaal verdwenen.

Oogstmaand heilige maand

Opmerkelijk is dat de maand september in de Angelsaksische kalender werd aangeduid als haligmonath, d.i. heilige maand. In het overzicht dat Beda in 731 geeft van de kalender spreekt hij met betrekking tot september van: "halegmonath: mensis sacrorum." (heilige maand)

Martin Nilsson (Primitive time-reckoning, p 296) ziet dit als een verwijzing naar de heiligheid van de oogst voor de heidense Angelsaksen.

In de door Karel de Grote ingestelde kalender werd Heilagmanoth verschoven naar december, waarschijnlijk om daarmee de maand waarin het Christuskind geboren is tot heilige maand uit te roepen. In het Middelnederlands was heilichmaent een gebruikelijke aanduiding van december.

"Oorspronkelijk schijnt de naam (heilige maand) aan de maand september eigen te zijn geweest," merken Verwijs en Verdam op. "Wellicht ligt hierin eene herinnering aan feesten die in deze maand gevierd werden, in de voorchristelijke periode." (Middelnederlandsch woordenboek, 1899-1941, deel 3, p 269)

In het Duits wordt Heiligmonat nog steeds voor de kerstmaand gebruikt.

De Griekse Herfstfeesten

In Griekenland stonden de verschillende Herfstfeesten in het teken van de graanoogst, de druivenoogst en de oogst van groenten en fruit. Het waren dankfeesten voor de oogst en een rituele voorbereiding op het zaaien van de wintertarwe.

Vooral de druivenoogst was voor de herfstfeesten van groot belang, zoals talloze Griekse vazen laten zien. De afbeelding linksboven is een zwartfigurige vaas uit Attica, de streek rond Athene, maar rond 540 v. Chr. gemaakt voor Etruskische kopers in ItaliŽ. Links staat Dionysos met in zijn linkerhand een drinkschaal (kantharos) en in de rechter een wijnrank met grote trossen druiven. Tegenover hem staat de Zeegod Poseidon met een dolfijn in zijn linkerhand en een speer in de rechter.

De afbeelding rechtsboven is eveneens een zwartfigurige vaas die in Attica voor Etrusken is gemaakt rond dezelfde tijd. In het midden staat Dionysos met een drinkhoorn tegenover zijn geliefde Ariadne, omringd door saters en menaden.

Ook de vaas (amfoor) op bovenstaande foto's is gemaakt in Attica voor de belangrijke Etruskische markt, rond 520 v. Chr. De linkerfoto toont Dionysos met een kantharos en wijnranken, hier afgebeeld in de traditionele Griekse vorm van kleine bladeren aan weerskanten van de stengel. Vůůr de Wijngod staat Apollo met zijn harp en vůůr hem Hermes, met vleugels aan zijn onderbenen. De rechterfoto laat de andere kant van dezelfde vaas zien. Hier zit Dionysos op een primitieve troon, wijnranken in zijn hand en rond zijn hoofd. Tegenover hem staat een opgewonden sater, te herkennen aan zijn paardenstaart, een drinkhoorn in de hand.

Bij de Griekse herfstfeesten speelde de herfstequinox geen rol. De Griekse lunisolaire kalender was, in ieder geval in oorsprong, gericht op de maan, niet op het zonnejaar. De belangrijkste Herfstfeesten in Athene vonden plaats tijdens Pyanepsion, de vierde maand van de Ionisch-Attische kalender, die in Athene en de omringende steden werd gevolgd. Deze maand kon vallen tussen eind augustus en eind oktober. Op de vijfde dag van de maand vond het feest Proerosia plaats. De naam betekent "voorbereiding op het ploegen". Hierbij werd, met name in Eleusis, een deel van de graanoogst aan Demeter geofferd. Twee dagen later, tijdens de Pyanepsia (letterlijk "bonen koken"), werden granen, gemengd met bonen en alle groenten van het jaargetijde, in een grote ketel gekookt en tijdens een feestmaaltijd ter ere van Apollo genuttigd.

Als onderdeel van het feest werd de eiresione, een met vruchten versierde olijtak, in een plechtige processie rondgedragen. Ook werden vaatjes met olijfolie, honing of wijn en uit brooddeeg gebakken figuurtjes aan de tak gehangen. Gewoonlijk werd de tak na de processsie met de olie of de wijn gezegend. Groepen jongeren gingen met deze takken van huis tot huis en werden als dank hiervoor beloond. Vaak werd de tak in huis opgehangen en bleef daar het hele jaar, tot hij door de nieuwe eiresione werd vervangen. Mannhardt ziet de eiresione als een klassieke voorganger van de oogstmei (zie de pagina over Lammas).

Op dezelfde dag werd ook een ander feest, de Oschophoria, ter ere van Dionysos, gevierd. Hierbij droegen twee in vrouwenkleding gestoken jongemannen wijnstokken met grote er nog aan hangende trossen druiven rond. Ze werden gevolgd door een koor dat gewijde liederen zong.

Dat op hetzelfde moment een feest voor Apollo en een feest voor Dionysos plaatsvond, is geen toeval. In De kringloop van het leven, hoofdstuk 3, hebben we beschreven hoe de Vegetatiegod vanaf de Steentijd is voorgesteld in de vorm van twee elkaar in de loop van het jaar afwisselende Goden. In Python - a study of Delphic myth and its origins (1959) laat filoloog Joseph Fontenrose zien hoe Apollo en Dionysos elkaar in Delphi afwisselden: "Dionysos van Delphi was een God van dood en winter. Niets is zekerder over hem bekend dan dat hij in Delphi aanbeden werd gedurende de drie wintermaanden, als Apollo afwezig was." (p 379).

De Pyanepsia is echter nog niet het moment dat Apollo de heerschappij aan Dionysos overdraagt en vertrekt naar zijn winterverblijf in Hyperboreas. De druiven zijn geoogst en kunnen worden uitgeperst, maar de transformatie tot wijn heeft nog niet plaatsgevonden.

De Vegetatiegod moet sterven om als Wijngod herboren te worden. De Pyanepsia is dan ook een plechtig en ingetogen ritueel, geen feest met veel wijn en extatische priesteressen, zoals dat in de wintermaanden wel plaatsvond.

Nadat de druiventrossen in processie van de tempel van Dionysos naar de tempel van Athena Skiros waren gedragen werd daar een plengoffer gebracht, waarna alle aanwezigen "Eleleu, Iou, Iou!" uitriepen. Hierna werden de wijnstokken teruggebracht naar de tempel van Dionysos. De uitroep betekent: "Hoera! Helaas! Helaas!" Vanaf de vijfde eeuw v.Chr. werd dit door de Grieken verklaard als vreugde over de behouden terugkeer van de Atheense held Theseus en rouw over de dood van diens vader, die ten onrechte aannam dat zijn zoon door de Minotaurus was verscheurd en zich daarom van de rotsen wierp. Waarschijnlijk is het ritueel veel ouder dan deze mythe en te verklaren als vreugde over de druivenoogst die de Wijngod herboren zal doen worden, gemengd met treurnis over de dood van de Vegetatiegod in de vorm van de druiven die uitgeperst zullen worden.

De Romeinse wijnfeesten

De feesten die in de winter in de verschillende Griekse steden werden gehouden ter ere van Dionysos waren evenementen waarbij de hele stad betrokken was in de vorm van extatische rituelen met optochten, toneeluitvoeringen en sportwedstrijden.

De Romeinen stelden Dionysos gelijk aan hun eigen God Liber Pater, die in alle delen van het Romeinse rijk werd vereerd. Aanvankelijk was Liber een Vegetatiegod die door de gelijkstelling aan Dionysos ook als Wijngod werd gezien. De Romeinen noemden hem ook Bacchus, naar de Lydische Wijngod Bakchos, die vermoedelijk ook model gestaan heeft voor de Griekse Dionysos.

In de Romeinse provincies werden wijnfeesten gekoppeld aan Liber, Dionysos, Bacchus of een plaatselijke Wijngod. Het gezelschap rond de Griekse Dionysos werd gewoonlijk hierin opgenomen.

Op de foto rechtsboven dansen een menade en een sater met wijnranken in zijn haar tussen wijnranken met druiventrossen.

Eroten hoorden vaak tot het Griekse gezelschap van Dionysos. De Romeinen namen dit over voor al dan niet gevleugelde jongetjes die cupido's worden genoemd. Op bovenstaande foto's zijn cupido's bezig druiven te plukken en vieren ze feest. Het zijn fresco's die zijn gevonden in Pompeii, bewaard gebleven tijdens de vulkaanuitbarsting in 79 na Chr.

Eveneens gevonden in Pompeii zijn twee fonteinbeelden. Op de foto linksboven houdt een cupido vruchten in een omgeknoopt hertenvel. Het hertenvel was de kenmerkende dracht van de menaden. De cupido's werden door de Romeinen geassocieerd met de Wijngod en met de vruchten van de herfsttijd.

De foto rechtsboven toont een sater met puntoren die een wijnzak voor zich houdt. Uit deze zak spoot het water van de fontein.

Bovenstaande foto toont een mozaÔek uit de 4e eeuw na Chr., gevonden in Kelibia in het huidige TunesiŽ, oorspronkelijk een kolonie van Carthago, later onderdeel van het Romeinse rijk. De vrouwelijke panter is een vast onderdeel van het gezelschap rond Bacchus/Liber. De omgevallen (of omgegooide) wijnkelk verwijst naar de Wijngod, al is die zelf niet aanwezig.

Hoewel faunen niet tot de vaste begeleiders van Bacchus/Liber behoren, worden ze er wel mee geassocieerd. Faunen brengen vruchtbaarheid en overvloed en zijn verbonden met de ongerepte natuur. Het marmeren beeld op bovenstaande foto's stond in een nis in de tuin van het huis van de tragediedichter in Pompeii. Gemaakt kort vůůr de vulkaanuitbarsting van 79 na Chr. In het om zijn hals geknoopte pantervel houdt de faun een grote hoeveelheid appels, druiven en granaatappels.

De extatische rituelen van de Grieken voor Dionysos pasten niet bij de ingetogen aard van de Romeinse samenleving waar het religieuze aangelegenheden betrof. De Romeinen hielden er wel van de door Dionysos geleide optochten en feesten af te beelden, maar voerden zelf deze optochten vrijwel nooit uit.

De levenskracht die de Romeinen aan Dionysos toeschreven, blijkt uit het feit dat de Wijngod vaak is afgebeeld op Romeinse sarcofagen. Bovenstaande foto is van een Romeinse sarcofaag uit de 2e eeuw na Chr. In het midden wordt de dronken of extatische Bacchus ondersteund door twee saters, terwijl menaden (de vrouwelijke volgelingen van de God) dansen.

Onderstaande foto toont de achterkant van dezelfde sarcofaag. Vrijwel naakte menaden dansen en maken muziek. Een priesteres in het midden overgiet een offerdier op het altaar en een bok met wijn.

Romeinse wijnfeesten waren ter ere van Jupiter, die vanouds als beschermheer van de wijn werd gezien. Tijdens de Vinalia, op 23 april, waarbij de wijn van het vorig jaar voor het eerst gedronken mocht worden worden, werd Jupiter geŽerd.

Op 19 augustus werden de Vinalia Rustica gehouden, eveneens een wijnfeest ter ere van Jupiter. Hierbij plukte de Flamen Dialis, de priester van Jupiter, de eerste druiven en voerde een ritueel uit om het numen van de druiven te activeren en zo de een maand later te verwachten druivenoogst gunstig te beÔnvloeden.

Een Herfstfeest op of rond de equinox hebben de Romeinen nooit gevierd. In de maand september vonden geen religieuze feesten plaats, alleen van 4 tot 19 september de Ludi Romani (spelen en wedstrijden) in het Circus Maximus. Voor de Romeinen was het Herfstfeest niet de equinox, maar, naast spel en ontspanning, de oogst van de nieuwe wijn.

Tijdens de Meditrinalia, op 11 oktober, werd de mustum (most) van de nieuwe wijn met oude wijn gemengd en gedronken na het brengen van een plengoffer en het uitspreken van de wens: "Novum vetus vinum bibo, novo veteri morbo medeor." (Ik drink oude en nieuwe wijn om mijn oude en nieuwe kwalen te genezen) Most is vruchtensap dat net is begonnen te gisten en daarom is most van druiven voor ons geen druivensap meer en nog geen wijn. De Romeinen beschouwden most daarentegen als een gezonde en geneeskrachtige drank waar je niet dronken van wordt. Het woord mustum werd niet alleen voor most gebruikt. Het betekende ook wijnoogst en herfst. Het mengen van oude wijn door de most is ook een manier om het numen van de wijn te activeren en de levenskracht van de vorige wijnoogst op de nieuwe oogst over te brengen.

Ondanks de plaats van Jupiter in de wijnfeesten was Bacchus voor de Romeinen toch de Wijngod bij uitstek. Een Romeinse sarcofaag uit de 2e eeuw na Chr. (zie foto rechtsboven) toont Dionysos met een wijnkelk in zijn hand en een panter aan zijn voeten tussen een kleine sater en een dansende menade die zichzelf begeleidt op een trommel. Elke Romein kende en begreep dergelijke taferelen.

Bovenstaande foto laat zien dat de hele sarcofaag gewijd is aan Bacchus. In het midden de hierboven besproken voorstelling. Links een sater met een mand met druiven en een gebogen herdersstaf. Rechts twee saters die druiven persen in een trog. Tussen de voorstellingen de ribbels die op veel Romeinse sarcofagen uit deze tijd te zien zijn.

Wijnfeesten in het Romeinse keizerrijk

In alle delen van het Romeinse rijk waar wijnbouw belangrijk was, werden de wijnfeesten gekoppeld aan Dionysos-Liber. Ook hier werd de levenskracht van de Wijngod gezien als een impuls voor de overledenen.

Bovenstaande foto's tonen een Romeinse sarcofaag die is gevonden in Szekszard in Hongarije, bij de Romeinse legerplaats Alisca. De voorkant (foto linksboven) toont Amor (Cupido) en Psyche, zinnebeeld voor de liefde die alles overwint.

De linkerzijkant toont Apollo die Marsyas straft voor de overmoed waarmee deze zich met de God wilde meten. De rechterzijkant (zie de foto rechtsboven) toont een wijnrank met grote trossen druiven die uit een vaas groeit. Moraal: wie de Goden wil overtreffen wordt gruwelijk gestraft (Marsyas werd levend gevild), maar de levenskracht van de Wijngod geeft ieder het vermogen zich in het dodenrijk staande te houden. De Wijngod zelf is niet afgebeeld, maar wordt vertegenwoordigd door de wijnrank.

Wijnranken zijn vaak afgebeeld op Romeinse sarcofagen in Hongarije, zoals op bovenstaande foto, een deel van een Romeinse sarcofaag dat is gevonden in Vac, een Romeinse plaats, 22 km ten noorden van Boedapest.

De naar verhouding kleine bok die links van de druiven snoept, laat zien dat de wijnrank, het geschenk van Dionysos, reusachtig groot is en een goddelijke kracht bezit.

In het Mozaiekmuseum in Constanta, RoemeniŽ, zijn Romeinse mozaÔeken uit de Grieks-Romeinse stad Tomis gereconstrueerd. In het museum ligt ook, zonder enige toelichting, een reliŽf met wijnranken en druiventrossen die uit een pot groeien (zie de foto rechts).

Waarschijnlijk betreft het een deel van een Romeinse sarcofaag uit de 2e eeuw na Chr., in overeenstemming met de traditie om de levenskracht van de Wijngod via de wijnrank op de overledene over te dragen.

In de Romeinse provincies in Noord-Afrika was de wijnbouw belangrijk en Dionysos-Liber is vaak afgebeeld als Wijngod. Wijnranken spelen hierbij een grote rol. Soms is Dionysos erbij te zien, soms de personen uit zijn gevolg, zoals menaden, saters, cupido's (eroten) of Silenos. Soms zijn alleen de wijnranken afgebeeld.

Op de foto linksboven zien we een mozaiek uit El Jem in TunesiŽ. Vanuit vazen in de hoeken van het mozaiek vullen wijnranken vrijwel het hele mozaiek. Cupido's plukken druiven. In het midden ligt Silenos, de trouwe metgezel van Dionysos, die meestal dronken is, op een bladerdek uitgestrekt en wordt verzorgd door cupido's.

De afbeelding rechtsboven toont een mozaiek uit de Grieks-Romeinse kolonie Zliten in het huidige LibiŽ. Wijnranken uit een vaas vullen het hele mozaiek.

De vier jaargetijden zijn vaak afgebeeld op mozaieken in Noord-Afrika en gewoonlijk wordt Dionysos-Liber daarbij als de herfst voorgesteld.

De foto linksboven toont een mozaiek uit Zliten (LibiŽ) in de 3e eeuw na Chr., te zien in het Museum van Tripoli. De onderste figuur (zie foto rechtsboven) is Dionysos als de herfst. Hij heeft wijnranken in zijn haar en een tros druiven op zijn gewaad. Uniek zijn de vleugels die alle jaargetijden hebben. De bovenste figuur is de winter, links het voorjaar en rechts de zomer.

Niet altijd werd Bacchus door de Romeinen met de herfst verbonden. Soms werden alle jaargetijden als vrouwen voorgesteld. Een voorbeeld hiervan is te zien in de Vaticaanse Musea (zie bovenstaande foto).

De herfst is hier een liggende vrouw met wijnranken in haar haren, een grote tros druiven in haar hand. Vier gevleugelde cupido's plukken druiven en verzamelen ze in manden. Het beeld is in 1804 zonder hoofd gevonden in een Romeinse villa in een voorstad van Rome. Het beeld dateert uit het midden van de 2e eeuw na Chr., maar het hoofd is in 1804 gemaakt door de restaurateur, beeldhouwer Massimiliano Laboureur. Dat werd in die tijd zo opgelost om Romeinse beelden zo compleet mogelijk door te verkopen.

De gewoonte Dionysos of Bacchus met de herfst te vereenzelvigen zat diepgeworteld en is door de eeuwen heen blijven bestaan, zoals verschillende foto's op deze pagina laten zien.

Ook het gebruik om de herfst als een vrouw voor te stellen, is echter blijven bestaan. Hotel de Sully heeft twee afbeeldingen van de herst opgenomen: een als Dionysos-Bacchus en de andere als vrouw. Hierboven hebben we beide beelden laten zien.

Soms werd de herst verbonden met druiven en de wijn zonder dat de Wijngod zelf getoond werd. Twee voorbeelden hiervan:

In de deuren van de kathedraal van Saint Denis in Frankrijk zijn in 1140 de maanden van het jaar afgebeeld. De maand september (foto linksboven) toont het overgieten van de wijn in vaten.

De foto rechtsboven laat zien hoe architect Pierre Cuypers in de mozaieken voor de vier jaargetijden de herfst afbeeldde: als een wijnrank met trossen druiven. De mozaieken met de jaargetijden waren in een eerdere restauratie als zijnde ouderwets verwijderd, maar zijn met de laatste restauratie gelukkig weer teruggebracht in de oude staat.

Het Germaanse Herfst- en Winterfeest

Waarschijnlijk vierden de Germanen tijdens de volle maan rond de herfstequinox een feest, harbista of harbusta genaamd, als afsluiting van de oogsttijd en als rituele voorbereiding op het zaaien van het wintergraan. De volksvertegenwoordiging, Ding genaamd, waar ook recht (Geding of Gericht) werd gesproken, kwam in mei samen (Maiending, Maiengeding of Maiengericht) en in de herfst (Herbstding, Herbstgeding of Herbstgericht). In de Middeleeuwen werd dit nog steeds Herbstding genoemd en veel volksfeesten sloten zich hierbij aan.

De jaarmarkt die rond deze tijd werd gehouden, kreeg tijdens de mis een kerkelijke wijding. Later ging de naam Messe op de jaarmarkt zelf over (zie de pagina over Lammas). Tijdens de op de herfstmaan volgende volle maan vierden de Germanen het Winterfeest, de terugkeer van de doden (zie de pagina over Samhain).

Toen ze overgingen van een maankalender op de Juliaanse kalender, wezen de verschillende stammen verschillende data aan als Winterfeest. De ene Germaanse stam vierde het begin van de winter op 28 september, andere stammen kozen 1 of 15 oktober. Herfstfeest en Winterfeest gingen daarbij in elkaar over en werden vaak op dezelfde dagen gevierd.

Het is de vraag inhoeverre het Germaanse Herfstfeest een eigen identiteit heeft gehad, zelfs toen de maankalender nog werd gebruikt. In de Germania, hoofdstuk 26 (geschreven rond 97 na Chr.), zegt de Romeinse geschiedschrijver Tacitus zelfs dat de Germanen de herfst niet kenden als jaargetijde omdat ze geen boomgaarden of wijngaarden hadden en dus niet bekend waren met de vruchten van dat seizoen.

Dat de Germanen wel degelijk feest vierden in de herfst was deze Romeinse geschiedschrijver evenwel bekend. In zijn Annalen, boek I, deel 50-51, beschrijft hij hoe de Romeinse veldheer Germanicus in de herfst van het jaar 14 AD de Germaanse stam van de Marsa versloeg door ze te verrassen tijdens de viering van een groot feest ter ere van de Godin Tanfana. Kennelijk zag Tacitus dit niet als een Herfstfeest en waarschijnlijk was het dat ook niet. Taalkundigen als Jacob Grimm en Jan de Vries leiden uit de naam van de Godin af dat ze vooral verbonden was met de haard en met het dodenrijk. Het feest voor Tanfana was vermoedelijk een Winterfeest, geen Herfstfeest. Wat voor Tacitus de herfst was, tussen 24 september en 25 december, was in de Germaanse maankalender een mogelijk tijdstip voor het Winterfeest.

In de vroege Middeleeuwen werden de Germaanse gebieden een voor een veroverd door de Franken, gekerstend en ingelijfd bij wat later het Heilige Roomse Rijk zou heten. Het veredelen van wilde vruchtbomen kwam rond deze tijd op gang en onder Karel de Grote werden wijngaarden aangelegd langs de Rijn. Hierdoor kreeg het Herbstfest steeds meer het karakter van een oogstfeest voor wijn en ooft en maakte het zich, voor het eerst sinds de maankalender werd afgeschaft, weer los van het Winterfeest.

In de renaissance werden afbeeldingen van bacchanalen of zegetochten met Dionysos-Bacchus populair. Friedrich Wilhelm Hamdorf geeft op de omslag van zijn boek Dionysos-Bacchus het schilderij Bacchanaal (1525) van Titiaan.

De foto rechtsboven toont het schilderij Bacchus van de Boheems-Weense schilder Franz Xaver WagenschŲn (1726-1790). De naakte Bacchus, zittend op zijn praalwagen met trossen druiven in zijn hand, wordt omringd door nimfen, saters en wilde dieren.

Vanaf de 17e eeuw werden de wijnfeesten vooral voorgesteld als in dronkenschap zwelgende bacchanalen. De foto linksboven toont een Bacchanaal, geschilderd door Szinyei Merse PŠl in 1869.

Rechtboven is te zien hoe de 21-jarige Antonie van Dijck zich in 1620 de dronken Silenus, de trouwe metgezel van Bacchus, voorstelde.

De associatie van Bacchus en dronkenschap is tot de moderne tijd gebleven. Op de ingang van de tussen 1904 en 1910 gebouwde Raadskelder van het Raadhuis in Dresden prijkt de naakte jonge Bacchus met wijnranken in zijn haar, leunend tegen een vat waaruit wijn loopt terwijl hij wijn uit een fles drinkt. In de omlijsting trossen druiven en vruchten. Achter de rug van de God slingeren wijnranken.

In zijn schilderij De sater en de boer (1660) plaatste Jan Steen een sater, met wijnranken in zijn haar, aan het hoofd van een feestmaal van boeren. Zie de foto linksboven. De bedoeling van het schilderij is niet duidelijk. Waarschijnlijk is het een allegorie, gebaseerd op een fabel van Aesopus, waarin schijnbare tegenstellingen bij elkaar geplaatst worden. Zo blaast de boer in zijn handen om ze te waren en in zijn soep om die af te koelen.

De foto rechtsboven toont een vloermozaÔek van de herfst, een van de vier jaargetijden in de Stanza Segnatura in de Vaticaanse Musea. Waarscijnlijk gemaakt in 1503-1513 toen deze zaal werd gerenoveerd door paus Julius II della Rovere. De herfst werd gepersonifieerd door Bacchus met wijnranken en trossen druiven op zijn hoofd en wijnranken om zijn hals.

De heiligen van het Herfstfeest

Het in de renaissance populair geworden Herfstfeest werd niet gekoppeld aan de herfstequinox, maar kristalliseerde zich uit op verschillende heiligendagen rond deze tijd, zoals Sint Gilles (1 september), Maria-Geboorte (8 september), Sint Lambertus (17 september), Sint Michael (29 september) en Sint Bavo (1 oktober). Het Winterfeest verschoof in de loop der eeuwen met name naar Allerzielen en Sint Maarten (zie de pagina over Samhain).

Sint Michael (29 september)

Door het Concilie van Mainz in 813 werd besloten op 29 september een feestdag voor de aartsengel Michael en alle andere engelen in te stellen. Voor deze datum werd gekozen omdat op 29 september 493 een basiliek bij Rome was gewijd op de plaats waar de aartsengel enkele maanden eerder zou zijn verschenen. De tijd van het jaar, het begin van de Germaanse winter, zal ook een rol gespeeld hebben. In 785 had de Saksische leider Widukind zich op deze datum onderworpen aan Karel de Grote en zich laten dopen.

Het Saksische Winterfeest werd van 1-3 oktober gehouden. In Augsburg, de hoofdstad van het in 787 door Karel de Grote onderworpen en gekerstende Beieren, werd het Winterfeest op 28 september gevierd. Het was een belangrijk feest, waarop recht werd gesproken en op veel plaatsen een jaarmarkt werd gehouden. Om het heidense Winterfeest in het nog maar net gekerstende Germaanse gebied een christelijke wending te geven werd de belangrijkste van alle engelen op deze strategische datum ingezet.

In het Angelsaksische Engeland werd Michaelmas om dezelfde reden een van de quarter-days. Deze voorbeelden illustreren dat in die tijd geen duidelijk onderscheid werd gemaakt tussen het Germaanse Herfst- en Winterfeest. In Duitsland was Michaelstag het gekerstende Winterfeest; in Engeland was Michaelmas als quarter-day de tegenhanger van Lady Day (25 maart), het gekerstende Lentefeest.

Michael werd gezien als de aanvoerder van de hemelse heerscharen, de lichtende strijder tegen de Duivel en zijn trawanten. Hij versloeg Satan in de vorm van een draak; een rol die Sint Joris vele eeuwen later zou overnemen. Michael was ook de begeleider van de zielen der overledenen in het hiernamaals. Hij kondigde de Heilige Maagd haar dood aan en vocht met Satan om het lichaam van de overleden Mozes. Hij woog de zielen van de overledenen en begeleidde de rechtvaardigen naar de hemel, terwijl hij zondaars in het vagevuur stortte. Niemand was beter uitgerust om de heidense dodencultus te kerstenen dan Michael. Hoewel hij een aartsengel en geen heilige was, moedigde de kerk in alle opzichten de volkse verering van Sint Michiel aan.

In heel Europa werden kerken naar hem genoemd en werd hij vereerd met kapellen op hoge plaatsen, als symbool voor zijn hoog verheven status en idealen. In Utrecht bevindt zich sinds 1328 een Michaelskapel in het destijds hoogste punt van de Domtoren.

In Duitsland werden heiligdommen voor Wodan op bergtoppen gekerstend door er Michaelskapellen overheen te bouwen. Als aanvoerder van de Wilde Jacht was Wodan Heer van de Doden, die onder zijn leiding in de winter door de lucht vlogen. Ook Holda of Hella was met de Germaanse dodencultus verbonden. De overledenen werden door de Godin liefdevol verzorgd en in het dodenrijk opgenomen. Er was de kerk veel aan gelegen de heidense dodenverering uit te bannen en Wodan en Holda te vervangen door Michael. Voor een groot gedeelte lukte dit. De dood wordt in Duitsland aangeduid als St. Michaelsschlaf. Toch wordt de vrijdag vůůr Sint Michiel in Unterfranken (Beieren) nog steeds Helltag genoemd en de weg naar veel aan Michael gewijde kerkhoven is een Helweg.

Naarmate het Herfstfeest in de Middeleeuwen meer het karakter van een Oogstfeest kreeg, veranderde ook de viering van Sint Michiel. Soms werd deze dag als laatste oogstdag voor appelen genoemd. In Zwitserland werd de laatste garve Michel genoemd. Gewoonlijk werd er een grote feestmaaltijd gehouden om de goede afloop van de verschillende herfstoogsten te vieren. In Engeland werd daarbij de Sint Michaelsgans gegeten. Men zei dat het eten van de gans het hele jaar voorspoed zou geven. In de Niederrhein werd de gans met kastanjes gevuld.

In 1773 werd in Pruisen de zondag na Sint Michael officieel uitgeroepen tot Erntefest (Oogstfeest). Niet lang daarna volgden de andere Duitse staten dit voorbeeld. Nog steeds wordt deze dag door katholieken en protestanten in Duitsland als oogstfeest gevierd.

Op veel plaatsen in Duitsland was het op Sint Michiel verboden graan te zaaien of op het land te werken. Soms werd de wintertarwe juist wel op Sint Michiel gezaaid. Gustav Jungbauer, Elard Hugo Meyer en anderen zien hierin restanten van een oude Wodanscultus. Tenslotte was Wodan niet alleen Heer van het Dodenrijk, maar ook verbonden met het graan en de akkerbouw. Dit zal de overgang van Dodenfeest naar Oogstfeest gemakkelijker en tegelijk verwarrender gemaakt hebben. Een eerbetoon aan de doden, die goede gaven brengen, de vruchtbaarheid van de oogst gedurende de winter bewaken en deze overdragen op het nieuwe akkerseizoen, wijkt niet principieel af van een dankfeest voor de oogst.

Vaak waren er speciale broden of koeken die met Sint Michiel gebakken werden. Op de Hebriden werden voor Michaelmas koeken gebakken, struan genaamd, gemaakt van verschillende soorten graan, die tijdens een feestmaal werden gegeten. In alle opzichten is dit te beschouwen als een dankfeest voor de verschillende graanoogsten. Toch werden de restanten van het maal aan de armen gegeven, die gewoonlijk tijdens het Winterfeest de arme zielen in het vagevuur vervangen. Ook werd na de maaltijd een processie rond het plaatselijke kerkhof gehouden.

In Vlaanderen legde men een broodje, vollerte genaamd, in de Michielsnacht onder het hoofdkussen van slapende kinderen, een gebruik dat Sint Maarten of Sint Nicolaas niet zou misstaan. In Zwitserland vloog Michael tijdens de mis van huis tot huis en liet geschenken voor de kinderen achter, die ze aantroffen als ze terugkwamen uit de kerk.

De Grote Ronde van Gertrudis (29 september)

Gertrudis, ook wel genaamd Geertrui of Geertgen, was de abdis van het klooster van Nijvel (Nivelles in Waals Brabant). Ze stierf op 17 maart 659 en wordt vanaf de tiende eeuw in Nederland, BelgiŽ en Duitsland op die datum herdacht. In Nijvel zelf wordt ze echter jaarlijks geŽerd met een omgang van 14 km op 29 september. Tot de 13e eeuw werd een omgang gehouden voor MichaŽl, maar het kerkbestuur besloot toen de aartsengel te vervangen door de plaatselijke heilige en haar te eren met een Grote Ronde, waarbij een wagen haar schrijn en relikwieŽn langs de voormalige grenzen van het klooster zou voeren.

Een Grote Ronde (Grand Tour) is een omgang die, in tegenstelling tot een processie, de grenzen van de parochie overschrijdt. Het besluit de Grote Ronde aan Geertrui te wijden is opmerkelijk, temeer daar deze heilige vele trekken heeft ontleend aan de Germaanse dodencultus. Net als Holda had Gertrudis een spinnewiel als attribuut. Net als Holda geacht werd de doden op te vangen en naar het dodenrijk te begeleiden, werd van Gertrudis gezegd dat ze de zielen van de overledenen opving. In de middeleeuwen ging men er algemeen vanuit dat de ziel de eerste nacht door Gertrudis wordt begeleid en daarna door MichaŽl wordt overgenomen.

Gertrudis werd altijd afgebeeld met een of meer muizen naast zich. Op een devotieprent uit 1962 (zie de foto rechts) van de Sint-Gertrudiskerk in Riksingen (BelgiŽ) beklimmen muizen de staf van de heilige en de pilaren aan weerskanten van haar. Vaak werd en wordt Gertrudis gezien als "schutspatrones tegen muizen en ratten," zoals het boek Geneesheiligen in de Lage Landen (2005, p 130) ons vertelt, maar er zit meer achter. Niet voor niets ligt op de devotieprent een kroon aan de voeten van de heilige.

Volgens het Germaanse volksgeloof, zoals dat in de middeleeuwen voortleefde, namen overledenen vaak de vorm van een muis aan. Holda verzorgde niet alleen de doden, maar ook de levenden gaf ze voedsel en overvloed. Gertrudis lijkt de rol van Holda te hebben overgenomen.

Wie meeloopt in de Grote Ronde van Nijvel, draagt een geschilde boomtak bij zich, die de avond tevoren door een priester is gezegend met wijwater. Gertrudis zal dan de oogst van dat jaar beschermen tegen ziekten, verderf en knaagdieren.

Zoals Getrudis de zielen begeleidde in het hiernamaals was ze ook de beschermheilige van alle reizigers in dit ondermaanse. Bij het afscheid nemen, dronk men de Gertrudisminne. In Nijvel brengt men halverwege de Grote Ronde in de hoeve Grand Peine een heildronk uit.

In alle opzichten past Gertrudis beter bij het Herfst- en Winterfeest dan bij het voorjaar, waarin haar sterfdag wordt gevierd. Vaak worden de biografische gegevens van een heilige aangepast aan de omstandigheden. De sterfdag van Gertrudis was echter algemeen bekend en hieraan kon niet getornd worden. Wel kon haar feestdag verplaatst worden om deze in overeenstemming te brengen met de Godin die door deze heilige gekerstend was.

Herfstfeesten op andere heiligendagen

Op verschillende heiligendagen in de herfsttijd bestaan of bestonden gebruiken die als Herfstfeest te beschouwen zijn. Net als bij de gebruiken op Sint Michiel is het meestal moeilijk het Herfstfeest van het Winterfeest te scheiden.

Sint Gilles (1 september)

De verwarring tussen Herfst- en Winterfeest begint al op Sint Gilles, ook wel Gillis of Egidius genoemd. In Engeland was St. Giles' Day in de middeleeuwen zo populair dat zijn naamdag vaak als Herfstfeest gold. Twee grote jaarmarkten, een in Winchester en een nog steeds bestaande in Oxford, gaven deze dag mede gestalte.

De veemarkt in Keferloh (Beieren) wordt al sinds 955 op Sint Egidius of de eerste daarop volgende maandag een veemarkt gehouden. De markt, waar vroeger voornamelijk paarden en slachtvee verhandeld werden, besluit een tiendaags Herfstfeest met een jaarmarkt en een kermis.

Op het Europese vasteland werd Sint Gilles deels als Herfstfeest, deels als Winterfeest gezien. Hij was schutspatroon van het gejaagde wild en zou eens een hinde die door de Westgotische koning Wamba gejaagd werd, hebben verborgen. De hinde had Gilles met haar melk gevoed en om haar te reddden, ving de heilige met zijn lichaam de pijl op die voor het dier was bedoeld. Op bidprentjes (zie de afbeelding links) wordt Sint Gilles atijd met een hert afgebeeld, terwijl hij het evangelie verkondigt.

In het Rijnland was hij een van de 14 Noodhelpers, die altijd aangeroepen konden worden. Het weer op zijn naamdag is een indicatie voor het weer van de komende maanden: "Is Aegidius heet, het geeft een schone herfst met zweet."

In de oosterse kerk werd 1 september, daar echter vooral de naamdag van Simon de Pilaarheilige, uitgeroepen als begin van het kerkelijk jaar en is dat nog steeds.

Maria-Geboorte (8 september)

Maria-Geboorte werd algemeen gevierd als afsluiting van de oogsttijd. In Duitsland besloot deze dag de Frauendreissiger vanaf Maria Hemelvaart (zie de pagina over Lammas). Als zodanig was het een Herfstfeest bij uitstek.

Vaak werd niet alleen op Maria Hemelvaart, maar ook op Maria-Geboorte een kruidwis gezegend. Het Rituale Romanum gaf voor deze dag de Benedictio seminum et segenum, de zegening van het zaad en het geoogste graan. Het gezegende zaad werd door het zaaizaad van de wintertarwe gemengd. Pas daarna kon deze tarwe gezaaid worden.

Maria-Geboorte was het eind van de zomer. "Op Maria Geboort trekken de zwaluwen voort," zei men. In Beieren en Tirol vinden nog veel processies op deze dag plaats. Ook in BelgiŽ worden nog bedevaarten en processies op Maria Geboorte gehouden. In Nazareth (Oost-Vlaanderen) is dit het begin van een twee weken durende reeks van processies langs 15 kapelletjes.

In de late middeleeuwen bevond Maria-Geboorte zich dicht bij de daadwerkelijke herfstequinox (10 september). Er is echter geen enkele aanwijzing dat de equinox, die officieel tot 1582 op 24 september werd gerekend, in dit feest een rol heeft gespeeld.

Sint Lambertus (17 september)

Sint Lambertus werd in Nederland, BelgiŽ en Duitsland vaak als begin van de herfst gevierd. Op Sint Lambertus moest de haveroogst binnen zijn en kon de rogge gezaaid worden. Vanaf die dag werd door de handwerkslieden voor het eerst 's avonds weer bij kaarslicht of lamplicht gewerkt. Op Sint Lambertus versierde men daarom de kaarsen of lampen met bloemen en groene takken. Rond de lampen en kaarsen werd die avond gedronken en feest gevierd.

In MŁnster was een vast onderdeel van het Lambertusfeest dat de stad werd versierd met grote kransen en lampions. Op de pleinen stonden grote met lichten, bloemen en bladeren versierde houten piramides. Er werd gedanst en zingend trokken groepen jongeren van de ene piramide naar de andere. Met fakkels werd een grote optocht door de stad gehouden. Ook elders in Duitsland kwamen deze fakkeloptochten voor.

In Nederland werden de fakkeltochten echter vooral tijdens het Winterfeest op Sint Maarten gehouden. Ook de gans die vaak het hoofdgerecht vormde tijdens het feestmaal op Sint Lambertus, doet denken aan de Sint Maartensgans.

In Nederland is Sint Lambertus, onder de naam Lammeliedjesavond in Veenendaal tot na de Tweede Wereldoorlog populair gebleven, zij het vooral als kinderfeest met optochten en verkleedpartijen. In Ligny (Henegouwen) worden op deze dag wedstrijden, volksspelen en een grote optocht georganiseerd.

Sint Bavo (1 oktober)

In het stuk over Samhain hebben we 1 oktober, de naamdag van Sint Bavo, als Winterfeest genoemd. Bavo was in Vlaanderen echter ook de beschermheilige van de oogst en werd "portier van de herfst" genoemd. Op Sint Bavo werd een mis gelezen om de vruchten van de aarde te eren. De herfst werd in Brabant daarom bamis genoemd.

Hopoogst- en bierfeesten

In Zuid-Duitsland was de hopoogst in augustus en september op veel plaatsen aanleiding voor een Oogstfeest. De hopbellen, sinds de elfde eeuw een belangrijk bestanddeel van het bierbrouwen, werden op veel plaatsen in de kerk gewijd. Een aantal bierfeesten zijn uit het hierbij gevierde Oogstdankfeest voortgekomen.

In ons land werden de feestmaaltijden voor de hopoogst Hopmalen genoemd en meestal werden ze gehouden op Sint Michiel. In Poperinge (West-Vlaanderen) vinden om de drie jaar op half september de tweedaagse Internationale Hoppefeesten plaats, gebaseerd op een oud volksfeest, dat na de hopoogst gevierd werd.

In de huidige vorm, met een wedstrijd hopbellen plukken, volksdansen, een optocht met praalwagens, verkiezing van een Hoppekoningin en een bierfeest, is het feest voor het eerst in 1956 georganiseerd. In Wieze (Oost-Vlaanderen) wordt op de laatste zondag in september een bierfeest geopend dat veertien dagen duurt.

Kerkwijdingsfeesten en kermissen

In Duitsland werd het Herfstfeest vaak als Kirchweihfest gehouden. Officieel is de kerkwijding de jaarlijkse herdenking van de inwijding van een kerk of kathedraal, maar gewoonlijk werd deze Kirchtag in september gevierd, vaak op Sint MichaŽl of de zondag daarna. De Michaelismarkt in Amberg (Beieren) heet nog steeds die kalte Kirchweih.

In de handleiding voor missionarissen die paus Gregorius de Grote in 601 liet uitgaan, raadde hij aan het offeren van een os, zoals dat tijdens het heidense Herfst- of Winterfeest gebruikelijk was, in het kerkwijdingsfeest op te nemen. Daarbij speelde oorspronkelijk het Winterfeest een grote rol. Herhaaldelijk werd in de vroege middeleeuwen binnen de kerk geprotesteerd tegen het aanrichten van overdadige feestmaaltijden op de kerkhoven tijdens het kerkwijdingsfeest. Later ging het in de herfst gevierde Oogstfeest een grotere rol spelen.

In zekere zin was de kerkwijding de voortzetting van het Germaanse Herfstding (zie boven), waarbij mensen uit de verre omtrek bijeenkwamen om het Herfstfeest te vieren en zaken af te handelen. Jaarmarkten en kermissen hoorden zo onlosmakelijk bij het kerkwijdingsfeest dat beiden als Messe werden aangeduid.

Waarschijnlijk is het Oudhoogduitse Messa ontleend aan het heidense Oogstfeest (zie het stuk over Lammas) en is dit begrip later zowel de mis als de jaarmarkt gaan aanduiden. Het Middelhoogduitse Kirchmesse werd al in de middeleeuwen samengetrokken tot Kirmes, waaruit het Nederlandse kermis en vergelijkbare vormen in vele andere Germaanse en Slavische talen zijn ontstaan. Vaak werd tijdens het kerkwijdingsfeest gedanst rond de dorpslinde, die dan Kirchweihbaum of Kirmesbaum genoemd werd.

Ook in Nederland waren de kerkwijdingsfeesten, vergezeld van jaarmarkten en kermissen, algemeen gangbaar. "De kerk luidde de jaarmarkt in met hare klok," zegt Ter Gouw, "stelde die onder bescherming van haar kruisteeken, en luisterde die op met plegtige omgangen. De laatsten werden zoo schitterend mogelijk ingerigt. Geestelijkheid en Magistraat, Schutterij en Gilden vereenigden zich daarbij, en alle burgers en ook vele vreemdelingen namen er deel aan, waarom dan ook in vele steden de kermis en de jaarmarkt eeuwen lang de Ommegang, of, als 't grootste feest van 't jaar, de Groote Ommegang genoemd werd... Na de Reformatie werden naturlijk geen jaarmarkten meer ingesteld op kerkwijdingsfeesten, maar nog wel op gedenkdagen, die met dankstond en predikatie gevierd werden." (De volksvermaken, p 461-2).

Het schilderij Grote dorpskermis met dansend paar van David Teniers de Jongere (1610-1690), gemaakt kort na 1662, toont een kermis in de 17e eeuw waarbij alle dorpelingen aanwezig zijn. Er wordt gegeten, gedronken, muziek gemaakt en gedanst.

Tot halverwege de 20e eeuw hebben veel kermissen hun karakter als Herfstfeest behouden. Vaak werd de kermis na afloop volgens een bepaald ritueel begraven. In Laagkeppel (Achterhoek) werd daartoe de stok uit de schiettent ceremonieel ten grave gedragen, terwijl de vendelzwaaier bij rouwmuziek de laatste eer bewees aan de overleden kermis, die in feite het eind van de zomer aankondigde. Op veel plaatsen in Nederland en Vlaanderen werd de kermis in de gedaante van een stropop begraven.

In Broekhuizervorst (Limburg) werd de kermis besloten met een feestmaal waarvoor drie geiten werden geslacht. De organisatoren van het feest hingen de nog bloederige vellen, compleet met poten en staart, over hun schouders. Ook hier zien we weer dat Oogstfeest/Herfstfeest en Dodenfeest/Winterfeest in elkaar overgaan.

Hoezeer kermis en oogst met elkaar verweven zijn moge blijken uit de woorden van Jos Schrijnen: "In West-Vlaanderen draagt het oogstfeest, of liever de feestmaaltijd, den naam van oogstfooie, elders dien van oogstkermis... Het woord fooi heeft hier de beteekenis van afscheidsmaal." (Nederlandsche volkskunde, p 323 en 326)

De noordelijke wijnfeesten

De wijnfeesten in Noord-Europa zijn duidelijk geŽnt op de veel oudere Griekse en Romeinse wijnfeesten. H. Warner Allen geeft in A history of wine een overzicht van de wijnfeesten door de eeuwen heen. De expositie Wijn, wijn, wijn! in het RMO in 1995 beperkte zich tot de Grieks-Romeinse oudheid, maar Warner Allen trekt de lijn door naar de latere wijnfeesten in Noord- en Midden-Europa.

"De wijnfeesten in de bekende wijnstreken van Duitsland aan de Rijn, Main, Neckar en Moesel zijn bijna niet te tellen, " zegt Leander Petzoldt in VolkstŁmliche Feste (1983), p 339. "Maar," voegt hij eraan toe, "slechts weinigen hiervan zijn in de vorige (=19e) eeuw ontstaan - en dan meestal niet als wijnfeest. De meesten zijn in de dertiger jaren (van de 20e eeuw) geschapen en vele ontstonden pas na de Tweede Wereldoorlog."

Henri Doucet schilderde in 1912 keurige dames die druiven plukken en in een ton verzamelen. Maar meestal is het bacchanaal niet ver te zoeken. Boven de ingang van Wettiner Weinlšdchen, een vinotheek aan de Terrassengasse in Dresden drinkt een sater met puntoren wijn uit een grote schaal. De druiven op zijn hoofd en achter zijn rug onderstrepen dat hij tot het gevolg van Bacchus behoort.

Vaste onderdelen van de feesten zijn het wijnproeven, vaak omschreven als "openen van de wijnbron", en de verkiezing van een Wijnkoningin of Wijnprinses. Vaak speelt Bacchus, met een gevolg van wulpse Bacchantinnen of Winzermšdchen (wijnmeisjes) een rol in het feest.

In de 19e eeuw zijn veel wijnfeesten ontstaan na misoogsten, waardoor de wijnboeren zich gedwongen zagen door de verkoop van de nieuwe wijn aan feestgangers hun schaarse inkomsten te verhogen. De krisis in de dertiger jaar had hetzelfde effect.

In Grinzing, Heiligenstadt, Nussdorf en andere dorpjes in de buurt van Wenen bestaan al enkele eeuwen de Heurigerfeste. Plaatselijke wijnboeren steken vanaf augustus Maien (bundels meitakken) aan de gevels van hun huizen om aan te geven dat de Heuriger, de nieuwe wijn uit de oogst van het vorige jaar, geschikt is om te drinken. De wijnfeesten die de plaatselijke bevolking hierbij vierde, werden in de 20e eeuw een grootschalige toeristische attractie.

Met name in Zuid-Duitsland bestaan wat oudere wijnfeesten, die een traditie vanaf de middeleeuwen voortzetten. In het Rijnland wordt de vrouw die de laatste druiven van de oogst afsnijdt, uitgeroepen tot HerbstkŲnigin. Soms leidt ze ook het feest, waarmee de wijnoogst besloten wordt en dat rond een groot herfstvuur wordt gevierd. Als het donker is wordt een fakkeloptocht gehouden. Op veel plaatsen in Zuid-Duitsland en de Steiermark (Oostenrijk) wordt dit gedaan onder de naam Herbstausleuchten (verlichten van de herfst).

In Rottenburg (Baden-WŁrtemberg) werd de wijnoogst afgesloten met een Herbstmahl dat ook Letzemahl (afscheidsmaaltijd) werd genoemd omdat allen die aan de oogst hadden meegewerkt voor het laatst dat seizoen samen waren.

Verschillende wijnfeesten in Duitsland zijn voortgekomen uit oudere Herfstfeesten die op Sint Michael gehouden werden en uit kerkwijdingsfeesten (zie boven). De Wurstmarkt in Bad DŁrkheim (Palts) is voortgekomen uit een Kirchweihmarkt die minstens uit de 15e eeuw dateert. De naam Wurstmarkt was in 1750 al ingeburgerd. Nog steeds trekt het vier dagen durende feest, dat in de tweede helft van september wordt gehouden, meer dan een half miljoen bezoekers, die samen voor dit "grootste wijnfeest van de wereld" zo'n 300.000 liter wijn opdrinken.

In BelgiŽ wordt de herfst vooral met bierfeesten gevierd. In het laatste weekend van september is er echter een groot wijnfeest in Hoeiaard (Brabant) en Andrimont (Luik).

In de Zwitserse wijngebieden stonden de laatste zondag in september en de eerste zondag in oktober bekend als Sausersonntage. Na het beŽindigen van de wijnoogst vonden optochten plaats, waarbij grote vaten met Sauser (most) werden meegevoerd op met bloemen versierde wagens. Elk vat werd met een meitak gekroond. Bij elke Gasthof werd gestopt en werd door de aanwezigen gedanst, gezongen en van de most gedronken, waaruit men dan opmaakte of het een goed wijnjaar zou worden of niet. In Vevey, aan het Meer van GenŤve, duurde dit wijnfeest vaak tien dagen.

Veel van de Duitse wijnfeesten vinden eveneens eind september, begin oktober plaats, maar ook in augustus komen ze al voor. Men drinkt de wijn van het vorig jaar, waarbij het aanslaan van het eerste vat meestal het feest opent.

In oktober wordt tevens het voltooien van de wijnoogst gevierd, maar de most van de nieuwe wijn wordt, anders dan in Zwitserland, zelden of nooit gedronken. Wel werd op Sint Maarten, 11 november, de nieuwe wijn van het jaar op veel plaatsen voor het eerst geprobeerd. Sint Maarten zou dan de most in wijn veranderd hebben (zie het stuk over Samhain). Op Sint Maarten werd de wijn gekelderd en pas de daarop volgende zomer als Heuriger gedronken.

In Lotharingen en de Elsas werd als afsluiting van de wijnoogst een Erenmei (Oogstmei/Herfstmei) gemaakt, een tak, met bloemen tot een boeket gebonden, waaraan druiven, bloemen en linten gehangen werden. De meitak werd op de laatste oogstwagen meegevoerd door een in vrouwelijke klederdracht gestoken man en een als man verklede vrouw. Het gezicht van de "man" was zwartgemaakt en hij werd Herbstschmudl (herfstsmeerpoets) genoemd. Mannhardt, die dit gebruik in zijn Wald- und Feldkulte beschrijft, ziet het tweetal als vertegenwoordigers van de Vegetatiegeest, maar geeft geen verklaring voor hun rolwisseling. Waarschijnlijk werden ze voorgesteld als vertegenwoordigers van de andere wereld, waar alles volgens het volksgeloof omgekeerd is aan de gewone wereld. Het tweetal zat op de oogstwagen met de rug naar elkaar toe en elk vormde het "spiegelbeeld" van de ander: wit aan de ene kant, zwart (beroet gezicht) aan de andere kant; man aan de ene kant, vrouw aan de andere kant. Door het plechtig rondvoeren van de Erenmei werd contact gelegd met gene zijde en met de geesten die daar vertoefden. Na de omgang werd de meitak op het dak van de schuur of boerderij ge¨plant. Daar bleef hij gewoonlijk staan tot de volgende druivenoogst.

Herfstfeest in de Alpen

Voor veehouders en herders in West-Europa was de herfst niet iets om bij stil te staan. De dieren gingen vaak pas met Sint Maarten naar de stal en het Winterfeest was daarom belangrijker dan de herfst.

In de Alpen duurde het weideseizoen vaak tot half september en werd afgesloten met een Herfstfeest, Alpabtrieb (uit de Alpen verdrijven) of Viehscheid (scheiden van het vee) genaamd. Op veel plaatsen bestaat dit gebruik nog steeds. De mooiste en grootste koe wordt gekroond met een krans en versierd met bloemen en groene takken. Ook de andere dieren worden feestelijk uitgedost met jeneverbestakken, bloemen en bellen voordat de dieren door de herders aan de eigenaars worden overgedragen. De herders dragen kransen bloemen om hun hoed die Moien (meien) genoemd worden.

In de vijftiger jaren is het oude gebruik om tijdens het Herfstfeest alpenhoorns te laten klinken nieuw leven ingeblazen. Met name in de Allgšuer Alpen komen hoornblazers eind september bijeen om gezamenlijk de hoorns te laten klinken.

Een Herfstviering voor deze tijd

Het Herfstfeest is een tijd om dankbaar te zijn voor de goede dingen in het leven. "Count your blessings," zoals de Engelsen zeggen. Kijk om je heen en zie wat je allemaal hebt bereikt het afgelopen jaar. Zie wat anderen voor je hebben gedaan en wat jij voor anderen hebt betekend. Doe iets met deze oogst om de kracht die erin sluimert te activeren, zodat je die kracht nog lang zult voelen en kunnen gebruiken. Te vaak nemen we de goede dingen voor lief en richten we ons alleen op de problemen die we nog moeten oplossen. Het gaat er niet om deze problemen te bagatelliseren of weg te stoppen. Zie ze alleen in de juiste proporties en laat ze niet de overhand krijgen. De kracht van de herfst kan je daarbij behulpzaam zijn.

Voor de viering van het Herfstfeest kun je je afvragen wat het afgelopen jaar het belangrijkste is geweest dat je hebt bereikt of meegemaakt. Misschien heb je je jarenlang ergens voor ingezet, bijvoorbeeld het starten van een eigen bedrijf, en is het nu eindelijk gelukt. Misschien heb je de liefde van je leven ontmoet. Neem een voorwerp dat je "oogst" vertegenwoordigt of symboliseert, bijvoorbeeld een foto van je geliefde of iets wat met je bedrijf te maken heeft, en doe er in het ritueel iets mee.

Bij het Oogstfeest (zie het stuk over Lammas) gaat het om iets dat je nog naar je toe wilt halen, als oogst van je inspanningen in het verleden. Bij het Herfstfeest hoef je niets naar je toe te halen, want je hebt het al. Wat je doet is de kracht van die oogst opwekken.

Je kunt, in het voorbeeld van de geliefde, een foto van deze persoon in de Cirkel leggen en hier driemaal met de klok mee omheen lopen en er overheen springen, terwijl je een tekst zegt die uitdrukt welke gevoelens je deze persoon toedraagt. Je kunt er een rijmende spreuk van maken, waarin je de naam van de betreffende persoon noemt, bijvoorbeeld: "Madelein, bij jou is het fijn". Gedurende het komende jaar kun je dan af en toe voor jezelf de tekst van de spreuk herhalen en zodoende de kracht weer activeren.

Als je met anderen samen het Herfstfeest viert, kan ieder voor zich iets nemen wat hij of zij als de belangrijkste oogst van het afgelopen jaar beschouwt. Je kunt ook als groep bespreken wat je het belangrijkste vindt en hier iets mee doen. Je kunt tot uitdrukking brengen wat je met de oogst die nu binnen is, wilt gaan doen. Uiteraard kun je, alleen of met een groep, ook gewoon vreugde en dankbaarheid uitdrukken voor de gaven van de natuur die je ook dit jaar weer hebt ontvangen.

Het maken van een herfstkrans

De krans kun je van tevoren maken en tijdens het Herfstfeest ophangen of neerleggen. Je kunt ook tijdens het ritueel (na de visualisatie) de krans maken, waarbij iedereen iets mee kan nemen om in de krans te verwerken. Voor de krans kun je gebruiken:

- 1 strooien krans (bij tuincentra te koop)
- snoeischaar, nijptang, combinatietang, wikkeldraad en krammen om een en ander vast te zetten
- gierstpluimen (de mussen zijn er dol op)
- 8 appels
- takjes rozebottel (Rosa canina), lijsterbes, mispel en meidoorn
- hedera, om de krans aan het gezicht te onttrekken

Je kunt ook nemen:

- bijvoet (Artemisia vulgaris) voor om de krans te winden
- bottels van de rimpelroos (Rosa rugosa)
- takje vlierbessen
- uitgebloeide zonnebloemen
- trosjes druiven
- takjes bramen
- mezenbollen (bij dierenwinkel of tuincentrum te koop)

Omwikkel de krans met hedera of bijvoet en bind dit met het draad vast. Steek de gierst onder het draad. Bind takjes bottels en bessen tot kleine tuiltjes en bind kruiselings draad om de appels heen. Als je zonnebloemen gebruikt kun je wikkel om de stelen draaien. Steek de appels of zonnebloemen in de krans. Zet de tuiltjes bessen en bottels, de trosjes druiven en de mezenbollen vast met krammen.

Als je het ritueel buiten doet, kun je de krans als dank op de plek achterlaten. Bij een ritueel binnenshuis kun je de krans later buiten neerleggen of ophangen voor de vogels. Je kunt ook tijdens het ritueel, als je dit binnen viert, met de groep de Cirkel verlaten om de krans op ceremoniŽle wijze, bijvoorbeeld voorafgegaan door iemand die een poort in de Cirkel maakt en een ander die een kaars draagt, naar de tuin of het balkon te brengen.

Herfstkrans voor op het hoofd

Maak van hedera, wijnrank of hop een krans voor op je hoofd. Hedera en wijnrank zijn vanouds met de Wijngod geassocieerd. Een basiskrans van wikkel is voor deze krans niet nodig. Neem lange ranken en zet alleen het begin vast met een stukje wikkeldraad van ongeveer 5 cm. Steek steeds een nieuwe rank tussen de krans en draai deze rank om de krans heen, net zolang tot de krans groot genoeg is naar je zin.

Het maken van een herfstpotpourri

Een herfstpotpourri kun je tijdens het ritueel in de Cirkel of op het altaar zetten. Ook kun je dit natuurlijk gewoon in huis neerzetten. Je hebt voor de potpourri gelijke hoeveelheden van alle ingrediŽnten nodig.

Snij sinaasappels, citroenen, appels en limoenen in dunne schijfjes en droog deze op de verwarming of in de oven. Je kunt de schijfjes ook gedroogd kopen. Verder kun je wat dennenappels, kastanjes, sparrenkegels en elzenproppen in de natuur zoeken. Gedroogde rozebottels en perzikpitten kun je ook hiervoor bewaren.

Verder heb je nog nodig: laurierblad, steranijs, nootmuskaat, kaneelstokjes en sinaasappel-, bergamot- of mandarijnolie.

Meng alles door elkaar en doe een paar druppels van de olie erbij. Deze potpourri blijft jaren goed. Tegen het voorjaar kun je hem in een goed afgesloten zak opbergen en er de volgende herfst alleen een paar druppeltjes olie aan toevoegen.

Kruidige herfstkoekjes

Je hebt hiervoor nodig:

- 150 gr volkorenmeel
- 150 gr witte bloem
- 125 gr bruine basterdsuiker
- 100 gr boter
- 1 ei
- 1/2 eetlepel gemalen kruidnagel
- 2 eetlepels kaneel
- 1/2 eetlepel nootmuskaat
- 3 theelepels bakpoeder
- snufje zout
- wat mooie herfstbladeren

Snij de boter tot blokjes ter grootte van een erwt in de bloem en het volkorenmeel. Kneed er samen met het bakpoeder, de suiker, het ei, het zout en de kruiden snel een samenhangende bal van. Laat dit in plasticfolie een nacht in de koelkast liggen.

Rol het deeg uit tot een lap van ongeveer 3 mm dikte. Was de herfstbladeren en droog ze af. Snij langs de bladeren met een scherp mesje het deeg in de vorm van deze bladeren. Snij nerven in de deegbladeren (niet helemaal door) en leg met behulp van een pannenkoekmes de koekjes op een ingevet bakblik. Klop het ei los en bestrijk hiermee de koekjes. Bak ze in een oven op 180 graden C in 20 minuten gaar.

Achtvoudig brood

De broodvorm versierd met een achtarmig kruis is al duizenden jaren oud. De Grieken noemden dit brood octablomos. Het Romeinse panis candidus (stralend of goddelijk brood) had ook een achtarmig kruis, waarbij de armen soms spiraalvormig gebogen waren. Vaak wordt dit gezien als de stralen van de zon.

Voor Wicca's symboliseert het dubbele kruis het wiel van het jaar, met de acht jaarfeesten als spaken. Voor een achtvoudig brood kun je dezelfde ingrediŽnten gebruiken als voor het oogstbrood (zie het stuk over Lammas).

Maak een gistdeeg en laat dit rijzen. Meng de vulling erdoor en kneed weer goed. Vorm hiervan een rond, plat brood en leg dit op de beboterde bakplaat. Snij dan met een mes het brood eerst kruiselings in, ongeveer 1 cm diep, en dan nog eens kruiselings schuin. Laat het deeg weer rijzen. Verwarm de oven voor tot 180E graden C en bak het brood in 30 minuten. Laat het buiten de oven op een rooster uitdampen en afkoelen.

Appelflan

De appel hoort natuurlijk bij de oogst van de herfsttijd. De appelflan kun je bijvoorbeeld na het ritueel eten. Je hebt hiervoor nodig:

- 6 plakjes diepvries bladerdeeg
- 4 ŗ 5 appels
- 3 eetlepels suiker
- 2 eetlepels rozijnen
- 1/2 pot abrikozenjam
- bakpapier

Verwarm de oven voor op 200 graden C. Ontdooi de plakjes bladerdeeg. Beboter een taartvorm of springvorm van ongeveer 30 cm. Bedek de bodem met bakpapier. Leg de plakjes bladerdeeg hierop. Knip ze zonodig in vorm en druk de naden een beetje vast. Prik hier en daar met een vork in het bladerdeeg.

Schil de appels. Haal het klokhuis eruit en snij ze in dunne partjes. Leg deze dakpansgewijs in een cirkel op het deeg. Laat aan de rand ongeveer 1 cm vrij. Strooi de suiker over de appels. Bak de flan in het midden van de oven in 30 minuten. Haal de flan uit de oven en bestrooi hem met rozijnen. Verwarm de jam in een pan en bestrijk met een kwastje de flan met de jam.

Gevulde druivenbladeren

De druif is een vrucht die bij de herfst hoort. In wijnproducerende landen staat het Herfstfeest vaak in het teken van de druivenoogst en het maken van de nieuwe wijn. Druivenbladeren zijn in potten en blikken te koop. Voor gevulde druivenbladeren heb je nodig: - 100 gram zilvervliesrijst
- 1 kippenbouillontablet
- 1 ui
- 1 eetlepel olie
- 50 gram rozijnen
- 4 eetlepels mayonaise
- 1 eetlepel gedroogde oregano
- snufje peper
- 1 theelepel kaneel

Kook de zilvervliesrijst in voldoende water samen met het bouillontablet tot de rijst droog en gaar is. Fruit een klein gesneden ui in de olie en bak de rijst even met de ui. Laat de rijst afkoelen en meng de rest van de ingrediŽnten hierdoor. Leg telkens een eetlepel hiervan op een druivenblad. Vouw de zijkanten van het blad naar binnen en rol dit dan stevig op.

Vlierbes-druivenwijn

Rond deze tijd van het jaar zijn de vlierbes en de druif rijp. De druif hoort bij de Wijngod. De vlier wordt vooral geassocieerd met het donkere aspect van de Godin. De transformatie van druif tot wijn werd in Griekenland en andere heidense culturen voorgesteld als het sterven van de Vegetatiegod die als Wijngod herboren wordt. Het donkere aspect van de Godin heeft eveneens met dood en wedergeboorte te maken.

Druiven zijn natuurlijk gewoon te koop. De laatste jaren heeft men zich echter toegelegd op het kweken van soorten die ook in ons klimaat geschikte druiven opleveren om wijn van te maken. Als je vlierbessen plukt, let er dan op dat ze lekker ruiken. Sommige soorten stinken en die geven ook geen smakelijke wijn. Voor 5 liter wijn heb je nodig:

- 500 gr geritste vlierbessen
- 2 kg van de tros geplukte druiven
- 1 kg suiker
- 2 theelepels pecto-enzym
- 1 theelepel gistvoedingszout
- sulfiet
- 2 1/2 liter water
- giststarter

Maak 2 dagen van tevoren een giststarter, zoals beschreven in de pagina Wierook, wijn, brood, gewaad. Doe de bessen en de druiven in een gistingsvat of emmer. Knijp het fruit met de hand fijn. Los de suiker en het gistvoedingszout op in 2 1/2 liter kokend water. Voeg dit bij de vruchten. Voeg als het is afgekoeld het pecto-enzym en de giststarter erbij. Laat alles 5 dagen afgedekt gisten. Roer het drie keer per dag door en zeef het dan. Doe het vocht in een goed met heet water en sulfiet schoongemaakte 5-literfles. Vul de fles bij met gekookt en afgekoeld water en handel verder als in de pagina Wierook, wijn, brood, gewaad is aangegeven.

In plaats van vlierbessen en druiven kun je ook 750 gram vlierbes nemen (voor vlierbeswijn), 1 kg bramen en 300 gram vlierbes (voor bramen-vlierbeswijn) of 1750 gram bramen (voor bramenwijn).

Appelcider

Voor na het ritueel kun je ook appelcider drinken. De appeloogst vormde, zoals gezegd, onderdeel van het Herfstfeest. Appelcider bevat weinig alcohol, maar is al na een paar weken te drinken en goedkoop om te maken als je zelf een appelboom hebt. Met name in Duitsland is appelcider bij het Herfstfeest een populaire drank, maar ook in Nederland wordt het wel gedronken.

Most

Zoals gezegd, dronken de Romeinen most tijdens de Meditrinalia op 11 oktober. In Zwitserland wordt dit nog steeds gedaan.

Als je een gistende wijn hebt staan, kun je van een 5-literfles 1/2 liter most nemen en je fles weer aanvullen met appelsap. Het sap gist dan verder met de rest van de most. De eruit gehaalde most kun je dan tijdens het ritueel mengen met oude wijn. Met een iets aangepaste versie van de Romeinse spreuk kun je daarbij zeggen: "Ik drink oude en nieuwe wijn om gezond te blijven en de kracht van het oude op het nieuwe over te brengen."

Herfstwierook

Voeg aan 1/2 eetlepel van het basisrecept (zie de pagina Wierook, wijn, brood, gewaad) 1 theelepel gedroogde lijsterbes of gedroogde rozebottels en een gedroogd en verkruimeld hederablad toe.

Versieren van de ruimte

Het altaar en de ruimte kunnen versierd worden met hedera, wijnrank, bottels en bessen. Kastanjes, noten, eikels, etc. kunnen worden neergelegd of in een schaal neergezet.

Voorbereiding voor het ritueel

In de tekst wordt ervan uitgegaan dat het ritueel buiten wordt gehouden. De pagina van het basisritueel geeft een variant voor buitenrituelen. Zonder noemenswaardige aanpassingen kan het ritueel ook binnen uitgevoerd worden.

In het Noorden staat een altaar. Hierop bevinden zich twee waxinelichtjes, voor de Godin en de God, een steen, staf, wierookvat, kom water en een kom zout. Bij het altaar staat een mand met dennenappels. Er staan tevens vier manden met vruchten van het moment: druiven, appels, peren, etc. Er is een schaal met herfstkoekjes of een achtvoudig brood en een fles wijn of een kan most.

Het ritueel

PS en P zijn de priesteres en de priester die het ritueel leiden. De pagina met het basisritueel geeft, indien van toepassing, een variant voor buitenrituelen. De Cirkel wordt op de gebruikelijke wijze getrokken. Iedereen gaat in een kring zitten. PS zegt:

Vandaag vieren we het feest van de herfst. De zomer ligt achter ons; de aarde heeft weer vrucht gedragen en laat ons delen in haar overvloed. Denk erover na dat voedsel een gave van de Goden is en niet iets vanzelfsprekends. Wees dankbaar voor de overvloed die wij hebben en denk erover na wat je terug wilt geven aan de aarde, als eerbetoon en blijk van je waardering.

Er is een korte meditatie. Hierna gaat iedereen staan. P pakt de mand met dennenappels en zegt:

Niet alle vruchten van de aarde zijn eetbaar voor ons. Sommige zijn giftig of smaken vies. Andere zijn alleen eetbaar voor bepaalde dieren, zoals deze dennenappels. Vruchten zijn mťťr dan wat ook het symbool voor de God van Dood en Wedergeboorte, die zich offert om leven te geven. Vruchten geven voedsel en daarmee het leven. Vruchten bevatten ook zaden en daarmee de kiem van hun wedergeboorte als plant of boom. Zo ook deze dennenappels, die voedsel zijn voor eekhoorns en andere dieren en tegelijk de zaden bevatten voor nieuwe bomen. Ik wil met jullie hier een Cirkel vormen van deze dennenappels, beginnend in het Noorden en zo om de groep heen. Ik zet deze mand in het midden en om beurten nemen we een dennenappel en bouwen verder aan de Cirkel met een wens voor de aarde en al wat daarop leeft.

P zet de mand in het midden, pakt een dennenappel en zegt:

Ik wens liefde en begrip voor onze medemensen, ook als ze anders lijken dan wij.

Hij legt de dennenappel in het Noorden. PS volgt met haar wens, daarna de anderen. Er wordt net zolang doorgegaan tot het deel noord-oost is voltooid. Op dat moment pakt PS een van de vier manden met vruchten en zegt:

Laten de elementen delen in onze overvloed.

De persoon die het Oosten vertegenwoordigt, loopt deosil naar haar toe, neemt de mand van haar over en gaat door naar het Oosten, waar hij/zij zegt:

Moge de wind altijd waaien, om zaden te verspreiden naar plaatsen waar zij kunnen ontkiemen en vruchten dragen, zoals ze ook dit jaar hebben gedaan.

Hij/zij zet de mand in het Oosten, waarna de groep verder gaat de Cirkel met dennenappels op te bouwen. Opnieuw bij elke dennenappel een wens. Als de Cirkel tot het Zuiden is gevorderd, pakt PS een tweede mand met vruchten en zegt:

Laten de elementen delen in onze overvloed.

De persoon die het Zuiden vertegenwoordigt, loopt deosil naar haar toe, neemt de mand van haar over en gaat door naar het Zuiden, waar hij/zij zegt:

Moge de vonk van het leven altijd de dood overwinnen en moge zijn gloed niet verzengen, maar de vruchten doen groeien, zoals ze ook dit jaar gegroeid zijn.

Hij/zij zet de mand in het Zuiden, waarna de groep verder gaat de Cirkel op te bouwen tot het Westen. Dan pakt PS een derde mand en zegt:

Laten de elementen delen in onze overvloed.

De persoon die het Westen vertegenwoordigt, loopt deosil naar haar toe, neemt de mand en loopt ermee door naar het Westen, waar hij/zij zegt:

Moge de regen altijd vallen, zodat de zaden openbarsten en ontkiemen om nieuw leven te scheppen dat vrucht zal dragen, zoals ook dit jaar weer is gebeurd.

Hij/zij zet de mand in het Westen, waarna de groep verder gaat de Cirkel op te bouwen tot het Noorden. Dan pakt PS de laatste mand en zegt:

Laten de elementen delen in onze overvloed.

P neemt de mand van haar over, loopt ermee de Cirkel rond en blijft in het Noorden staan, waar hij zegt:

Moge de aarde altijd ontvangen; moge de aarde altijd geven, zoals zij ook dit jaar weer heeft gegeven.

Hij zet de mand in het Noorden. PS zegt:

De Cirkel is tussen de werelden van Goden en mensen. Laten wij vanuit de Cirkel een pad naar de aarde maken.

De personen die de elementen vertegenwoordigen, nemen vier dennenappels en leggen vanuit hun hoekpunt hiermee een lijn naar het middelpunt, zodat een kruis in de Cirkel ontstaat. Als dit is gebeurd zegt PS:

Laten wij de aarde iets teruggeven van de overvloed die zij ons geschonken heeft.

De personen die de elementen vertegenwoordigen, nemen hun mand met fruit en dragen hem op hun handen. De groep loopt rond met de chant:

The Earth is our Mother; we must take care of her (2x)
Hey yunga, ho yunga, hey yung yung (2x)

Her sacred ground we walk upon
with every step we take (2x)
Hey yunga, ho yunga, hey yung yung (2x)

Tijdens de chant zetten de elementen hun mand in het midden van de Cirkel en gaan dan verder met de chant. Na de chant zegt PS:

Ga ontspannen en gemakkelijk zitten. Sluit je ogen en haal een paar keer diep adem. Vul je longen en je buik met lucht. Hou je adem een paar seconden vast en laat hem dan rustig ontsnappen. Ontspan je bij het uitademen. Stel je voor dat je een appelboom bent. Je staat in een boomgaard, temidden van andere appelbomen. Voel hoe stevig je in de grond staat; voel hoe diep je wortels de aarde in gaan. Ga zover je kunt reiken naar beneden tot je voelt dat de aarde vochtig wordt. Zuig het water op en stuw het naar boven, naar je stam, je takken, je bladeren. Voel de stroom door je heen gaan, door je wortels, langzaam omhoog, door je stam, langzaam naar boven. Verdeel het water dat omhoog komt over je takken zodat ze allemaal voldoende krijgen. Laat je met de stroom meevoeren je takken in, naar de bloesems, die het water opzuigen om te groeien. De blaadjes van de bloesems wiegen heen en weer met de wind en ook je eigen bladeren bewegen als er een bries langs ze strijkt. Het is ochtend en je voelt de zon steeds warmer worden. Je draait je bladeren om zoveel mogelijk van het licht op te vangen en je voelt de kracht van de zon in je neerdalen, een kracht die maakt dat je wilt groeien, sterker en groter wilt worden dan je al bent.

Na een poosje merk je dat het licht weer daalt en zwakker wordt en je ontspant je nu je niet langer al je bladeren naar de zon hoeft te draaien. Alles komt tot rust om je heen en je doezelt langzaam weg.

Ineens schrik je wakker. Hevige windvlagen rukken aan je takken en regen striemt over je bladeren. Bloemblaadjes worden van de bloesems getrokken en verschillende bloesems knakken en worden van je weggerukt. Heel je kruin zwiept heen en weer en zelfs je stam wordt door de storm heen en weer bewogen. Je weet dat je stevig in de grond staat en je voelt meer dan ooit de bescherming die je wortels je bieden, maar je kruin is minder stevig en tot je schrik voel je hoe een grote tak omknakt en door de storm wordt afgerukt. Het duurt lang voor het tot je doordringt dat je een deel van jezelf voor altijd hebt verloren.

Even plotseling als de storm is opgestoken, gaat de wind weer liggen. Het gewone leven gaat weer door. De zon breekt door de wolken en je draait je bladeren naar het licht. Je daalt diep in de aarde af, zuigt het water uit de grond en voert het omhoog om de overgebleven bloesems te laten groeien.

Dag na dag verstrijkt. De bloesemblaadjes vallen af of verschrompelen, maar de bloesems sterven niet af. De hartjes groeien en groeien, elke dag worden ze groter en ronder. De zon is al over zijn hoogste punt heen en je voelt de warmte elke dag iets minder worden, maar je bloesems groeien maar door. Eigenlijk zijn het allang geen bloesems meer, maar vruchten. Aan al je takken hangen appels. Soms als het stormt vallen er een paar naar beneden en steeds voel je dat er een deel van jezelf van je weggenomen wordt, maar het leven gaat door en na de storm zuig je water op uit de grond en stuurt het naar je takken en door de steeltjes naar de appels die je nog overgebleven zijn.

Op een dag word je opgeschrikt. Je takken worden zo ruw door elkaar geschud dat er een afbreekt en op de grond valt. Het is geen storm, zoals je eerst denkt - er is geen wind en geen regen. Je hoort stemmen, mensen, opgewonden jongensstemmen. Opnieuw word je door elkaar geschud en je begrijpt dat er met een stok hard tegen je takken wordt geslagen. Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt, wel vaker word je op deze manier mishandeld om appels van je te stelen, maar meestal duurt het maar even en dan verdwijnen ze weer. Soms klimmen ze in je, vertrappen je bladeren en breken takken af, maar ditmaal volstaan ze ermee je met een stok te slaan tot je genoeg appels hebt laten vallen.

Een paar dagen later hoor je weer stemmen. Het zijn niet de jongens die je met een stok slaan, maar het zijn wel bekende stemmen. Elk jaar als je appels rijp zijn, komen ze naar je toe en plukken wat er nog is blijven hangen. Ze slaan je niet en breken nooit takken af, maar ze nemen al je vruchten mee en verdwijnen dan weer. Je wilt je appels vasthouden, maar je hebt geen verweer en een voor een voel je de steeltjes breken tot de laatste appel je is afgenomen. "Goeie oogst dit jaar," hoor je zeggen. "Een hele goeie oogst."

Een tijdlang hoor je de stemmen in de verte, dan verdwijnen ze. Je duikt de diepte in, naar de punten van je wortels. Je zuigt het water uit de aarde en stuwt het omhoog door je stam, naar je takken en je bladeren, want het leven gaat door.

Heel langzaam kom je uit de boomgaard weer terug naar deze plek in het bos. Je voelt je goed en uitgerust en je opent je ogen, waarna je om je heen kijkt en je eens uitrekt. PS pakt een beker wijn en een schaal koekjes of brood van het altaar en zegt:

Ik zegen deze wijn en dit voedsel uit naam van de Oude Goden.

Ze brengt een plengoffer in het midden van de Cirkel, drinkt van de wijn en geeft de beker met een kus aan P, waarbij ze zegt:

Blessed be!

P drinkt van de wijn en geeft de beker met een kus en de wens "Blessed be!" aan de vrouw die links van hen staat. De vrouw drinkt van de wijn en geeft de beker door. Zo gaat de beker de Cirkel rond. De laatste die drinkt offert wat wijn buiten de Cirkel in de vier windrichtingen. Daarna verkruimelt PS een koekje of wat brood midden in de Cirkel, geeft P een koekje of een stuk brood, neemt zelf ook en geeft de schaal door aan de persoon links van zich.

De laatste die een koekje of brood neemt, offert ook een koekje of brood in de vier windrichtingen. Hierna wordt de Cirkel op de gebruikelijke wijze voor buitenrituelen afgesloten.