Het vieren van de Jaarfeesten

Zover de geschiedenis van de mensheid terug te volgen is, zijn belangrijke gebeurtenissen in het jaar altijd met feesten en rituelen gemarkeerd. In de algemene pagina hebben we de ontwikkeling van de cyclus van jaarfeesten kort geschetst. Nu zullen we ons richten op de vorm en inhoud van de feesten zelf.

De Wicca-jaarfeesten

Gerald Gardner heeft de heidense jaarfeesten kort na de Tweede Wereldoorlog nieuw leven ingeblazen. Wicca was de eerste volwaardige heidense religie die sinds vele eeuwen in West-Europa van zich deed spreken en binnen deze religie konden de bewaard gebleven heidense elementen moeizaam aaneengesmeed worden. In De kringloop van het leven hebben we de door Gardner ontwikkelde rituelen kort beschreven. Anderen hebben deze rituelen verder uitgewerkt, er stukken aan toegevoegd, andere onderdelen weggelaten of veranderd. Als je bent ingewijd in een bepaalde Wicca-traditie zul je de jaarfeesten volgens deze traditie vieren. Wie geen Wicca is of wil worden, kan meestal niet goed uit de voeten met de gepubliceerde rituelen. Is het nodig de Cirkel met een zwaard te trekken? Mag je magie doen als je niet bent ingewijd? Mag je een invocatie van de God of Godin uitvoeren? Het zijn vragen die ons vaak worden gesteld door mensen die de acht jaarfeesten willen vieren, maar niet goed weten hoe ze dit gestalte moeten geven.

Het vieren van de jaarfeesten

Om de jaarfeesten te vieren, hoef je geen Wicca te zijn. Wicca is ťťn bepaalde vorm van heidendom, niets meer en niets minder. Uitgaande van de verschillende heidense religies en volksgebruiken die hierop gebaseerd zijn, is het mogelijk elk jaarfeest vorm en inhoud te geven op een paganistische wijze. Vaak zal dit duidelijker aansluiten bij de symboliek van het jaargetijde dan de toch wat meer in een mysterieuze sluier gehulde Wicca-rituelen.

Een jaarfeestviering kan variŽren van een eenvoudige ceremoniŽle handeling, die je alleen of samen met een vriend of vriendin kunt uitvoeren, tot een compleet ritueel voor een grotere groep. Voor elk jaarfeest geven we aanwijzingen en suggesties om hiervoor een ritueel te ontwerpen en uit te voeren. Ook geven we voor elk feest een uitgewerkt ritueel dat met een groep van vier tot twintig of dertig mensen gevierd kan worden.

De jaarfeesten vormen een samenhangend geheel

De jaarfeesten staan niet op zich, maar vormen een geheel. Als je besluit je eigen rituelen te maken is het nodig je een beeld te vormen van de verschillende feesten en hun onderlinge samenhang. Pas er wel voor op de feesten daarbij niet in een keurslijf te persen. Bedenk geen ingewikkelde schema's waarbinnen elk feest een wirwar van verbindingen met de andere feesten vormt. De feesten vormen een organisch geheel dat zich in de loop van duizenden jaren over heel de wereld heeft ontwikkeld en elke theorie of vergelijking zal daarom voor enkele feesten aardig kloppen en voor andere feesten geforceerd overkomen. Als je kiest voor een rode draad, probeer deze dan zo natuurlijk en soepel mogelijk met de verschillende jaarfeesten te verbinden. Voor ons is de kringloop van het leven de rode draad door de feesten, een kringloop die zich uit in de cyclus van zaaien, verzorgen, oogsten, laten afsterven, reinigen en weer zaaien.

Elk ritueel heeft een doel

Handelingen worden pas tot een ritueel als ze een bepaald sacraal of religieus doel dienen. Het doel van een jaarfeestritueel kan zijn om dankbaarheid uit te drukken voor de gaven van de natuur. Het ritueel kan ook bedoeld zijn om bepaalde veranderingen tot stand te brengen, bijvoorbeeld door de vruchtbaarheid van een tak over te brengen op de aarde of op de deelnemers in het ritueel. Het is uitermate belangrijk het doel op de juiste wijze vorm te geven. Een ritueel zonder doel is als een schip zonder koers: het blijft rondzwalken of gaat een richting uit die je niet had voorzien. Een overduidelijk doel, dat uit elk woord en elk gebaar spreekt, kan echter zeer gekunsteld overkomen. Een ritueel is geen manifest. Laat iets over aan de fantasie van de deelnemers. Laat ook genoeg ruimte voor het mysterie van de levenskracht, een mysterie dat ieder op zijn of haar eigen wijze kan beleven. Een goed ritueel is een volmaakt evenwicht tussen beheersing en overgave.

Een basisritueel voor de jaarfeestvieringen

Elk van de door ons in De Acht Jaarfeesten beschreven rituelen begint en eindigt op vrijwel dezelfde manier. Alleen zijn er twee varianten: voor rituelen binnen en buitenshuis. Het middenstuk tussen de twee delen van dit basisritueel is voor elk jaarfeest anders.

De onderdelen van het basisritueel

In De kringloop van het leven hebben we de handelingen die in rituelen worden verricht en de werktuigen die daarbij worden gebruikt, beschreven vanuit het gezichtspunt van de Wicca. In dit stuk willen we deze handelingen en werktuigen belichten vanuit het bredere perspectief van de heidense religies en de westerse volkscultuur vanaf de Oudheid tot heden.

De Cirkel

Het trekken van de Cirkel is een vast onderdeel van elk jaarfeestritueel. De Cirkel scheidt de gewijde plaats of tempel af van de buitenwereld. De Cirkel bevindt zich niet alleen op de grond, maar is in feite een doorsnede van de sfeer die zich ook boven de hoofden en onder de voeten van de aanwezigen uitstrekt. Al in de Steentijd was het rondlopen in een Cirkel een belangrijke magische of religieuze handeling. Daarvan getuigen cirkelvormig uitgesleten sporen in grotten.

In veel volksgebruiken in de middeleeuwen speelt de Cirkel een rol. Het gaat daarbij niet zozeer om de exacte geometrische vorm als wel om het feit dat de Cirkel een gesloten vorm is die de kracht heeft iets in of buiten te sluiten. De Cirkel werd soms gevormd door takken of stenen rond een voorwerp neer te leggen. Ook werd de Cirkel wel getrokken met een magisch instrument. Een zwaard, sabel of mes werd soms daarvoor gekozen omdat aan ijzer of staal een grote magische kracht werd toegeschreven, maar er zijn ook veel gevallen bekend dat een stok of staf werd gebruikt. De hazelaar en wilg worden wel genoemd in dit verband. Ook trok men de Cirkel met de wijsvinger of door gewoon om een plaats of voorwerp heen te lopen. De Cirkel werd soms getrokken om een bepaald onheil op te sluiten. Zo was het gebruikelijk bij een uitslaande brand om de vuurhaard heen te lopen om het vuur te bezweren. Ook werd de Cirkel wel getrokken om een gewijde plaats af te schermen. Bij de Germanen werd altijd een Cirkel om de volksvergadering heen getrokken, terwijl ook huwelijksplechtigheden binnen een Cirkel plaatsvonden. Bij de Romeinen was het gebruikelijk een gewijde plaats af te bakenen door met een zwaard een Cirkel er omheen te trekken.

Het trekken van de Cirkel activeert een kracht die de binnenwereld van de buitenwereld scheidt. In de Wicca wordt de plaats in de Cirkel aangeduid als 'tussen de werelden van Goden en mensen' en tal van volksgebruiken bevestigen dat men in de Cirkel gemakkelijker contact maakt met de Goden en geesten. Algemeen was het gebruik om een nieuwe huisgenoot driemaal om de haard te voeren om hem of haar voor te stellen aan de huisgeesten. Toen de haard in veel huizen naar de wand verplaatst werd, ging men ertoe over de nieuwe huisgenoot rond de huiskamer of rond het huis te leiden.

De kracht die het trekken van de Cirkel opwekt, werd ook gebruikt om te genezen. De genezer kon daarbij om de zieke heen lopen, de zieke zelf rondleiden of iets om het zieke lichaamsdeel winden. Het binden van een draadje om een ontstoken vinger was al voldoende om het genezingsproces op gang te brengen.

De Cirkel werd over het algemeen deosil, met de klok mee, getrokken. Widdershins, tegen de klok in, werd een Cirkel alleen getrokken om iets op te heffen. Op verschillende plaatsen werd een Cirkel widdershins om het graf getrokken bij een begrafenis, of een vast aantal dagen daarna, om de overledene los te maken van de gewone wereld.

Veel volksgebruiken bevestigen dat het trekken van een Cirkel door de eeuwen heen in jaarfeesten een rol heeft gespeeld. De bekende omgangen rond de akkers zijn in wezen niets anders dan het trekken van een Cirkel om de kracht van de aarde te activeren. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen. Bij de verschillende feesten zullen we hier uitgebreid op terugkomen.

De vier windrichtingen

Over het algemeen worden de windrichtingen verbonden met de vier elementen, waarbij meestal de volgende verbanden worden gelegd:

Noord - aarde
Oost - lucht
Zuid - vuur
West - water

De vier elementen zijn vanaf de Oudheid gebruikt als een manier om de kosmos in te delen. Aarde en water werden gezien als vrouwelijke elementen die de verschillende aspecten van de Godin belichamen, enerzijds het vormgevende, steunende en beschermende (aarde), anderzijds het afbrekende en vormloze (water). Lucht en vuur werden gezien als mannelijke krachten, die de bevruchtende goddelijke vonk (vuur) en het denkend vermogen (lucht) vertegenwoordigen. Voor een uitgebreidere uitleg van de elementen verwijzen we naar De kringloop van het leven, met name het derde hoofdstuk.

Uit veel volksverhalen en -gebruiken blijkt dat de elementen door de eeuwen heen een begrip zijn gebleven. Algemeen was het gebruik dat 'voederen van de elementen' werd genoemd. Op bepaalde hoogtijdagen, meestal rond Midwinter, offerde men brood aan de vier elementen door een homp te begraven, een ander stuk in een boom te hangen, een deel in het vuur en de laatste portie in het water te gooien.

De Grieken verbonden vier winden aan de vier hemelsrichtingen. Achter de noordenwind, Boreas, bevond zich Hyperboreas, het dodenrijk. De Germanen plaatsten Hel, het dodenrijk, ook wel genaamd Niflheim (nevelplaats), eveneens in het Noorden. De associatie van Noord met het element aarde is dus wel geŽnt op verschillende heidense tradities. Voor de Germanen was Muspellsheim (vuurplaats), het Zuiden, een plaats van vuur en warmte.

Het idee dat zondaars gestraft zouden worden door het vuur van de hel is een christelijke verbastering van het onderaardse Germaanse dodenrijk. Het Westen, de plaats van de ondergaande zon, is vrij algemeen geassocieerd met afbraak en afsterven, een proces dat door het element water perfect wordt uitgedrukt. Het Oosten, tenslotte, is meestal geassocieerd met een nieuw begin, het eerste licht. Soms werd dit verbonden met het element vuur, soms met lucht. Hoewel er door de eeuwen heen ook wel andere verbanden zijn gelegd tussen windrichting en element houden we ons aan de meest gangbare associatie die ook door de meeste moderne heidenen wordt nagevolgd.

Kaarsen

In de Wicca wordt gewoonlijk in de vier windrichtingen een kaars neergezet, terwijl op het altaar een kaars voor de Godin en een kaars voor de God worden gebrand. We hebben dit overgenomen in onze jaarfeestengroep, in ieder geval voor de rituelen die binnenshuis worden gehouden. De kaarsen helpen, als ze worden rondgedragen, de Cirkel op te bouwen en vormen krachtcentra in de vier windrichtingen waar ze worden geplaatst. Bij het afsluiten wordt niet met de kaarsen rondgelopen.

De bezem

In tal van volksgebruiken heeft de bezem een dubbele functie, namelijk te reinigen en vruchtbaar te maken. In het vroege voorjaar werden huis en stallen en soms ook de akkers en weiden met een berkenbezem geveegd als onderdeel van een rituele reiniging. Bij het zaaien werd een bezem in de akker gestoken en bleef dan staan tot de oogst. In huis werd de bezem gezien als verblijfplaats van de huisgeesten en met het nodige respect behandeld. Met de bezem werd niet gegooid of geslagen. In bepaalde jaarfeesten speelde de bezem een rol als drager van vruchtbaarheid, vergelijkbaar met de meitak. Op veel plaatsen werd jaarlijks, meestal tijdens het feest voor Meiavond of het Midzomerfeest, een nieuwe bezem gemaakt en werd de oude bezem in het vuur gehouden en daarna brandend over de velden rondgedragen. De bezem wordt door ons gebruikt om de Cirkel te reinigen en te trekken.

Ritueel mes

In bepaalde rituelen wordt iets doorgesneden, bijvoorbeeld korenaren of een lint. Natuurlijk kun je in die gevallen een gewoon zakmes of keukenmes nemen, maar als je de jaarfeesten met een vaste groep viert, is het best aardig hiervoor een speciaal mes te hebben. Via internet zijn wel replica's van prehistorische messen te koop. Heft en lemmet zijn hierbij uit ťťn stuk ijzer gesmeed. Maar ieder gewoon mes voldoet.

Trommel

In een aantal van de door ons gegeven rituelen wordt een trommel gebruikt. Dit instrument is niet strikt noodzakelijk, maar kan toch goede diensten bewijzen. Bij bepaalde handelingen die door de hele groep worden uitgevoerd, kan de trommel duidelijk aangeven wanneer begonnen en gestopt wordt. Verder geeft de trommel een bepaalde sfeer die het ritueel extra krachtig kan maken. Het gebruik van trommels en andere ritme-instrumenten tijdens rituelen is door ons beschreven in De kringloop van het leven, hoofdstuk 14.

Water en zout

Met water en zout reinigt en zegent de priesteres in het basisritueel de Cirkel en alle aanwezigen. De rituele toepassing van water en zout is van heidense oorsprong. Zowel de Grieken als de Romeinen gebruikten zeewater of voegden zout aan water toe om voorwerpen en mensen te wijden. De Romeinen noemden dit aqua lustralis. Een lustratio was een rite waarbij de te reinigen plaats of persoon met zout water werd besprenkeld. In vrijwel alle heidense religies was het de gewoonte de voeten te wassen met zout water voordat een tempel werd binnengegaan.

In het christendom is de reinigende werking van zout en water overgenomen. Het aqua lustralis werd in het kerkelijk Latijn tot aqua benedicta. Het zoute water werd door de katholieke priester gezegend en werd daardoor als heilig beschouwd, zoals het Engelse holy water nog aangeeft. Ons woord wijwater is afgeleid van het Oudhoogduitse wih, dat eveneens 'heilig' betekent. Het is duidelijk dat heilig daarbij oorspronkelijk de betekenis 'gevuld met kracht' had. Het water heeft de kracht om alles waar het mee in aanraking komt te reinigen en daardoor te heiligen. Alle belangrijke gebeurtenissen in het leven -geboorte, doop, huwelijk en overlijden- werden met wijwater bezegeld en bekrachtigd. Vaak werd op hoogtijdagen, met name Kerstmis, Driekoningen en Pasen, een grote hoeveelheid water in de kerk gewijd en ieder die dat wilde kon daarvan krijgen. Dit water werd in flessen meegenomen en gedurende het hele jaar bewaard en gebruikt als bescherming of heling nodig waren. Vermoedelijk ouder en van heidense oorsprong is de gewoonte op de vooravond van hoogtijdagen in stilte water uit een bron of rivier te putten. Aan dit water, dat heilwag of heilawac werd genoemd, werden grote magische krachten toegeschreven.

Wierook

Wierook was in de oudheid al in het Midden-Oosten bekend. Het belangrijkste bestanddeel is de gomhars van de boswellia, een boom die vooral in ArabiŽ, India en Noord-Afrika voorkomt. De naam van deze hars, olibanum, is verbasterd van het Arabische al-luban. De joden noemden dit lebona, de Grieken libanos. Vaak wordt olibanum bedoeld als over wierook of harswierook wordt gesproken. Meestal werd olibanum gemengd met mirre en werden hier nog bepaalde kruiden aan toegevoegd.

In de Romeinse tijd waren de handelsroutes voor olibanum nog zo geheim dat Plinius moet melden dat geen enkele Romein ooit een boswellia gezien heeft. Hij rekent olibanum en mirre dan ook onder de kostbaarste produkten die van bomen worden gewonnen. In de Griekse en Romeinse tempels werd wierook met name gebrand tijdens het offeren van dieren, wijn of voedsel. Bij het offeren van brood en wijn aan de huisgoden werd eveneens wierook gebrand. Ook bij de Germanen was het brengen van reukoffers bekend. Het woord wierook is van Germaanse oorsprong en betekent 'heilige rook'. Het Ou¨hoogduitse wih en het Gotische weihs waren de woorden die gebruikt werden voor iets heiligs. Het Oudhoogduitse wihrough kwam in de achtste eeuw vanuit Zuid-Duitsland naar onze streken. Met wih werd ook wel een heiligdom aangeduid en wierook was waarschijnlijk oorspronkelijk datgene dat in de tempels werd gebrand. In Noord-Europa werden dennenhars en harshoudend hout, met name van de jeneverbes, gebrand.

Het branden van wierook is een manier om je af te stemmen op de sacrale sfeer van een ritueel. Geur heeft een grote invloed op onze energie en ons gevoelsleven. Wierook is ook een offer aan de Goden of aan de wezens uit de andere werkelijkheid die het ritueel bijwonen. Bij elk jaarfeest is een recept gegeven voor een wierook die bij dit feest past.

Koekjes en wijn

Het brengen van spijs- en drankoffers is in elke religie terug te vinden. Vaak offert men een deel aan de Goden of krachten die men in het ritueel vereert en eet en drinkt men het overige zelf op. Brood en wijn worden door de rituele handelingen gevuld met magische kracht. Door ze te nuttigen, wordt men deze kracht deelachtig.

In de Oudheid werden hiervoor soms dieren geofferd. Het dier heeft de goddelijke levenskracht in zich en door het dier te doden wordt deze kracht vrijgemaakt. Men gaf de levenskracht weer terug aan de Goden of geesten door hen een deel van het vlees te geven. Men had deel aan deze goddelijke kracht door er ook van te eten. In plaats van dieren werden vaak vruchten of graankorrels geofferd, die men zag als goddelijke gaven of als de vruchten van de eenwording van Hemelgod en Moeder Aarde. Het brood dat men van het graan bakte werd gezien als heilig en in de middeleeuwen stond het nog steeds in hoog aanzien. Het Germaanse woord voor brood, *khlaibaz, heeft het Duitse Laib, het Engelse loaf en vergelijkbare vormen in de andere Germaaanse talen opgeleverd. Het woord Lady is afgeleid van het Oudengelse hlaefdige, 'zij die het brood kneedt', terwijl Lord is afgeleid van het Oudengelse hlŠford, wat 'hij die het brood bewaart' betekent.

Alle belangrijke gebeurtenissen in het rituele jaar kregen in de Oudheid mede door broodoffers vorm. Voordat er werd geploegd of gezaaid strooide men broodkruimels of broodpap over de akkers om de kracht van Moeder Aarde weer te activeren. Later namen Christus en de Heilige Maagd de rol over van de beschermers van het brood, maar de handelingen die men verrichtte bleven in wezen dezelfde. Bij de verschillende jaarfeesten werd brood of gebak van een bepaalde vorm of samenstelling geofferd en gegeten. Soms strooide men zout over het brood om de kracht nog te versterken.

Aan alcoholhoudende dranken werd in de oudheid een bovennatuurlijke werking toegeschreven. Wijn zag men als gevuld met een magische kracht en door het drinken maakte men zich deze kracht eigen. In Griekenland werd wijn beschouwd als het bloed van Dionysos en tijdens de feesten ter ere van deze God was het drinken van wijn een heilige handeling. De wijn bracht de dichterlijke extase die met de Wijngod werd vereenzelvigd. In ScandinaviŽ werd mede (honingwijn) gedronken ter ere van Odin. De mede bracht dichterlijke extase, wijsheid en toverkracht. In middeleeuwse sprookjes is de wijn het levenswater waardoor men sterk en onoverwinnelijk wordt. Het offeren van wijn aan Goden en huisgeesten was in de oudheid een vervanging van offerbloed. In de middeleeuwen werd nog vaak wijn geofferd aan geesten van overledenen en aan huisgeesten. In het christendom werd de wijn een surrogaat voor het bloed van Christus. Tijdens jaarfeesten en christelijke hoogtijdagen werd wijn geofferd in allerlei vormen. Voordat men zaaide, besprenkelde men in heel Europa de akker met wijn en na het oogsten besprenkelde men de laatste garf of laatste halm met wijn. Ook werd vaak een fles wijn in de garf gebonden of op de laatste oogstwagen gezet.

Alom bekend waren de minnedronken die men voor een bepaalde gelegenheid uitbracht. Bij de Grieken en Romeinen was het de gewoonte een dronk uit te brengen als men een eed aflegde, een moeilijke onderneming startte of op reis ging. In de vroege middeleeuwen werd het drinken van wijn bij het afscheid een minnedronk genoemd. Op deze wijze nam men ook afscheid van de geesten van overledenen. Vermoedelijk is minne afgeleid van een Indo-Europese wortel *men, die een herinnering aanduidde. Ons 'aanmanen' is hiervan afgeleid. In gekerstende vorm werd deze heidense minnedronk verbonden aan verschillende heiligen of christelijke feestdagen, waarbij 'minne' werd opgevat als goddelijke liefde. Zo werd de wijn die met Midzomer gedronken werd een Johannesminne, de wijn van de Lenteviering een Pinksterminne en op dezelfde wijze waren er nog vele naar heiligen en hoogtijdagen genoemde minnen.

Voor elk jaarfeest geven we een of twee recepten voor brood of koekjes die bij een bepaald feest passen. Algemene aanwijzingen voor het bakken van brood zijn te vinden in de inleidende pagina De Jaarfeesten.

Ook geven we een recept voor een wijn die bij deze gelegenheid gedronken kan worden. In de inleidende pagina is beschreven hoe je zelf wijn kunt maken. Wijn van druiven was in onze streken een luxe artikel en door de eeuwen heen hebben plattelandsbewoners hun eigen wijn gemaakt van de vruchten van het seizoen. Uit de reakties in onze jaarfeestengroep door de jaren heen mogen we wel afleiden dat deze wijnen de moeite van het zelf maken meer dan waard zijn.

Het rituele bad

Baden werd tot voor kort gezien als een heidense gewoonte en door de kerk sterk ontraden. De sauna, die in ScandinaviŽ nog steeds op grote schaal gebruikt wordt voor een reiniging van lichaam en geest, was tot de 15e eeuw ook in Duitsland en de Baltische en Slavische gebieden een algemeen verschijnsel. Daarna werd baden tot het begin van de twintigste eeuw gezien als een licht perverse bezigheid van de welgestelden. Gewone mensen baadden zich hooguit ťťn- of tweemaal per jaar. Vooral met bepaalde jaarfeesten was het gebruikelijk zich te baden in een rivier of meertje of zich naakt door de dauw te rollen. Door het water of de dauw werd men geacht te worden gereinigd en ge¨sterkt.

Het is een goede gewoonte te baden of een douche te nemen voordat je een jaarfeest gaat vieren. Tijdens het douchen kun je visualiseren dat het water alle energieŽn die je in de loop van de dag ergens hebt opgepikt van je afspoelt en meeneemt de aarde in. Bij het nemen van een bad kunnen kruiden je helpen deze ongewenste energieŽn af te voeren. In de zomermaanden kun je daarvoor gelijke delen kamille, marjoraan en tijm gedurende 10-12 minuten in gewoon water zachtjes laten trekken. In de wintermaanden kun je laurier, rozemarijn en dennennaalden nemen. Je kunt de kruiden in een buideltje in het water doen of ze eruit zeven en het afkooksel aan het badwater toevoegen.

Het dragen van een gewaad

De kleren die we in het dagelijkse leven aan hebben, nemen alle energieŽn op waarmee we in aanraking komen. Universeel is daarom in alle culturen het dragen van speciale gewaden tijdens rituelen en andere religieuze plechtigheden. Het priestergewaad dient niet in de eerste plaats om zich te onderscheiden van leken en andere geestelijken. De belangrijkste functie van het gewaad is dat het alleen gedragen wordt tijdens religieuze plechtigheden. Door het afleggen van de gewone kleren laat men de beslommeringen van de gewone wereld achter zich.

Wicca's dragen in de rituelen een gewaad of werken naakt. In talloze volksgebruiken voor het doen van magisch werk is het voorschrift te vinden dat dit naakt dient te gebeuren. De onderliggende gedachte is dat het numen dat aan de gewone kleding vastkleeft de kracht die de magiŽr wil oproepen doorkruist.

Als geen speciaal gewaad wordt gedragen tijdens het ritueel, kan men volstaan met zich te baden en daarna schone kleren aan te trekken. Vaak geven nieuwelingen er de voorkeur aan twee of drie keer hun gewone kleren te dragen in een ritueel en schaffen ze zich dan een gewaad aan. In de inleidende pagina zijn drie patronen en een beschrijving voor het maken van een gewaad, een voor de zomer en twee voor de winter, opgenomen.

Het altaar

Het altaar is het middelpunt van elk heidens ritueel, een rustpunt waar alles begint en eindigt. Op het altaar, bijvoorbeeld een klein tafeltje met een kleed er overheen, bevinden zich de voorwerpen die in deze religie of cultus een belangrijke rol spelen.

Wicca's en andere Moderne Heidenen zullen meestal een beeldje van de Godin en een beeldje van de God neerzetten en ook voor beiden een kaars branden. Verder staan op het altaar over het algemeen een kom water en een kom met wat zout, een kelk voor de wijn, een wierookvat, een aansteekkaars en bloemen die bij het betreffende jaarfeest passen. In onze groep bevindt het altaar zich in het Noorden, de windrichting die verbonden is met het element aarde. In andere groepen wordt het altaar ook wel in het midden van de Cirkel gezet.

Geleide visualisaties

In elk van de door ons gegeven jaarfeestrituelen is een geleide visualisatie opgenomen. Deze techniek werd in de oudheid vrij algemeen gebruikt om occulte kennis te verkrijgen of een genezingsproces tot stand te brengen. In een geleide visualisatie wordt door een gesproken tekst je bewustzijn zodanig veranderd dat je de beschreven situaties en gebeurtenissen in zekere zin als een werkelijkheid ervaart. Het is belangrijk dat je al je spieren goed ontspant, gemakkelijk gaat zitten, je ogen sluit en een paar keer diep in en uit ademt, waarbij je iedere keer dat je uitademt je verder ontspant. De gesproken tekst geeft hier duidelijke aanwijzingen voor, zodat ook beginnelingen weten wat ze moeten doen om zich over te geven aan de beelden en situaties die worden beschreven. De tekst moet langzaam worden gezegd of voorgelezen, zodat alle aanwezigen de gelegenheid krijgen zich een bepaald beeld te vormen of zich in een bepaalde situatie in te leven. Wie er de voorkeur aan geeft zelf een geleide visualisatie voor elk jaarfeest te maken, verwijzen we naar De kringloop van het leven, hoofdstuk 9, waar we deze techniek uitgebreider hebben beschreven.

De door ons bij elk ritueel gegeven geleide visualisatie heeft als doel het wezen van het jaarfeest weer te geven. Op een zeer directe wijze ervaart de deelnemer aan het ritueel hoe het bijvoorbeeld is om gezaaid en door de donkere aarde opgenomen te worden tot je ontkiemt en opnieuw naar het licht toegroeit, maar nu herboren als de nieuwe vegetatie. In een aantal visualisaties ervaart de deelnemer al even direct hoe het is om een van de vier elementen te worden of alle elementen na elkaar door te lopen. Je ervaart in deze visualisaties niet wat water is door naar een rivier te kijken, maar door erin te springen en zelf die onstuitbare stroom te worden. Op dezelfde manier ervaar je wat vuur is door erin te springen.

Elk van de geleide visualisaties is door ons jarenlang gebruikt en nooit heeft iemand problemen gehad met deze nogal directe aanpak. Toch kunnen bepaalde opdrachten voor mensen die lijden aan een fobie of die bepaalde traumatische ervaringen hebben meegemaakt wellicht beangstigend zijn. Iemand die ooit bijna verdronken is kan het als zeer bedreigend ervaren in een beek of put te moeten springen. Voor iemand die lijdt aan claustrofobie kan het zeer beangstigend zijn als een zaadje in de donkere aarde opgesloten te worden. Vraag de deelnemers aan het ritueel van tevoren of ze problemen met bepaalde ervaringen of situaties hebben. Je kunt tegenover zo iemand benadrukken dat hij of zij nergens in mee hoeft te gaan als een bepaalde ervaring angst oproept. Je kunt overwegen de geleide visualisatie aan te passen en de bedreigende situaties vervangen door andere beelden en handelingen. De betreffende persoon kan er ook voor kiezen niet aan de geleide visualisatie deel te nemen.

Let er na afloop van de visualisatie altijd op of iedereen goed geaard is en of iemand niet een afwezige of vreemde indruk maakt. Ook na afloop van het ritueel is het belangrijk erop te letten of iedereen goed geaard is. Als iemand een zweverige indruk maakt, kun je met deze persoon een oefening doen om te aarden. In De kringloop van het leven, hoofdstuk 9, geven we hier een beschrijving van. Je kunt ook de persoon laten visualiseren een boom te zijn, die met een stevige wortel goed met de aarde verbonden is.

Chants

In het basisritueel (zie onder) worden twee chants gezongen. Een chant is een religieus lied met een eenvoudige melodie en een tekst die gemakkelijk te onthouden is. Door de chant te herhalen, kom je in een meditatieve stemming die vooral in een ritueel gemakkelijk bereikt wordt. Beide chants zijn te vinden in het boek Circle of song van Kate Marks.

Het ritueel

Voorbereiding voor het ritueel

Op het altaar staan, zoals hiervůůr al aangestipt, gewoonlijk een kaars voor de Godin en een kaars voor de God, een beeldje van de Godin en een beeldje van de God, een kelk voor de wijn, een kom of kelk met water, een schaaltje of kom met wat zout, een wierookvat (als dat niet wordt opgehangen), een aansteekkaars en een brood of schaal koekjes. Wijn en wierook kunnen op of naast het altaar worden gezet. Lucifers en kaarsendover zullen gewoonlijk naast het altaar worden gelegd. De vier kaarsen voor de windrichtingen kunnen vůůr het altaar worden neergezet. De bezem vindt meestal een plaatsje naast het altaar. Versiering van de ruimte wordt aangepast aan het jaargetijde of feest.

Van tevoren wordt afgesproken welk groepslid in dit ritueel welke windrichting vertegenwoordigt. Het ritueel wordt doorgesproken op punten die toelichting nodig hebben. Ingewikkelde handelingen worden van tevoren geoefend tot ze foutloos en vloeiend verlopen. Als iemand een speciale bijdrage levert voor het ritueel wordt hier zonodig aandacht aan besteed om er zeker van te zijn dat iedereen weet wat hem of haar te doen staat. Chants die in het ritueel worden gezongen worden geoefend tot iedereen ze mee kan zingen.

De werkplek dient schoon te zijn en ontdaan van alles dat er niet in hoort tijdens het ritueel. Laat geen schoenen, sokken, truien of aantekeningen liggen op de plek waar de Cirkel getrokken zal worden. Bij buitenrituelen kan de plek zonodig ontdaan worden van takjes, glas, e.d. Om het contact met de grond te voelen, verdient het aanbeveling op blote voeten te lopen. Horloges worden in de Cirkel, tussen de werelden van Goden en mensen, niet gedragen.

Het trekken van de Cirkel bij binnenrituelen

De Cirkel wordt getrokken door twee personen, bijgestaan door vier anderen, die elk een windrichting vertegenwoordigen. Als de groep uit minder dan zes personen bestaat, kunnen de windrichtingen over de aanwezigen worden verdeeld. In het basisritueel gaan we ervan uit dat de Cirkel wordt getrokken door een man en een vrouw, aangeduid als PS (priesteres) en P (priester). De man-vrouw polariteit speelt een belangrijke rol in veel volksgebruiken en ook in onze rituelen maken we hiervan gebruik. Desgewenst kan de Cirkel echter ook getrokken worden door twee vrouwen of door twee mannen. Dat we deze personen aanduiden als Priesteres en Priester is om hun rol duidelijk te maken. Het betekent niet dat ze ingewijd moeten zijn.

Alle groepleden, behalve PS en P, gaan in het Oosten staan, buiten de ruimte die voor het ritueel gebruikt wordt. PS steekt de aansteekkaars en hiermee de drie kaarsen op het altaar en de wierook aan. Ze pakt de bezem en zet hem voor zich op de grond. Ze visualiseert daarbij dat er een donkere energiestroom door haar voeten omhoog komt en een zilverwit licht via haar hoofd afdaalt. Ter hoogte van haar hartchakra komen de twee stromen samen en vloeien via haar armen in de bezem. Met deze energie wordt de ruimte gereinigd. Het visualiseren van de energiestromen is niet eenvoudig en vergt wel enige oefening. Het is echter een belangrijk element, dat niet zonder meer overgeslagen kan worden. Probeer het gewoon en je zult zien dat het elke keer iets beter gaat. PS begint te vegen als de energiestromen naar de bezem gaan en zegt:

Ik schep een ruimte tussen de werelden
Van Goden en mensen
Een gewijde plaats waarbinnen wij werken

Ze veegt spiraalsgewijs vanuit het midden deosil de ruimte schoon en visualiseert daarbij dat ze alle astrale energieresten uit deze ruimte veegt. De spiraal eindigt in het Oosten en gaat dan over in een Cirkel. Bij het vegen van deze Cirkel visualiseert PS een beschermende Cirkel van wit licht. Voordat ze dat doet, stapt P de Cirkel in en blijft in het midden staan. PS laat bij het trekken van de Cirkel met de bezem in het Oosten een kleine ruimte open. Hier legt ze de bezem op, de onderkant naar het Noorden gericht. Daarna lopen PS en P naar het altaar en blijven daar staan. PS pakt de kom water, P het schaaltje zout. Ze keren zich naar elkaar toe. PS houdt de kom water omhoog en zegt:

Moge dit water gereinigd worden van al wat niet tot haar wezen behoort!

P houdt de kom zout omhoog en zegt:

De kracht van dit zout houdt zuiver wat zuiver, heilig wat heilig is!

Hij doet het zout in het water en zet de zoutkom terug op het altaar. PS zegent de Cirkel met geconsacreerd water en blijft voor het altaar staan. P gaat de Cirkel rond met de wierook en blijft tegenover PS staan. PS besprenkelt P met het water. P doet hetzelfde bij haar. Vervolgens zegent P haar met de wierook. PS doet hetzelfde bij hem. PS en P gaan bij de bezem staan, P iets ten noorden van PS, net ver genoeg uit elkaar om iemand door te laten. Een groepslid neemt bij de bezem plaats, net buiten de Cirkel. PS zegent deze persoon met water. P bewierookt hem of haar. Na de zegening stapt dit groepslid over de bezem de Cirkel in, waarna de volgende bij de bezem gaat staan.

Als iedereen binnen is, vormt men een kring; mannen en vrouwen zoveel mogelijk om en om. De vier personen die de windrichtingen aanroepen, zorgen ervoor in hun eigen richting te staan. PS raapt de bezem op van de grond, sluit de Cirkel hiermee en zet de bezem weg naast het altaar. Ze steekt de kaars voor Oost aan. De persoon die het Oosten vertegenwoordigt loopt deosil naar haar toe, neemt de kaars van haar over en loopt met de kaars op ooghoogte de Cirkel rond en verder naar het Oosten, waar hij/zij stopt. Door dit deosil rondlopen, wordt energie opgewekt in de Cirkel. Iedereen draait zich naar het Oosten, steekt beide handen als teken van eerbied op ooghoogte in de lucht, de handpalmen naar voren gekeerd, en neemt de tijd zich op deze windrichting in te stellen, waarna de betreffende persoon zegt:

O Wind van het Oosten
Van lente en dageraad
Drager van ideeŽn
Wees welkom in ons midden

Alle aanwezigen visualiseren de genoemde beelden mee en laten alles goed tot zich doordringen. Als PS voelt dat het element aanwezig is, herhaalt ze de woorden "Wees welkom!". Iedereen zegt deze tekst en laat dan pas de handen zakken. PS steekt een tweede kaars aan. De persoon die het Zuiden vertegenwoordigt, loopt deosil naar haar toe, neemt de kaars van haar over en loopt ermee op ooghoogte de Cirkel rond en verder naar het Zuiden. Allen keren zich naar het Zuiden en nemen de tijd zich op deze windrichting in te stellen, waarna de betreffende persoon zegt:

O Vuur van het Zuiden
Van zomer en zonnegloed
Vonk van inspiratie
Wees welkom in ons midden

Dezelfde handelingen als in het Oosten worden ook hier verricht. Idem voor het Westen, waar de betrokkene zegt:

O Water van het Westen
Van herfst en stormgewoel
Drager van diepste gevoelens
Wees welkom in ons midden

Idem voor het Noorden, waar betrokkene zegt:

O Aarde van het Noorden
Van winter en duisternis
Verborgen kracht en mysterie
Wees welkom in ons midden

NB: alle kaarsen worden de Cirkel helemaal rond gedragen en dan verder naar de betreffende windrichting.

PS zegt:

Moge de Godin en de God getuige zijn van ons ritueel.

Ze dooft de aansteekkaars. Iedereen zingt de chant:

Lady spin your Circle bright
Weave your web of dark and light
Earth, air, fire and water
Bind us as one!

Hierna volgt het ritueel.

Trekken van de Cirkel bij buitenrituelen

Als het weer het toestaat, is het aan te bevelen het ritueel in de natuur te houden. Zoek wel van tevoren een geschikte plek, waar je ongestoord je gang kunt gaan. Zelf gebruiken we al jaren een open plek in het bos, die net buiten de paden ligt. Als je steeds dezelfde plek gebruikt, zul je je daar steeds meer op je gemak gaan voelen. De eerste keer dat je op een plaats komt, kun je proberen in te voelen of je welkom bent. Mediteer een tijdlang over deze vraag en laat je intuitie spreken. Als je weerstand voelt, ga dan op zoek naar een andere plaats, waar je misschien wel welkom bent.

Maak de plaats waar je de Cirkel wilt gaan trekken vrij van takjes, scherpe stenen, brandnetels, achtergelaten afval e.d. Bij het verlaten van de plek dien je uiteraard lege flessen, zakken etc. mee te nemen. Wel is het heel goed iets achter te laten om je dankbaarheid te tonen voor het mogen gebruiken van deze plek. Denk bijvoorbeeld aan meegenomen bloemen of bloemenkransen, graan, stukjes brood of koek. Tijdens het ritueel kun je natuurlijk ook wijn en koekjes of brood offeren (zie onder).

Bij het buiten houden van rituelen is het meestal niet aan te bevelen kaarsen in de vier windrichtingen neer te zetten. In het bos is open vuur verboden in verband met brandgevaar. Ook is de noodzaak van kaarsen bij daglicht wat minder aanwezig. In plaats van de kaarsen zetten we daarom een symbool voor het betreffende element in elke windrichting en wel als volgt:

Oost: wierookvat (lucht)
Zuid: staf (vuur)
West: kelk (water)
Noord: steen (aarde)

De persoon die een bepaalde windrichting vertegenwoordigt komt dit voorwerp dan halen en legt het met de gebruikelijke tekst in de betreffende windrichting neer.

Op het altaar hebben we de kaarsen voor de Godin en de God vervangen door twee waxinelichtjes in een houdertje. Een houder die hoger is dan het lichtje, zorgt ervoor dat het vlammetje niet uitwaait. Als je ook geen waxinelichtjes wilt branden, kun je een symbool voor Godin en God op het altaar zetten, bijvoorbeeld een beeldje, of iets dat God en Godin voor jou vertegenwoordigt.

In plaats van de bezem gebruiken we in het bos een berkentak om de Cirkel mee te reinigen en te trekken. Berkentakken worden al sinds de oudheid voor deze doeleinden gebruikt. Op onze vaste plaats staat een berk in het Noorden, waarvan we, na toestemming gevraagd te hebben aan de boom, een takje opschietend onderhout afsnijden.

Koekjes en wijn

Aan het eind van elk ritueel wordt de koekjes- en wijnceremonie gehouden. PS schenkt de wijn in de kelk, neemt de kelk in haar linkerhand, de schaal koekjes in de rechter. Ze zegt:

Ik zegen deze wijn en dit voedsel uit naam van de Oude Goden.

Ze neemt een slok van de wijn, en geeft de kelk met een kus en de wens 'Blessed be!' aan P. P neemt een slok wijn en geeft de kelk terug. PS geeft de kelk met een 'Blessed be!' aan het groepslid links van zich. Deze drinkt en geeft de wijn op dezelfde wijze door. PS neemt een koekje en geeft de schaal aan de persoon links van zich. Op deze manier gaan wijn en koekjes de Cirkel rond.

Het is een goede gewoonte een koekje of een stuk brood te offeren. Het restant van de wijn in de kelk wordt eveneens geofferd. Bij een buitenritueel kan men iets midden in de Cirkel offeren en iets bij de vier windstreken. Als het ritueel binnen wordt gehouden kan dit offeren later buiten gebeuren, door brood en wijn in tuin of park achter te laten.

Afsluiten van de Cirkel (binnenshuis)

De Cirkel is deosil (met de klok mee) getrokken, beginnend en eindigend in het Noorden en wordt widdershins (tegen de klok in) afgebroken, eveneens beginnend en eindigend in het Noorden. Tot het eind van de 20e eeuw werd het afbreken over het algemeen ook deosil gedaan. Dit kwam voort uit de gedachte dat deosil goed is en widdershins fout. Deosil is echter opbouwend en widdershins afbrekend en dit wordt de laatste jaren ook als zodanig toegepast.

De aanwezigen gaan in een kring staan, het gezicht naar binnen. PS zegt:

Ik dank de Godin en de God voor hun aanwezigheid.

Allen richten zich nu naar het Noorden en steken de handen op ooghoogte in de lucht. De persoon die het Noorden vertegenwoordigt zegt:

O Aarde van het Noorden
Van winter en duisternis
Verborgen kracht en mysterie Wij danken U voor Uw aanwezigheid

PS herhaalt, als ze voelt dat het element afscheid heeft genomen, de woorden "Wij danken U". Iedereen zegt dit mee. Hierna draait iedereen zich naar het Westen en steekt de handen op ooghoogte in de lucht. De persoon die het Westen vertegenwoordigt zegt:

O Water van het Westen
Van herfst en stormgewoel
Drager van diepste gevoelens
Wij danken U voor Uw aanwezigheid

Daarna worden dezelfde handelingen in het Zuiden verricht. De persoon die deze windrichting vertegenwoordigt zegt:

O Vuur van het Zuiden
Van zomer en zonnegloed
Vonk van inspiratie
Wij danken U voor Uw aanwezigheid

Idem voor het Oosten, waar betrokkene zegt:

O Wind van het Oosten
Van lente en dageraad
Drager van ideeŽn
Wij danken U voor Uw aanwezigheid

Bij het afsluiten wordt er niet met kaarsen rondgelopen. Dat wordt alleen in het begin gedaan, om energie op te wekken.

PS dooft de hoekkaarsen widdershins, beginnend met Noord en eindigend met Oost, waarbij ze visualiseert dat de Cirkel vervaagt. Ze pakt de bezem en veegt spiraalsgewijs widdershins vanuit de Cirkel naar het middelpunt toe, eerst om de groep heen, dan er binnenin. Ze visualiseert daarbij dat ze alle opgewekte energieŽn naar het middelpunt veegt en ze daar in de aarde laat verdwijnen. Ze zegt hierbij:

Moge de ruimte tussen de werelden
Van Goden en mensen
In onszelf blijven bestaan
Blessed be!

Ze zet de bezem voor zich op de grond en zegt:

De Cirkel is opgeheven, maar ongebroken
In vreugde hebben we elkaar ontmoet
In vreugde gaan we ieder ons weegs
En in vreugde zullen we elkaar weer ontmoeten
Merry meet, merry part
And merry meet again!

Iedereen zegt de Engelse tekst mee. Hierna wordt de chant gezongen:

May the Circle be open but unbroken
May the Lord and the Lady be forever in your heart
Merry meet, merry part
And merry meet again

Gewoonlijk wordt er daarna feest gevierd. Het is gebruikelijk dat iedereen hiervoor hapjes of drankjes meebrengt.

Afsluiten van de Cirkel bij buitenrituelen

Het afsluiten bij buitenrituelen gebeurt op dezelfde manier. Alleen worden hierbij de voorwerpen die de vier elementen vertegenwoordigen naar het altaar teruggebracht. Voor alle duidelijkheid volgt hier de volledige tekst.

De persoon die het Noorden vertegenwoordigt, draait zich naar deze windrichting. De anderen volgen dit voorbeeld. Hij/zij pakt de steen van het altaar en zegt:

O Aarde van het Noorden
Van winter en duisternis
Verborgen kracht en mysterie Wij danken U voor Uw aanwezigheid

Hij/zij geeft de steen aan PS en loopt terug naar de eigen plaats. PS zet de steen op het altaar. Iedereen draait zich nu naar het Westenen. De persoon die deze windrichting vertegenwoordigt pakt de kom water en zegt:

O Water van het Westen
Van herfst en stormgewoel
Drager van diepste gevoelens
Wij danken U voor Uw aanwezigheid

Hij/zij loopt widdershins met de kom naar het Noorden, geeft hem aan PS en loopt terug naar de eigen plaats. PS zet de kom op het altaar. Iedereen draait zich naar het Zuiden. De persoon die deze windrichting vertegenwoordigt raapt de staf op en zegt:

O Vuur van het Zuiden
Van zomer en zonnegloed
Vonk van inspiratie
Wij danken U voor Uw aanwezigheid

Hij/zij loopt widdershins met de staf naar het Noorden, geeft hem aan PS en loopt terug naar zijn/haar plaats. PS legt de staf op het altaar. Iedereen draait zich naar het Oosten. De persoon die deze windrichting vertegenwoordigt, pakt het wierookvat op van de grond en zegt:

O Wind van het Oosten
Van lente en dageraad
Drager van ideeŽn
Wij danken U voor Uw aanwezigheid

Hij/zij loopt widdershins met het wierookvat naar het Noorden, geeft het aan PS en loopt terug naar de eigen plaats. PS zet het wierookvat op het altaar. Ze pakt de berkentak en veegt spiraalsgewijs vanuit de Cirkel naar het middelpunt toe. Ze zegt:

Moge de ruimte tussen de werelden
Van Goden en mensen
In onszelf blijven bestaan
Blessed be!

Ze zet de bezem voor zich op de grond en zegt:

De Cirkel is opgeheven, maar ongebroken
In vreugde hebben we elkaar ontmoet
In vreugde gaan we ieder ons weegs
En in vreugde zullen we elkaar weer ontmoeten
Merry meet, merry part
And merry meet again!

Iedereen zegt de Engelse tekst mee. Het ritueel is hiermee afgesloten.